Waarom deze stelling apart aandacht vraagt
Bij een stellingkeuring gaat de aandacht bijna vanzelf naar de palletstellingen. Die staan er in aantal, ze vullen de gangen en ze zijn het duidelijkst herkenbaar als risico.
De draagarmstelling achterin, waar het buizenwerk, het plaatmateriaal en de profielen liggen, blijft daarbij vaak onbesproken. Terwijl juist die constructie een eigenschap heeft die palletstellingen niet hebben: de last rust op een arm die maar aan een kant is ingeklemd.
Alles wat er misgaat, komt daardoor samen op een klein oppervlak. Een aanrijding, een scheve belasting of een overschrijding van de armcapaciteit vertaalt zich direct in een moment op de verbinding tussen arm en kolom.
Wat een draagarmstelling is
Een draagarmstelling, ook wel cantileverstelling genoemd, bestaat uit verticale kolommen op een voet, met daaraan horizontale armen die aan een zijde in de kolom zijn opgenomen. Tussen de kolommen zitten schoren en verbanden die het geheel tot een ruimtelijke constructie maken.
Het systeem is bedoeld voor langgoed: buizen, balken, kozijnen, plaatmateriaal, kabelhaspels en profielen. Precies de artikelen die je niet op een pallet krijgt en die je van opzij moet kunnen aanrijden.
Daarmee verschilt de stelling wezenlijk van een palletstelling, waar de last op twee liggers rust die aan beide uiteinden in de staanders haken. In een palletstelling wordt een kracht verdeeld over twee steunpunten. In een draagarmstelling niet.
Wat de wet van u vraagt
De verplichting begint bij artikel 7.4a van het Arbobesluit. Arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden die leiden tot verslechteringen welke gevaarlijke situaties kunnen veroorzaken, moeten periodiek worden gekeurd door een deskundige.
Een draagarmstelling in een magazijn voldoet daar per definitie aan. Er rijdt materieel langs, er wordt dagelijks aan- en afgevoerd, en de constructie draagt lasten die bij overschrijding niet waarschuwen maar bezwijken.
Daar bovenop ligt de algemene zorgplicht uit artikel 5 van de Arbowet: de risico's van de stelling horen in uw risico-inventarisatie en evaluatie, inclusief de maatregelen die u treft.
De wet noemt geen keuringstermijn. Die invulling komt uit de norm, en dat is precies waarom de normverwijzing in uw dossier hoort te staan.
Welke normen van toepassing zijn
Voor het gebruik en onderhoud geldt NEN-EN 15635, de norm voor toepassing en onderhoud van stalen opslagmiddelen. Die norm is niet beperkt tot palletstellingen, maar gaat over stalen opslagsystemen in brede zin. Draagarmstellingen vallen er dus onder.
Voor het ontwerp geldt een andere regel. Waar palletstellingen worden berekend volgens NEN-EN 15512, is voor draagarmstellingen FEM 10.2.09 de Europese ontwerpcode. Die code is uitgegeven door de sectie Racking and Shelving van de Federation Europeenne de la Manutention en in maart 2017 herzien.
FEM 10.2.09 beschrijft de constructieve uitgangspunten voor kolommen, armen, voeten en verbanden, plus eisen aan materiaalkeuze, beproeving, montage en labeling. Het praktische belang ervan is dat de leverancier ergens moet kunnen aantonen waar zijn capaciteitstabel vandaan komt.
Vraag die onderbouwing op bij aanschaf en bewaar hem. Zonder berekening is elke discussie over toegestane belasting een kwestie van meningen, en dat is bij een inspectiebezoek een zwakke positie.
Hoe vaak u moet keuren
De praktijk die NEN-EN 15635 voorschrijft is een gelaagd regime. Een deskundige inspectie minimaal eens per twaalf maanden, en daarnaast een eigen visuele controle met een veel kortere cyclus.
Twaalf maanden is een ondergrens, geen automatisme. In een omgeving met veel heftruckbewegingen rond de stelling, met zware langgoedproducten of met een geschiedenis van aanrijdingen is halfjaarlijks een verdedigbaardere keuze.
| Situatie | Aanbevolen interval deskundige keuring |
|---|---|
| Rustige opslag, weinig mutaties, brede gangen | 12 maanden |
| Dagelijkse aan- en afvoer met heftruck of zijlader | 12 maanden, met strakke wekelijkse ronde |
| Smalle gangen of aantoonbare aanrijdhistorie | 6 maanden |
| Buitenopstelling | 6 maanden, inclusief corrosiebeoordeling |
| Na een aanrijding of gewijzigde opstelling | Direct, ongeacht het interval |
Leg de gekozen frequentie en de onderbouwing daarvan vast in uw keuringskalender. Een interval zonder motivering is bij een incident lastig te verdedigen.
De wekelijkse controle en de PRSES
NEN-EN 15635 vraagt om het aanwijzen van een persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid van de opslagvoorzieningen, in de norm aangeduid als PRSES. Die persoon voert of organiseert de wekelijkse visuele controle en is het meldpunt voor schade.
Bij een draagarmstelling is die wekelijkse ronde belangrijker dan bij een palletstelling, om een simpele reden: de kritieke plek zit vaak onder de lading. Een verbuiging aan de basis van de arm is onzichtbaar zodra er buizen op liggen.
Spreek daarom af dat elke arm minimaal een keer per kwartaal leeg wordt beoordeeld, of dat de controle plaatsvindt op het moment dat een niveau toch leeg is. Zonder die afspraak controleert u jaren achtereen alleen de armen die toevallig niet in gebruik zijn.
Meldingen horen dezelfde dag bij de PRSES te liggen. De praktische invulling daarvan staat in ons artikel over het beoordelen van een beschadigde magazijnstelling.
Waar schade zich concentreert
Bij draagarmstellingen zijn vier plekken verantwoordelijk voor vrijwel alle bevindingen.
De eerste is de verbinding tussen arm en kolom. Daar komt het volledige moment van de last binnen. Speling, uitgesleten bouten of een zichtbaar vervormde aansluiting zijn hier geen schoonheidsfout maar een capaciteitsverlies.
De tweede is de voet. Die neemt het kantelmoment op en geeft het door aan de vloer. Een opgebogen voetrand of een anker dat niet meer strak zit, betekent dat de kracht ergens anders heen gaat dan bedoeld.
De derde is de kolom zelf, met name op heftruckhoogte. Aanrijdingen op de eerste anderhalve meter zijn de meest voorkomende oorzaak van afkeur, en precies daar zit de grootste normaalkracht.
De vierde is de armtip. Een neergaande buiging aan het uiteinde wijst op overbelasting of op een te ver uitstekende last, en is vaak het eerste zichtbare signaal dat de capaciteit structureel wordt overschreden.
Hoe schade wordt beoordeeld
NEN-EN 15635 werkt met een classificatie in drie niveaus, die ook op draagarmstellingen wordt toegepast. Groen betekent geschikt voor gebruik, met registratie van de bevinding. Oranje betekent dat de schade binnen een afgesproken termijn moet worden verholpen en dat het niveau bij voorkeur niet opnieuw wordt beladen. Rood betekent direct ontlasten, afzetten en uit gebruik nemen.
Het verschil tussen oranje en rood zit in de mate van vervorming en in de plaats ervan. Een deuk in het midden van een kolomsectie is iets anders dan dezelfde deuk vlak boven de voet.
De belangrijkste regel is dat een beschadigde draagarm wordt vervangen en niet gerepareerd. Rechtbuigen of lassen verandert de materiaaleigenschappen en maakt de berekening waarop de capaciteitstabel rust ongeldig.
Beoordeel bij armschade altijd ook de bijbehorende kolom. Een kracht die groot genoeg was om een arm te vervormen, is in de kolom aangekomen.
Belastinggegevens en het belastingbord
Een draagarmstelling heeft meer belastinggegevens nodig dan een palletstelling. Niet alleen een veldlast, maar een toegestane last per arm, en die last hangt af van de armlengte.
Hoe verder een last naar buiten ligt, hoe groter het moment op de inklemming. Een arm van twee meter met een toegestane last van 1.000 kilogram bij gelijkmatige verdeling is niet dezelfde arm zodra de last op het uiteinde ligt geconcentreerd.
Zet daarom op het belastingbord minimaal de last per arm, de last per kolomzijde, de armlengte en armafstand waarvoor die waarden gelden, de leveranciersnaam en de opleverdatum.
Vul dat aan met een praktische instructie op de werkvloer: hoever een product maximaal mag uitsteken en hoe hoog gestapeld mag worden tussen twee armniveaus. Die twee vragen veroorzaken in de praktijk de meeste stille overbelasting.
Verankering, vloer en opstelling
Een draagarmstelling zet een kantelmoment op de vloer, en dat maakt de verankering geen sluitpost. Alle kolomvoeten horen verankerd te zijn volgens de opgave van de leverancier, met het voorgeschreven ankertype en de voorgeschreven inbouwdiepte.
Controleer bij de keuring niet alleen of er ankers zitten, maar of ze nog spanning hebben en of de betonrand rond het anker heel is. Uitgebroken beton rond een ankergat is een afkeurpunt, ook als het anker zelf onbeschadigd lijkt.
De vloer eronder telt mee. De puntlast van een kolomvoet is hoger dan die van een palletstellingstaander, dus de vloerbelasting en de vlakheid van de vloer horen in de beoordeling. Een voet die niet vlak aansluit, draagt op twee punten in plaats van over het hele oppervlak.
Bescherm de kolommen daar waar materieel passeert. Aanrijdbeveiliging is bij een draagarmstelling geen luxe, omdat de kolom hier niet alleen verticaal draagt maar ook het moment van de armen opneemt. Wat daarbij komt kijken staat in ons artikel over aanrijdbeveiliging in het magazijn. De algemene eisen aan verankering leest u in ons artikel over stellingverankering.
Draagarmstellingen in de buitenlucht
Draagarmstellingen staan relatief vaak buiten, bijvoorbeeld bij handelsbedrijven in bouwmaterialen en staal. Dat mag, maar alleen als de stelling ervoor is berekend.
Buiten komt er windbelasting bij, zowel op de constructie als op de opgeslagen goederen. Plaatmateriaal werkt daarbij als een zeil. Dat verandert de benodigde schoring en verankering fundamenteel ten opzichte van een binnenopstelling.
Voeg corrosie toe aan de inspectiepunten. Roest ontstaat het eerst op de voetplaat, rond de ankers en in de armaansluitingen, precies op de plekken die constructief het belangrijkst zijn.
Leg bij buitenopstelling ook vast wat er gebeurt bij zware wind. Een instructie om hoge, lichte lasten bij stormwaarschuwing af te nemen of vast te zetten, hoort bij dezelfde beoordeling.
Wat in het keuringsrapport hoort
Een bruikbaar rapport doet meer dan goedkeuren. Het moet later door iemand anders te lezen zijn, inclusief de inspecteur.
| Onderdeel | Waarom het erin hoort |
|---|---|
| Identificatie per stelling of per rij | Anders is een bevinding niet terug te vinden |
| Toegepaste norm en inspectiemethode | Maakt de beoordeling controleerbaar |
| Bevinding per locatie met classificatie | Groen, oranje of rood met plaatsaanduiding |
| Foto bij elke oranje en rode bevinding | Bewijs en herkenbaarheid bij herstel |
| Hersteltermijn en verantwoordelijke | Zonder eigenaar gebeurt er niets |
| Belastinggegevens zoals aangetroffen | Laat zien of het bord aanwezig en leesbaar is |
| Datum, naam en deskundigheid van de keurder | Toont aan dat artikel 7.4a is ingevuld |
Neem de stelling op in uw arbeidsmiddelenregister, met keuringsdatum en vervaldatum. Dat is de plek waar u bij een controle als eerste naar wordt gevraagd.
Vijf valkuilen in de praktijk
De eerste is aannemen dat de stellingkeurder de draagarmstellingen automatisch meeneemt. Zet ze expliciet in de opdracht, want scope-omschrijvingen noemen vaak alleen palletstellingen.
De tweede is het verwisselen van armen tussen stellingen. Armen van verschillende series of merken lijken op elkaar maar hebben andere haakprofielen en andere capaciteiten. Mengen maakt de capaciteitstabel onbruikbaar.
De derde is het aanpassen van armhoogtes zonder herberekening. Meer niveaus of grotere tussenafstanden veranderen de krachtsverdeling in de kolom, ook als de last per arm gelijk blijft.
De vierde is opslag op de grond tussen de kolommen. Dat lijkt onschuldig, maar het blokkeert het zicht op de voeten en de ankers en maakt de wekelijkse controle onmogelijk.
De vijfde is het negeren van kleine buigingen aan de armtips. Dat is het duidelijkste vroege signaal van structurele overbelasting en het wordt vrijwel altijd te laat opgemerkt.
Hoe u het geborgd houdt
Begin met een inventarisatie: welke draagarmstellingen staan er, van welke leverancier, met welke berekening en met welk belastingbord. In veel magazijnen ontbreekt precies dat overzicht, en zonder dat overzicht is elke keuring een momentopname.
Wijs daarna de PRSES aan en leg de wekelijkse ronde vast, inclusief de afspraak dat armen periodiek leeg worden beoordeeld. Zet de deskundige keuring op de kalender met een vervaldatum, niet met een losse notitie.
Bewaar per stelling drie documenten bij elkaar: de leveranciersberekening met verwijzing naar FEM 10.2.09, de foto van het belastingbord en het meest recente keuringsrapport. Meer heeft u bij een controle niet nodig, en minder is te weinig.
De normteksten zelf koopt u bij NEN. De toelichting op de keuringsplicht voor arbeidsmiddelen vindt u bij het Arboportaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Tot slot: behandel de draagarmstelling niet als een bijlage bij de stellingkeuring. Het is een ander type constructie met een andere faalwijze, en dat verdient een eigen regel in uw stellingkeuring.
Veelgestelde vragen
Ja. Een draagarmstelling is een arbeidsmiddel in de zin van het Arbobesluit. Artikel 7.4a verplicht u arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden die tot gevaarlijke situaties kunnen leiden periodiek te laten keuren door een deskundige. Rijschade, overbelasting en vermoeiing van de arm-kolomverbinding vallen daar zonder discussie onder. De wet noemt geen termijn, maar NEN-EN 15635 vult die in met minimaal een keuring per twaalf maanden.
Ja. NEN-EN 15635 gaat over de toepassing en het onderhoud van stalen opslagmiddelen in het algemeen en is niet beperkt tot palletstellingen. De inspectiesystematiek uit de norm, met een wekelijkse eigen controle, een periodieke deskundige inspectie en een schadeclassificatie in drie niveaus, is daarom ook op draagarmstellingen van toepassing. Voor het ontwerp geldt een andere rekenregel, namelijk FEM 10.2.09.
FEM 10.2.09 is de Europese ontwerpcode voor draagarmstellingen, uitgegeven door de sectie Racking and Shelving van de Federation Europeenne de la Manutention en herzien in maart 2017. De code beschrijft de constructieve uitgangspunten voor kolommen, armen, voeten, schoren en verbanden, plus eisen aan materiaalkeuze, beproeving, montage en labeling. Uw leverancier hoort hiernaar te verwijzen in de berekening bij de stelling.
Minimaal eens per twaalf maanden door een deskundige die niet bij het dagelijks gebruik betrokken is, plus wekelijks een visuele controle door de eigen verantwoordelijke. Bij hoge omloopsnelheid, smalle gangen, zware langgoedproducten of frequente aanrijdingen is twee keer per jaar verstandiger. Die keuze onderbouwt u met een risicobeoordeling en legt u vast in de keuringskalender.
Een draagarm die zichtbaar is doorgebogen, getordeerd of waarvan de verbinding met de kolom speling vertoont, wordt vervangen en niet gerepareerd. Rechtbuigen, lassen of opvullen verandert de materiaaleigenschappen en maakt de oorspronkelijke berekening ongeldig. Ook de bijbehorende kolom moet dan opnieuw beoordeeld worden, omdat de kracht bij een armbeschadiging vrijwel altijd ook in de kolom is aangekomen.
De toegestane belasting per arm, de toegestane belasting per kolomzijde of per veld, de armlengte en armafstand waarvoor die waarden gelden, de naam van de leverancier en de datum van oplevering. Zonder die gegevens kan niemand op de werkvloer beoordelen of een lading is toegestaan, en kunt u bij een inspectie niet aantonen dat de belasting binnen het ontwerp blijft.
Dat mag, maar alleen als de stelling daarvoor is berekend. Buiten komt windbelasting op de last en op de constructie zelf, en dat verandert de benodigde verankering en schoring fundamenteel. Vraag uw leverancier om een berekening die de buitenopstelling expliciet dekt. Neem daarnaast corrosie op als inspectiepunt, want die tast juist de voetplaat en de ankers aan.
Een deskundige met aantoonbare kennis van stalen opslagsystemen en van de inspectiesystematiek van NEN-EN 15635, die onafhankelijk genoeg staat van het dagelijks gebruik om onwelkome uitkomsten op te schrijven. Dat kan een externe keurder zijn of een eigen medewerker met de juiste opleiding, mits die niet beoordeelt of zijn eigen afdeling netjes werkt.