Wat is een RWA-installatie
Een RWA-installatie is een installatie die bij brand de rook en de warmte uit een gebouw afvoert. RWA staat voor rook- en warmteafvoer. In een magazijn met hoge stellingen en veel brandbare verpakkingen kan rook zich razendsnel verspreiden, en juist dan houdt zo'n installatie de situatie beheersbaar.
Het doel van rook- en warmteafvoer is tweeledig. De installatie houdt de vluchtwegen langer rookvrij zodat mensen veilig naar buiten kunnen, en ze geeft de brandweer beter zicht en lagere temperaturen om in te grijpen. Een RWA-installatie is daarmee een beschermende laag die op het beslissende moment moet werken.
Net als andere brandbeveiligingsinstallaties is een RWA-installatie alleen waardevol als ze betrouwbaar functioneert. Een klep die klemt of een aansturing die niet reageert, valt in rust niet op, maar maakt op het moment van brand het verschil. Daarom is periodieke controle en onderhoud geen formaliteit.
Hoe rook- en warmteafvoer werkt
Een RWA-installatie werkt door bij brand openingen in het dak of de gevel te openen, zodat de hete rook naar buiten kan stijgen. Tegelijk komt er onderin verse lucht binnen, waardoor een gerichte stroming ontstaat die de rooklaag boven het hoofd houdt.
Er zijn twee hoofdvormen. Bij natuurlijke afvoer openen daklichten of kleppen op basis van warmte of een signaal, en stijgt de rook door eigen opwaartse kracht naar buiten. Bij mechanische afvoer trekken ventilatoren de rook actief weg, wat nodig is in panden waar natuurlijke afvoer onvoldoende is.
De aansturing is het hart van het systeem. De installatie wordt geactiveerd door de brandmeldinstallatie, door rookmelders of handmatig via een bedieningspaneel. Die koppeling betekent dat de werking van de RWA-installatie samenhangt met de andere brandbeveiliging in het pand.
NEN-EN 12101 als basis
De technische basis voor rook- en warmteafvoer ligt in de normenreeks NEN-EN 12101. Dat is de Europese normfamilie voor rook- en warmtebeheersingssystemen, met aparte delen voor de verschillende onderdelen van de installatie.
De reeks beschrijft onder meer de eisen aan natuurlijke afvoervoorzieningen, aan mechanische rookventilatoren en aan de aansturing. Daarnaast werd in Nederland voor het ontwerp van rook- en warmteafvoer lang de NEN 6093 gebruikt. Wie de installatie wil onderhouden en keuren, gebruikt deze normen als meetlat. Een actuele uitgave is te vinden via het Nederlands Normalisatie-instituut.
Belangrijk is dat de norm uitgaat van de uitgangspunten waarmee de installatie is ontworpen. Verandert het gebruik van het pand, bijvoorbeeld door hogere stellingen of een ander assortiment, dan kan de installatie niet meer passen bij het risico. Een keuring kijkt daarom ook of het ontwerp nog aansluit op de werkelijke situatie.
Wanneer is het verplicht
De plicht om een RWA-installatie te onderhouden en te laten keuren komt uit de bouw- en gebruiksregelgeving. De kern is dat een installatie die er is, ook moet werken.
De wettelijke basis ligt in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor brandbeveiligingsinstallaties die in een vergunning of in de regelgeving worden geeist, geldt dat ze adequaat beheerd, gecontroleerd en onderhouden moeten zijn. Voor een deel van die installaties is bovendien een geldig inspectiecertificaat verplicht, afgegeven volgens een CCV-inspectieschema.
Het Informatiepunt Leefomgeving licht toe welke installaties onder de eisen en de certificeringsplicht vallen. Of de plicht voor uw pand geldt, hangt af van de omgevingsvergunning en de gebruiksfunctie van het gebouw.
Controle- en onderhoudsfrequentie
RWA-onderhoud kent geen enkel moment per jaar, maar een opbouw van ritmes. Die gelaagdheid zorgt dat kleine afwijkingen snel opvallen en grotere onderhoudsbeurten gepland blijven.
De onderstaande tabel geeft de hoofdlijn weer. De exacte intervallen volgen uit de norm, uit de specificatie van de fabrikant en uit het onderhoudscontract met uw erkende installateur.
| Ritme | Wat er gebeurt | Door wie |
|---|---|---|
| Periodiek | Visuele controle van kleppen, ventilatoren en bediening | Aangewezen medewerker |
| Jaarlijks | Preventief onderhoud en functietest van de installatie | Erkend onderhoudsbedrijf |
| Jaarlijks | Inspectie voor het certificaat, indien van toepassing | Inspectie-instelling |
| Na een storing | Herstel en functietest voor vrijgave | Erkend onderhoudsbedrijf |
Eigen controles op locatie
Een deel van de bewaking doet u zelf. De periodieke eigen controles zijn bedoeld om te zien of de installatie in rust normaal functioneert, en ze vragen geen erkend bedrijf. Wel vragen ze een medewerker die is geinstrueerd en die weet wat hij controleert.
Bij die controle gaat het vooral om de zichtbare staat van de kleppen en daklichten, de bereikbaarheid van het bedieningspaneel en de melding van eventuele storingen op het paneel. Een klep die door opslag of vuil wordt geblokkeerd, is een klassieke oorzaak van een installatie die niet opent op het moment dat het moet.
Leg elke controle vast, ook als alles in orde is. Juist die vastlegging maakt later aantoonbaar dat de installatie continu is bewaakt en dat afwijkingen tijdig zijn opgemerkt.
Onderhoud en inspectie
Naast de eigen controles is er het periodieke onderhoud door een erkend bedrijf. Dat onderhoud is uitgebreider en omvat het testen van de kleppen en ventilatoren, het controleren van de aansturing en het vervangen van onderdelen die aan vervanging toe zijn. Het onderhoud houdt de installatie technisch op orde.
De inspectie is een aparte stap. Waar onderhoud preventief van aard is, beoordeelt de inspectie onafhankelijk of de installatie nog aan de norm en aan de oorspronkelijke uitgangspunten voldoet. Het resultaat is een inspectiecertificaat dat u kunt overleggen bij een controle.
Onderhoud en inspectie zijn niet hetzelfde
Het verschil tussen onderhoud en inspectie wordt in de praktijk vaak door elkaar gehaald. Onderhoud zorgt dat de installatie blijft werken, inspectie bevestigt onafhankelijk dat ze voldoet. U heeft beide nodig en u kunt het ene niet door het andere vervangen.
Voor het inspectiecertificaat is bovendien van belang dat het onderhoud aantoonbaar op orde is. Een inspecteur kijkt naar het logboek en naar de onderhoudsrapporten, dus een hiaat in het onderhoud werkt direct door in de inspectie.
Wie mag keuren
Onderhoud en inspectie aan een RWA-installatie zijn werk voor deskundige, erkende partijen. De installatie is technisch complex en hangt samen met de brandmeldinstallatie, dus kennis van het hele systeem is nodig.
Het preventieve onderhoud wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd onderhoudsbedrijf met kennis van rook- en warmteafvoer. De inspectie voor het certificaat gebeurt door een onafhankelijke inspectie-instelling, los van het bedrijf dat het onderhoud doet. De erkenningsschema's voor inspectie van brandbeveiliging worden beheerd door het CCV.
Die scheiding van rollen voorkomt dat dezelfde partij zowel het werk uitvoert als beoordeelt. Vraag uw leverancier daarom naar de geldige erkenning en naar de manier waarop de inspectie is geregeld.
Logboek en certificaat
Een RWA-installatie zonder dossier is in de praktijk niet aantoonbaar in orde. Het logboek is de plek waar alle controles, tests, onderhoudsbeurten en storingen worden vastgelegd. Het is ook het eerste dat een inspecteur of de brandweer opvraagt.
In het dossier horen onder meer de uitgangspuntendocumenten, de onderhoudsrapporten, de meldingen van storingen en, waar van toepassing, het geldige inspectiecertificaat. Samen vertellen die stukken het verhaal van een installatie die continu is bewaakt en onderhouden.
Veel magazijnen houden dit nog bij in losse mappen of in een spreadsheet die achterloopt. Door het dossier digitaal en centraal bij te houden, voorkomt u dat een onderhoudsbeurt of het certificaat ongemerkt verloopt. Datzelfde principe geldt voor de keuring van uw sprinklerinstallatie en voor de brandmeldinstallatie.
Storing en buitenbedrijfstelling
Soms is een installatie of een onderdeel niet in orde, of moet een deel tijdelijk buiten werking. Dat is een risicovol moment, want zonder werkende rook- en warmteafvoer valt een belangrijke beveiligingslaag weg. De praktijk vraagt dan om directe actie.
Zodra de installatie buiten werking is, treft u compenserende maatregelen. Denk aan extra toezicht, beperking van risicovolle werkzaamheden of een tijdelijke voorziening. U meldt de buitenbedrijfstelling bovendien aan de betrokken partijen, waaronder waar nodig het bevoegd gezag en de verzekeraar.
Leg zowel de storing als de maatregelen en de hersteldatum vast in het logboek. Zo blijft aantoonbaar dat u het verhoogde risico bewust heeft beheerst in plaats van genegeerd.
Veelgemaakte fouten
De meeste problemen met RWA-installaties ontstaan niet door techniek, maar door het ontbreken van structuur. Een paar fouten komen telkens terug en zijn eenvoudig te voorkomen.
De eerste is het verwarren van onderhoud en inspectie, waardoor het certificaat ontbreekt terwijl het onderhoud wel loopt. De tweede is het blokkeren van kleppen of daklichten door opslag, zodat de installatie in stilte niet meer kan openen. De derde is het overslaan van de eigen periodieke controles, omdat niemand zich er eigenaar van voelt.
De vierde fout is een dossier dat niet op orde is, waardoor de installatie bij een controle niet aantoonbaar in orde is. Wie de RWA-installatie samen met de andere brandbeveiliging in een vast overzicht beheert, voorkomt deze fouten. De keuring hoort daarbij in hetzelfde overzicht als de overige verplichte magazijnkeuringen.
Veelgestelde vragen
Als uw pand een RWA-installatie heeft, dan moet die installatie betrouwbaar werken en adequaat beheerd en onderhouden zijn. Die plicht volgt uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor een deel van de installaties die in de omgevingsvergunning of de regelgeving worden geeist, geldt bovendien een geldig inspectiecertificaat via een CCV-inspectieschema.
Het onderhoud kent meerdere ritmes. De gebruiker voert periodieke eigen controles uit, en een erkend bedrijf verzorgt minstens jaarlijks het preventieve onderhoud met een functietest. Waar een inspectiecertificaat geldt, vindt de inspectie doorgaans jaarlijks plaats. De exacte intervallen volgen uit de norm en het onderhoudscontract.
RWA staat voor rook- en warmteafvoer. Een RWA-installatie zorgt dat bij brand de rook en de warmte uit het gebouw worden afgevoerd, meestal via daklichten, kleppen of mechanische ventilatoren. Daardoor blijven vluchtwegen langer bruikbaar en kan de brandweer beter en veiliger ingrijpen.
Het onderhoud en de inspectie zijn werk voor deskundige, erkende partijen. Het preventieve onderhoud wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd onderhoudsbedrijf, en de inspectie voor het certificaat door een onafhankelijke inspectie-instelling. De eigen periodieke controles mag een aangewezen, geinstrueerde medewerker doen.
Onderhoud is het preventief controleren, testen en herstellen van de installatie, zodat ze blijft werken. Inspectie is de onafhankelijke beoordeling of de installatie aan de norm en de uitgangspunten voldoet, met een inspectiecertificaat als resultaat. U heeft beide nodig en het ene vervangt het andere niet.
De technische basis is de normenreeks NEN-EN 12101 voor rook- en warmtebeheersingssystemen, met aparte delen voor natuurlijke en mechanische afvoer. Voor het ontwerp van rook- en warmteafvoer in Nederland werd daarnaast lang de NEN 6093 gebruikt. De norm bepaalt onder meer de eisen aan kleppen, ventilatoren en de aansturing.
Ja. Een RWA-installatie is een brandbeveiligingsinstallatie en hoort in hetzelfde overzicht als de sprinkler, de brandmeldinstallatie, de brandblussers en de noodverlichting. Door alle keuringen en certificaten op een plek te bundelen, voorkomt u dat onderhoud of een certificaat ongemerkt verloopt.