De vier BHV-hoofdrollen
Een BHV-organisatie in een magazijn werkt het beste met een heldere rolverdeling tussen vier hoofdrollen: ploegleider BHV, reguliere BHV'er, EHBO-coördinator en ontruimingsleider. Elke rol heeft eigen taken voor, tijdens en na een incident. De rolverdeling moet schriftelijk worden vastgelegd in het BHV-plan en jaarlijks worden geoefend, op grond van Arbowet artikel 15.
In de praktijk zijn deze vier rollen niet altijd afzonderlijk bemand. Een MKB-magazijn met 4 BHV'ers heeft vaak één ploegleider plus drie reguliere BHV'ers, waarbij één van de reguliere BHV'ers ook de EHBO-coördinator-rol invult en een andere de ontruimingsleider-rol. Combinatie van rollen is toegestaan zolang de cumulatieve verantwoordelijkheid behapbaar blijft tijdens een incident.
Taken van de ploegleider BHV
De ploegleider BHV is de eerste verantwoordelijke voor de coördinatie van een BHV-actie. Hij of zij is doorgaans een ervaren BHV'er met aanvullende opleiding van 8 tot 16 uur. De rol is operationeel én organisatorisch: tijdens een incident coördineren, daarna evalueren en de organisatie verbeteren.
Taken vóór een incident
Voorafgaand aan een incident zorgt de ploegleider voor: actuele rolverdeling op de werkdag (wie is BHV, wie is op verlof), aanwezige aanwezigheidsregistratie, controle op de werking van het ontruimingsalarm, en briefing van nieuwe medewerkers en uitzendkrachten over de BHV-procedure. Bij ploegendienst gebeurt deze controle aan het begin van elke ploeg (5 tot 10 minuten ploegoverdracht).
Taken tijdens een incident
Tijdens een incident neemt de ploegleider de regie. Hij of zij: beoordeelt de situatie binnen 30 seconden na alarmering, geeft opdracht aan de reguliere BHV'ers (welke sector ontruimen, welke EHBO-actie), communiceert met 112 of de externe hulpdienst, en houdt de operationeel manager op de hoogte. De ploegleider neemt zelf in principe geen operationele taak op zich (geen blussen, geen EHBO) tenzij er onvoldoende reguliere BHV'ers aanwezig zijn.
Taken na een incident
Na een incident voert de ploegleider de evaluatie uit met de aanwezige BHV'ers, registreert het incident in het bedrijfsongevallenregister (verplicht voor incidenten met letsel of meer dan 1 dag verzuim), meldt het ongeval aan de Arbeidsinspectie binnen 24 uur indien van toepassing en stelt verbeterpunten op voor het BHV-plan. Het incidentlogboek wordt 5 jaar bewaard op grond van Arbobesluit.
Taken van de reguliere BHV'er
De reguliere BHV'er is de operationele uitvoerder van de BHV-actie. Hij of zij heeft de BHV-basisopleiding (16 tot 24 uur) gevolgd en jaarlijkse herhaling (8 uur). De rol is per ploeg ingevuld; in een magazijn met meerdere ploegen heeft elke ploeg ten minste één reguliere BHV'er.
Eerste hulp verlenen
Bij een ongeval is de eerste taak van de BHV'er om eerste hulp te verlenen tot de ambulance arriveert. De handelingen zijn beperkt tot het basale levensondersteuning-niveau: stabilisatie, AED-toepassing bij hartstilstand, verbinden van wonden, ondersteuning bij flauwte. Specialistische handelingen (medicatie toedienen, complex verband leggen) worden niet door een BHV'er uitgevoerd; daarvoor wordt de externe hulpdienst afgewacht.
Beginnende brand bestrijden
Bij een beginnende brand (kleine vuurhaard, papier of elektrische kortsluiting) gebruikt de BHV'er een brandblusser of brandslanghaspel om de brand te beteugelen tot de brandweer ter plaatse is. De gouden regel: alleen een blussing inzetten wanneer de eigen veiligheid niet in het geding is en de brand kleiner is dan een persoon. Bij grotere branden of rookontwikkeling treedt direct het ontruimingsprotocol in werking.
Ontruimen van eigen sector
Bij een ontruimingsalarm zorgt de BHV'er voor de ontruiming van zijn aangewezen sector. Concrete handelingen: alle aanwezigen aanmoedigen om naar de dichtstbijzijnde nooduitgang te gaan, controleren van toiletten en kleedruimten, sluiten van branddeuren tussen sectoren, en het meenemen van het bezoekersregister van zijn sector. De BHV'er is de laatste die zijn sector verlaat na een visuele check.
Alarmering en communicatie
De BHV'er die als eerste een incident vaststelt, alarmeert via het standaardprotocol: ten eerste het ontruimingsalarm activeren of laten activeren, ten tweede 112 bellen of laten bellen door een collega, ten derde de ploegleider BHV waarschuwen via het BHV-communicatiesysteem (portofoon of mobiele telefoon). De alarmering moet plaatsvinden binnen 60 seconden na vaststelling.
Taken van de EHBO-coördinator
De EHBO-coördinator combineert een BHV-rol met aanvullende verantwoordelijkheid voor de medische voorzieningen op locatie. De rol is in MKB-magazijnen vaak gecombineerd met een reguliere BHV-rol; in DC's met meer dan 50 werknemers vaak afzonderlijk bemand.
Beheer van EHBO-koffer en AED
De EHBO-coördinator beheert de EHBO-koffer (controle op verloopdata, bijvulling, bereikbaarheid) en de AED (functiecontrole, vervanging elektroden en batterij volgens fabrieksspecificatie). De controle gebeurt minimaal eens per kwartaal; de bevindingen worden in het BHV-logboek vastgelegd. Bij vervanging van AED-elektroden (typisch elke 2 tot 5 jaar afhankelijk van fabrikant) is een complete functiecheck verplicht.
Registratie van bedrijfsongevallen
Elk bedrijfsongeval wordt door de EHBO-coördinator geregistreerd in het bedrijfsongevallenregister. De registratie bevat: datum en tijd, betrokkenen, aard van het letsel, verleende eerste hulp, vervolg-medische actie en oorzaak. De registratie is wettelijk verplicht en wordt gebruikt voor de jaarlijkse risico-inventarisatie. Bij ernstig letsel of overlijden volgt verplichte melding aan de Arbeidsinspectie binnen 24 uur op grond van Arbowet artikel 9.
Scholing van collega's
Een aanvullende taak van de EHBO-coördinator is de scholing van niet-BHV-collega's in basale eerste hulp (Heimlich-manoeuvre, AED-bediening, stabiele zijligging). Deze briefing van 30 tot 60 minuten verhoogt de kans op tijdige hulp bij een incident significant. De briefing wordt jaarlijks gegeven, vaak gecombineerd met de algemene veiligheidsinstructie voor nieuwe medewerkers.
Taken van de ontruimingsleider
De ontruimingsleider is verantwoordelijk voor de hoofdtelling op de verzamelplaats en de eindcheck na een ontruiming. De rol wordt vaak gecombineerd met een reguliere BHV-rol of met de receptie/portier. In een magazijn met meerdere verzamelplaatsen is er per verzamelplaats een ontruimingsleider.
Hoofdtelling op verzamelplaats
Op de verzamelplaats voert de ontruimingsleider de hoofdtelling uit aan de hand van het personeelsregister en het bezoekersregister van die dag. Concrete handelingen: namen aflezen vanaf de aanwezigheidsregistratie, aanwezigheid bevestigen, vermisten markeren en dit doorgeven aan de ploegleider BHV en de externe hulpdienst. Bij ploegendienst is het personeelsregister gebaseerd op de huidige ploeginvulling.
Communicatie met externe hulpdienst
Wanneer de externe hulpdienst (brandweer of politie) ter plaatse is, geeft de ontruimingsleider de telstand door en eventueel de locatie van vermisten. Voor een effectieve communicatie houdt de ontruimingsleider het personeelsregister en bezoekersregister fysiek bij zich op de verzamelplaats. In moderne magazijnen wordt dit register vaak digitaal beheerd via een tablet of mobiele applicatie.
Het 'all-clear' afgeven
Na bevestiging door de externe hulpdienst dat het pand veilig is, geeft de ontruimingsleider het 'all-clear'-signaal aan de aanwezigen. Werknemers gaan in volgorde van sector terug naar binnen onder begeleiding van de reguliere BHV'ers. Het tijdstip van 'all-clear' wordt vastgelegd in het incidentlogboek voor de evaluatie en eventuele Arbeidsinspectie-rapportage.
Het alarmprotocol in vier fasen
Bij een incident treedt het standaard alarmprotocol in werking. Het protocol bestaat uit vier fasen die in volgorde worden doorlopen. De typische tijdsduur per fase is op basis van een gemiddeld magazijn-incident.
| Fase | Tijd | Verantwoordelijke | Acties |
|---|---|---|---|
| 1. Alarmering | 0-60 seconden | Eerste BHV'er ter plaatse | Ontruimingsalarm, 112, ploegleider waarschuwen |
| 2. Inventarisatie | 60-180 seconden | Ploegleider BHV | Aard incident, slachtoffers, gevaarzone bepalen |
| 3. Hulpverlening of ontruiming | 3-15 minuten | Reguliere BHV'ers + EHBO-coördinator | Eerste hulp, blussen, ontruimen, telling op verzamelplaats |
| 4. Evaluatie | na incident | Ploegleider BHV | Logboek, melding aan Arbeidsinspectie, verbeterpunten |
Fase 1: alarmering
De eerste BHV'er die het incident vaststelt, activeert het ontruimingsalarm en alarmeert 112. Tegelijk waarschuwt hij of zij de ploegleider BHV via het BHV-communicatiesysteem. Voor magazijnen met ploegendienst is het van belang dat het alarmprotocol per ploeg geldt; de aanwezige ploegleider neemt de regie, niet de afwezige dagploegleider.
Fase 2: inventarisatie door ploegleider
De ploegleider BHV stelt binnen 2 tot 3 minuten vast: wat is de aard van het incident (brand, ongeval, gevaarlijke stoffen, gewapende overval), waar bevindt zich de gevaarzone, hoeveel slachtoffers zijn er en welke BHV-acties prioriteit hebben. Op basis van deze inventarisatie geeft de ploegleider opdracht aan de reguliere BHV'ers en EHBO-coördinator.
Fase 3: hulpverlening of ontruiming
Afhankelijk van de inventarisatie volgt: hulpverlening op locatie (bij ongevallen of beginnende brand) of volledige ontruiming naar de verzamelplaats (bij grote brand, gevaarlijke stoffen of bommelding). De BHV'ers volgen hun aangewezen rol; de ontruimingsleider voert de hoofdtelling uit op de verzamelplaats.
Fase 4: evaluatie
Na afhandeling van het incident voert de ploegleider de evaluatie uit met de aanwezige BHV'ers (binnen 24 uur), registreert het incident in het logboek, meldt aan de Arbeidsinspectie indien van toepassing en formuleert verbeterpunten voor het BHV-plan voor het volgende jaar. De evaluatie wordt schriftelijk vastgelegd.
Magazijn-specifieke aandachtspunten
Een magazijn of distributiecentrum kent specifieke risico's die de BHV-organisatie raken. De rolverdeling en het alarmprotocol moeten op deze risico's worden afgestemd. De volgende vier aandachtspunten zijn standaard in elk magazijn-BHV-plan.
Heftruck-incidenten
Heftruckongevallen vragen om een specifiek protocol: eigen veiligheid borgen (geen toegang tot de zone tot zeker is dat er geen secundair gevaar is van vallende lasten of klem zittende voertuig), 112 alarmeren, eerste hulp verlenen aan slachtoffer, en de zone afzetten voor het Arbeidsinspectie-onderzoek na het incident. Een heftruckongeval met letsel moet binnen 24 uur worden gemeld aan de Arbeidsinspectie. Een melding kan via de website van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Stelling-incident
Bij een stelling-incident (omgevallen stelling, vallende lasten, schade na heftruckaanrijding) is de eerste actie het zonebeperken en het bepalen of er secundair gevaar is. Pas na een statische check door een gekwalificeerd persoon mag de zone weer worden betreden. Voor de wettelijke context van stellingveiligheid, zie ons artikel NEN-EN 15635 stellinginspectie.
Ploegendienst en piekbezetting
Bij ploegendienst geldt de BHV-verplichting per ploeg, niet per kalenderdag. Elke ploeg heeft minimaal 1 BHV'er aanwezig. Bij piekbezetting (extra werknemers tijdens piekseizoen) wordt het aantal BHV'ers tijdelijk uitgebreid; de standaard verhouding is 1 BHV'er per 50 werknemers in een magazijn.
Externe medewerkers en bezoekers
Externe medewerkers (uitzendkrachten, ZZP'ers, monteurs) en bezoekers vallen onder de BHV-organisatie van de inlenende werkgever. Zij worden bij aankomst geïnformeerd over het BHV-plan via een korte briefing (waar is de verzamelplaats, welk alarm geldt voor ontruiming) en geregistreerd op het bezoekersregister voor de hoofdtelling.
Rolverdeling schriftelijk vastleggen
De BHV-rolverdeling moet schriftelijk worden vastgelegd in het BHV-plan en jaarlijks worden geactualiseerd. Een verouderde rolverdeling (verwijzend naar afgevloeide medewerkers, achterhaalde alarmnummers, gestopte BHV'ers) wordt door de Arbeidsinspectie als overtreding aangemerkt en kan een boete opleveren. Voor de complete uitwerking van het BHV-plan, zie ons artikel BHV-plan: template en jaarlijkse review.
Wat moet in het rolverdelingsoverzicht
Het rolverdelingsoverzicht in het BHV-plan bevat per BHV'er: naam, functie, BHV-rol (ploegleider, regulier, EHBO-coördinator, ontruimingsleider), ploeg of werkdagen, datum laatste herhaling en aflopende geldigheid van het certificaat. Het overzicht wordt minimaal halfjaarlijks gecontroleerd op actualiteit door de BHV-coördinator.
Bekendmaking aan medewerkers
De rolverdeling wordt bekendgemaakt aan alle medewerkers via: een aanplakbiljet bij elke ingang, een digitaal portaal of intranet, en een actief moment in de jaarlijkse veiligheidsinstructie. Bij wijzigingen (nieuwe BHV'er, gestopte BHV'er, gewijzigde rolverdeling) wordt de update binnen 1 week verwerkt en gecommuniceerd. Een verborgen rolverdeling die alleen op papier in de directiekamer staat, voldoet niet aan de transparantie-eis.
Jaarlijkse oefening en evaluatie
Artikel 15 lid 4 Arbowet verplicht een jaarlijkse oefening van de BHV-organisatie. De oefening test de rolverdeling en het alarmprotocol in de praktijk. Een werkgever zonder oefening of zonder evaluatie levert een middelzware boete op (4.500 euro standaard tarief in 2026).
Tabletop-oefening versus volledige ontruiming
De jaarlijkse oefening kan in twee vormen: een tabletop-oefening (2 tot 3 uur, simulatie van scenario's met de BHV'ers en operationeel manager rond een tafel) of een volledige ontruimingsoefening (4 tot 6 uur, fysieke ontruiming inclusief verzamelplaats en hoofdtelling). Voor MKB-magazijnen volstaat een tabletop in jaar 1, gevolgd door een volledige ontruiming in jaar 2 en zo verder. Bij ploegendienst wordt elke ploeg minimaal tweejaarlijks geoefend.
Externe waarnemer
Een externe waarnemer (een BHV-instructeur of compliance-adviseur) levert objectieve evaluatie van de oefening op. De externe waarnemer let op: snelheid van alarmering, juistheid van de rolverdeling tijdens uitvoering, communicatie tussen BHV'ers, hoofdtelling op verzamelplaats en compliance met het BHV-plan. De evaluatie van de externe waarnemer wordt opgenomen in het BHV-plan voor het volgende jaar. Een externe oefening kost in 2026 tussen 800 en 1.500 euro inclusief evaluatieverslag.
Evaluatieverslag
Het evaluatieverslag van de jaarlijkse oefening bevat: datum en duur, deelnemers, scenario, knelpunten, verbeterpunten en aanpassingen aan het BHV-plan. Het verslag wordt door de ploegleider BHV opgesteld en getekend door de werkgever (of feitelijk leidinggevende). Het verslag wordt 5 jaar bewaard en is bij een Arbeidsinspectie-controle een belangrijk bewijsstuk van een werkende BHV-organisatie.
Conclusie: heldere rolverdeling is de basis van een werkende BHV-organisatie
De BHV-taken in een magazijn zijn verdeeld over vier hoofdrollen die elk vooraf, tijdens en na een incident eigen verantwoordelijkheid hebben. De ploegleider BHV coördineert; de reguliere BHV'er voert eerste hulp en ontruiming uit; de EHBO-coördinator beheert de medische voorzieningen; de ontruimingsleider doet de hoofdtelling. Het alarmprotocol kent vier vaste fasen: alarmering, inventarisatie, hulpverlening of ontruiming, en evaluatie. Magazijn-specifieke aandachtspunten (heftruck-incidenten, stelling-incident, ploegendienst, externe medewerkers) vragen om een aangepaste invulling van het standaardprotocol. De rolverdeling moet schriftelijk in het BHV-plan staan, jaarlijks worden geactualiseerd, geoefend en geëvalueerd. Voor de bredere context van de BHV-verplichting en de boete bij niet-naleving, zie respectievelijk BHV verplicht complete gids en BHV verplicht boete.
Veelgestelde vragen
Een BHV'er heeft vier hoofdtaken: ten eerste eerste hulp verlenen bij ongevallen tot de externe hulpdienst arriveert. Ten tweede beginnen met brandbestrijding bij een beginnende brand voordat de brandweer ter plaatse is. Ten derde alarmeren van werknemers en bezoekers en het organiseren van een veilige ontruiming. Ten vierde communicatie met de externe hulpdiensten (112) en de operationeel manager. De Arbowet artikel 15 schrijft deze taken voor in algemene termen; de concrete invulling staat in het BHV-plan.
Een reguliere BHV'er voert de operationele taken uit (alarmering, eerste hulp, ontruiming van zijn sector, brandbestrijding). Een ploegleider BHV coördineert deze BHV'ers tijdens een incident, communiceert met de externe hulpdienst en doet de evaluatie achteraf. De ploegleider is doorgaans een ervaren BHV'er met aanvullende opleiding (8 tot 16 uur extra). In een magazijn met 4 of meer BHV'ers wordt vrijwel altijd een ploegleider aangewezen. De marktconforme vergoeding voor een ploegleider ligt 25 tot 50 procent hoger dan voor een reguliere BHV'er.
De Arbowet stelt geen vast aantal voor; de werkgever bepaalt op basis van een risico-inventarisatie. Een werkbare vuistregel voor een magazijn: ten minste 1 BHV'er aanwezig per ploeg, een dekkende ploegenstructuur (bijvoorbeeld 1 BHV'er per 50 werknemers en minimaal 2 op locatie tijdens werkuren), en een aanvulling voor risicovolle activiteiten (heftrucks, hoogbouw, gevaarlijke stoffen). Voor de complete uitwerking van de drempels, zie ons artikel BHV wanneer verplicht.
De EHBO-coördinator is verantwoordelijk voor het beheer van de EHBO-koffer en AED, registratie van bedrijfsongevallen, scholing van collega's in basale eerste hulp en de jaarlijkse review van EHBO-protocollen. Tijdens een incident voert hij of zij de medische triage uit en bepaalt of externe hulp nodig is. De rol kan worden gecombineerd met een reguliere BHV-rol; in dat geval ligt de jaarlijkse vergoeding 25 tot 50 procent hoger. Voor een DC met meer dan 50 werknemers wordt vaak een aparte EHBO-coördinator aangesteld.
Het 'all-clear' wordt afgegeven door de ontruimingsleider in afstemming met de externe hulpdienst (brandweer of politie). De ontruimingsleider voert de hoofdtelling uit op de verzamelplaats, controleert of alle aanwezigen aanwezig zijn aan de hand van het bezoekers- en personeelregister, en meldt eventueel vermisten aan de hulpdienst. Pas na schriftelijke bevestiging van de hulpdienst dat het pand veilig is, geeft de ontruimingsleider het signaal dat werknemers naar binnen mogen. De ploegleider BHV documenteert het tijdstip in het incidentlogboek.
Bij een heftruckongeval voert de aanwezige BHV'er vier acties uit, in deze volgorde: ten eerste de eigen veiligheid borgen (geen toegang tot de zone tot zeker is dat er geen secundair gevaar is). Ten tweede 112 alarmeren via de standaardalarmprocedure. Ten derde eerste hulp verlenen aan het slachtoffer (basale levensondersteuning, stabilisatie, geen onnodig verplaatsen tenzij brandgevaar). Ten vierde de zone afzetten voor de Arbeidsinspectie-onderzoek na het incident. Een heftruckongeval met letsel moet binnen 24 uur worden gemeld aan de Arbeidsinspectie op grond van Arbowet artikel 9.
Ja, de BHV'er heeft het recht om een taak te weigeren wanneer eigen veiligheid in het geding is of wanneer de taak buiten de eigen opleiding valt. Een BHV'er met basisopleiding hoeft niet de rol van ploegleider over te nemen of een gevaarlijke stoffen-incident te bestrijden zonder de aanvullende opleiding. De Arbowet bepaalt expliciet dat de werkgever de BHV'er in staat moet stellen de taken uit te voeren zonder zelf gevaar te lopen (artikel 15 lid 3). Wanneer een BHV'er weigert vanwege onveiligheid, ligt de operationele verantwoordelijkheid bij de werkgever om alternatief te organiseren.
Ja, jaarlijks oefenen is verplicht op grond van Arbowet artikel 15 lid 4. De oefening kan in twee vormen: een tabletop-oefening met de BHV'ers en operationeel manager (typisch 2 tot 3 uur, simulatie van scenario's) of een volledige ontruimingsoefening (typisch 4 tot 6 uur, fysieke ontruiming met externe waarnemer). De evaluatie wordt schriftelijk vastgelegd in het BHV-plan voor het volgende jaar. Voor magazijnen met ploegendienst is het aan te bevelen elke ploeg ten minste tweejaarlijks aan een oefening deel te laten nemen.