Brandblusser keuring achter? Plan een compliance scan en zet alle 9 verplichtingen op één dossier. Brandblusser-keuring op orde? · NEN 2559, REOB-keuring en logboek in één bundel Hoe het werkt →

Brandveiligheid in een gehuurd magazijn: wie is waarvoor verantwoordelijk

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 30 augustus 2026 · Leestijd 9 minuten
Relevant voor

In een gehuurd magazijn lopen drie regimes door elkaar: het Besluit bouwwerken leefomgeving richt zich grotendeels op de eigenaar, de Arbowet altijd op de werkgever en het huurcontract op wie de rekening betaalt. Die derde bepaalt niet wie beboet wordt. Als werkgever blijft u verantwoordelijk voor werkende blusmiddelen, vrije vluchtwegen en BHV, ook als de verhuurder eigenaar van de installaties is.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Waarom deze vraag zo vaak misgaat

De vraag komt bijna altijd op hetzelfde moment. Er staat een controleur in de hal, of de verzekeraar vraagt om rapporten, en niemand kan zeggen wie de brandmeldinstallatie laat onderhouden.

De verhuurder wijst naar het huurcontract. De huurder wijst naar de servicekosten. Beiden hebben deels gelijk, en precies daar zit het probleem.

Brandveiligheid in een gehuurd pand wordt namelijk niet door een enkele regel verdeeld, maar door drie regimes die andere vragen beantwoorden. Wie ze door elkaar haalt, komt er niet uit.

De kortste samenvatting: het huurcontract bepaalt wie de rekening krijgt, de wet bepaalt wie de boete krijgt, en dat zijn niet altijd dezelfde partij.

Brandblusser en haspel aan de wand van een gehuurde magazijnruimte

Drie regimes die door elkaar lopen

Het eerste regime is de Arbowet. Die richt zich tot de werkgever en gaat over de veiligheid van werknemers op de arbeidsplaats.

Het tweede is het bouw- en gebruiksrecht, sinds de Omgevingswet vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dat verdeelt de eisen tussen de eigenaar van het bouwwerk en de gebruiker ervan.

Het derde is het huurrecht, boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met wat u zelf in de huurovereenkomst hebt afgesproken. Dat gaat over onderhoudsplichten en kosten tussen twee private partijen.

De verwarring ontstaat doordat een afspraak in het derde regime niets verandert aan uw positie in het eerste. Contractueel kunt u van alles regelen, maar de Arbeidsinspectie leest uw huurcontract niet.

Wat de Arbowet bij u neerlegt

De Arbeidsomstandighedenwet kent maar een geadresseerde voor het overgrote deel van de verplichtingen: de werkgever. Niet de eigenaar, niet de beheerder, niet de verhuurder.

Artikel 3 verplicht u tot een veilige werkomgeving. Artikel 5 tot een risico-inventarisatie waarin het brandrisico is beoordeeld. Artikel 15 tot bedrijfshulpverlening.

Daaronder concretiseert het Arbobesluit de eisen. Hoofdstuk 3 gaat over de arbeidsplaats: vluchtwegen, nooduitgangen, noodverlichting en brandbestrijdingsmiddelen die doeltreffend en beschikbaar moeten zijn.

Er staat nergens dat die verplichting vervalt als u huurt. Werkt uw blusmiddel niet, dan is dat uw probleem tegenover de inspecteur, ook als de verhuurder het onderhoud had moeten regelen.

Wat u wel hebt, is verhaal. U kunt de kosten en de schade civielrechtelijk bij de verhuurder neerleggen. Dat is een andere procedure, met een ander tempo, en het lost de situatie op de werkvloer op dat moment niet op.

Wat het Bbl bij de eigenaar neerlegt

Het Besluit bouwwerken leefomgeving vervangt sinds 2024 het Bouwbesluit. Het maakt onderscheid tussen eisen aan het bouwwerk en eisen aan het gebruik ervan. Voorzieningen op het terrein, zoals de bluswatervoorziening en de opstelplaatsen, horen daarbij doorgaans aan de kant van de eigenaar.

De bouwkundige eisen richten zich in de kern tot de eigenaar. Brandcompartimentering, weerstand tegen branddoorslag, de aanwezigheid en breedte van vluchtroutes en de aanwezigheid van de vereiste installaties horen daarbij.

De gebruikseisen richten zich tot degene die het bouwwerk gebruikt. Vluchtroutes vrijhouden, deuren niet blokkeren, de installaties in werkende staat houden tijdens gebruik en het aantal aanwezige personen niet overschrijden.

Voor bepaalde gebruiksvormen is een gebruiksmelding nodig. Die doet in de regel de gebruiker, dus u, en niet de verhuurder.

Praktisch betekent dit: de verhuurder levert een pand dat bouwkundig deugt, u gebruikt het zoals het bedoeld is. Zet u het brandcompartiment vol met lithium-ion-accu's, dan schuift het risico naar u.

Wat het huurcontract wel en niet regelt

De meeste bedrijfsruimte in Nederland wordt verhuurd op basis van een ROZ-model met algemene bepalingen. Daarin staat standaard een verdeling van onderhoudsplichten.

De hoofdregel in het Burgerlijk Wetboek is dat de verhuurder gebreken verhelpt, artikel 7:206, en dat kleine en dagelijkse herstellingen voor de huurder zijn, artikel 7:217. In de ROZ-bepalingen wordt die verdeling verder in het nadeel van de huurder uitgewerkt.

Wat het contract regelt, is wie betaalt en wie een onderhoudscontract sluit. Wat het niet regelt, is wie er bij een ongeval of een controle wordt aangesproken.

Lees daarom altijd twee dingen na. Ten eerste welke installaties tot het gehuurde behoren. Ten tweede welke onderhouds- en keuringsplichten expliciet zijn benoemd, en welke er dus niet in staan.

Wat er niet in staat, is in de praktijk het probleem. Niet omdat er dan niets hoeft, maar omdat beide partijen ervan uitgaan dat de ander het doet.

De verdeling per onderdeel

Onderstaande verdeling is de gangbare praktijk bij bedrijfsruimte. Het is geen wet, en uw contract kan ervan afwijken. Gebruik het als checklist bij het nalezen.

VoorzieningMeestal eigenaarMeestal huurder
Draagbare blusmiddelenAanschaf, keuring, vervanging
BrandslanghaspelsAanwezigheid, leidingJaarlijkse keuring
BrandmeldinstallatieInstallatie en onderhoudMelding storingen, logboek
OntruimingsalarmInstallatie en onderhoudOefenen en gebruik
SprinklerinstallatieInstallatie en onderhoudVrije ruimte onder koppen
NoodverlichtingAanwezigheidOnderhoud en logboek
Brandwerende deurenAanwezigheid en herstelNiet blokkeren, melden defect
BrandcompartimenteringVolledigDoorvoeringen melden
Vluchtroutes vrijhoudenVolledig
BHV-organisatieVolledig

De rechterkolom is uw minimum, ongeacht wat er in het contract staat. De linkerkolom is wat u moet opvragen en bewaken, want u wordt erop aangesproken.

Let op de noodverlichting. Die staat vaak in geen van beide contracten expliciet genoemd en is daardoor de voorziening die het vaakst jaren zonder controle hangt.

De demarcatielijst als oplossing

De demarcatielijst is de eenvoudigste manier om deze discussie voor te zijn. Het is een bijlage bij de huurovereenkomst met per voorziening vier kolommen: eigendom, onderhoud, keuring en kosten.

Maak de lijst bij aanvang van de huur, niet als er iets misgaat. Bij aanvang is het een half uur werk en heeft niemand er belang bij om te schuiven.

Neem in elk geval alle regels uit de tabel hierboven op, aangevuld met de RWA-installatie, de droge blusleiding en de brandwerende doorvoeringen.

Voeg bij elke regel toe wie het rapport aanlevert en binnen welke termijn. Zonder die kolom hebt u een verdeling zonder bewijs, en bij een controle telt alleen het bewijs.

In praktijk

Een logistiek dienstverlener huurde acht jaar een hal met een brandmeldinstallatie. In het huurcontract stond dat het onderhoud bij de verhuurder lag, en dat klopte ook. Wat er niet stond, was wie het logboek bijhield. Bij een controle bleek de installatie keurig onderhouden, maar kon niemand aantonen dat storingen en testmeldingen waren opgevolgd. Het onderhoudscontract was er wel, het gebruiksdossier niet. De kosten van het herstel waren nihil, de doorlooptijd van de discussie vier maanden.

Wat u bij aanvang van de huur opvraagt

Behandel de start van een huurperiode als een overdracht van een dossier, niet alleen van een sleutel.

Vraag minimaal op: het meest recente onderhoudsrapport van de brandmeldinstallatie en het ontruimingsalarm, het inspectierapport van de sprinkler, de NEN 1010-oplevering of de laatste inspectie van de vaste elektrische installatie, en het onderhoudsrapport van de noodverlichting.

Vraag daarnaast de tekeningen van de brandcompartimentering op. Zonder die tekening weet u niet welke wand u niet mag doorboren, en dat is de meest gemaakte fout bij het inrichten van een gehuurde hal.

Controleer of er een gebruiksmelding voor het pand ligt en of die past bij wat u er gaat doen. Een melding op basis van een vorige gebruiker met een ander gebruik dekt uw situatie niet.

Zet alles wat u krijgt meteen in uw keuringskalender, met de vervaldatum en de verantwoordelijke partij erbij.

Facilitair manager neemt keuringsrapporten van een gehuurd magazijn door op een laptop

Bedrijfsverzamelgebouw en gedeelde ruimtes

In een bedrijfsverzamelgebouw komt er een laag bij. Naast uw eigen unit zijn er gemeenschappelijke ruimtes, en die worden beheerd door de eigenaar of door een vereniging van eigenaren.

Uw eigen unit is en blijft uw arbeidsplaats. Alles wat de Arbowet van u vraagt, geldt daar onverkort, inclusief blusmiddelen, noodverlichting en BHV.

Voor de gedeelde delen is de vraag wie coordineert. Een gezamenlijke vluchtroute is alleen bruikbaar als alle huurders hem vrijhouden, en een ontruiming werkt alleen als de BHV-organisaties van elkaar weten.

Leg dat vast in een gezamenlijk ontruimingsplan met een coordinerende partij. Wie dat overslaat, heeft in elke unit een keurig ontruimingsplan en in het gebouw als geheel geen enkele afstemming.

Wat uw verzekeraar hiervan vindt

De verzekeraar volgt geen van beide wettelijke regimes. Die stelt eigen eisen in de polis, en die eisen zijn vaak strenger dan de wet.

Denk aan een verplichte inspectie van de elektrische installatie volgens SCIOS Scope 10, aan eisen aan de opslaghoogte, aan afstanden tot de gevel of aan een certificaat voor de sprinklerinstallatie.

Die eisen staan in uw polis en niet in het huurcontract. Als de verhuurder de installatie beheert, moet u de verzekeringseisen dus doorgeven en de rapporten opvragen.

Bij schade toetst de verzekeraar aan de polis. Dat de verhuurder nalatig was, is voor de dekking van uw eigen schade niet automatisch een excuus. Wat verzekeraars concreet eisen, staat in ons artikel over verzekeringseisen voor brandbeveiliging.

Als de verhuurder niets doet

De praktische route bestaat uit drie stappen, en de volgorde is belangrijk.

Meld het gebrek eerst schriftelijk, met een concrete omschrijving en een redelijke termijn. Een appje aan de beheerder is geen ingebrekestelling.

Neem ondertussen een tijdelijke maatregel op de werkvloer. Werkt de brandmeldinstallatie niet, dan organiseert u tijdelijk toezicht of een brandwacht. De veiligheid van uw mensen wacht niet op de juridische uitkomst.

Blijft herstel uit, dan biedt artikel 7:206 van het Burgerlijk Wetboek onder voorwaarden ruimte om zelf te laten herstellen en de kosten te verrekenen. Laat dat juridisch toetsen voordat u het doet, want de ROZ-bepalingen beperken die mogelijkheid vaak.

Documenteer elke stap. Bij een controle of na een incident is een dossier waaruit blijkt dat u hebt gemeld, gerappelleerd en tijdelijk gemitigeerd, het verschil tussen nalatigheid en overmacht.

Vijf fouten die u vaak ziet

De eerste is aannemen dat de verhuurder de blussers keurt omdat ze er al hingen bij oplevering. Wie ze niet heeft aangeschaft, heeft daarmee nog geen onderhoudscontract.

De tweede is denken dat een contractuele afspraak de Arbowet-verantwoordelijkheid verplaatst. Dat kan niet, en dat is precies waarom deze fout duur is.

De derde is het niet opvragen van de compartimenteringstekening, waarna er een leiding of kabelgoot door een brandwerende wand gaat.

De vierde is de noodverlichting vergeten, omdat die in geen enkel contract met naam wordt genoemd.

De vijfde is het gebruiksdossier laten ontbreken terwijl het onderhoud wel loopt. Onderhoud zonder logboek is bij een controle lastig aantoonbaar.

In vijf stappen op orde

Begin met het naast elkaar leggen van uw huurovereenkomst, de algemene bepalingen en de lijst met installaties in het pand.

Maak daarna een demarcatielijst met vier kolommen per voorziening: eigendom, onderhoud, keuring en kosten. Laat die door beide partijen ondertekenen, ook als de huur al jaren loopt.

Vraag vervolgens alle bestaande rapporten op en zet de vervaldata in de keuringskalender, met per regel de partij die het rapport moet leveren.

Leg de rechterkolom van de tabel hierboven vast in uw eigen beheer: blusmiddelen, vluchtwegen, BHV en het logboek. Dat is het deel dat sowieso bij u ligt.

Plan tot slot een jaarlijkse controle waarin u de lijst met de verhuurder doorloopt. Een demarcatielijst die na drie jaar niet meer klopt met de installaties in het pand, levert dezelfde discussie op als helemaal geen lijst.

Veelgestelde vragen

In de praktijk vrijwel altijd de huurder. Draagbare blusmiddelen zijn arbeidsmiddelen die bij het gebruik van het pand horen, en de Arbowet legt de zorg voor werkende voorzieningen bij de werkgever. Alleen als de verhuurder de blussers expliciet als onderdeel van het gehuurde levert en het contract het onderhoud bij hem legt, ligt dat anders. Controleer dat in de demarcatielijst en niet in de aanname.

Die zitten bouwkundig aan het gebouw vast en vallen daarmee normaal gesproken onder de eigenaar. Het Besluit bouwwerken leefomgeving richt de eisen voor bestaande bouw grotendeels tot de eigenaar. Het onderhoudscontract loopt dan ook via de verhuurder, vaak doorbelast in de servicekosten. Vraag als huurder wel de geldige onderhoudsrapporten op, want bij een controle wordt u op de werkvloer aangesproken.

Kosten en onderhoudstaken wel, publiekrechtelijke en arbeidsrechtelijke verantwoordelijkheid niet. Een boete op grond van de Arbowet komt bij de werkgever terecht, ongeacht wat er in de huurovereenkomst staat. Omgekeerd kunt u afspraken over kosten wel civielrechtelijk afdwingen bij de verhuurder. Het contract regelt dus de rekening, niet de aansprakelijkheid.

Een bijlage bij de huurovereenkomst waarin per installatie en per voorziening staat wie eigenaar is, wie onderhoudt, wie keurt en wie betaalt. Voor brandveiligheid zet u er minimaal in: draagbare blusmiddelen, haspels, droge blusleiding, brandmeldinstallatie, ontruimingsalarm, noodverlichting, sprinkler, RWA-installatie, brandwerende deuren en doorvoeringen. Zonder die lijst ontstaat de discussie pas op het moment dat er iets stuk is.

De gebruiker, dus u als werkgever. Vluchtroutes vrijhouden is een gebruikseis en geen bouwkundige eis. Pallets in een gangpad, een geblokkeerde nooddeur of een dichtgezette vluchtroute zijn altijd voor rekening van de partij die het pand gebruikt. De verhuurder is wel verantwoordelijk voor het feit dat de vluchtroute bouwkundig aanwezig en van voldoende breedte is.

Meld het schriftelijk en met een termijn. Op grond van artikel 7:206 van het Burgerlijk Wetboek moet de verhuurder gebreken verhelpen die het gebruik belemmeren. Gebeurt dat niet, dan kunt u onder voorwaarden zelf laten herstellen en de kosten verrekenen. Doe dat niet zonder juridisch advies, maar laat een gevaarlijke situatie ook niet voortduren omdat de discussie loopt.

Daar wordt het complexer, omdat gemeenschappelijke ruimtes en installaties door meerdere huurders worden gebruikt. De eigenaar of de vereniging van eigenaren beheert de gedeelde voorzieningen. U blijft verantwoordelijk voor uw eigen ruimte en voor uw eigen personeel, inclusief BHV. Leg vast wie de gezamenlijke ontruiming coordineert.

De inspecteur kijkt naar de werkplek en spreekt de werkgever aan. Zorg dat u vier dingen kunt tonen: geldige keuringsrapporten van de blusmiddelen, het onderhoudsrapport van de noodverlichting en de brandmeldinstallatie, uw BHV-plan met ontruimingsplattegronden en de RI&E waarin het brandrisico is beoordeeld. Dat de verhuurder de installatie beheert, ontslaat u niet van de plicht de rapporten te hebben.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora