Wat een brandwacht is
Een brandwacht is een aangewezen persoon die tijdens een tijdelijk verhoogd brandrisico toezicht houdt op een afgebakend gebied en direct kan ingrijpen bij beginnende brand.
Het woord suggereert een functie, maar het is een rol. Iemand is brandwacht van 09:00 tot 12:00 op een specifieke plek, en daarna niet meer.
Dat tijdelijke karakter is precies waarom het misgaat. De rol wordt mondeling verdeeld, niet vastgelegd, en na afloop kan niemand aantonen dat er iemand stond.
Wanneer is een brandwacht verplicht?
Zoek niet naar het wetsartikel dat het voorschrijft. Dat bestaat niet. De verplichting komt uit drie richtingen tegelijk.
De eerste is de Arbeidsomstandighedenwet. Artikel 3 vraagt om een doeltreffend beleid tegen risico's, en artikel 15 verplicht tot bedrijfshulpverlening die is afgestemd op de aard van het gevaar. Een tijdelijk verhoogd brandrisico verandert die aard.
De tweede is uw RI&E. Daarin beoordeelt u brandgevaar en beschrijft u de beheersmaatregelen. Als daar staat dat bij heet werk toezicht wordt gehouden, is dat vanaf dat moment uw eigen verplichting.
De derde is uw brandverzekering. Die weegt in de praktijk het zwaarst, omdat het niet naleven van de clausule uw dekking raakt.
Drie situaties waarin het speelt
Heet werk in of aan het gebouw is de meest voorkomende. Denk aan lassen aan een dockleveller, snijbranden van een stellingligger of dakwerk met een brander.
Uitval van brandbeveiliging is de tweede: brandmeldinstallatie, sprinkler of ontruimingsalarm tijdelijk buiten bedrijf.
De derde is een evenement of tijdelijke situatie met veel mensen of veel vuurlast, bijvoorbeeld een open dag of een grootschalige opslagpiek waarbij compartimentering tijdelijk niet klopt.
Heet werk: de belangrijkste situatie
Heet werk is elke werkzaamheid waarbij open vuur, vonken of hoge temperaturen vrijkomen buiten een daarvoor ingerichte werkplaats.
Lassen, snijbranden, slijpen, solderen, verf afbranden, bitumineus dakwerk. In een magazijn gebeurt dat zelden op een veilige plek, want de reden dat het gebeurt is meestal dat iets ter plekke stuk is.
Een vonk van een slijptol reist tot ongeveer tien meter en stuitert door. In een stellinggang met folie, karton en pallets vindt zo'n vonk altijd iets. Het probleem is dat de smeulbrand pas een half uur later zichtbaar wordt, als iedereen weg is.
Bij uitval van brandbeveiliging
Als de brandmeldinstallatie plat ligt, valt de detectie weg. Als de sprinkler buiten bedrijf is, valt de eerste blussing weg. In beide gevallen wordt het risico gedragen door mensen in plaats van door techniek.
Het gangbare compenserende voorschrift is een repressieve brandwacht: iemand die volgens een vast schema rondes loopt door het onbeschermde deel, meestal elk half uur tot elk uur.
Bij een gebruiksmelding of omgevingsvergunning kan dit expliciet in de voorschriften staan. Controleer dat vóórdat u een installatie voor onderhoud uitschakelt, niet erna.
Meld een langdurige buitenbedrijfstelling altijd aan uw verzekeraar. Een storing die u niet meldt, is een storing waarvan u achteraf moet uitleggen waarom u zweeg.
Een distributiecentrum liet op vrijdagmiddag de sprinklerpomp vervangen. De installateur meldde netjes dat het systeem tot maandag droog stond. Niemand zette een brandwacht in, want "er wordt in het weekend toch niet gewerkt". De verzekeraar bleek een clausule te hebben die bij meer dan acht uur buitenbedrijfstelling een bewaakte rondgang eiste, ongeacht bezetting. Het ging goed, maar de dekking stond dat weekend op losse schroeven.
Wat uw verzekeraar eist
Vrijwel elke Nederlandse brandpolis voor bedrijfspanden bevat een garantieclausule voor werkzaamheden met open vuur. In de markt staat die bekend als de clausule heet werk.
De strekking is steeds hetzelfde. Voorafgaand aan het werk wordt een werkvergunning opgesteld, brandbaar materiaal wordt binnen een bepaalde straal verwijderd of afgeschermd, er zijn blusmiddelen binnen handbereik en er is een brandwacht aanwezig tijdens het werk en gedurende de nablustijd.
Een garantieclausule is geen advies. Bij niet-naleving kan de verzekeraar de uitkering weigeren, ook als de brand aantoonbaar een andere oorzaak had. Lees daarom uw eigen polisblad in plaats van te vertrouwen op wat gebruikelijk is.
Meer over hoe verzekeraars hun eisen stellen leest u in ons artikel over verzekeringseisen voor brandbeveiliging.
Wie mag brandwacht zijn?
Er is geen wettelijk voorgeschreven diploma. Er is wel een aantoonbaarheidseis, en die vult u in met opleiding plus locatiekennis.
In de markt is de opleiding Brandwacht of Beginnende Brandbestrijding gangbaar. Voor industriële omgevingen komt daar meestal VCA bij.
Belangrijker dan het papier is de vrijstelling. Een brandwacht die tussendoor nog even een order afmaakt, is geen brandwacht. Het hele punt van de rol is ongedeelde aandacht.
Intern of extern
Voor een korte klus van een uur volstaat een opgeleide eigen medewerker die voor die periode uit de planning wordt gehaald.
Bij meerdaags werk, nachtwerk of werk in besloten ruimtes kiezen de meeste bedrijven voor een externe brandwacht. Niet omdat het moet, maar omdat de continuïteit intern zelden houdbaar is.
Leg bij een externe partij vast wie de brandwacht instrueert over de locatie. Iemand die de blusmiddelen niet kan vinden, is een aanwezige zonder functie.
Taken tijdens de wacht
De brandwacht controleert vóór aanvang of de omgeving is vrijgemaakt, of afscherming aanwezig is en of de blusmiddelen werken en bereikbaar zijn.
Tijdens het werk houdt hij zicht op de vonkenzone én op de ruimte erachter. Bij werk aan een wand betekent dat: ook aan de andere kant kijken. Warmtegeleiding door staal is de meest onderschatte route.
Hij kan alarmeren en beginnend blussen. Beginnend, niet meer. Een brandwacht die een uitslaande brand aanvalt in plaats van te ontruimen, doet het verkeerde.
Na afloop loopt hij de nablusronde, doet de eindcontrole en tekent af. Die handtekening is het enige bewijs dat het toezicht heeft plaatsgevonden.
Verschil met een BHV'er
Een BHV'er heeft een algemene, permanente rol voor de hele organisatie en vult die in naast zijn gewone werk. De omvang van de BHV-organisatie volgt uit uw RI&E.
Een brandwacht heeft een tijdelijke, plaatsgebonden rol en doet in die periode niets anders. Dat is het onderscheid dat in de praktijk het vaakst wegvalt.
Een BHV'er mag brandwacht zijn, mits hij daarvoor is aangewezen en voor die periode is vrijgesteld. Andersom geldt niet: een externe brandwacht vult uw BHV-bezetting niet aan, want hij kent uw ontruimingsplan niet.
De werkvergunning als basis
De werkvergunning is het document waarin de inzet wordt vastgelegd. Zonder vergunning is er geen afspraak, alleen een gewoonte.
Zet er minimaal in: datum, exacte locatie, aard van het werk, naam van de uitvoerende, naam van de brandwacht, genomen maatregelen, aanwezige blusmiddelen, begintijd, eindtijd werk en eindtijd nablussen.
Laat hem tekenen door de leidinggevende die uitgeeft én door de uitvoerende die ontvangt. Twee handtekeningen betekent dat twee mensen hebben nagedacht.
Hoe u dat proces inricht, staat uitgebreider in ons artikel over de werkvergunning in het magazijn.
Nablustijd en afsluiting
De gangbare nablustijd is 60 minuten na het laatste vonkende moment. Dat is geen wettelijke termijn maar een polisafspraak, en polissen verschillen.
Bij werk aan of nabij holle constructies, isolatiemateriaal of moeilijk bereikbare ruimtes hanteren verzekeraars soms twee tot vier uur. Bij dakwerk met bitumen is dat eerder regel dan uitzondering.
Loop tijdens die periode meerdere rondes en voel met de hand of met een warmtebeeldcamera aan de achterzijde van bewerkte delen. Een smeulbrand in isolatie is met het oog niet te zien.
Sluit af met een eindcontrole en een handtekening. De vergunning gaat daarna in het dossier, niet in de prullenbak.
Kosten en inzet in de praktijk
Een externe brandwacht wordt doorgaans per uur ingehuurd, meestal met een minimum aantal uren per oproep en een toeslag voor avond, nacht en weekend.
De rekensom die bedrijven maken gaat vaak mis op één punt. Ze vergelijken de kosten van een brandwacht met nul, terwijl de echte vergelijking is: de kosten van een brandwacht tegenover het risico dat een schade-uitkering vervalt.
Praktisch scheelt het veel als u heet werk clustert. Vijf losse klussen verspreid over een maand kosten vijf keer een oproep. Dezelfde vijf klussen op één ochtend kosten één dagdeel toezicht.
Overweeg daarnaast of het werk echt heet moet zijn. Boren en boutverbindingen in plaats van lassen scheelt de hele procedure.
Vijf fouten die u vaak ziet
De eerste is de brandwacht die blijft doorwerken. Hij staat op de vergunning, maar hij is halverwege weer aan het picken.
De tweede is toezicht dat stopt zodra het gereedschap uitgaat. De nablustijd is juist de risicovolste periode, omdat het gevaar dan onzichtbaar is.
De derde is alleen aan de werkzijde kijken. Warmte gaat door staal en door wanden heen, en de brand begint aan de andere kant.
De vierde is een externe monteur die zijn eigen procedure meebrengt zonder dat iemand die heeft gelezen. De vijfde is een brandmeldinstallatie die voor onderhoud uit gaat zonder dat iemand de verzekeraar informeert.
In vier stappen geregeld
Begin met uw polisvoorwaarden. Zoek de garantieclausule heet werk op en schrijf letterlijk over welke straal, welke nablustijd en welke registratie er wordt geëist.
Leg dat vervolgens vast in uw RI&E en in een korte procedure heet werk, met een werkvergunningformulier als bijlage. Twee pagina's is genoeg.
Wijs daarna aan wie brandwacht mag zijn en zorg dat die mensen zijn opgeleid en bekend met de locatie. Neem hun opleidingsbewijzen op in hetzelfde dossier als uw keuringskalender.
Sluit af met een controlemoment. Loop één keer per jaar de uitgegeven vergunningen door en kijk of de eindtijden zijn ingevuld. Waar dat niet gebeurde, was er waarschijnlijk ook geen toezicht. De Nederlandse Arbeidsinspectie vraagt bij een incident precies naar die formulieren.
Veelgestelde vragen
Niet als los voorschrift. Er is geen artikel in de Arbowet of het Besluit bouwwerken leefomgeving dat letterlijk zegt dat u een brandwacht moet aanstellen. De verplichting ontstaat indirect: artikel 3 van de Arbowet vraagt om doeltreffende maatregelen tegen brandgevaar, uw RI&E moet dat risico beoordelen en uw brandverzekeraar stelt in vrijwel alle polissen een garantieclausule voor werkzaamheden met open vuur. In de praktijk komt dat neer op een harde eis.
Bij lassen, snijbranden, slijpen, solderen, dakwerk met een brander en elk ander werk waarbij vonken of open vuur vrijkomen buiten een daarvoor ingerichte werkplaats. In een magazijn is dat vrijwel altijd het geval: er staat brandbaar materiaal, er zijn verpakkingsmaterialen en de stellingen leiden vonken langs plekken die u niet ziet. De brandwacht blijft aanwezig tijdens het werk en gedurende de nablustijd.
De gangbare norm is 60 minuten nablussen na het laatste vonkende moment, met een eindcontrole daarna. Bij werk boven of naast holle constructies, isolatiemateriaal of moeilijk bereikbare ruimtes hanteren verzekeraars soms twee tot vier uur. Kijk altijd in uw eigen polisvoorwaarden of in de werkvergunning welke termijn geldt; die tekst is leidend, niet de gewoonte op de vloer.
Ja, mits die persoon is opgeleid, de blusmiddelen kent, het gebied kent en gedurende de hele periode uitsluitend deze taak heeft. Dat laatste is het struikelblok: een magazijnmedewerker die tussendoor orders blijft picken, is geen brandwacht. Voor eenvoudige klussen volstaat een interne, gecertificeerde medewerker. Bij complexe of langdurige werkzaamheden kiezen veel bedrijven voor een externe brandwacht.
Een BHV'er heeft een algemene, permanente rol voor de hele organisatie en doet dat naast zijn gewone werk. Een brandwacht heeft een tijdelijke, plaatsgebonden rol en doet in die periode niets anders. Een BHV'er kan brandwacht zijn als hij daarvoor is aangewezen en vrijgesteld van ander werk, maar de rollen zijn niet inwisselbaar. Zie ook ons artikel over de taken van de BHV'er.
Meestal wel. Als de brandmeldinstallatie of sprinklerinstallatie buiten bedrijf is, valt de detectie of de eerste blussing weg. Het gangbare compenserende voorschrift is een repressieve brandwacht die rondes loopt zolang de storing duurt. Bij een gebruiksmelding of omgevingsvergunning kan dit expliciet in de voorschriften staan. Meld een langdurige buitenbedrijfstelling ook aan uw verzekeraar.
Er is geen wettelijk voorgeschreven diploma. In de markt is de opleiding Brandwacht of Beginnende Brandbestrijding gangbaar, vaak aangevuld met een instructie over de specifieke locatie. Voor industriële omgevingen wordt daarnaast VCA gevraagd. Wat telt is dat u kunt onderbouwen dat de persoon de risico's, de blusmiddelen en de alarmeringsroute van uw magazijn kent.
De werkvergunning met datum, tijdstip, locatie en de naam van de brandwacht, het opleidingsbewijs van die persoon, de registratie van de nablusronde met eindtijd en de melding aan uw verzekeraar bij langdurige buitenbedrijfstelling van brandbeveiliging. Zonder die papieren is toezicht dat er wel degelijk was, achteraf niet aantoonbaar.