Hoeveel brandblussers heb je nodig in een magazijn?
Er is geen wet die zegt: een magazijn van zoveel vierkante meter heeft precies zoveel brandblussers. De vraag wordt in de praktijk beantwoord door de norm NEN 4001, je eigen risico-inventarisatie en de eisen van je verzekeraar. Samen bepalen die hoeveel blustoestellen je verspreid door het pand ophangt. Hoe dat rekenen precies werkt, lees je in ons artikel over de projectering volgens NEN 4001.
De snelle vuistregel die de meeste projecteerders aanhouden, is ongeveer één draagbaar blustoestel per 100 tot 200 vierkante meter vloeroppervlak, met minimaal twee toestellen per bouwlaag. Daarbij geldt een maximale loopafstand van zo'n 20 tot 30 meter, zodat een medewerker altijd snel een blusser bij de hand heeft.
Die vuistregel is een startpunt, geen eindantwoord. Een magazijn met brandbare opslag, een laadplek voor heftruckaccu's of veel kartonnen verpakking vraagt om meer of zwaardere toestellen. Hieronder leggen we uit hoe je van die vuistregel naar een onderbouwd aantal komt.
Wat zegt de wet: het Besluit bouwwerken leefomgeving
Sinds 1 januari 2024 geldt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Voor bestaande gebouwen zijn in het Bbl veel concrete eisen aan het aantal en de plaats van blustoestellen vervallen. De overgebleven regels gaan vooral over de aanwezigheid en het onderhoud van blusmiddelen.
Het Bbl verplicht wel dat aanwezige draagbare blustoestellen en brandslanghaspels adequaat worden onderhouden, in de praktijk ten minste eens per twee jaar en volgens NEN 2559. Daarnaast verplicht het Arbeidsomstandighedenbesluit de werkgever om doeltreffende middelen voor brandbestrijding beschikbaar te hebben. De wet schrijft dus de aanwezigheid en het onderhoud strakker voor dan het exacte aantal.
Omdat de wet weinig harde aantallen meer noemt, verschuift het zwaartepunt naar de norm NEN 4001 en naar je eigen RI&E. Die bepalen samen wat in jouw specifieke situatie een toereikend aantal blustoestellen is.
NEN 4001 bepaalt het aantal blustoestellen
NEN 4001 is de Nederlandse projecteringsnorm voor draagbare en verrijdbare blustoestellen. De norm beschrijft hoe je het benodigde aantal bepaalt op basis van de oppervlakte, de gebruiksfunctie van de ruimte en de aanwezige brandrisico's. Een gecertificeerde projecteerder maakt op basis hiervan een projecteringsplan.
De norm is te raadplegen via NEN en wordt in veel polisvoorwaarden van verzekeraars genoemd als vereiste. Een projectering volgens NEN 4001 levert een certificaat op dat je kunt overleggen bij een controle of schadeclaim.
Het verschil met de oude wettelijke aanpak is dat NEN 4001 maatwerk levert. Twee magazijnen van gelijke oppervlakte kunnen een verschillend aantal toestellen nodig hebben omdat de opslag en de werkzaamheden verschillen. Houd per toestel daarnaast bij wanneer het zijn maximale levensduur bereikt.
De vuistregel per oppervlakte
Voor een eerste inschatting helpt een tabel met veelgebruikte uitgangspunten. Houd er rekening mee dat dit richtwaarden zijn en geen vervanging voor een projectering volgens NEN 4001.
| Oppervlakte magazijn | Indicatie aantal 6 kg blustoestellen | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| tot 200 m² | 2 toestellen | minimaal twee per bouwlaag |
| 200 tot 500 m² | 3 tot 5 toestellen | let op loopafstand in gangen |
| 500 tot 1.000 m² | 5 tot 10 toestellen | verhoogd risico kan dit verdubbelen |
| meer dan 1.000 m² | projectering NEN 4001 | altijd onderbouwd berekenen |
De spreiding in deze tabel komt door het risicoprofiel. Een leeg, droog magazijn zit aan de onderkant, terwijl een pand met brandbare opslag of laadinfrastructuur aan de bovenkant of daarboven zit. Gebruik de tabel om een gevoel te krijgen en laat het definitieve aantal door een projecteerder vaststellen.
De maximale loopafstand tot een blustoestel
Naast het totale aantal telt de spreiding. De praktijk hanteert een maximale loopafstand van ongeveer 20 tot 30 meter tot het dichtstbijzijnde blustoestel. Die afstand meet je langs vrij begaanbare looproutes, dus om stellingen en obstakels heen, en niet hemelsbreed.
In een magazijn met smalle gangen en hoge stellingen loopt die afstand snel op. Een toestel dat hemelsbreed dichtbij hangt, kan in werkelijkheid een flink eind lopen zijn. Daarom hangen blustoestellen verspreid en niet allemaal geconcentreerd bij de uitgang.
Plaats toestellen logisch bij vluchtwegen, uitgangen en risicoplekken zoals laadstations. Zo valt de blusvoorziening samen met de route die iemand bij een calamiteit toch al neemt.
Rekenen met bluseenheden, niet met toestellen
NEN 4001 rekent niet in losse toestellen maar in bluseenheden. Elk type blustoestel staat voor een aantal eenheden op basis van zijn blussend vermogen, het zogeheten rating. Een 6 kg poederblusser levert meer eenheden dan een klein 2 kg toestel, en een 9 of 12 kg toestel weer meer.
Dat betekent dat je het benodigde aantal eenheden op verschillende manieren kunt invullen. Meer kleine toestellen of minder grote toestellen kunnen tot hetzelfde aantal eenheden leiden. De keuze hangt af van de bedienbaarheid en het type risico.
Voor de bediening is een lichter toestel makkelijker, maar een zwaarder toestel blust langer. Welk type blusser waar het beste past, hangt af van de brandklasse en de plek in het magazijn.
Risicoverhogende factoren in een magazijn
De basisvuistregel gaat uit van een gemiddeld risico. Verschillende situaties in een magazijn verhogen dat risico en daarmee het benodigde aantal of het type toestellen.
Denk aan de opslag van brandbare materialen, veel kartonnen en kunststof verpakking, en laadplekken voor heftruck- of lithium-ion-accu's. Accu's vormen een eigen risico omdat een accubrand zich anders gedraagt dan een gewone brand en niet met elk blustype te bestrijden is.
Ook de aanwezigheid van heftrucks, oplaadstations en gevaarlijke stoffen onder PGS-regels telt mee. Bij die laatste categorie gelden vaak aanvullende eisen die los staan van de algemene projectering.
Welk type blusser past bij welk risico
Het aantal toestellen staat niet los van het type. Een poederblusser is breed inzetbaar maar geeft veel nevenschade, een schuim- of sproeischuimblusser is schoner en geschikt voor de meeste magazijnrisico's, en een CO2-blusser is bedoeld voor elektrische apparatuur.
Voor een laadplek met accu's is een gespecialiseerd blusmiddel nodig, omdat een standaard toestel een accubrand vaak niet onder controle krijgt. Stem het type dus af op de daadwerkelijke risico's per zone in plaats van overal hetzelfde toestel op te hangen.
Een goede projectering combineert types: schuim voor algemene zones, CO2 bij elektra en een passend toestel bij de laadinfrastructuur. Zo dekt het totale aantal toestellen ook echt de aanwezige brandklassen af.
Waar plaats je de blustoestellen
De plek bepaalt of een toestel bij een calamiteit ook echt gebruikt wordt. Hang blustoestellen op een vaste, zichtbare hoogte langs looproutes, bij uitgangen en bij risicoplekken. Markeer elke plek met het juiste pictogram volgens NEN-EN-ISO 7010, zodat een toestel ook in rook of stress vindbaar blijft.
Zorg dat toestellen vrij hangen en niet achter pallets, dozen of seizoensvoorraad verdwijnen. Een blusser die geblokkeerd is, telt in de praktijk niet mee, hoe correct de projectering ook is.
Leg de locaties vast in een plattegrond en in je compliancedossier. Bij een controle of een wisseling van de seizoensindeling kun je dan snel zien of de spreiding nog klopt.
Het berekende aantal moet ook gekeurd worden
Het juiste aantal toestellen ophangen is stap één. Elk toestel moet daarna jaarlijks worden gecontroleerd en periodiek gereviseerd volgens NEN 2559. Een toestel zonder geldige keuring telt bij een controle niet als een werkende voorziening.
De jaarlijkse keuring, de uitgebreide revisie en uiteindelijk de vervanging samen vormen het onderhoudsritme. Hoe dat ritme er precies uitziet, staat in ons artikel over de brandblusserkeuring en in het overzicht van de kosten van de keuring.
Plan de keuring van alle toestellen het liefst in één ronde. Zo houd je het hele blusbestand in één moment actueel en mis je geen enkel toestel.
Veelgemaakte fouten bij het aantal blustoestellen
De eerste fout is alleen kijken naar oppervlakte en het risicoprofiel negeren. Twee even grote magazijnen kunnen een heel verschillend aantal toestellen nodig hebben. De tweede fout is alle toestellen bij de uitgang concentreren, waardoor de loopafstand in het achterste deel van het pand te groot wordt.
Een derde fout is het aantal nooit bijstellen na een verbouwing of een nieuwe indeling. Verplaats je stellingen of voeg je een laadplek toe, dan verandert ook het benodigde aantal en de spreiding.
De laatste valkuil is de polis vergeten. Wie het wettelijke minimum aanhoudt maar de NEN 4001-eis van de verzekeraar mist, ontdekt dat pas bij een schadeclaim. Check daarom altijd de polisvoorwaarden.
Zo bepaalt Envora het juiste aantal
Envora brengt bij een compliance scan de oppervlakte, de indeling en de risico's van je magazijn in kaart. Op basis daarvan zie je of je huidige aantal blustoestellen toereikend is, of de spreiding klopt en of de toestellen passen bij de aanwezige brandklassen.
Het aantal en de plaats van de blustoestellen komen daarna samen met je andere blusmiddelen in één dossier, met de jaarlijkse keuring per toestel automatisch in beeld. Zo sluit het aantal aan op zowel NEN 4001 als de eis van je verzekeraar, en kun je het bij een controle direct aantonen.
Veelgestelde vragen
Er geldt geen wettelijk vast aantal. Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt sinds 2024 nog maar weinig concrete eisen aan het aantal blustoestellen in bestaande gebouwen. In de praktijk bepaalt de norm NEN 4001 het aantal op basis van oppervlakte, gebruiksfunctie en risico, en kan je verzekeraar daar eisen aan stellen. De vuistregel is ongeveer één blustoestel per 100 tot 200 m².
Een veelgebruikte vuistregel is ongeveer één draagbaar blustoestel van 6 kg per 100 tot 200 vierkante meter, met minimaal twee toestellen per bouwlaag en een maximale loopafstand van zo'n 20 tot 30 meter. Bij verhoogd risico, zoals brandbare opslag of laadplekken voor accu's, ligt het werkelijke aantal hoger. De exacte berekening volgt uit NEN 4001.
In de praktijk wordt een maximale loopafstand van ongeveer 20 tot 30 meter aangehouden, gemeten langs vrij begaanbare looproutes en niet hemelsbreed. Dat betekent dat blustoestellen verspreid door het magazijn hangen en niet allemaal bij de uitgang. Smalle gangen, stellingen en obstakels tellen mee in die afstand.
NEN 4001 rekent niet met losse toestellen maar met bluseenheden. Elk type blustoestel vertegenwoordigt een aantal eenheden op basis van zijn blussend vermogen. Een grotere 9 of 12 kg poederblusser levert meer eenheden dan een klein 2 kg toestel. Het benodigde aantal eenheden hangt af van de oppervlakte en de gebruiksfunctie van de ruimte.
Een brandslanghaspel is een aparte blusvoorziening met een eigen norm en kan in een projectering volgens NEN 4001 worden meegerekend als onderdeel van het totale blusconcept. Hij vervangt de draagbare blustoestellen niet automatisch. Of haspels en toestellen elkaar aanvullen of vervangen, bepaalt de projecteerder op basis van het risico.
Vaak wel. Verzekeraars verwijzen in hun polisvoorwaarden regelmatig naar een projectering volgens NEN 4001 en vragen een geldig projecteringscertificaat. Voldoe je daar niet aan, dan kan dat gevolgen hebben bij een schadeclaim. Het is verstandig de polisvoorwaarden te checken voordat je het aantal toestellen vaststelt.