Waarom dit uw probleem wordt
Bluswater voelt als iets van de gemeente. Er ligt een brandkraan in de straat, de brandweer weet hem te vinden, en daarmee lijkt de zaak geregeld.
Dat klopt tot het moment dat uw pand groter is dan het net aankan, of dat uw terrein achter een slagboom ligt, of dat de dichtstbijzijnde sloot in augustus droogstaat.
Op dat moment schuift de verantwoordelijkheid naar u. En anders dan bij een blusser of een keuring is dit geen kwestie van een jaarlijkse controle maar van een voorziening die er fysiek moet liggen.
Dit artikel beschrijft wie waarvoor verantwoordelijk is, welke eisen in de praktijk gelden en hoe u in een uur nagaat of het bij u klopt.
Wie waarvoor verantwoordelijk is
De verdeling is eenvoudiger dan de hoeveelheid betrokken partijen doet vermoeden. De brandweer beschrijft het kort: de eindverantwoordelijkheid voor de openbare bluswatervoorziening en de bereikbaarheid ligt bij de gemeenten.
De veiligheidsregio adviseert de gemeente daarover en beoordeelt bouwplannen en vergunningaanvragen op dit punt. De brandweer zelf gebruikt de voorziening maar legt hem niet aan.
Schiet de openbare voorziening tekort, dan verschuift de plicht. Dan moeten de rechthebbenden op een terrein of bouwwerk zelf voor een goede bluswatervoorziening zorgen, wat is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Huurt u uw pand, dan is de volgende vraag wie van u beiden dat is. Die verdeling behandelen wij in ons artikel over brandveiligheid bij huurder en verhuurder.
Vier soorten bluswater
De meeste mensen denken bij bluswater aan de brandkraan in de stoep. In de praktijk gebruikt de brandweer vier bronnen, die elkaar aanvullen.
| Vorm | Kenmerk | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Brandkraan | Aansluiting op het drinkwaternet | Capaciteit verschilt sterk per gebied |
| Open water | Sloot, vijver, kanaal of haven | Diepte en bereikbaarheid, ook in droogte |
| Bluswaterriool | Gesloten leiding met watervoorraad | Vaste onttrekkingspunten nodig |
| Geboorde put | Bron op eigen terrein | Opbrengst afhankelijk van grondsoort |
Voor een magazijn op een bedrijventerrein zijn de brandkraan en de geboorde put de meest voorkomende combinatie. Open water komt vooral voor bij oudere terreinen en bij locaties langs een vaarweg.
Welke vorm passend is, hangt niet af van uw voorkeur maar van wat de brandweer op uw locatie nodig heeft om een brand te bestrijden.
Primair, secundair en tertiair
De brandweer deelt bluswater in naar het moment waarop het nodig is. Die indeling verklaart waarom één brandkraan zelden het antwoord is bij een groot pand.
Primair bluswater is direct bij aankomst beschikbaar en dicht bij het pand. Dat is doorgaans een brandkraan of een geboorde put binnen korte afstand van de opstelplaats.
Secundair bluswater is de grotere voorraad iets verderop, waaruit langdurig kan worden gepompt. Tertiair bluswater betreft grootschalig watertransport over lange afstand, ingezet bij zeer grote of langdurige branden.
Een magazijnbrand duurt langer dan de eerste voorraad
Bij een woningbrand is de eerste inzet vaak bepalend en volstaat de eigen watervoorraad van de tankautospuit vaak voor het begin.
Bij een magazijn ligt dat anders. Hoge opslag, veel vuurlast en grote compartimenten betekenen dat een inzet uren kan duren en dat de aanvoer continu moet zijn.
Daarom kijkt de veiligheidsregio bij bedrijfspanden nadrukkelijk naar de secundaire voorziening. Een prima brandkraan zonder achterliggende voorraad is voor een groot magazijn geen toereikende situatie.
Dat effect wordt groter naarmate de opslag brandbaarder is. Voor specifieke risico's zoals opslag van lithium-ion-accu's gelden bovendien eigen uitgangspunten voor de blusstrategie.
Welke eisen gelden
Sinds de Omgevingswet in werking is, staan de regels op twee plekken. Het Besluit bouwwerken leefomgeving bevat landelijke eisen, en het omgevingsplan van uw gemeente bevat de lokale uitwerking.
Het inhoudelijke referentiekader daarachter is de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019 van Brandweer Nederland. Veiligheidsregio's vertalen die handreiking naar regionaal beleid.
Dat betekent iets belangrijks voor u. Er is geen landelijk getal dat overal geldt, en de norm die uw collega in een andere regio noemt, hoeft bij u niet te kloppen.
Vraag daarom altijd het advies van uw eigen veiligheidsregio op. Dat advies is bovendien het document dat uw verzekeraar en uw gemeente allebei erkennen.
Opstelplaats en bereikbaarheid
Bluswater zonder bereikbaarheid is geen bluswater. De regels over bereikbaarheid en opstelplaatsen staan in paragraaf 4.7.8 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
De hoofdregel is dat elke brandweeringang een opstelplaats heeft. Heeft uw pand er drie, dan zijn er drie opstelplaatsen nodig en niet één centrale.
Regionale beleidsregels rekenen daarbij met de inzetdiepte, doorgaans op basis van een slanglengte van ongeveer zestig meter. Voor bedrijfspanden wordt vaak een maximale afstand van vijftien meter tussen opstelplaats en ingang aangehouden, zodat er genoeg slang overblijft voor binnen.
Ligt uw terrein achter een hek of slagboom, dan hoort daar een sluitende afspraak bij over toegang. Datzelfde geldt voor de rijbaanbreedte en de draaicirkel op eigen terrein.
Wanneer u zelf moet voorzien
Er zijn vier situaties waarin het gesprek over eigen bluswater vrijwel altijd begint. Herkent u er een, ga er dan vanuit dat u aan zet bent.
De eerste is nieuwbouw of uitbreiding op een terrein waar het drinkwaternet beperkt is gedimensioneerd. De tweede is een pand met een grote vuurlast, zoals opslag van kunststoffen of verpakkingsmateriaal.
De derde is uitgebreide buitenopslag, waarover wij apart schrijven in ons artikel over brandveiligheid bij buitenopslag. De vierde is een locatie in het buitengebied zonder openbaar net in de nabijheid.
In al die gevallen is het advies van de veiligheidsregio leidend, en komt dat advies terug in de vergunning of in de gebruiksmelding brandveilig gebruik.
De geboorde put
Als het net te weinig levert en er geen bruikbaar open water is, is een geboorde put meestal de oplossing. Het is een bron op eigen terrein waaruit de brandweer kan pompen.
Een put is geen eenmalige investering die daarna vanzelf werkt. De opbrengst hangt af van de grondsoort en kan in de loop van jaren teruglopen, bijvoorbeeld door dichtslibben van het filter.
Laat daarom bij de aanleg vastleggen met welke frequentie de put wordt gecontroleerd en door wie. Boorfirma's en onderhoudsbedrijven adviseren daarover op basis van de lokale bodem.
Zorg daarnaast voor een herkenbare aanduiding en een vrije opstelplaats bij de put. Een put die niemand kan vinden of bereiken, is administratief aanwezig en operationeel afwezig.
Beheer en onderhoud
De brandweer moet erop kunnen vertrouwen dat een voorziening werkt. Een voorziening die op de kaart staat maar niet functioneert, is gevaarlijker dan geen voorziening, want er wordt wel op gerekend.
Gemeentelijke regels leggen daarom een zorgplicht voor beheer en onderhoud neer bij de eigenaar of gebruiker. Dat geldt voor de bron zelf en net zo goed voor de opstelplaats en de aanrijroute.
De praktijk is dat opstelplaatsen langzaam verdwijnen. Er komen palletstapels te staan, een trailer wordt er neergezet voor het weekend, of een nieuwe fietsenstalling neemt de ruimte in.
Neem de route en de opstelplaats op in de vaste ronde
Het probleem is niet dat mensen het niet weten maar dat niemand ernaar kijkt. Een markering op het asfalt vervaagt binnen enkele jaren.
Neem daarom drie punten op in uw maandelijkse veiligheidsronde: is de aanrijroute vrij, is de opstelplaats leeg en zijn de aanduidingen leesbaar.
Leg de uitkomst kort vast, bijvoorbeeld in het brandveiligheidsdossier waarin ook uw keuringen en installatiegegevens samenkomen.
Meld wijzigingen bovendien actief aan de veiligheidsregio. Een nieuwe slagboom, een verplaatste inrit of een gewijzigde bluswatervoorziening hoort in hun voorbereiding terecht te komen.
Een distributiecentrum van achtduizend vierkante meter breidde uit met een nieuwe hal aan de achterzijde. De aannemer regelde de vergunning, de bouw liep voorspoedig en de hal werd in gebruik genomen. Pas bij de eerste oefening met de lokale brandweer bleek dat de nieuwe brandweeringang aan de achterkant geen opstelplaats had, en dat de dichtstbijzijnde brandkraan op honderdzeventig meter lag. De aanrijroute langs de hal was bovendien vier meter breed, te smal voor een tankautospuit met redvoertuig erachter. De oplossing kostte een verharde strook van twintig meter en een tweede onttrekkingspunt op de bestaande geboorde put. De les was niet technisch maar procesmatig: bij de uitbreiding was alleen naar het gebouw gekeken en niet naar de inzet erbuiten.
Wat uw verzekeraar vraagt
Naast de publiekrechtelijke kant staat de polis. Verzekeraars beoordelen bluswater als onderdeel van het totale brandrisico, samen met compartimentering en blusinstallaties.
De vragen zijn concreet: welke voorziening ligt er, op welke afstand, en is die het hele jaar beschikbaar. Bij twijfel volgt een aanvullende eis of een hogere premie.
Is er een sprinkler aanwezig, dan verandert het beeld aanzienlijk, omdat de installatie de brand beheerst voordat de brandweer arriveert. Over de keuring daarvan schrijven wij in ons artikel over de sprinklerinstallatie.
Welke eisen verzekeraars in de praktijk stellen, hebben wij verzameld in ons artikel over verzekeringseisen voor brandbeveiliging.
Bij nieuwbouw en verbouwing
Het beste moment om dit te regelen is het slechtste moment om het te vergeten. Bij een vergunningaanvraag toetst de veiligheidsregio bluswater en bereikbaarheid mee.
Vraag daarom vroeg om dat advies, voordat de terreininrichting vastligt. Een opstelplaats en een verbindingsweg zijn goedkoop op een tekening en duur in beton.
Denk daarbij verder dan het gebouw. Hekwerken, laadkuilen, parkeervakken en groenstroken bepalen samen of een tankautospuit er straks kan komen.
Loopt uw project ook langs milieuregels, bijvoorbeeld door opslag van gevaarlijke stoffen, betrek dan tegelijk ons artikel over de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten.
Zelf controleren in een uur
U hoeft geen adviseur te zijn om vast te stellen of hier een probleem ligt. Zes vragen brengen u ver genoeg om te weten of u iemand moet bellen.
Waar ligt de dichtstbijzijnde brandkraan en hoe ver is dat vanaf elke brandweeringang. Is er een tweede bron, en werkt die ook in een droge zomer.
Is elke brandweeringang voorzien van een vrije opstelplaats. Kan een tankautospuit over de hele aanrijroute rijden en keren, ook als er trailers staan.
Is er een actueel advies van de veiligheidsregio, en dateert dat van na uw laatste verbouwing. Zijn de aanduidingen en markeringen nog leesbaar.
Levert een van die vragen een onzeker antwoord op, neem dan contact op met de brandweer in uw regio. Dat gesprek is kosteloos en het kost u een half uur, en het is beter dan de conclusie tijdens een oefening. Voor de bredere samenhang verwijzen wij naar ons overzicht van brandveiligheid in het magazijn en naar uw calamiteitenplan.
Veelgestelde vragen
De eindverantwoordelijkheid voor de openbare bluswatervoorziening en de bereikbaarheid ligt bij de gemeente, die zich daarover laat adviseren door de veiligheidsregio. Is de openbare voorziening niet toereikend voor uw pand, dan moeten de rechthebbenden op het terrein of het bouwwerk zelf voor een goede bluswatervoorziening zorgen. Dat is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving. In de praktijk betekent dit dat u bij een groot magazijn of bij buitenopslag zelf aan zet kunt zijn.
Er is geen landelijk getal dat voor elk pand geldt. De benodigde hoeveelheid volgt uit de omvang van het pand, de brandcompartimentering, de opgeslagen goederen en de aanwezige installaties zoals een sprinkler. Veiligheidsregio's werken met beleidsregels die zijn afgeleid van de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid. Vraag daarom altijd het advies van uw eigen veiligheidsregio op, want de uitwerking verschilt per regio.
Primair bluswater is direct beschikbaar bij aankomst van de eerste brandweereenheid, meestal via een brandkraan op het drinkwaternet of een geboorde put dicht bij het pand. Secundair bluswater is een grotere voorraad die iets verder weg ligt en waaruit langer kan worden gepompt, zoals open water of een bluswaterriool. Tertiair bluswater is grootschalig watertransport over lange afstand voor langdurige of zeer grote branden.
Ja, open water kan als bluswatervoorziening dienen, maar dan moeten de omstandigheden kloppen. Er moet een bereikbare opstelplaats zijn waar een tankautospuit kan zuigen, en de waterdiepte moet ook in droge zomers voldoende blijven. Regionale beleidsregels hanteren daarvoor vaak een minimale diepte van een meter, ongeacht zomerpeil, winterpeil of droogte. Een sloot die in augustus droogvalt, telt dus niet mee.
Een geboorde put is een bron die grondwater levert voor blusdoeleinden, aangelegd op eigen terrein. Dat is de gebruikelijke oplossing wanneer het drinkwaternet ter plaatse te weinig capaciteit heeft en er geen geschikt open water in de buurt is. De put moet een opstelplaats hebben, herkenbaar zijn aangeduid en periodiek worden gecontroleerd, omdat de opbrengst afhankelijk is van de grondsoort en in de loop van jaren kan teruglopen.
Regionale beleidsregels gaan uit van de inzetdiepte van de brandweer, doorgaans gerekend met een slanglengte van ongeveer zestig meter. Voor andere bouwwerken dan grondgebonden woningen wordt vaak een maximale afstand van vijftien meter tussen opstelplaats en brandweeringang aangehouden, zodat er genoeg slanglengte overblijft voor de inzet binnen. Heeft uw pand meerdere brandweeringangen, dan hoort bij elke ingang een opstelplaats.
Ja. Een voorziening die er wel is maar niet werkt, is voor de brandweer erger dan geen voorziening, omdat er wel op wordt gerekend. Gemeentelijke regels leggen daarom een zorgplicht voor beheer en onderhoud op bij de eigenaar of gebruiker. Dat geldt ook voor opstelplaatsen: een opstelplaats vol gestapelde pallets of geparkeerde trailers is feitelijk geen opstelplaats.
Ja, en dit wordt vaak vergeten. Een uitbreiding verandert de oppervlakte, de compartimentering en soms de positie van de brandweeringang, en daarmee ook de beoordeling van bluswater en bereikbaarheid. Ook het plaatsen van een hekwerk, een slagboom of een nieuwe inrit is een wijziging die relevant is. Meld dat soort veranderingen bij uw veiligheidsregio, want die moet er in de repressieve voorbereiding rekening mee houden.