Wat is een gebruiksmelding brandveilig gebruik
Een gebruiksmelding is een melding die u bij de gemeente doet voordat u een gebouw in gebruik neemt. Het is geen vergunning: de gemeente hoeft geen toestemming te geven en er volgt in beginsel geen besluit. Wel moet de melding er liggen, en moet zij volledig zijn.
Het doel is dat de gemeente en de brandweer weten hoe een gebouw wordt gebruikt, hoeveel mensen er kunnen zijn en welke brandveiligheidsvoorzieningen aanwezig zijn. Die informatie is nodig voor toezicht en voor een eventuele inzet bij brand.
Voor een magazijn of distributiecentrum is dat geen formaliteit. Een hal met hoge stellingen, veel opslag en beperkt zicht is bij een inzet ingewikkeld terrein. Actuele plattegronden met vluchtroutes en blusmiddelen maken in die situatie het verschil.
De melding staat naast, en niet in plaats van, uw overige brandveiligheidsverplichtingen. Zie onze gids over brandveiligheid in het magazijn voor het volledige beeld.
Waar staat het in de wet
De gebruiksmelding is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving, kortweg Bbl. Dat besluit is een van de algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet en bevat de regels over bouwwerken.
De bepalingen over de gebruiksmelding staan in paragraaf 6.1.2. Artikel 6.6 regelt wanneer de melding verplicht is en verwijst daarvoor naar tabel 6.6. Artikel 6.7 bevat aanvullende regels, waaronder de bepaling over nevengebruiksfuncties bij industrie- en kantoorgebouwen.
Artikel 6.8 somt op welke gegevens en documenten u moet aanleveren. Artikel 6.9 regelt wat er gebeurt bij een verandering van het bouwwerk, en artikel 6.10 geeft gemeenten de mogelijkheid om voor bepaalde functies met maatwerk af te wijken van de drempelwaarde.
Een toegankelijke toelichting op deze artikelen vindt u bij het Informatiepunt Leefomgeving, het kenniscentrum van de overheid voor de fysieke leefomgeving.
Wanneer is de gebruiksmelding verplicht
Voor een niet-woonfunctie is de melding verplicht zodra het totaal aantal personen in het bouwwerk groter is dan het aantal dat voor die gebruiksfunctie in tabel 6.6 van het Bbl staat. De drempel verschilt sterk per functie.
Een magazijn of distributiecentrum is in de systematiek van het Bbl een industriefunctie. Voor een industriefunctie ligt de drempel hoger dan voor bijvoorbeeld een bijeenkomstfunctie, waar zij op 50 personen ligt.
Belangrijk is de regel over nevengebruiksfuncties in artikel 6.7 lid 3. Een kantine, bedrijfsrestaurant of parkeergarage die ten dienste staat van een industrie- of kantoorfunctie telt niet mee met haar eigen, lagere drempel. Voor het geheel geldt dan het maximum van de industrie- of kantoorfunctie, en dat betekent dat pas vanaf 150 personen een melding verplicht is.
Zonder die regel zou vrijwel elk distributiecentrum met een kantine van meer dan 50 zitplaatsen meldingsplichtig zijn. Met die regel telt u het hele gebouw als één industriefunctie met een drempel van 150 personen.
| Situatie | Drempel | Melding nodig |
|---|---|---|
| Magazijn, 60 medewerkers, geen kantine | 150 personen | Nee |
| DC met 120 medewerkers, kantine als nevenfunctie | 150 personen | Nee |
| DC met 180 medewerkers in piekploeg | 150 personen | Ja |
| Zelfstandige bijeenkomstfunctie in hetzelfde pand | 50 personen | Beoordelen per geval |
Het aantal personen bepalen
De drempel gaat over het aantal personen dat tegelijk aanwezig kan zijn, niet over het aantal medewerkers op de loonlijst. Dat onderscheid is in de logistiek wezenlijk.
Tel iedereen mee: vast personeel, uitzendkrachten, chauffeurs die in de hal komen, monteurs, schoonmakers en bezoekers. Ga bovendien uit van het piekmoment, niet van het gemiddelde. Een DC dat normaal met 90 mensen draait maar in het najaarsseizoen naar 200 gaat, zit boven de drempel.
In gebouwen met meerdere gebruiksfuncties worden de aantallen bij elkaar opgeteld, waarna de functie met het laagste aangewezen aantal bepaalt of er gemeld moet worden. Bij een industriegebouw met bijbehorende kantoren en kantine geldt door artikel 6.7 lid 3 het gezamenlijke maximum van 150.
Staan er meerdere gebouwen op uw terrein, dan wordt per gebouw beoordeeld. U mag wel één melding indienen die meerdere bouwwerken op hetzelfde of op samenhangende terreinen omvat, wat de administratie voor een campusachtige locatie aanzienlijk vereenvoudigt.
Welke gegevens en documenten u aanlevert
De aan te leveren informatie staat in artikel 6.8 van het Bbl. Die lijst is limitatief: de gemeente mag niet meer vragen dan daarin staat, en u hoeft alleen te leveren wat op uw situatie van toepassing en nodig is voor de beoordeling.
De kern is een set plattegronden, per bouwlaag, waarop de brandveiligheidsvoorzieningen zijn ingetekend. Daarbij hoort informatie over het beoogde gebruik en het aantal personen per ruimte.
| Onderdeel | Wat u intekent of vermeldt |
|---|---|
| Plattegronden | Per bouwlaag, met schaal en noordpijl |
| Vluchtroutes | Looproutes, nooduitgangen en verzamelplaats |
| Blusmiddelen | Brandblussers en haspels met locatie |
| Detectie en alarm | Brandmeldinstallatie en ontruimingsalarm |
| Noodverlichting | Armaturen en vluchtrouteaanduiding |
| Compartimentering | Brandwerende scheidingen en zelfsluitende deuren |
| Gebruik | Functie per ruimte en maximaal aantal personen |
Let op de waarschuwing die het Informatiepunt Leefomgeving expliciet meegeeft: een onvolledige melding is geen melding. Ontbreken er plattegronden of gegevens, dan geldt u formeel als niet gemeld, met alle gevolgen van dien.
Zorg dat de tekeningen kloppen met de werkelijkheid op de vloer. Een plattegrond waarop een nooduitgang staat die in de praktijk is dichtgezet met pallets, werkt tegen u. Zie ook onze artikelen over vluchtwegen en de ontruimingsplattegrond.
Hoe en wanneer u indient
De melding dient u in bij de gemeente waar het gebouw staat, via het Omgevingsloket. Dat is het digitale loket onder de Omgevingswet waar ook vergunningaanvragen en andere meldingen binnenkomen.
De termijn is minimaal vier weken voor ingebruikname. Tot die melding is gedaan, is het verboden het gebouw in gebruik te nemen. Bij een nieuwbouw-DC of een verhuizing betekent dit dat de melding al moet lopen terwijl de inrichting nog gaande is.
Plan dit vroeg. In de praktijk struikelen bedrijven hier omdat de plattegronden pas definitief zijn als de stellingen staan, terwijl de opleverdatum al vastligt. Begin met een conceptindeling en werk die bij, in plaats van te wachten tot alles klaar is.
De gemeente kan naar aanleiding van de melding aanvullende voorwaarden stellen met een maatwerkvoorschrift, als dat nodig is om brand en ongevallen bij brand te voorkomen of te beperken. Reken daar bij een groot pand op, en houd rekening met een gesprek met de veiligheidsregio.
Verandering, verbouwing en overname
Verbouwt u het pand, dan ontstaat een nieuwe situatie. Meestal is geen volledig nieuwe melding nodig: u levert alleen de gegevens over de nieuwe situatie aan, zodat de gemeente die kan beoordelen. Dat is geregeld in artikel 6.9 van het Bbl.
Wijkt het gebruik zelf af van wat u eerder heeft gemeld, dan ligt het anders. Gaat u structureel met meer mensen werken, of verandert de indeling van de hal ingrijpend, dan moet u wel opnieuw melden, mits voor de nieuwe situatie een melding vereist is.
Bij overname geldt een prettige regel: de melding is zaakgebonden en niet persoonsgebonden. Een nieuwe eigenaar of huurder hoeft geen nieuwe melding te doen zolang het gebruik gelijk blijft. Vraag bij overname wel de bestaande melding en de plattegronden op, want u heeft ze nodig zodra er iets verandert.
Voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik geeft u aan in welke periode en tijdvakken van het jaar het gebouw in gebruik is. Voor magazijnen met een uitgesproken piekseizoen kan dat een praktische route zijn.
De specifieke zorgplicht blijft altijd gelden
Blijft u onder de drempel van 150 personen, dan bent u niet meldingsplichtig. Dat betekent niet dat er geen regels gelden. Het Bbl kent een specifieke zorgplicht voor brandveilig gebruik die voor elk bouwwerk geldt, ongeacht het aantal aanwezigen.
Die zorgplicht verplicht u om het gebouw zo te gebruiken dat brand wordt voorkomen en dat aanwezigen veilig kunnen vluchten. Vluchtroutes vrijhouden, brandbare opslag beheersen en installaties in werkende staat houden vallen daaronder.
Daarnaast blijven de Arbowet-verplichtingen onverkort gelden. BHV, ontruimingsoefeningen, voldoende blusmiddelen en de periodieke keuring van brandblussers en noodverlichting staan los van de gebruiksmelding.
Slaat u gevaarlijke stoffen op, dan komt daar nog een regime bij. Zie onze gids over PGS 15 voor de eisen aan opslag van verpakte gevaarlijke stoffen.
Checklist gebruiksmelding magazijn
Loop deze punten na om te bepalen of u meldingsplichtig bent en of uw dossier klopt.
| Onderdeel | Wat u controleert |
|---|---|
| Personen | Piekbezetting geteld, inclusief inleen, chauffeurs en bezoek |
| Functies | Beoordeeld of kantine en kantoren nevengebruiksfuncties zijn |
| Drempel | Vastgesteld of u boven of onder de 150 personen zit |
| Melding | Ingediend via het Omgevingsloket, minimaal 4 weken vooraf |
| Plattegronden | Actueel, kloppend met de situatie op de vloer |
| Volledigheid | Alle gegevens uit artikel 6.8 aangeleverd |
| Wijzigingen | Procedure afgesproken voor verbouwing of gebruikswijziging |
| Zorgplicht | Brandveilig gebruik geborgd, ook onder de drempel |
De meest voorkomende fout is niet het missen van de melding, maar het laten verlopen ervan. Een DC meldt netjes bij ingebruikname en verandert daarna in vijf jaar de hele indeling: extra stellingrijen, een mezzanine erbij, een nooduitgang die anders loopt. De melding uit jaar één beschrijft dan een gebouw dat niet meer bestaat. Koppel de plattegronden aan uw ontruimingsplan en werk ze samen bij, dan blijft het dossier vanzelf actueel.
Veelgestelde vragen
Voor een niet-woonfunctie is een gebruiksmelding verplicht als het totaal aantal personen in het bouwwerk groter is dan het aantal genoemd in tabel 6.6 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een magazijn of distributiecentrum is een industriefunctie. Voor een industriefunctie, inclusief nevengebruiksfuncties zoals een kantine of een parkeergarage, ligt de drempel op 150 personen. Blijft u daaronder, dan is er geen meldingsplicht.
Alle personen die tegelijk in het bouwwerk aanwezig kunnen zijn tellen mee, ongeacht of het gaat om eigen personeel, uitzendkrachten, chauffeurs, monteurs of bezoekers. Bij een gebouw met meerdere gebruiksfuncties worden de aantallen bij elkaar opgeteld en bepaalt de gebruiksfunctie met het laagste aangewezen aantal of er gemeld moet worden. Voor een industriegebouw met bijbehorende kantine en kantoren geldt echter het gezamenlijke maximum van 150.
De gebruiksmelding moet minstens vier weken voordat u het gebouw in gebruik neemt bij de gemeente zijn ingediend. Het is verboden het gebouw in gebruik te nemen zonder dat die melding is gedaan. Plan dit dus in bij een verhuizing, een uitbreiding of het openen van een nieuwe locatie, want vier weken is bij een strakke opleverplanning zo verstreken.
De lijst staat in artikel 6.8 van het Bbl en is limitatief. Het gaat onder meer om plattegronden per bouwlaag waarop de brandveiligheidsvoorzieningen zijn ingetekend: vluchtroutes, nooduitgangen, blusmiddelen, brandmeldinstallatie, noodverlichting en compartimenteringsgrenzen. Ook levert u gegevens over het beoogde gebruik en het aantal personen. De gemeente mag geen aanvullende informatie eisen die niet in artikel 6.8 staat.
Het in gebruik nemen van een gebouw zonder verplichte gebruiksmelding is een overtreding. De gemeente kan handhaven met een last onder dwangsom of in het uiterste geval het gebruik laten staken. Belangrijker nog: bij een brand of een incident is het ontbreken van de melding een zwaarwegend feit in de beoordeling van de aansprakelijkheid en kan het gevolgen hebben voor de dekking door uw verzekeraar.
Bij een verbouwing ontstaat een nieuwe situatie, maar meestal is geen volledig nieuwe melding nodig. U levert dan alleen de gegevens en documenten over de nieuwe situatie aan, zodat de gemeente die kan beoordelen. Dat staat in artikel 6.9 van het Bbl. Wijkt het gebruik zelf af van wat eerder is gemeld, bijvoorbeeld doordat er structureel meer mensen aanwezig zijn, dan moet u wel een nieuwe melding doen.
Nee. Een gebruiksmelding is zaakgebonden en niet persoonsgebonden. Zij hoort bij het bouwwerk en het gemelde gebruik, niet bij de eigenaar of huurder. Neemt u een pand over waarvoor al een geldige melding is gedaan en gebruikt u het op dezelfde manier, dan hoeft u geen nieuwe melding in te dienen. Vraag bij overname wel de bestaande melding en de bijbehorende plattegronden op.
Nee. De specifieke zorgplicht voor brandveilig gebruik uit het Bbl geldt altijd, ook als u onder de meldingsdrempel blijft. Die zorgplicht verplicht u om het gebouw zo te gebruiken dat brand wordt voorkomen en dat mensen veilig kunnen vluchten. Daarnaast blijven de Arbowet-verplichtingen rond BHV, ontruiming en blusmiddelen onverkort gelden, evenals de periodieke keuring van brandblussers en noodverlichting.