NEN 3140-keuring achter? Plan een compliance scan en zet alle arbeidsmiddelen op één dossier. NEN 3140 op orde? · Keuring, certificaat-register en QR-stickers in één bundel Hoe het werkt →

NEN 1010-keuring: wanneer verplicht en wat is het verschil met NEN 3140

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 18 juni 2026 · Leestijd 9 minuten
Relevant voor

Een NEN 1010-keuring is de opleveringsinspectie van een nieuwe of gewijzigde laagspanningsinstallatie. Ze toont aan dat de aanleg veilig is uitgevoerd voordat de installatie in gebruik gaat. NEN 1010 keurt de aanleg, NEN 3140 keurt het veilige gebruik daarna. Voor een bestaand bedrijfspand vragen verzekeraars meestal een periodieke SCIOS Scope 8- of Scope 10-inspectie, niet opnieuw een NEN 1010-keuring.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Wat is een NEN 1010-keuring

Een NEN 1010-keuring is de opleveringsinspectie van een laagspanningsinstallatie. NEN 1010 is de Nederlandse norm voor het ontwerpen en aanleggen van elektrische installaties tot 1000 volt wisselspanning en wordt aangewezen vanuit de bouwregelgeving. De keuring toont aan dat een nieuwe of gewijzigde installatie veilig is aangelegd voordat ze in gebruik gaat.

De inspectie bestaat uit een visuele controle, metingen en beproevingen. De inspecteur kijkt onder meer naar de aarding, de beveiligingen, de leidingdoorsneden en de aansluitwaarden. Het resultaat is een opleveringsrapport dat het startpunt vormt van het installatiedossier van het pand.

De norm regelt dus het moment van aanleg en oplevering. Hoe je de installatie daarna veilig blijft gebruiken en periodiek laat inspecteren, valt onder een andere norm. Dat onderscheid is de bron van veel verwarring.

Inspecteur legt de resultaten van een elektrische opleveringskeuring vast in een digitaal dossier

NEN 1010 versus NEN 3140

Het kernverschil is eenvoudig: NEN 1010 keurt de aanleg, NEN 3140 keurt het gebruik. NEN 1010 beschrijft het minimale veiligheidsniveau waaraan een nieuwe of aangepaste installatie moet voldoen en wordt alleen bij oplevering toegepast. NEN 3140 beschrijft hoe je een bestaande installatie en elektrische arbeidsmiddelen veilig gebruikt en periodiek inspecteert.

NEN 3140 is geschreven vanuit het perspectief van de Arbowet. De norm richt zich op de bedrijfsvoering: het veilig werken aan en met elektrische installaties en arbeidsmiddelen. Daarom is NEN 3140 de norm die voor een draaiend bedrijf met personeel het meest relevant blijft. Een uitgebreide uitleg staat in NEN 3140 voor arbeidsmiddelen.

In de praktijk volgen ze elkaar op. Bij oplevering van een nieuw pand of een verbouwing keur je volgens NEN 1010. Zodra de installatie in gebruik is, neemt de periodieke inspectie volgens NEN 3140 het over. Wie de twee verwart, laat ofwel een opgeleverde installatie nooit periodiek inspecteren, ofwel vraagt onnodig een volledige opleveringskeuring aan voor een bestaand pand.

Wanneer is een NEN 1010-keuring verplicht

Een NEN 1010-keuring is aan de orde op drie momenten: bij nieuwbouw, bij een uitbreiding van de installatie en bij een wijziging ervan. In al die gevallen moet het nieuwe of aangepaste deel voldoen aan NEN 1010, en een opleveringsinspectie maakt dat aantoonbaar.

De norm wordt aangewezen vanuit de bouwregelgeving voor het bouwen en wijzigen van installaties. Daarnaast verplicht de Arbowet de werkgever om te zorgen voor een veilige elektrische installatie en veilige arbeidsmiddelen. Zonder geldige keuring is die veiligheid lastig aan te tonen bij een controle door de Nederlandse Arbeidsinspectie of na een incident.

Voor een bestaand pand dat niet wordt verbouwd, is er meestal geen nieuwe NEN 1010-keuring nodig. Daar vragen verzekeraars en de Arbowet om periodieke inspectie. Meer over die verplichting staat in is NEN 3140 verplicht.

Opleveringskeuring bij nieuwbouw en uitbreiding

De opleveringskeuring vindt plaats voordat de installatie in gebruik gaat. De inspecteur controleert of het ontwerp en de uitvoering overeenkomen met de norm en met de tekeningen. Dat begint met een visuele inspectie van het verdeelinrichting, de bekabeling en de beveiligingen.

Daarna volgen de metingen. De belangrijkste zijn de continuiteit van de aarding, de isolatieweerstand, de uitschakeltijd van de aardlekbeveiliging en de impedantie van de leidingen. Pas als alle waarden binnen de norm vallen, wordt de installatie goedgekeurd en vrijgegeven voor gebruik.

Bij een uitbreiding gaat het om het nieuwe deel, maar de inspecteur beoordeelt ook of de aansluiting op de bestaande installatie veilig is. Een nieuwe groep of een extra verdeler die niet correct op de bestaande aarding is aangesloten, is een veelvoorkomend gebrek dat bij oplevering aan het licht komt.

Periodieke inspectie: SCIOS Scope 8 en Scope 10

Voor een bestaand bedrijfspand draait het om periodieke inspectie. Daarvoor bestaat het SCIOS-certificatieschema, met inspecties die door verzekeraars worden erkend. Twee scopes zijn voor een magazijn relevant.

Scope 8 richt zich op de arbeidsveiligheid van de elektrische installatie en is gebaseerd op NEN 3140. Scope 10 richt zich op de brandveiligheid van de installatie en is gebaseerd op NTA 8220. Omdat ze een ander risico afdekken, vragen verzekeraars vaak Scope 10 en soms beide. Sinds 1 januari 2018 stellen veel verzekeraars een Scope 10-inspectie als voorwaarde bij het afsluiten of verlengen van een brand- of inboedelpolis.

Een SCIOS-inspectie wordt uitgevoerd door een gecertificeerd inspectiebedrijf, te vinden via het register van SCIOS. Het resultaat is een rapport met geconstateerde gebreken en een hersteladvies. Naast de installatie blijven ook de losse elektrische arbeidsmiddelen onder NEN 3140 vallen; zie NEN 3140 voor arbeidsmiddelen.

Hoe vaak moet je keuren

De NEN 1010-keuring is in principe eenmalig. Ze hoort bij de oplevering en wordt alleen herhaald voor het deel dat je later uitbreidt of wijzigt. Daarna is periodieke inspectie het uitgangspunt.

Voor een vaste installatie in een bedrijfspand ligt de periodieke inspectie via een SCIOS-scope vaak op eens in de drie tot vijf jaar, afhankelijk van het risico en de eisen van de verzekeraar. Bij bijzondere risico's of zware belasting kan een kortere termijn gelden. De exacte frequentie bepaal je op basis van een risicobeoordeling.

Voor losse elektrische arbeidsmiddelen, zoals handgereedschap, verlengsnoeren en laders, ligt de inspectiefrequentie volgens NEN 3140 doorgaans hoger. In een magazijn met intensief gebruik is jaarlijks gebruikelijk. De afweging staat uitgelegd in NEN 3140 keuringsfrequentie.

Magazijn met laadstations en elektrische arbeidsmiddelen die periodiek worden geinspecteerd

Wat staat er in een keuringsrapport

Een NEN 1010-opleveringsrapport legt vast dat de installatie bij oplevering aan de norm voldoet. Het bevat de gegevens van het pand en de installatie, de uitgevoerde metingen met hun meetwaarden, de eventuele gebreken en de eindconclusie. Het is het startbewijs van het installatiedossier.

Bewaar dit rapport zorgvuldig. Bij een latere periodieke inspectie, een verbouwing of een schademelding is het opleveringsrapport het referentiepunt. Een ontbrekend rapport betekent dat je de uitgangssituatie niet kunt aantonen, wat bij een verzekeringsclaim of een controle nadelig uitpakt.

Voor een magazijn hoort dit rapport thuis in het centrale compliancedossier, samen met de keuringen van stellingen, heftrucks en brandblussers. Hoe je dat overzicht bewaakt, lees je in de complianceverplichtingen voor je magazijn.

Wat kost een NEN 1010-keuring

De kosten van een NEN 1010-keuring hangen af van de grootte en complexiteit van de installatie. Bepalend zijn het aantal groepen en verdelers, het aantal aansluitpunten en de mate waarin tekeningen en documentatie beschikbaar zijn. Een goed gedocumenteerde installatie keurt sneller en dus goedkoper.

Voor een periodieke SCIOS-inspectie van een bestaand bedrijfspand werken inspectiebedrijven vaak met een tarief op basis van het aantal verdeelinrichtingen of de oppervlakte. Vraag altijd een offerte op maat en let erop of herinspectie van herstelpunten in de prijs zit.

Goedkoper dan de keuring zelf is voorkomen dat je hem moet overdoen. Een installatie zonder actuele tekeningen of met onafgewerkte aansluitingen leidt tot afkeur en een tweede bezoek. Lever de documentatie compleet aan en laat losse gebreken vooraf herstellen.

NEN 1010 in een magazijn

In een magazijn speelt NEN 1010 vooral bij nieuwbouw, een uitbreiding van de hal of de aanleg van extra laadinfrastructuur voor heftrucks en interne transportmiddelen. Elke nieuwe verdeler of laadstraat hoort bij oplevering gekeurd te worden volgens de norm.

Zodra de installatie draait, verschuift de aandacht naar het veilige gebruik. De vaste installatie laat je periodiek inspecteren via een SCIOS-scope, en de losse elektrische arbeidsmiddelen vallen onder NEN 3140. Zo dekt het magazijn zowel de aanleg als het gebruik af.

Het is verstandig om de elektrakeuringen te koppelen aan de andere verplichtingen op de locatie. Een laadstation valt bijvoorbeeld zowel onder de elektrische inspectie als onder de regels voor batterijopslag; zie de SCIOS Scope 8-batterijkeuring. Door alles in een planning te brengen, voorkom je dat losse keuringen ongemerkt verlopen.

Wie is verantwoordelijk voor de keuring

De eindverantwoordelijkheid voor een veilige elektrische installatie ligt bij de werkgever en de gebouweigenaar. Zij moeten kunnen aantonen dat de installatie bij oplevering aan NEN 1010 voldeed en daarna periodiek is geinspecteerd. Die aantoonbaarheid is geen formaliteit, maar de kern waarop een inspecteur of verzekeraar toetst.

De keuring zelf wordt uitgevoerd door een vakbekwaam persoon met de juiste meetapparatuur en kennis van de norm. Voor periodieke inspecties die verzekeraars erkennen, schakel je een SCIOS-gecertificeerd inspectiebedrijf in. De installateur die de aanleg verzorgt, is niet automatisch degene die de onafhankelijke opleveringsinspectie doet.

In de praktijk verdeelt een magazijn deze rollen vaak over meerdere partijen, wat het overzicht bemoeilijkt. Door de elektrakeuringen onder te brengen in een centraal dossier met een vaste verantwoordelijke, blijft helder wie wat heeft gekeurd en wanneer de volgende inspectie volgt.

Veelgemaakte fouten

Rond NEN 1010 komen een paar misverstanden steeds terug. Het herkennen ervan voorkomt onnodige kosten en gemiste verplichtingen.

NEN 1010 en NEN 3140 verwarren

De meest voorkomende fout is denken dat een NEN 1010-keuring volstaat voor een draaiend bedrijf. NEN 1010 dekt alleen de aanleg af. Zonder periodieke inspectie volgens NEN 3140 of een SCIOS-scope blijft het gebruik ongekeurd, terwijl daar het arbeidsrisico zit.

Het opleveringsrapport niet bewaren

Een opleveringsrapport dat in een mailbox verdwijnt, is bij een latere inspectie of schade niet terug te vinden. Leg het rapport direct vast in het installatiedossier, samen met de tekeningen, zodat de uitgangssituatie altijd aantoonbaar is.

Uitbreidingen niet laten keuren

Een extra groep, een nieuwe verdeler of een laadstraat die zonder opleveringsinspectie in gebruik wordt genomen, valt buiten het dossier. Laat elke wijziging aan de installatie keuren volgens NEN 1010 en werk het dossier bij, zodat het overzicht compleet blijft.

Veelgestelde vragen

NEN 1010 is de norm waaraan een nieuwe of gewijzigde laagspanningsinstallatie moet voldoen en wordt aangewezen vanuit de bouwregelgeving. Een opleveringsinspectie is daarmee in de praktijk noodzakelijk om aan te tonen dat de installatie veilig is aangelegd voordat ze in gebruik gaat. Daarnaast verplicht de Arbowet de werkgever om voor een veilige elektrische installatie te zorgen, wat zonder geldige keuring lastig aantoonbaar is.

NEN 1010 gaat over het ontwerpen en aanleggen van een installatie en wordt gekeurd bij oplevering. NEN 3140 gaat over het veilig gebruiken en periodiek inspecteren van een bestaande installatie en van elektrische arbeidsmiddelen, geschreven vanuit het perspectief van de Arbowet. Kort gezegd: NEN 1010 keurt de aanleg, NEN 3140 keurt het gebruik daarna.

Een NEN 1010-keuring is in principe eenmalig: bij de oplevering van een nieuwe installatie of na een uitbreiding of wijziging. Daarna neemt periodieke inspectie het over. Voor een bestaand bedrijfspand wordt meestal een SCIOS Scope 8- of Scope 10-inspectie gevraagd, doorgaans eens in de drie tot vijf jaar, afhankelijk van risico en eisen van de verzekeraar.

Scope 8 richt zich op de arbeidsveiligheid van de elektrische installatie en is gebaseerd op NEN 3140. Scope 10 richt zich op de brandveiligheid van de installatie en is gebaseerd op NTA 8220. Verzekeraars vragen vaak Scope 10, soms in combinatie met Scope 8, omdat beide een ander risico afdekken.

Bij een uitbreiding of wijziging van de elektrische installatie moet het gewijzigde deel volgens NEN 1010 worden gekeurd. Het gaat dan om een opleveringsinspectie van het nieuwe of aangepaste gedeelte. Voor het ongewijzigde deel blijft de periodieke inspectie via NEN 3140 of een SCIOS-scope het uitgangspunt.

De keuring moet worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon met de juiste meetapparatuur en kennis van de norm. Voor periodieke inspecties die verzekeraars erkennen, werkt men vaak met een SCIOS-gecertificeerd inspectiebedrijf. Vraag altijd naar de certificering en bewaar het rapport in het installatiedossier.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora