RI&E laten opstellen? Complete bundel + toetsing, vaste prijs. RI&E uitbesteden? Vaste prijs. · Inclusief jaarlijkse update en inspectie-proof dossier Hoe het werkt →

Doorvalbeveiliging in een palletstelling: wanneer verplicht en welke maatregel past

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 13 september 2026 · Leestijd 9 minuten
Relevant voor

Een pallet die aan de achterzijde van een stelling wordt doorgeschoven valt zes meter naar beneden. Artikel 3.17 van het Arbobesluit verplicht u dat gevaar te voorkomen, en NEN-EN 15635 werkt uit hoe. De keuze gaat tussen achterwandgaas, doorschuifbeveiliging en steunbalken, en die keuze hangt af van wat er achter of onder de stelling gebeurt. Het is geen norm die zegt dat het altijd moet, maar wel een verplichting om het risico te beoordelen.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Wat er precies misgaat

Een heftruckchauffeur plaatst een pallet in het derde niveau en duwt hem een stukje te ver. Er zit niets achter de stelling, dus de pallet kantelt over de achterste ligger en valt zes meter naar beneden.

Dit is het scenario waar doorvalbeveiliging voor bestaat, en het gaat vrijwel nooit om een onervaren chauffeur. Het gaat om beperkt zicht op hoogte, om een pallet die niet netjes op maat is en om een vak dat een paar centimeter te diep is voor de lading.

Het gevolg hangt volledig af van wat eronder of erachter gebeurt. Valt de pallet in een lege gang, dan is het materiële schade. Loopt daar een orderpicker, dan is het een ongeval met ernstig of dodelijk letsel.

Dit artikel beschrijft wanneer u een voorziening moet treffen, welke drie typen er zijn en hoe u kiest tussen gaas, buizen en steunbalken.

Palletstelling met achterwandbeveiliging boven een looproute in een magazijn

Wat de wet erover zegt

In de Nederlandse wetgeving komt het woord doorvalbeveiliging niet voor. Dat leidt vaak tot de conclusie dat het een advies van de leverancier is en geen verplichting.

De grondslag zit in artikel 3.17 van het Arbeidsomstandighedenbesluit: het gevaar om getroffen of geraakt te worden door voorwerpen of producten moet worden voorkomen, en waar dat niet kan zoveel mogelijk beperkt.

Dat is een doelvoorschrift en geen middelvoorschrift. De wet schrijft geen gaas voor maar wel een resultaat, en u bepaalt zelf met welke maatregel u dat resultaat bereikt.

De rangorde waarin u die maatregel kiest is wel voorgeschreven en volgt de arbeidshygiënische strategie. Een looproute verplaatsen is dus een betere maatregel dan gaas ophangen, en dat is precies de afweging die vaak wordt overgeslagen.

De rol van NEN-EN 15635

Waar het Arbobesluit het doel stelt, werkt NEN-EN 15635:2008 uit hoe u een opslagvoorziening veilig toepast en onderhoudt.

De norm behandelt de verantwoordelijkheid van de gebruiker: de aanwijzing van een verantwoordelijke voor de opslagveiligheid, de dagelijkse en periodieke inspecties, en de beoordeling van beschadigingen.

Voor doorvalbeveiliging is de kernboodschap dat plaatsen waar personen zich onder of achter een stelling kunnen bevinden, beveiligd moeten zijn tegen vallende lading.

De norm is een richtlijn en geen wet, maar hij geldt als de geldende stand van de techniek. Wie ervan afwijkt moet kunnen uitleggen waarom de eigen oplossing gelijkwaardig is. Wat de norm verder van u vraagt, staat in ons artikel over NEN-EN 15635.

Wanneer het verplicht wordt

De vraag is niet of u palletstellingen hebt maar wat er aan de achterzijde en onderzijde gebeurt. Loop de stelling daarom letterlijk rond en beoordeel per gangzijde.

Deze situaties vragen vrijwel altijd een voorziening: een looproute achter de stelling, een rug-aan-rug opstelling met een tussenruimte, een orderpickzone of werkplek onder hoger gelegen palletniveaus, en een stelling die grenst aan een expeditie- of laadzone.

Deze situaties vragen dat meestal niet: een enkelzijdige stelling tegen een massieve bouwmuur zonder arbeidsplaats erachter, en een stelling waarvan alleen het vloerniveau wordt gebruikt.

Let op de rug-aan-rug opstelling

De meest onderschatte situatie is de dubbele stelling waarbij twee rijen met hun rug naar elkaar staan, met een tussenruimte van tien tot twintig centimeter.

Daar valt een doorgeschoven pallet niet naar beneden maar hij blijft klemmen, kantelt of duwt de lading uit het tegenoverliggende vak. Dat laatste is gevaarlijker, omdat het product dan aan de andere kant naar buiten komt waar iemand aan het werk is.

In die opstelling is een tussenverbinding met doorschuifbeveiliging per vakniveau de gebruikelijke oplossing. Gaas is er ongeschikt omdat het de tussenruimte niet overbrugt en niet te onderhouden is.

Achterwandgaas

Achterwandgaas is een wand van gaaspanelen die achter de volledige stelling wordt gemonteerd, meestal over de hele hoogte of tot de hoogte waar risico bestaat.

Het grote voordeel is dat het niet alleen pallets tegenhoudt maar ook losse dozen, omdoosjes en klein product. In een orderpickzone waar mensen vakken half leeghalen, is dat het verschil tussen werken en niet werken.

Het nadeel is dat het de luchtstroom en het zicht beperkt, en dat het bij sprinklerinstallaties invloed kan hebben op de wateraanvoer naar lagere niveaus, zeker bij stellingen met sprinklerkoppen in de stelling. Overleg dat met uw brandveiligheidsadviseur.

Doorschuifbeveiliging

Doorschuifbeveiliging bestaat uit horizontale buizen of profielen die per vak aan de achterzijde worden gemonteerd, doorgaans op twee hoogten zodat de pallet niet kan kantelen.

De voorziening werkt eerder in de keten dan gaas. De pallet wordt tegengehouden voordat hij de rand bereikt, waardoor er ook geen last op de achterwand komt.

Dat maakt het de geschiktere keuze bij zware pallets en bij rug-aan-rug opstellingen. De beperking is dat er alleen pallets worden gestopt: los product tussen de buizen door valt nog steeds.

De montagehoogte is het detail dat het vaak fout laat gaan. Zit de onderste buis te laag, dan schuift een pallet er bovenop en kantelt hij alsnog. De hoogte moet passen bij uw palletsoort en ladinghoogte.

Doorschuifbeveiliging met horizontale buizen aan de achterzijde van een palletvak

Steunbalken en pallets

Steunbalken of palletdragers lossen een ander probleem op en worden er vaak mee verward. Zij voorkomen niet dat een pallet naar achteren valt maar dat hij tussen de liggers door zakt.

Dat speelt zodra de pallet niet in de goede richting op de liggers staat, zodra hij beschadigd is, of zodra u een halve of afwijkende pallet gebruikt die de liggerafstand niet overbrugt.

De praktische regel is dat u steunbalken nodig hebt bij afwijkende palletmaten, bij pallets van slechte kwaliteit en bij losse producten die zonder pallet worden opgeslagen.

Dat u niet zomaar iets in een vak legt, hangt samen met de ontwerpuitgangspunten van de stelling. Die staan beschreven in ons artikel over NEN-EN 15512 en stellingontwerp, en de toegestane lasten staan op de belastingbordjes.

De maatregelen vergeleken

Deze tabel zet de drie voorzieningen naast elkaar op de punten die de keuze bepalen.

VoorzieningHoudt tegenGeschikt bij
AchterwandgaasPallets en los productOrderpicken, looproutes achter de stelling
DoorschuifbeveiligingAlleen de palletZware pallets, rug-aan-rug opstelling
SteunbalkenDoorzakken tussen liggersAfwijkende of beschadigde pallets
Looproute verplaatsenNeemt het risico wegAltijd eerst beoordelen

Combineren mag en is vaak de beste uitkomst: doorschuifbeveiliging op de hoge niveaus waar pallets staan en gaas op de picklaag waar losse artikelen liggen.

Sterk genoeg dimensioneren

Een voorziening die de last niet aankan geeft een vals gevoel van veiligheid, en dat is in de praktijk een reëel probleem.

Reken daarom met uw zwaarste pallet en niet met het gemiddelde. Een pallet van twaalfhonderd kilo die door een reachtruck wordt ingezet, geeft een stootbelasting waar lichte netten en dunne buizen niet op ontworpen zijn.

Vraag de leverancier om de opgegeven capaciteit en leg die naast uw eigen palletgewichten. Let daarbij ook op de bevestiging: een sterke buis in een zwakke koppeling is precies zo sterk als die koppeling.

In praktijk

Een groothandel had een rug-aan-rug stelling waarbij aan de ene zijde met pallets werd gewerkt en aan de andere zijde was omgebouwd naar orderpicken op de eerste twee niveaus. De doorschuifbeveiliging zat er sinds de bouw, maar alleen op de niveaus die bij oplevering als palletniveau waren ingericht. Na de ombouw zat er op de picklagen niets, en daar werd juist gelopen. Bij een bijna-ongeval viel een doos van vier meter hoogte een meter naast een medewerker. De oplossing was gaas op de twee picklagen over de volledige lengte en een vaste regel dat elke herinrichting van een vak een beoordeling van de beveiliging vereist.

Smalgangen en hoogbouw

In een smalgangenmagazijn verandert de afweging. De gangen zijn nauwer, de hoogtes groter en er rijdt materieel dat op rails of op inductie wordt gestuurd.

Het valgevaar voor personen is daar juist kleiner omdat er tijdens bedrijf geen mensen in de gang mogen zijn. De aandacht verschuift naar de kopse einden van de gangen en naar de zones waar de operator in- en uitstapt.

Beveilig daarom in hoogbouw vooral de gangeinden, de doorgangen tussen blokken en de plekken waar orderpicken en machinaal werken elkaar raken. Voor de keuze van materieel in die opstelling verwijzen wij naar ons artikel over de smalgangentruck.

Meenemen in de inspectie

Doorvalbeveiliging is een veiligheidscomponent en verdient dezelfde aandacht als de liggers en staanders zelf.

Neem daarom drie punten mee in de periodieke stellinginspectie: zitten alle panelen en buizen nog vast, is er iets verbogen door een aanrijding, en zijn er vakken of niveaus bijgekomen zonder dat de beveiliging is meegegroeid.

Dat laatste is de meest voorkomende afwijking. Magazijnen worden voortdurend heringericht en de beveiliging blijft achter bij de nieuwe indeling.

Verbogen beveiliging is bovendien een signaal. Het betekent dat er een aanrijding of een doorschuifincident is geweest dat niet is gemeld, en dat is aanleiding om ook de staanders te laten beoordelen zoals beschreven in ons artikel over een beschadigde magazijnstelling. Hoe de inspectie zelf verloopt, staat in ons artikel over de stellingkeuring.

Vastleggen in de RI&E

Omdat artikel 3.17 een doelvoorschrift is, moet uit uw dossier blijken dat u het risico hebt beoordeeld en welke keuze daaruit volgde.

Neem per stellingblok op wat zich erachter en eronder bevindt, welke maatregel is getroffen en waarom. Een blok zonder beveiliging is geen tekortkoming zolang u kunt onderbouwen dat er geen arbeidsplaats achter zit.

Verwerk dat in uw RI&E voor het magazijn en koppel het aan het plan van aanpak als er nog iets moet gebeuren.

Denk daarbij ook aan de aanrijdrisico's op vloerniveau, waar staanders en hoeken de kwetsbare punten zijn. Daarover schrijven wij in ons artikel over aanrijdbeveiliging. Een inspecteur van de Nederlandse Arbeidsinspectie vraagt bij stellingen vrijwel altijd eerst naar deze beoordeling en niet naar de losse voorziening.

Inspectie van de achterzijde van een palletstelling langs een looproute

Veelgestelde vragen

Er bestaat geen wetsartikel dat het woord doorvalbeveiliging noemt. Wat wel verplicht is, staat in artikel 3.17 van het Arbobesluit: het gevaar om getroffen te worden door vallende voorwerpen moet worden voorkomen of zoveel mogelijk beperkt. Zit er een looproute, een werkplek of een orderpickzone achter of onder de stelling, dan is een fysieke voorziening in de praktijk de enige maatregel die dat gevaar wegneemt, en dan is ze dus verplicht.

Achterwandgaas is een panelenwand achter de volledige stelling die een doorgeschoven pallet of los product opvangt. Doorschuifbeveiliging bestaat uit horizontale buizen of profielen per vak, meestal op twee hoogtes, die de pallet tegenhouden voordat hij over de rand gaat. Gaas houdt ook losse dozen en klein product tegen, doorschuifbeveiliging alleen de pallet zelf. Voor een orderpickzone met losse artikelen is gaas daarom vaak de betere keuze.

Niet per definitie. Staat de stelling tegen een massieve buitenmuur en is er aan de andere zijde geen arbeidsplaats, dan is het risico al weggenomen door de bouwkundige situatie. Let wel op twee dingen: de vrije ruimte tussen stelling en muur waar een pallet in kan zakken, en de vraag of de muur de stootbelasting van een pallet aankan. Een gipswand of een sandwichpaneel is geen doorvalbeveiliging.

Op vloerniveau is er geen valgevaar, dus daar is doorvalbeveiliging niet nodig. Wel kan een pallet aan de achterzijde uitsteken en een looproute versperren of bekneld raken. Op de onderste laag gaat het dus om positionering en niet om valbeveiliging. Vanaf de eerste laag boven vloerniveau begint het valgevaar en daarmee de verplichting uit artikel 3.17.

Aanbouwen van componenten aan een bestaande stelling mag alleen met onderdelen die door de leverancier van die stelling zijn vrijgegeven, of na een berekening waarin de extra belasting op de staanders is meegenomen. Een beveiliging die aan de liggers wordt gehangen brengt kracht op plekken waar het ontwerp die niet verwacht. Laat de aanpassing daarom afstemmen met de leverancier of een stellingadviseur.

De maatstaf is uw zwaarste pallet bij de snelheid waarmee die realistisch wordt ingezet, niet het gemiddelde. Een pallet van 1.200 kilo die door een reachtruck wordt geplaatst geeft een aanzienlijke stootbelasting, en lichte netten of dunne buizen houden dat niet. Vraag de leverancier naar de opgegeven energieabsorptie en leg die naast uw eigen palletgewichten uit het lastdiagram.

Ja, en daar is het complexer. Bij een doorrolstelling moet de pallet aan de uitneemzijde gestopt worden door een eindstop die bij de baan hoort, en bij een inrijstelling is een achterstop nodig omdat de heftruck de pallet naar binnen duwt zonder zicht op het einde. Dit zijn ontwerpvoorzieningen die in de configuratie horen te zitten en zich niet achteraf laten improviseren.

Ja. NEN-EN 15635 vraagt een periodieke beoordeling van de complete opslagvoorziening, en de veiligheidscomponenten horen daarbij. Controleer of gaaspanelen nog vastzitten, of buizen niet verbogen zijn door een eerdere aanrijding en of er geen vakken zijn bijgeplaatst zonder beveiliging. Verbogen beveiliging is bovendien een aanwijzing dat er een incident is geweest dat nooit is gemeld.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora