Ontwerpnorm versus keuringsnorm
De meeste vragen over stellingnormen gaan over inspectie. Hoe vaak moet er gekeurd worden, wie mag dat doen, wat staat er in het rapport. Dat is het domein van NEN-EN 15635.
Maar er is een norm die daaraan voorafgaat en die bepaalt waar de keuring straks tegenaan meet. Dat is NEN-EN 15512, de norm voor de constructieve berekening van verstelbare palletstellingen.
Het onderscheid is niet academisch. Als de onderbouwing uit 15512 ontbreekt, weet u niet hoeveel er in een vak mag, kunt u geen geldig belastingbord ophangen en heeft een keurmeester geen referentie om uw stelling aan te toetsen.
Wat NEN-EN 15512 regelt
De norm beschrijft aan welke technische eisen het ontwerp en de constructie van een verstelbare palletstelling moeten voldoen. Het is een rekennorm, geen gebruiksnorm. Veiligheidsaccessoires zoals palletstoppers en achterwandbeveiliging horen daarom in de configuratie te worden meegenomen en niet achteraf te worden bedacht.
Onder de motorkap gaat het om zaken als het draagvermogen van staanders en liggers, de keuze van materialen, de manier van verankering en de speling die in de constructie zit wanneer een heftruck onbedoeld een staander raakt.
Een belangrijk onderdeel is dat de norm werkt met beproeving. Omdat geperforeerde koudgewalste profielen zich niet zuiver laten narekenen, schrijft de norm testmethoden voor waarmee de fabrikant de werkelijke sterkte van zijn verbindingen vaststelt.
Dat verklaart ook waarom u bij een stelling zelden een simpele formule krijgt en altijd een leveranciersspecifieke tabel. De cijfers horen bij dat ene systeem, niet bij palletstellingen in het algemeen.
Welke versie geldt
Op 1 juni 2022 publiceerde NEN de uitgave NEN-EN 15512:2020+A1:2022, met als titel de principes voor constructief ontwerp van verstelbare palletstellingsystemen van staal.
Daarvoor waren er uitgaven uit 2009, 2017 als ontwerp en 2018. Die zijn ingetrokken. Wie in een offerte of een oud rapport nog een verwijzing naar 15512:2009 ziet staan, kijkt naar verouderde documentatie.
Dit is dezelfde valkuil als bij de keuringsnorm, waar leveranciers soms met jaartallen adverteren die niet bestaan. Vraag bij twijfel simpelweg welke uitgave is gehanteerd en laat dat in de berekeningsnota terugkomen.
De Nederlandse aanvulling A1:2022
De A1-aanvulling is wat een nationale A-afwijking heet: een land voegt eisen toe omdat de nationale wetgeving daarom vraagt. In dit geval gebeurde dat omdat magazijnstellingen in Nederland anders worden behandeld dan elders in Europa.
De aanvulling stelt onder meer extra eisen aan het voorkomen van voortschrijdende instorting, het domino-effect waarbij het bezwijken van één deel de hele rij meeneemt. Daarnaast bevat A1 eisen over windbelasting op de stelling binnen het gebouw.
Er zijn ook aanvullende bepalingen over de levensduur die in het ontwerp moet worden meegenomen en over stellingen die worden gebruikt voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Die laatste raakt direct aan uw PGS 15-opslag.
Voor u als gebruiker betekent dit vooral iets bij nieuwbouw en uitbreiding. Een stelling die in 2019 is berekend, is niet automatisch fout, maar een stelling die vandaag wordt geleverd hoort aan de actuele uitgave inclusief A1 te voldoen.
Een distributiecentrum breidde een bestaande stellingrij uit met vier extra velden van dezelfde leverancier. De montage verliep vlekkeloos, maar bij de eerstvolgende keuring bleek de verankering van de nieuwe velden afwijkend uitgevoerd ten opzichte van het voorschrift. De oorzaak was banaal: de monteur had de vloerdikte van het oude deel aangehouden en de nieuwe velden stonden op een later gestorte vloer. Zonder de berekeningsnota erbij was dat verschil nooit opgevallen.
Stellingen en de bouwregelgeving
Hier zit het verschil dat Nederland bijzonder maakt. In tegenstelling tot de meeste Europese lidstaten worden magazijnstellingen hier als bouwwerk beschouwd en moeten ze daarom voldoen aan de Nederlandse bouwregelgeving.
Dat heeft praktische gevolgen. Boven bepaalde hoogtes komt een vergunningplicht en een constructieve toetsing in beeld, en bouw- en woningtoezicht kan om de berekeningen vragen. Binnen de vakwereld van bouwtoezicht loopt hier al enige jaren een discussie over de juiste toetsingssystematiek.
Voor uw situatie is de les eenvoudig: ga er niet vanuit dat een stelling alleen een arbo-onderwerp is. Bij nieuwbouw, verhuizing of een forse uitbreiding is het verstandig om de vergunningvraag actief bij de gemeente neer te leggen. Meer over de arbeidsrechtelijke kant leest u in ons artikel over arbowetgeving en magazijnstellingen.
De rest van de normenfamilie
NEN-EN 15512 staat niet alleen. Er is een reeks normen die elk een ander stuk van de levenscyclus van een stelling afdekt, en het loont om te weten welke waarover gaat.
NEN-EN 15620 gaat over toleranties, vervormingen en vrije ruimtes. Dat is de norm die bepaalt hoeveel speling er tussen pallet en constructie moet zitten en hoe recht een stelling moet staan.
NEN-EN 15629 gaat over de specificatie van de levering: wat de koper moet opgeven en wat de leverancier moet vastleggen. Dat is precies het document dat u later mist als het niet is opgesteld.
NEN-EN 15635 gaat over gebruik en onderhoud, inclusief het inspectieregime met de drie niveaus en de schadeclassificatie. Dat is de norm waar uw jaarlijkse stellingkeuring op rust.
Wat u bij aankoop opvraagt
De norm is voor u vooral bruikbaar als boodschappenlijstje. Dit is wat er bij oplevering in uw dossier hoort te liggen.
Ten eerste de belastinggegevens: het toegestane gewicht per liggerpaar en per veld, en de configuratie waarvoor die waarden gelden. Zonder die twee samen zegt een getal niets.
Ten tweede het verankeringsvoorschrift, inclusief het type anker, het aantal per voetplaat en de eisen aan de vloer. Verankering is bij een aanrijding vaak het verschil tussen schade en instorting.
Ten derde de montage- en gebruiksvoorschriften van de fabrikant, en de opgave van de gehanteerde normuitgave. Vraag daarnaast expliciet naar de berekeningsnota, ook als u die zelf niet gaat lezen. Uw constructeur of keurmeester heeft er later wel wat aan.
Van berekening naar belastingbord
Het belastingbord is de zichtbare uitkomst van de berekening. Wat erop staat komt rechtstreeks uit de leveranciersgegevens die onder NEN-EN 15512 zijn vastgesteld.
Dat verklaart waarom keuringsbedrijven het inmeten en doorrekenen van vak- en veldbelastingen apart factureren. Het is geen inspectie maar een herleiding, en soms een volledige herberekening als de brongegevens ontbreken.
Wat er precies op zo'n bord hoort te staan en waar het moet hangen, beschrijven we in ons artikel over belastingbordjes op stellingen. De korte versie: zonder onderbouwing is een bord een decoratie en geen bewijsstuk.
Als u de stelling wijzigt
Dit is het punt waarop het in de praktijk het vaakst misgaat, en het gaat bijna altijd goedbedoeld mis.
Een liggerniveau verhangen omdat er een hoger product bij is gekomen, lijkt een onschuldige handeling. Constructief is het dat niet: de hoogte van het eerste liggerniveau en de afstanden tussen niveaus zijn ingangsvariabelen van de berekening.
Hetzelfde geldt voor het weghalen van een tussenligger, het toevoegen van een niveau of het veranderen van het opslagmedium. In al die gevallen verandert de belastingsituatie en daarmee de geldigheid van uw belastinggegevens.
Spreek daarom af dat wijzigingen aan de stelling alleen gebeuren met toestemming van de aangewezen verantwoordelijke voor de opslagvoorziening, en dat er daarna nieuwe belastinggegevens worden opgevraagd. Dat is dezelfde persoon die onder NEN-EN 15635 de inspecties borgt.
Tweedehands en gemengde stellingen
Tweedehands stellingmateriaal is legitiem en vaak verstandig, maar het vraagt om een extra stap in de administratie.
Het kernpunt is dat de berekening geldt voor een specifieke combinatie van staander, ligger en verbinding van één fabrikant. Onderdelen van verschillende merken passen soms fysiek, maar de onderbouwing loopt dan niet meer door.
Bij overname van een pand inclusief stellingen is het opvragen van de oorspronkelijke leveranciersgegevens onderdeel van de overdracht. Gebeurt dat niet, dan koopt u een constructie zonder papieren en wordt een herberekening onvermijdelijk.
Wees ook alert bij demontage en hermontage na een verhuizing. Herbruikte ankers zijn een klassieke fout, en de vloer op de nieuwe locatie heeft zelden dezelfde eigenschappen. Zie ook ons artikel over de RI&E bij een verhuizing.
Ontwerp en aanrijdschade
Er loopt een directe lijn van de ontwerpnorm naar de schade die u tijdens een keuring tegenkomt. De norm houdt namelijk rekening met het gegeven dat een stelling in een bemand magazijn een keer wordt geraakt.
De grenswaarden die bij inspectie worden gehanteerd, zijn geen willekeurige getallen. Ze komen voort uit de aanname over restcapaciteit die in het ontwerp is verwerkt. Een staander die vijf millimeter uit het lood staat is daarom niet toevallig de grens tussen registreren en herstellen.
Dat maakt fysieke bescherming aan de basis geen luxe. Aanrijdbeveiliging voorkomt dat de constructie buiten haar ontworpen marge raakt. Meer daarover in ons artikel over aanrijdbeveiliging in het magazijn, en over herstel in ons artikel over de beschadigde magazijnstelling.
Wat u vastlegt in het dossier
De wettelijke haak onder dit alles is artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit: arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden die tot verslechtering leiden, worden gekeurd, en de schriftelijke bewijsstukken zijn op de arbeidsplaats aanwezig.
Daarboven staat de zorgplicht uit de Arbeidsomstandighedenwet. Die vraagt niet om normkennis maar om aantoonbaarheid, en dat is precies waar een compleet stellingdossier voor dient.
Praktisch houdt u vijf dingen bij elkaar: de leveranciersgegevens en berekeningsnota, het verankerings- en montagevoorschrift, de actuele belastinggegevens per configuratie, de inspectierapporten en het logboek van wijzigingen. Wie dat in één plek onderhoudt, hoeft bij een controle van de Arbeidsinspectie niet te zoeken.
Het bijhouden van dat dossier is saai werk dat in de waan van de dag als eerste sneuvelt. Toch is het exact het onderdeel dat later het verschil maakt, omdat u zonder papier niet kunt aantonen dat u het goed hebt gedaan.
Veelgestelde vragen
NEN-EN 15512 gaat over het ontwerp en de constructieve berekening van een verstelbare palletstelling. Die norm richt zich op de fabrikant en de leverancier. NEN-EN 15635 gaat over het gebruik en het onderhoud van opslagvoorzieningen en richt zich op u als gebruiker. In de praktijk hebt u de uitkomsten van 15512 nodig om aan 15635 te kunnen voldoen, want zonder belastinggegevens kunt u niet beoordelen of de stelling correct wordt gebruikt.
De geldende uitgave is NEN-EN 15512:2020+A1:2022. De aanvulling A1 is op 1 juni 2022 door NEN gepubliceerd en geldt specifiek voor de Nederlandse markt. Oudere versies uit 2009 en 2018 zijn ingetrokken. Let bij offertes op de vermelde jaartallen, want leveranciers verwijzen soms nog naar een ingetrokken uitgave.
Nee. NEN-EN 15512 is een ontwerpnorm die is geschreven voor constructeurs en fabrikanten. Wat u nodig hebt zijn de resultaten: de belastinggegevens per veld en per ligger, het verankeringsvoorschrift en de montagevoorschriften. Die hoort uw leverancier bij oplevering aan te leveren. Voor uw eigen inspectieregime is NEN-EN 15635 de norm die u wel wilt hebben.
Voortschrijdende instorting is het domino-effect waarbij het bezwijken van één stellingdeel de rest meesleept. De Nederlandse aanvulling A1:2022 stelt hier extra eisen aan, omdat de gevolgen van zo'n instorting in een bemand magazijn zeer groot zijn. Praktisch komt het neer op eisen aan verankering, stabiliteit en het beperken van de gevolgen van een aanrijding.
Constructief is dat niet vanzelfsprekend. De berekening onder NEN-EN 15512 geldt voor een specifieke combinatie van staander, ligger en verbinding van één fabrikant. Wisselt u onderdelen tussen merken, dan vervalt de onderbouwing waarop uw belastinggegevens rusten. Wilt u toch mengen, laat dat dan schriftelijk bevestigen door een constructeur of door de leverancier.
Nee, een palletstelling is geen machine en kent geen geharmoniseerde CE-markering zoals u die op arbeidsmiddelen ziet. De borging loopt via de constructieve berekening volgens NEN-EN 15512, de montagevoorschriften van de fabrikant en, in Nederland, via de bouwregelgeving. Een leverancier die met een CE-markering op de stelling schermt, verwart dat waarschijnlijk met iets anders.
In Nederland worden magazijnstellingen als bouwwerk gezien, wat in de meeste andere Europese landen niet zo is. Voor hoge constructies kan daardoor een vergunningplicht en een constructieve toetsing gelden. De praktijk verschilt per gemeente en per situatie, dus vraag dit voor een nieuwe installatie na bij uw gemeente en laat uw leverancier de berekeningsnota aanleveren.
Dan is er een constructieve beoordeling nodig door een deskundige partij die de stelling inmeet en doorrekent. Dat is duurder dan het opvragen van gegevens, maar zonder onderbouwing kunt u geen belastingbord ophangen en kunt u bij een inspectie niet aantonen dat de stelling binnen zijn capaciteit wordt gebruikt. Reken dit mee bij de aankoop van een pand met bestaande stellingen.