RI&E laten opstellen? Complete bundel + toetsing, vaste prijs. RI&E uitbesteden? Vaste prijs. · Inclusief jaarlijkse update en inspectie-proof dossier Hoe het werkt →

Stellingkeuring kosten: wat u in 2026 werkelijk betaalt

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 3 september 2026 · Leestijd 11 minuten
Relevant voor

Een stellingkeuring is in Nederland vrijwel altijd maatwerk, maar de tarieven die wel worden gepubliceerd liggen dicht bij elkaar: ongeveer 65 euro per uur, rond 425 euro per dagdeel en instapprijzen vanaf 225 tot 395 euro voor een klein magazijn, telkens exclusief btw. Wat de rekening werkelijk bepaalt is niet het uurtarief maar wat er na de keuring uit komt: herstel, vervanging en herkeuring.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Wat een stellingkeuring kost

Wie op zoek gaat naar de prijs van een stellingkeuring, komt vooral formulieren tegen. De Nederlandse markt werkt grotendeels op offerte, en dat is niet alleen commerciële voorzichtigheid: een magazijn van 400 vierkante meter met legbordstellingen is een ander werk dan een distributiecentrum met inrijstellingen van elf meter hoog.

Toch publiceert een handvol aanbieders wel gewoon tarieven, en die liggen opvallend dicht bij elkaar. Dat geeft een bruikbare bandbreedte om een offerte tegen af te zetten.

EenheidGepubliceerd tarief (excl. btw)
Uurtarief keurmeestercirca 65 euro
Dagdeel van vier uurcirca 425 euro
Vaste prijs klein magazijn225 tot 395 euro
Voorrijkosten0 tot 65 euro, of vanaf 0,85 euro per km
Minimaal factuurbedrag50 tot 200 euro

Wat u nergens tegenkomt is een tarief per strekkende meter, per sectie of per staander. Dat is geen toeval: de tijd die een keuring kost hangt vooral af van de staat van de stellingen en de bereikbaarheid, niet van het aantal meters.

Komt u een prijs per stellinggedeelte tegen, vraag dan hoe die eenheid is gedefinieerd. In de praktijk is dat vaak een omgerekend uurtarief met een aanname over tempo, en die aanname klopt zelden voor een vol magazijn.

Palletstellingen in een magazijn tijdens een periodieke inspectie van de constructie

De vier prijsmodellen in de markt

Offertes zijn lastig te vergelijken omdat aanbieders vier verschillende modellen door elkaar gebruiken. Weten welk model u voor u hebt, scheelt de helft van het vergelijkingswerk.

Het uurtarief is het meest transparant en het minst voorspelbaar. U betaalt voor de tijd die het kost, plus voorrijkosten. Bij een magazijn in goede staat is dit doorgaans het goedkoopst; bij veel schade loopt het op.

Het dagdeeltarief koopt een blok van vier uur. Let hier op één detail dat in de voorwaarden staat en niet in de offerte: bij sommige aanbieders valt de reistijd binnen het dagdeel. Bij twee uur rijden houdt u dan twee uur inspectie over.

De vaste all-in jaarprijs dekt de keuring plus eventuele vervolginspecties en nazorg. Dit model is aantrekkelijk als u een eerste keuring laat doen en verwacht dat er iets uitkomt, omdat het herkeuringsrisico bij de aanbieder ligt.

De vanaf-prijs met maatwerkofferte is wat u het vaakst ziet. Het genoemde bedrag geldt voor de kleinste situatie; de werkelijke prijs volgt na een locatiebezoek. Dat is legitiem, zolang de offerte daarna vast is en niet op nacalculatie.

Wat er wel en niet in zit

Twee offertes met hetzelfde bedrag kunnen een heel verschillende inhoud hebben. Dit zijn de posten waar het verschil in zit.

Meestal wel inbegrepen: de inspectie zelf, een rapport met foto's en classificatie van de schade, en een keuringssticker. Aanbieders die digitaal rapporteren leveren dat doorgaans binnen een week aan.

Meestal niet inbegrepen: voorrijkosten, materiaal bij reparatie, belastingborden, en het inmeten en doorrekenen van vak- en veldbelastingen. Dat laatste is een aparte discipline die vaak apart wordt gefactureerd, terwijl het wel de basis is voor de borden die u daarna ophangt.

De grootste variabele is de herkeuring. Er is geen marktstandaard: de een neemt vervolginspecties op in de prijs, de ander adverteert met een kosteloze herkeuring na een verbeterplan, en weer een ander rekent opnieuw uurtarief plus voorrijkosten. Vraag dit expliciet uit, want bij een eerste keuring is een tweede bezoek eerder regel dan uitzondering.

Wat de prijs omhoog of omlaag duwt

De factoren die aanbieders zelf noemen zijn goed te herleiden, en u kunt er een deel van beinvloeden.

Omvang en type zijn de basis. Palletstellingen, entresolvloeren, inrijstellingen, legbordstellingen en draagarmstellingen vallen allemaal onder de inspectieplicht, maar vragen verschillend werk. Voor entresolvloeren geldt bovendien een eigen beoordelingskader.

De staat van de stellingen bepaalt de tijdsduur. Elke schade die is gevonden moet worden gemeten, gefotografeerd, geclassificeerd en beschreven. Een magazijn dat al jaren wordt bijgehouden, keurt sneller dan een magazijn waar dit de eerste keer is.

Bereikbaarheid is de post die het vaakst wordt onderschat. Een volle stelling waarvan de staanders achter pallets schuilgaan, kost meer tijd, en bij een rode classificatie moet er sowieso worden ontlast. Een keuring plannen in een rustige periode verdient zichzelf terug.

Verder tellen reistijd, het aantal locaties en de mogelijkheid om meerdere keuringen te combineren. Wie de stellingkeuring gelijktijdig plant met andere periodieke keuringen, betaalt de voorrijkosten één keer. Dat is precies waar een gedeelde keuringskalender zich terugverdient.

Waarop de keuringsplicht berust

De keuringsplicht komt niet uit de norm maar uit de wet. Artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaalt dat een arbeidsmiddel dat onderhevig is aan invloeden die tot verslechtering leiden, wordt gekeurd zo dikwijls als ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is.

Twee leden daarvan worden vaak vergeten. De keuring moet worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling. En de schriftelijke bewijsstukken moeten op de arbeidsplaats aanwezig zijn en desgevraagd aan de toezichthouder worden getoond.

Dat laatste is meer dan een administratieve formaliteit. Het is het document waarmee u later aantoont dat u uw zorgplicht bent nagekomen. Zonder dat document is dat bewijs praktisch niet te leveren.

De inhoudelijke invulling komt uit NEN-EN 15635. Let op de versie: de geldende uitgave dateert uit 2008. Keuringsbedrijven die adverteren met NEN-EN 15635:2024 verwijzen naar een norm die niet bestaat. Wat de norm wel inhoudt, leest u in ons artikel over NEN-EN 15635.

Hoe vaak en door wie

De norm werkt met drie niveaus, en alleen het bovenste kost geld aan een externe partij.

Het eerste niveau is directe melding: wie schade ziet, meldt die onmiddellijk bij de aangewezen verantwoordelijke voor de opslagvoorziening. Het tweede is de visuele inspectie, wekelijks of op een ander regelmatig interval, uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van diezelfde persoon en vastgelegd.

Het derde niveau is de deskundige inspectie door een technisch competente persoon, met een interval van ten hoogste twaalf maanden en een schriftelijk rapport. Dat is de keuring waar u een prijs voor krijgt.

Voor geautomatiseerde systemen kent de norm een afwijkend regime: jaarlijks minimaal twintig procent van de installatie, zodat het geheel elke vijf jaar is geinspecteerd.

Brancheafspraken kunnen strenger zijn dan de norm. De arbocatalogus voor de technische groothandel vraagt bijvoorbeeld een controle per kwartaal door een kundig persoon, plus een jaarlijkse aantoonbare keuring met een gewaarmerkt rapport. Ligt uw bedrijf onder zo'n catalogus, dan is dat uw meetlat.

De kosten die na de keuring komen

De keuring zelf is zelden de grootste post. Wat erna komt wel, en dat is precies waarom een offerte vergelijken op uurtarief zo weinig zegt.

De norm classificeert schade in drie categorieen, gemeten met een rei van één meter tegen de holle zijde van het beschadigde onderdeel. Groen betekent binnen de grenswaarden en alleen registreren. Oranje betekent herstellen, waarbij een eenmaal ontlaste stelling niet opnieuw mag worden belast tot het herstel klaar is. Rood betekent onmiddellijk ontlasten en buiten gebruik stellen.

De grenswaarden zijn concreet: een staander mag in de liggerrichting maximaal vijf millimeter afwijken en in de framerichting maximaal drie millimeter, diagonalen en horizontalen maximaal tien millimeter. Overschrijding met een factor twee of meer is rood.

De klok die na een oranje bevinding gaat lopen

Een detail dat in offertes nooit staat maar uw planning bepaalt: een oranje classificatie wordt automatisch rood als het herstel niet binnen vier weken is uitgevoerd. Dat maakt de doorlooptijd van reparatie een compliancevraag en niet alleen een onderhoudsvraag.

Voor de materiaalkosten geldt een ruwe orde van grootte. Een nieuwe staander van vier meter kost ongeveer 150 euro en van zes meter ongeveer 190 euro; kleinere en gebruikte staanders liggen tussen de 65 en 90 euro. Liggers kosten 24 tot 30 euro per stuk, diepteliggers ongeveer 12,50 euro.

Reken daar de verzendkosten bij, want die zijn bij stellingmateriaal fors: minimumbedragen rond 75 euro zijn gebruikelijk. Bij één losse staander betaalt u meer aan bezorging dan aan het onderdeel. Wie herstel bundelt in plaats van per bevinding bestelt, bespaart hier het meest.

De arbeid voor het vervangen wordt door vrijwel geen enkele partij gepubliceerd. Wat wel bekend is: kleine reparaties worden doorgaans op hetzelfde uurtarief van rond 65 euro afgerekend. Reparatie in plaats van vervanging wordt door gespecialiseerde partijen aangeboden als flinke besparing, maar dat geldt alleen bij groene en oranje schade en alleen als de leverancier het herstel autoriseert. De norm is daar streng in: componenten horen te worden vervangen, niet gerepareerd, tenzij de fabrikant anders bepaalt. Meer daarover in ons artikel over de beschadigde magazijnstelling.

Keuringsrapport van magazijnstellingen wordt vastgelegd in een digitaal compliancedossier

Belastingborden en onderzoekskosten

Een keuring zonder correcte belastingborden is een half product, en dit is de post die het vaakst als verrassing op de factuur staat.

Een belastingbord kost in de markt 60 tot 88 euro exclusief btw per stuk, per samengebouwde configuratie. Daarnaast rekenen leveranciers vaak eenmalig ongeveer 25 euro onderzoekskosten per stellingtype, voor het uitzoeken van de juiste belastinggegevens.

Dat onderzoek is geen keuring en het is ook geen berekening. Kunt u de oorspronkelijke leveranciersgegevens niet meer achterhalen, dan wordt het een constructieve berekening volgens de ontwerpnorm en dat is een aanzienlijk duurdere exercitie. Wat er op zo'n bord hoort te staan, beschrijven we in ons artikel over belastingbordjes op stellingen.

Keurmeester beoordeelt een staander van een palletstelling op vervorming

Zelf keuren of uitbesteden

De norm eist voor de jaarlijkse inspectie een technisch competente persoon. Er staat geen onafhankelijkheidseis en geen certificeringsplicht in. In theorie mag uw eigen technische dienst dus keuren.

De opleidingsmarkt is daarop ingericht. Een eendaagse cursus keurmeester magazijnstellingen kost 285 tot 395 euro exclusief btw, een e-learning vanaf ongeveer 145 euro, en de branchegeborgde praktijksessie ongeveer 775 euro inclusief e-learning. De norm zelf en de Nederlandse praktijkrichtlijn kosten samen ongeveer 180 euro.

Op de rekensom lijkt zelf doen dus snel gunstig: één opleiding plus de normen is ongeveer gelijk aan één à twee externe keuringen. Maar die som verzwijgt twee dingen.

Het eerste is dat de wekelijkse visuele inspectie sowieso van u is. Die kunt u niet uitbesteden en daar is die opleiding juist heel nuttig voor. Het tweede is dat een certificaatgeldigheid van vijf jaar geen wettelijk begrip is; het is een bijscholingsadvies van de opleider. De afweging in bredere zin bespreken we in ons artikel over zelf keuren of uitbesteden.

Wat niet keuren kost

Hier wordt in de markt veel mee geschermd en meestal met de verkeerde bedragen. Het echte beeld is genuanceerder en tegelijk ongemakkelijker.

De Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving koppelt aan artikel 7.4a een normbedrag van 3.000 euro, en aan het ontbreken van de bewijsstukken op de arbeidsplaats 340 euro. Beide zijn getypeerd als overige overtreding: u krijgt eerst een waarschuwing of een eis tot naleving.

De echte kop van het risico zit elders. Het niet-deugdelijk zijn van het arbeidsmiddel en het risico van getroffen worden door vallende voorwerpen kennen allebei een normbedrag van 9.000 euro en zijn aangemerkt als zware overtreding, dus direct beboetbaar. Bij letsel of overlijden worden die bedragen met een factor drie tot vijf vermenigvuldigd.

De normbedragen gelden voor bedrijven met vijfhonderd werknemers of meer en worden lager naarmate het bedrijf kleiner is, tot tien procent onder de vijf werknemers. Het wettelijk maximum per overtreding ligt sinds 1 januari 2026 op 110.000 euro. Meer over die systematiek in ons artikel over boetes van de Arbeidsinspectie.

Het strafrecht kent een andere orde van grootte. In een zaak over een dodelijk ongeval in een vriescel, waarbij een niet verankerde staander werd aangereden en meer dan 1.500 kilo op het slachtoffer viel, legde de rechtbank in september 2025 een geldboete van 150.000 euro op aan het bedrijf en een taakstraf van 240 uur aan de leidinggevende. De tenlastelegging vermeldde expliciet dat de stellingrij nooit was gekeurd.

En dan is er de civiele kant, die in de praktijk het zwaarst weegt. Artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek legt de bewijslast bij de werkgever: die is aansprakelijk tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Kan de toedracht niet worden vastgesteld, dan komt dat voor risico van de werkgever. Zonder keuringsrapport is dat tegenbewijs vrijwel niet te leveren. Zie ook ons artikel over werkgeversaansprakelijkheid in het magazijn.

In praktijk

Een groothandel vergeleek drie offertes en koos de goedkoopste: 340 euro voor het hele magazijn. Wat er niet in stond, bleek achteraf de kern. De inspecteur trof elf oranje bevindingen aan, waarvan er zeven binnen vier weken hersteld moesten zijn. De herkeuring viel buiten de offerte, het inmeten van de vakbelastingen ook, en de vijf belastingborden die volgden kwamen apart op de factuur. De eindrekening lag boven de duurste van de drie offertes. Niet omdat iemand oneerlijk was, maar omdat er op één regel was vergeleken.

Waarom onafhankelijkheid meetelt

Een deel van de keuringsmarkt bestaat uit partijen die ook stellingen leveren, monteren of repareren. Dat is niet per definitie een probleem, maar het is wel een belang dat u moet kennen.

Een inspecteur die zelf de vervangende staander verkoopt, beoordeelt de grens tussen groen en oranje in een andere context dan een inspecteur die alleen rapporteert. Sommige aanbieders lossen dat zelf op door de keuring uit te besteden aan een onafhankelijke partner.

Vraag daarom bij offertes standaard wie het rapport ondertekent en of diezelfde partij ook het herstel factureert. Het antwoord hoeft geen bezwaar te zijn; het niet weten wel.

Waar u op let bij een offerte

Zes vragen maken offertes vergelijkbaar en voorkomen het grootste deel van de nacalculatie.

Vraag ten eerste of de prijs vast is of op nacalculatie, en waar de grens ligt. Vraag ten tweede of voorrijkosten en reistijd apart worden gerekend of binnen het dagdeel vallen.

Vraag ten derde wat de herkeuring kost en wanneer die als nieuw bezoek telt. Vraag ten vierde of het inmeten en doorrekenen van vak- en veldbelastingen is inbegrepen, en of de belastingborden dat zijn.

Vraag ten vijfde in welke vorm u het rapport krijgt en of de bevindingen zijn geclassificeerd volgens de norm, met foto's en meetwaarden. Een rapport zonder meetwaarden is bij een incident weinig waard.

En vraag ten zesde hoe de bevindingen bij u binnenkomen. Een rapport dat in een mailbox blijft hangen, verandert niets. Wat wel werkt, is dat elke bevinding als taak met een datum en een eigenaar in uw arbeidsmiddelenregister terechtkomt, gekoppeld aan uw risico-inventarisatie. Dan is de keuring geen kostenpost maar het startpunt van de opvolging.

Dit artikel beschrijft marktprijzen die op het moment van schrijven zijn gepubliceerd en die per aanbieder en per situatie verschillen. Vraag altijd een offerte op basis van uw eigen magazijn.

Veelgestelde vragen

De tarieven die keuringsbedrijven in Nederland publiceren liggen dicht bij elkaar: ongeveer 65 euro per uur exclusief btw, ongeveer 425 euro per dagdeel van vier uur, en instapprijzen tussen 225 en 395 euro voor een compleet klein magazijn. Daarbovenop komen bij de meeste aanbieders voorrijkosten van 45 tot 65 euro. Voor een groot distributiecentrum werkt vrijwel iedereen op offerte na een locatiebezoek.

Niet in Nederland. Geen enkele aanbieder publiceert een tarief per strekkende meter, per sectie of per staander. De gangbare eenheden zijn uur, dagdeel of een vaste prijs voor het hele magazijn. Krijgt u een offerte per meter, vraag dan expliciet hoe het aantal meters is bepaald en wat er gebeurt als de werkelijke omvang afwijkt.

Dat verschilt per aanbieder en het is een van de grootste verschillen tussen offertes. Sommige bedrijven rekenen niets, andere een vast bedrag rond 45 tot 65 euro per bezoek, en weer andere een vast bedrag tot dertig kilometer met daarboven een kilometertarief van ongeveer 0,85 euro. Bij een dagdeeltarief wordt de reistijd soms binnen het dagdeel gerekend, wat effectief inspectietijd kost.

Hier bestaat geen marktstandaard. Sommige aanbieders nemen vervolginspecties op in een vaste jaarprijs, andere adverteren met een gratis herkeuring na een verbeterplan, en weer andere rekenen gewoon opnieuw uurtarief plus voorrijkosten. Vraag dit expliciet uit voordat u tekent, want juist bij een eerste keuring is de kans op een tweede bezoek groot.

De wet noemt geen frequentie. Artikel 7.4a van het Arbobesluit zegt dat een arbeidsmiddel wordt gekeurd zo dikwijls als ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is. In de toelichting op het Arbobesluit wordt eenmaal per jaar als veilige ondergrens genoemd, en de norm NEN-EN 15635 hanteert voor de deskundige inspectie een interval van ten hoogste twaalf maanden. Daarnaast schrijft de norm frequente visuele controles voor.

Op papier wel. Een eendaagse opleiding kost 285 tot 395 euro en de norm zelf ongeveer 180 euro, samen ongeveer evenveel als één externe keuring. Maar u koopt daarmee vooral de bevoegdheid om de frequente visuele controles goed te doen, en dat is precies het deel dat u sowieso zelf moet organiseren. Voor de jaarlijkse deskundige inspectie weegt onafhankelijkheid zwaar, zeker als u zelf ook repareert.

Dat is te kort door de bocht. In de gangbare aansprakelijkheidspolissen staat geen verplichting tot het keuren van magazijnstellingen. Wat wel geldt: staat er een preventie- of keuringsclausule op uw polisblad of clausuleblad, dan is naleving daarvan een dekkingsvoorwaarde en kan een verzekeraar dekking weigeren. Lees dus uw clausuleblad in plaats van af te gaan op wat een verkoper zegt.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora