Waarom de aardlekschakelaar in een magazijn extra telt
Een magazijn is een veeleisende omgeving voor een elektrische installatie. Er is vocht bij laaddeuren, er is stof, er zijn trillingen en er hangen vaak veel apparaten aan dezelfde groepen. Precies in zo'n omgeving is de aardlekschakelaar het onderdeel dat een gevaarlijke situatie op tijd afbreekt.
De aardlekschakelaar beschermt mensen tegen een elektrische schok en helpt daarnaast om brand door lekstroom te voorkomen. Hij doet dat door uit te schakelen zodra er stroom weglekt, nog voordat iemand er erg in heeft. Dat maakt hem tot een van de belangrijkste veiligheidscomponenten in de verdeelinrichting.
In dit artikel leest u wat een aardlekschakelaar is, hoe hij werkt, wat NEN 1010 voorschrijft, hoe u hem zelf test en hoe de keuring binnen NEN 3140 valt. Zo weet u niet alleen dat het onderdeel er zit, maar ook dat het aantoonbaar werkt.
Wat is een aardlekschakelaar
Een aardlekschakelaar is een beveiligingscomponent in de verdeelinrichting die de stroom in een groep bewaakt. Zijn taak is smal maar cruciaal: hij grijpt in zodra er stroom weglekt naar de aarde, iets wat gebeurt als een persoon een spanningvoerend deel aanraakt of als de isolatie van een apparaat faalt.
Belangrijk is wat hij niet doet. Een aardlekschakelaar beschermt niet tegen overbelasting of kortsluiting, dat is de taak van de installatieautomaat in dezelfde groep. De twee vullen elkaar aan: de automaat bewaakt de hoogte van de stroom, de aardlekschakelaar bewaakt of alle stroom wel keurig door het bedoelde circuit loopt.
In veel moderne verdeelinrichtingen ziet u ook aardlekautomaten. Dat is een component die de aardlekfunctie en de automaatfunctie combineert in een module. Voor de veiligheid tegen een schok maakt dat geen verschil, het scheelt vooral ruimte en bekabeling in de kast.
Hoe een aardlekschakelaar werkt
De werking is elegant in zijn eenvoud. De aardlekschakelaar meet voortdurend de stroom die naar de groep toe gaat en de stroom die er weer uit terugkomt. In een gezonde installatie zijn die twee exact gelijk, want alle stroom die erin gaat, komt er ook weer uit.
Lekt er stroom weg naar de aarde, bijvoorbeeld via een lichaam of een beschadigde kabel, dan komt er minder terug dan er heen ging. De schakelaar detecteert dat verschil en onderbreekt de groep in een fractie van een seconde. Precies die snelheid maakt het verschil tussen een schrikreactie en een dodelijk ongeval.
De grens waarbij de schakelaar ingrijpt, ligt bij een aardlekschakelaar die mensen beschermt op 30 milliampere. Dat is een lekstroom die veel te klein is om een gewone zekering te laten reageren, maar wel groot genoeg om gevaarlijk te zijn voor een mens.
Wat NEN 1010 over aardlekbeveiliging eist
NEN 1010 is de norm voor het ontwerp en de aanleg van laagspanningsinstallaties. Voor eindgroepen met stopcontacten schrijft de norm een aardlekbeveiliging van 30 mA voor, juist omdat aan die stopcontacten wisselende en soms beschadigde apparatuur wordt gekoppeld.
De verplichting ontstaat bij het aanleggen en het wijzigen van de installatie. Legt u een nieuwe groep aan of past u de installatie ingrijpend aan, dan hoort de aardlekbeveiliging erbij. Voor bestaande installaties werkt de norm door via de algemene zorgplicht voor een veilige werkplek uit het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Die zorgplicht is waarop de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaaft. Een installatie die niet veilig is, is een tekortkoming die bij een controle of na een incident zwaar weegt. Wilt u de bredere aanleg- en keuringseisen begrijpen, dan helpt het artikel over de NEN 1010 keuring.
30 mA en de verschillende types
De aanduiding 30 mA slaat op de aanspreekwaarde: de lekstroom waarbij de schakelaar uiterlijk moet uitvallen. Die 30 mA is bewust gekozen als grens voor de bescherming van personen. Er bestaan ook schakelaars met een hogere waarde, zoals 300 mA, maar die zijn bedoeld tegen brand en niet primair tegen een schok.
Daarnaast zijn er types die verschillen in het soort lekstroom dat ze herkennen. Een standaardtype reageert op wisselstroom, terwijl andere types ook geschikt zijn voor de gelijkstroomcomponenten die moderne elektronica veroorzaakt. Dat laatste is relevant geworden door frequentieregelaars, laders en vermogenselektronica in het magazijn.
De keuze hangt af van wat eraan hangt
Welk type nodig is, hangt af van de apparatuur op de groep. Groepen met laadinfrastructuur, frequentieregelaars of veel elektronica vragen soms een type dat ook gelijkstroom-lekstromen ziet, omdat een standaardschakelaar die niet altijd betrouwbaar detecteert. Dit is werk voor een installateur, maar het loont om te weten dat het onderscheid bestaat.
Ook de verdeling van groepen speelt mee. Hangen er te veel apparaten aan een aardlekschakelaar, dan kan de som van kleine lekstromen de schakelaar ongewenst laten uitvallen. Een goede verdeling voorkomt dat en houdt de beveiliging betrouwbaar zonder onnodige onderbrekingen.
De testknop en wat die wel en niet zegt
Elke aardlekschakelaar heeft een testknop, meestal gemarkeerd met de letter T. Als u die indrukt, wekt de schakelaar zelf een kunstmatige lekstroom op. Werkt het mechanisme, dan schakelt de groep meteen uit. Dat is de snelste manier om te controleren of de beveiliging in beginsel functioneert.
Een veelgebruikte richtlijn is om die testknop ongeveer eens per half jaar in te drukken, en zeker na werkzaamheden aan de installatie. Schakelt de aardlekschakelaar na het indrukken niet uit, dan werkt de beveiliging niet en moet u de groep laten nakijken door een installateur voordat u verder gaat.
De testknop heeft wel een grens. Hij controleert of het uitschakelmechanisme werkt, maar niet of de aanspreektijd, de exacte aanspreekstroom en de aarding in orde zijn. Die volledige beoordeling hoort bij de periodieke keuring, waar een keurmeester met meetapparatuur naar kijkt.
De keuring binnen NEN 3140
De aardlekschakelaar is onderdeel van de vaste installatie en van de verdeelinrichting, en die vallen onder de periodieke inspectie volgens NEN 3140. Bij die keuring beoordeelt een vakbekwaam persoon de installatie op veilige staat, inclusief de aardlekbeveiliging.
De keurmeester meet de aanspreekstroom en de aanspreektijd van de schakelaar met een testinstrument, en controleert de aarding waarop de beveiliging steunt. Een aardlekschakelaar die te traag of bij een te hoge stroom uitschakelt, biedt niet de bescherming die de norm veronderstelt en wordt als tekort genoteerd.
Hoe vaak die keuring nodig is, hangt af van het gebruik en de omgeving. In een magazijn met vocht, stof en intensief gebruik ligt de frequentie hoger dan in een schone, rustige omgeving. Het artikel over de NEN 3140 keuringsfrequentie gaat dieper op die afweging in. Warmteproblemen in de verdeelinrichting komen aan het licht bij thermografisch onderzoek.
Wanneer een aardlekschakelaar wordt afgekeurd
De duidelijkste afkeurgrond is een schakelaar die na het indrukken van de testknop of bij de meting niet uitschakelt. Dan is de kernfunctie weg en beschermt het onderdeel niemand meer, ook al zit het gewoon in de kast. Vervanging is dan geen kwestie van planning maar van direct handelen.
Andere afkeurgronden zijn een te lange aanspreektijd, een aanspreekstroom die te ver van de nominale 30 mA ligt en een aarding die niet in orde is. Ook zichtbare schade, sporen van oververhitting of een schakelaar die telkens zonder aanwijsbare reden uitvalt, zijn redenen om in te grijpen.
Aandachtspunten voor een magazijn
Vocht is de eerste factor die in een magazijn extra aandacht vraagt. Bij laaddeuren, wasplaatsen en buitenopstellingen dringt vocht in kabels en apparatuur, en juist vocht veroorzaakt lekstromen. Een groep die vaak uitvalt bij regen of vorst, is een signaal dat u serieus moet nemen.
De tweede factor is de belasting per groep. Magazijnen groeien vaak organisch, met steeds meer apparaten op bestaande groepen. Als de som van de lekstromen oploopt, komt de aardlekschakelaar dichter bij zijn grens en valt hij ongewenst uit. Een herverdeling van de groepen lost dat structureel op.
Neem de aardlekbeveiliging ten slotte mee in het grotere geheel van uw elektrische veiligheid, samen met de overspanningsbeveiliging en de keuring van losse arbeidsmiddelen zoals een verlengsnoer. Leg de keuringen en teststatus vast in uw keuringskalender, zodat u bij een inspectie of incident kunt aantonen dat het klopt.
Zo helpt Envora hierbij
Envora brengt in een compliance-scan in kaart of uw installatie de vereiste aardlekbeveiliging heeft, of de types passen bij uw apparatuur en of de laatste NEN 3140 keuring nog geldig is. De aardlekschakelaars komen daarbij naast uw overige keuringen in een centraal overzicht met status en vervaldatums.
Zo staat de bescherming niet los in een verdeelkast, maar loopt ze mee in het reguliere ritme van uw keuringen. U ziet in een oogopslag of de installatie is beoordeeld, wanneer de volgende keuring nodig is en welke actie op korte termijn openstaat. Bij een controle of een storing heeft u het dossier direct bij de hand.
Veelgestelde vragen
Ja, via de norm NEN 1010 voor het aanleggen en wijzigen van elektrische installaties. Die norm vraagt voor eindgroepen met stopcontacten een aardlekbeveiliging van 30 mA. De verplichting werkt door via de zorgplicht voor een veilige installatie uit het Arbeidsomstandighedenbesluit, waarop de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaaft. In de praktijk heeft vrijwel elk magazijn dan ook een of meer aardlekschakelaars in de verdeelinrichting.
De 30 milliampere is de aanspreekwaarde: de lekstroom waarbij de aardlekschakelaar uiterlijk moet uitschakelen. Die grens is gekozen omdat een stroom boven ongeveer 30 mA door het lichaam gevaarlijk kan zijn. Een aardlekschakelaar van 30 mA is daarom bedoeld voor de bescherming van personen. Waarden als 300 mA bestaan ook, maar die dienen vooral tegen brand en niet primair tegen een schok.
Een aardlekschakelaar beschermt tegen lekstroom, maar niet tegen overbelasting of kortsluiting. Daarvoor zit er een aparte installatieautomaat in de groep. Een aardlekautomaat combineert beide functies in een component: hij schakelt zowel bij lekstroom als bij overstroom uit. Functioneel is de bescherming tegen een schok gelijk, het verschil zit in de opbouw van de verdeelinrichting.
Een veelgebruikte richtlijn is de testknop ongeveer eens per half jaar in te drukken, en zeker bij twijfel of na werkzaamheden aan de installatie. De testknop wekt kunstmatig een lekstroom op en de schakelaar hoort dan meteen uit te vallen. Doet hij dat niet, dan werkt de beveiliging niet en moet u direct een installateur inschakelen. Deze test vervangt de periodieke keuring niet.
Nee. De testknop controleert of het uitschakelmechanisme werkt, maar zegt niets over de aanspreektijd, de exacte aanspreekstroom en de kwaliteit van de aarding. Die aspecten meet een keurmeester met meetapparatuur tijdens de periodieke keuring. De testknop is een snelle eigen controle, de NEN 3140 keuring is de volledige beoordeling.
Ja. De aardlekschakelaar is een onderdeel van de vaste elektrische installatie en de verdeelinrichting, en die vallen onder de periodieke inspectie volgens NEN 3140. De keurmeester meet dan onder meer de aanspreekstroom en de aanspreektijd en beoordeelt de aarding. De uitkomst en de datum leggen ze vast in het keuringsrapport.
Ongewenst uitschakelen komt vaak door een opeenstapeling van kleine lekstromen op dezelfde groep, bijvoorbeeld van apparatuur met filters of van vochtige kabels. In een magazijn met veel apparaten op een groep kan de som van die lekstromen de 30 mA naderen. Een installateur kan de groepen anders verdelen of een geschikter type schakelaar toepassen, zodat de beveiliging betrouwbaar blijft.