RI&E laten opstellen? Complete bundel + toetsing, vaste prijs. RI&E uitbesteden? Vaste prijs. · Inclusief jaarlijkse update en inspectie-proof dossier Hoe het werkt →

Stellingverankering in het magazijn: eisen, controle en dossier

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 18 september 2026 · Leestijd 10 minuten
Relevant voor

Een palletstelling ontleent zijn stabiliteit niet aan eigen gewicht maar aan de verbinding met de vloer. NEN-EN 15635 eist dat alle staanders zijn verankerd volgens het voorschrift van de fabrikant, en het Arbobesluit maakt u verantwoordelijk voor de staat waarin die verankering verkeert. Een losgetrokken of ontbrekend anker is in de praktijk de meest onderschatte oorzaak van instabiliteit in een magazijn.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Waarom verankering bepalend is

Een palletstelling is een slanke staalconstructie die zijn stabiliteit maar voor een klein deel aan eigen gewicht ontleent. Het meeste komt uit de verbindingen: de schoren in de frames, de liggerhaken in de staanders en de verankering in de vloer.

Die verankering doet twee dingen tegelijk. Ze houdt de voet op zijn plaats bij horizontale krachten, en ze voorkomt dat een staander kan kantelen om zijn eigen voetplaat.

Horizontale krachten zijn er altijd. Een heftruck die een pallet inzet, een chauffeur die een ligger raakt, een pallet die schuin wordt neergezet: het zijn kleine stoten, maar ze komen dagelijks en ze komen op hoogte.

Zonder anker verplaatst die stoot zich naar de voet, en daar is niets dat hem opvangt. Dat is de reden dat stellingen die er verder gaaf uitzien alsnog kunnen scheefzakken of, in het ergste geval, in een ketting omgaan.

Palletstellingen met verankerde staanders in een werkend magazijn

Wat de regelgeving eist

De Nederlandse wetgeving noemt geen ankerbouten. Ze legt de verantwoordelijkheid neer en verwijst voor de invulling naar de stand van de techniek.

Het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht u in artikel 3.2 om de arbeidsplaats veilig in te richten en te onderhouden, en in artikel 7.4 om arbeidsmiddelen in goede staat te houden. Artikel 7.4a regelt de keuring van arbeidsmiddelen waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie.

De praktische invulling staat in NEN-EN 15635, de NEN-norm voor gebruik en onderhoud van opslagsystemen. Die eist dat alle staanders zijn verankerd volgens de voorschriften van de fabrikant, en maakt de verankering een expliciet controlepunt bij inspectie.

Het ontwerp zelf komt uit NEN-EN 15512, waarin de krachten in de constructie worden berekend. Uit die berekening volgt de belasting per voet, en daaruit de ankeropgave. Ons artikel over NEN-EN 15512 beschrijft die rekengang.

De Nederlandse Arbeidsinspectie toetst bij een onderzoek niet of u de norm uit het hoofd kent, maar of de opstelling overeenkomt met het voorschrift en of u dat kunt laten zien.

Hoeveel ankers per staander

Het aantal ankers is geen keuze van de monteur. Het staat in de montagehandleiding die bij uw specifieke opstelling hoort.

Bij een gangbare palletstelling tot ongeveer zes meter hoogte is één anker per voetplaat de meest voorkomende basisuitvoering. Zodra de opstelling hoger wordt, of de gangen smaller, of de belasting per niveau zwaarder, schrijven leveranciers regelmatig twee ankers per voet voor.

Ook de plaats in de rij telt mee. Kopse frames en frames naast een doorrijopening vangen meer horizontale kracht op en krijgen vaker een zwaardere ankeropgave dan de frames midden in een rij.

Wat u in geen geval kunt doen, is het aantal uit een andere rij overnemen. Twee opstellingen in hetzelfde pand kunnen een verschillende opgave hebben omdat ze een andere hoogte, een ander vakgewicht of een andere leverancier hebben.

Waar het getal vandaan komt

De leverancier rekent per voet een trekkracht en een dwarskracht uit. Het anker moet beide kunnen opnemen, met de veiligheidsfactor die bij de beoordeling van dat anker hoort.

Daarbij hoort ook een minimale inbouwdiepte en een minimale afstand tot de rand van de vloer of tot een naad. Ankers te dicht bij een dilatatievoeg verliezen een groot deel van hun draagvermogen, omdat het beton daar niet meer rondom kan tegenhouden.

Soorten ankers en ondergrond

Voor stellingvoeten worden in de praktijk twee families gebruikt. Mechanische ankers klemmen zich vast door een conus of huls die bij het aanhalen uitzet. Chemische ankers verankeren een draadstang met een injectiemortel in een geboord gat.

Mechanisch is sneller en direct belastbaar. Chemisch geeft doorgaans een hoger draagvermogen en werkt beter in beton van mindere kwaliteit of dichter bij een rand, maar vraagt om uithardingstijd en om zorgvuldig uitblazen en borstelen van het boorgat.

Belangrijker dan het type is de beoordeling. Betonankers hebben een Europese technische beoordeling waarin staat voor welke situatie ze zijn toegelaten: ongescheurd beton, gescheurd beton, of beide.

Magazijnvloeren gedragen zich in de praktijk als gescheurd beton. Er zitten krimpscheuren in, er wordt zwaar overheen gereden en rond de zwaarst belaste punten ontstaat spanning. Een anker dat alleen voor ongescheurd beton is beoordeeld, hoort daar niet.

De dikte en opbouw van de vloer zijn de derde factor. Een monolithische bedrijfsvloer van 200 millimeter biedt ruimte voor een diepere verankering dan een dunne dekvloer op isolatie. Wat de vloer aankan, staat in de gegevens die we in ons artikel over vloerbelasting in het magazijn behandelen.

De voetplaat en stelplaatjes

Een anker werkt alleen als de voetplaat vlak en volledig op de vloer ligt. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is een van de meest voorkomende afwijkingen bij inspectie.

Vloeren zijn nooit perfect vlak. Bij montage worden hoogteverschillen opgevangen met stelplaatjes onder de voetplaat. Die plaatjes moeten dezelfde afmeting hebben als de voetplaat, gestapeld blijven binnen de voorgeschreven maximale hoogte, en ze mogen niet uitsteken of verschoven zijn.

Gaat dat mis, dan draagt de voet nog maar op een deel van zijn oppervlak af. De ankerkracht komt scheef te staan en het beton onder de rand van de plaat wordt lokaal overbelast. Hoe vlak de vloer zelf moet zijn, behandelen we in ons artikel over vloervlakheid in het magazijn.

Een tweede punt is de moer. Die hoort op het voorgeschreven aanhaalmoment te staan, met de sluitring die de leverancier aangeeft. Een moer die met de hand meedraait, betekent dat het anker zijn klemkracht heeft verloren.

Wat er bij montage misgaat

De meeste ankerproblemen ontstaan niet na jaren gebruik, maar op de dag van montage. Vier oorzaken komen steeds terug.

De eerste is boren op de verkeerde diepte. Te ondiep betekent minder draagvermogen dan berekend, te diep kan bij een doorsteekanker betekenen dat de conus niet op de bedoelde plek klemt.

De tweede is een niet gereinigd boorgat. Boorstof werkt als glijmiddel, zowel bij een mechanisch als bij een chemisch anker. Bij chemische ankers is dit veruit de belangrijkste oorzaak van tegenvallende hechting.

De derde is het verschuiven van een frame nadat de gaten al zijn geboord. Het anker komt dan in een beschadigd of te dicht bijgelegen gat, of er wordt half in het oude gat geboord.

De vierde is de wapening. Wie op wapeningsstaal stuit en het gat een stukje verplaatst, verandert de randafstand en daarmee de rekenwaarde. Dat hoort te worden gemeld en beoordeeld, niet stilzwijgend opgelost.

Om die reden hoort bij elke oplevering een montagerapport, en bij elke nieuwe opstelling een eerste inspectie voordat er voorraad in gaat. Dat is dezelfde logica als bij de reguliere stellingkeuring, alleen op het moment dat er nog niets is gebeurd.

Voetplaat van een stellingstaander met verankering en stelplaatjes op de magazijnvloer

Aanrijding en ankerschade

Bij een aanrijding kijkt iedereen naar het staal. De deuk in de staander is zichtbaar, de knik in de schoor ook, en daar gaat de beoordeling over.

Het anker zit precies in de krachtlijn van diezelfde stoot. Een heftruck die een voet raakt, brengt een horizontale schok in op ongeveer de hoogte waar het anker de voetplaat vasthoudt.

Wat daar kan gebeuren, is niet altijd zichtbaar. Het beton rond het anker kan scheuren zonder dat het oppervlak opbreekt. Het anker kan enkele millimeters zijn meegekomen en daarmee een deel van zijn klemkracht hebben verloren.

Daarom hoort na elke aanrijding tegen een frame de hele voetconstructie te worden beoordeeld en niet alleen de zichtbare vervorming. In ons artikel over beschadigde magazijnstellingen staat hoe de schadeclassificatie werkt en wanneer een opstelling leeg moet.

Preventief scheelt aanrijdbeveiliging hier het meest. Een aanrijdbeugel die de stoot opvangt voordat die de voet bereikt, beschermt het anker net zo goed als het staal.

Hoe u de verankering controleert

Er zijn drie niveaus van controle, en ze vullen elkaar aan.

Het eerste is de dagelijkse waarneming door de mensen in de operatie. Zij zien als eersten een voetplaat die scheef staat, een moer die eraf is of betongruis rond een poot. Daarvoor is een laagdrempelige meldroute nodig, niet een formulier.

Het tweede is de periodieke eigen ronde, doorgaans maandelijks, door iemand met een korte instructie. Die loopt de rijen af met een vaste kijkvolgorde: ligt de plaat vlak, zit de moer erop, is het beton rondom gaaf, staat de staander loodrecht.

Het derde is de jaarlijkse deskundige inspectie, waarin de verankering steekproefsgewijs ook mechanisch wordt beoordeeld. Waar twijfel is, wordt het aanhaalmoment gecontroleerd of een trekproef uitgevoerd volgens de opgave van de ankerfabrikant.

Wat u niet moet doen, is ankers op eigen initiatief natrekken zonder die opgave. Een mechanisch anker dat over zijn moment wordt aangehaald, verliest juist draagvermogen.

Verankering in de jaarlijkse inspectie

NEN-EN 15635 schrijft een deskundige inspectie voor met een interval van ten hoogste twaalf maanden. Verankering is daarin een vast onderdeel, naast staalschade, uitlijning, liggerborging en de belastingopgave.

De inspecteur beoordeelt of het aantal ankers overeenkomt met het voorschrift, of ze op de juiste plaats zitten, of de voetplaten vlak liggen en of er schade is aan het beton rondom.

Wat daarbij regelmatig naar boven komt, is dat het voorschrift zelf ontbreekt. Zonder montagehandleiding of ankerspecificatie kan de inspecteur alleen vaststellen wat er staat, niet of dat klopt met wat er had moeten staan.

Dat maakt het dossier onderdeel van de keuring in plaats van een administratieve bijlage. Wat een inspectie verder beoordeelt, staat in ons artikel over NEN-EN 15635.

Herindeling en uitbreiding

Een stellingopstelling is zelden statisch. Er komt een liggerniveau bij, een rij wordt verplaatst, een gang wordt versmald voor een smalgangentruck of er wordt zwaarder product opgeslagen dan bij de oorspronkelijke configuratie.

Elk van die wijzigingen verandert de krachten in de voet. Een hogere opstelling vergroot het kantelmoment, een zwaarder vakgewicht verhoogt de verticale belasting en een smallere gang verandert het aanrijdrisico.

De ankeropgave hoort dan opnieuw te worden bevestigd door de leverancier. In de praktijk gebeurt dat zelden, omdat een wijziging vaak intern wordt uitgevoerd en niemand de oorspronkelijke berekening erbij pakt.

Datzelfde geldt bij hergebruik. Een tweedehands stelling die uit een ander pand komt, brengt zijn oorspronkelijke berekening niet automatisch mee, en de nieuwe vloer is een andere vloer. Een nieuwe opgave en een eerste inspectie zijn daar geen luxe.

Ook de belastingbordjes horen bij zo'n wijziging mee te veranderen, zodat wat er hangt overeenkomt met wat er is berekend.

Wat in het dossier hoort

De verankering is aantoonbaar als vier documenten bij elkaar liggen en naar dezelfde opstelling verwijzen.

Het eerste is de montagehandleiding of ankerspecificatie van de leverancier, met type, diameter, inbouwdiepte, aantal per voet en aanhaalmoment.

Het tweede is de productinformatie van het gebruikte anker, inclusief de technische beoordeling waaruit blijkt dat het voor gescheurd beton is toegelaten.

Het derde is het montage- of opleveringsrapport, met eventuele afwijkingen die tijdens montage zijn gemeld en hoe die zijn beoordeeld.

Het vierde is de reeks inspectierapporten, met de bevindingen over verankering en het herstel dat daarop is gevolgd, inclusief datum en uitvoerder.

Wat de Arbowet rondom magazijnstellingen in de kern vraagt, is dat deze vier op elkaar aansluiten. Een inspectierapport zonder onderliggend voorschrift bewijst weinig.

Hoe u het aanpakt

Begin met de vraag of het voorschrift er is. Zoek de montagehandleiding van elke opstelling op, en vraag de leverancier om een kopie als die ontbreekt. Zonder dat document is elke verdere controle een gok.

Loop daarna één rij af en tel wat er staat. Aantal ankers per voet, positie op de plaat, staat van het beton. Wijkt de werkelijkheid af van het voorschrift, dan is dat geen detail maar een constructief punt.

Leg de meldroute vast voor wat de operatie ziet. Een losgeslagen moer of een scheve voetplaat moet dezelfde dag bekend zijn, niet bij de volgende jaarlijkse inspectie.

Koppel ten slotte de wijzigingen aan de opgave. Elke herindeling, uitbreiding of verandering van vakgewicht vraagt om een bevestiging dat de verankering nog past.

Dat is geen groot project. Het is één map per opstelling, een vaste controleronde en de discipline om een wijziging als wijziging te behandelen.

Montagevoorschriften en inspectierapporten van stellingen gebundeld in een digitaal compliancedossier

Veelgestelde vragen

Er bestaat geen wetsartikel waarin het woord ankerbout staat. Wat er wel staat, is dat de arbeidsplaats en de arbeidsmiddelen veilig moeten zijn ingericht en onderhouden, en dat u dat moet kunnen aantonen. De invulling loopt via NEN-EN 15635 en het montagevoorschrift van de leverancier, en die eisen verankering van alle staanders. Een niet verankerde stelling voldoet daardoor in de praktijk niet aan de zorgplicht uit de Arbowet.

Dat bepaalt de leverancier in de montagehandleiding, op basis van de berekening volgens NEN-EN 15512. Eén anker per voetplaat is de meest voorkomende basisuitvoering bij standaard palletstellingen, maar bij hoge opstellingen, smalle gangen of zware belasting worden er twee of meer voorgeschreven. Het getal uit de handleiding van uw eigen opstelling is leidend, niet wat elders in het magazijn gebruikelijk is.

Nee. Een stellingpoot wordt vastgezet met een constructief anker dat een beoordeeld draagvermogen heeft in beton, doorgaans een mechanisch of chemisch anker met een Europese technische beoordeling. Een kunststof plug met een houtdraadbout is niet beoordeeld op de trek- en dwarskrachten die een stellingvoet afgeeft en hoort hier niet.

Betonankers worden beoordeeld voor toepassing in ongescheurd beton, in gescheurd beton, of in beide. In gescheurd beton is het draagvermogen lager omdat een scheur langs het anker de klemwerking vermindert. Magazijnvloeren worden in de praktijk als gescheurd beschouwd, zeker rond dilataties, naden en zwaar belaste zones. Een anker dat alleen voor ongescheurd beton is beoordeeld, hoort daar dus niet.

Visueel kijkt u naar een voetplaat die niet meer vlak op de vloer ligt, roestsporen of betonuitbrokkeling rond het anker, een moer die niet meer op de plaat klemt en een anker dat zichtbaar omhoog is gekomen. Wie zekerheid wil, laat het aanhaalmoment controleren of een trekproef uitvoeren volgens de opgave van de ankerfabrikant. Zelf natrekken zonder die opgave is riskant, omdat overtrekken de ankerwerking juist beschadigt.

Na een aanrijding hoort de hele voetconstructie te worden beoordeeld, dus het staal en het anker. Een aanrijding brengt een stootkracht in op precies het punt waar het anker zit, waardoor het beton rondom kan scheuren zonder dat de staander zichtbaar vervormd is. Beoordeling en herstel gebeuren volgens het voorschrift van de leverancier, en een vervangend anker hoort in een andere positie of op grotere afstand te worden geplaatst als het beton lokaal beschadigd is.

De jaarlijkse beoordeling hoort bij een deskundig stellinginspecteur, die verankering als vast controlepunt meeneemt. Voor de vraag of een specifieke ankerkeuze bij een gewijzigde opstelling nog klopt, is de stellingleverancier of een constructeur aan zet, omdat daar de belastingberekening ligt. De eigen maandelijkse ronde is geen vervanging daarvan, maar signaleert wel het grootste deel van de zichtbare schade.

Ja, met een andere onderbouwing. Ook legbord- en grootvakstellingen hebben een montagevoorschrift waarin staat wanneer verankering nodig is, vaak afhankelijk van de verhouding tussen hoogte en diepte. Een entresolconstructie draagt bovendien een vloer en is altijd verankerd of anderszins constructief opgelegd, met een eigen berekening. De regel blijft gelijk: het voorschrift van de fabrikant bepaalt, en de uitvoering moet daarmee overeenkomen.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora