Brandblusser keuring achter? Plan een compliance scan en zet alle 9 verplichtingen op één dossier. Brandblusser-keuring op orde? · NEN 2559, REOB-keuring en logboek in één bundel Hoe het werkt →

Seveso-inrichting: geldt de voormalige Brzo-wetgeving voor uw magazijn?

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 24 september 2026 · Leestijd 11 minuten
Relevant voor

Het Besluit risico's zware ongevallen 2015 is per 1 januari 2024 ingetrokken en opgegaan in de Omgevingswet. De regels heten nu Seveso en staan in het Besluit activiteiten leefomgeving. Of uw magazijn eronder valt, hangt af van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die aanwezig kan zijn, getoetst aan bijlage I van de Seveso-richtlijn. Ook onder de drempel kan de ARIE-regeling uit het Arbobesluit van toepassing zijn.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Waarom deze vraag vaker speelt dan u denkt

De meeste magazijnmanagers gaan ervan uit dat Seveso iets is voor de chemie en de petrochemie. Grote tanks, fakkels, eigen brandweer.

Dat klopt voor het zware segment, maar de drempels gelden per locatie en per stofcategorie. Een distributiecentrum met aerosolen, accu's, lijmen of gewasbeschermingsmiddelen komt sneller in de buurt dan verwacht.

Wat de vraag urgenter maakt: sinds 1 januari 2024 is de grondslag veranderd. Het Besluit risico's zware ongevallen 2015 bestaat niet meer, en wie zijn beoordeling baseert op documentatie van voor die datum werkt met een ingetrokken regeling.

Dit artikel legt uit wanneer uw magazijn eronder valt, wat u dan moet regelen en wat er geldt als u er net onder blijft.

Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen in een afgescheiden opslagvoorziening in een magazijn

Wat een Seveso-inrichting is

Een Seveso-inrichting is een locatie waar gevaarlijke stoffen aanwezig kunnen zijn in hoeveelheden boven een vastgestelde drempel. De regels richten zich op het voorkomen van zware ongevallen en op het beperken van de gevolgen daarvan.

De naam komt van de Italiaanse plaats Seveso, waar in 1976 een chemisch ongeval plaatsvond dat de aanleiding vormde voor Europese regelgeving. De huidige Europese basis is de Seveso III-richtlijn.

Belangrijk is dat het gaat om de aanwezigheid van stoffen, niet om wat u ermee doet. Opslaan telt net zo goed mee als produceren. Een magazijn kan dus een Seveso-inrichting zijn zonder dat er een productieproces plaatsvindt.

Ook stoffen die kortstondig aanwezig zijn, bijvoorbeeld tijdens overslag of in afwachting van transport, tellen mee bij de beoordeling.

Van Brzo 2015 naar de Omgevingswet

Tot en met 2023 stonden de regels in het Besluit risico's zware ongevallen 2015, kortweg Brzo. Dat besluit is per 1 januari 2024 ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

De inhoudelijke regels zijn overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, in de paragraaf over de milieubelastende activiteit Seveso-inrichting. De term Brzo is daarmee formeel verdwenen.

In de praktijk wordt de oude term nog volop gebruikt, ook door adviseurs en toezichthouders. Dat is begrijpelijk, maar het maakt wel uit voor uw documentatie: verwijzingen naar Brzo 2015 in uw eigen beleid zijn verwijzingen naar een vervallen regeling.

Inhoudelijk is er minder veranderd dan de naamswijziging suggereert. De systematiek met drempels, kennisgeving, preventiebeleid en veiligheidsrapport is grotendeels intact gebleven.

Lagedrempel en hogedrempel

De regeling kent twee niveaus, met oplopende verplichtingen. Welk niveau geldt, volgt uit bijlage I van de Seveso-richtlijn.

Die bijlage bestaat uit twee delen. Deel 1 bevat met name genoemde stoffen, bijvoorbeeld specifieke chemicaliën. Deel 2 bevat gevaarscategorieën, gebaseerd op de indeling uit de CLP-verordening.

NiveauCriteriumKern van de verplichting
Geen SevesoOnder kolom 2Reguliere milieu- en arboregels, mogelijk ARIE
LagedrempelTussen kolom 2 en kolom 3Kennisgeving, preventiebeleid en veiligheidsbeheerssysteem
HogedrempelVanaf kolom 3Bovendien veiligheidsrapport en intern noodplan

De drempels verschillen sterk per stof en per categorie. Er bestaat geen algemene tonnage die voor alles geldt, dus een vuistregel uit een presentatie is hier niet bruikbaar.

Wat u wel als vuistregel kunt hanteren: als u meer dan enkele tientallen tonnen aan geconcentreerde gevaarlijke stoffen op locatie kunt hebben, is de berekening de moeite waard.

De sommatieregel: stoffen tellen op

Dit is het onderdeel waar de meeste beoordelingen misgaan. U kijkt niet alleen per stof, maar ook naar het totaal binnen een gevaarscategorie.

De rekenwijze is eenvoudig. Per stof deelt u de aanwezige hoeveelheid door de drempelwaarde voor die stof. De uitkomsten telt u bij elkaar op. Komt de som op 1 of hoger, dan geldt de drempel als overschreden.

Die berekening doet u drie keer apart: voor gezondheidsgevaren, voor fysische gevaren en voor milieugevaren. Eén overschrijding is voldoende om onder de regeling te vallen.

Het gevolg is dat een magazijn met tien verschillende producten die elk ruim onder hun eigen drempel blijven, alsnog een Seveso-inrichting kan zijn. Dat is precies het scenario dat in distributiecentra over het hoofd wordt gezien.

Verplichtingen bij een lagedrempelinrichting

Valt u in de laagste categorie, dan gelden vier kernverplichtingen. Ze zijn zwaarder dan reguliere milieuregels, maar aanzienlijk lichter dan het hogedrempelregime.

Ten eerste een kennisgeving aan het bevoegd gezag, met gegevens over de stoffen, de hoeveelheden en de activiteiten. Die kennisgeving moet worden geactualiseerd bij relevante wijzigingen.

Ten tweede een preventiebeleid zware ongevallen, vaak afgekort als PBZO. Dat is een schriftelijk beleidsdocument waarin staat hoe u zware ongevallen voorkomt en welke doelstellingen u daarbij hanteert.

Ten derde een veiligheidsbeheerssysteem dat dat beleid operationeel maakt: rollen, procedures, beheer van wijzigingen, noodplanning en periodieke evaluatie. Ten vierde de plicht om zware ongevallen te melden bij het bevoegd gezag.

Deze verplichtingen komen bovenop uw gewone RI&E en vervangen die niet. Zie ook de nadere RI&E voor specifieke risico's.

Wat er bij hogedrempel bijkomt

Bij overschrijding van de hoogste drempel komt er een zwaar pakket bij. De kern daarvan is het veiligheidsrapport.

Dat rapport beschrijft de installatie, de aanwezige stoffen, de scenario's voor zware ongevallen, de kans daarop en de gevolgen voor mens en omgeving. Het wordt beoordeeld door het bevoegd gezag en is een substantieel document.

Daarnaast geldt de plicht tot een intern noodplan, het verstrekken van informatie aan omwonenden en het aanleveren van gegevens waarmee de veiligheidsregio een rampbestrijdingsplan kan opstellen.

Het verschil in inspanning tussen laag en hoog is groot. Dat maakt de exacte bepaling van uw status geen formaliteit maar een beslissing met forse financiële gevolgen.

De ARIE-regeling uit het Arbobesluit

Naast de Seveso-regels bestaat er een aparte arboregeling voor bedrijven met grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen: de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, kortweg ARIE.

De ARIE staat in hoofdstuk 2 van het Arbobesluit en richt zich uitsluitend op de veiligheid van werknemers. Waar Seveso ook naar de omgeving kijkt, kijkt de ARIE naar binnen.

De regeling is per 1 januari 2023 herzien, met eigen drempelwaarden die gebaseerd zijn op de gevaarsindeling van de stoffen. Die drempels staan los van de Seveso-drempels.

Praktisch betekent dit: u kunt onder Seveso uitkomen en toch ARIE-plichtig zijn. Bedrijven die alleen de Seveso-toets doen en daar onder blijven, concluderen dan ten onrechte dat er niets extra's geldt.

Adviseur beoordeelt de opslaghoeveelheden en gevaarsindeling van stoffen op locatie

Wat geldt als u onder de drempel blijft

Onder de drempel blijven betekent niet dat er niets geldt. Het betekent dat de zwaarste regeling niet van toepassing is.

Wat wel blijft gelden: de opslagregels uit de PGS-reeks, waaronder PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen, de eisen uit uw omgevingsvergunning of de meldingsplicht, en de arboverplichtingen rond gevaarlijke stoffen.

Daarbij horen concrete zaken: een actueel blootstellingsregister, beschikbare veiligheidsinformatiebladen en waar relevant een explosieveiligheidsdocument met ATEX-zonering.

Ook de omgevingsvergunning kan eigen voorschriften bevatten die strenger zijn dan de landelijke ondergrens.

Wie er langskomt en waarop

Het toezicht op Seveso-inrichtingen is verdeeld over drie partijen die gezamenlijk inspecteren. Dat is een bewuste keuze, omdat de risico's zowel de omgeving als de werknemers raken.

ToezichthouderInvalshoek
Omgevingsdienst namens bevoegd gezagExterne veiligheid, milieu en vergunning
Nederlandse ArbeidsinspectieVeiligheid van werknemers, ARIE
VeiligheidsregioRampenbestrijding en voorbereiding hulpdiensten

Die inspecties zijn aangekondigd en systematisch. Ze toetsen niet alleen of de documenten er zijn, maar ook of het beschreven systeem op de vloer terug te zien is.

Dat laatste is waar het meestal spaak loopt. Een goed geschreven preventiebeleid dat niemand in de operatie kent, telt in de praktijk als niet geïmplementeerd.

Hoe u uw status bepaalt

De bepaling volgt een vaste volgorde. Sla geen stap over, want de meeste fouten ontstaan aan het begin.

Stap één: maak een volledige lijst van alle gevaarlijke stoffen die op de locatie aanwezig kunnen zijn, inclusief afvalstoffen, goederen in transit en stoffen bij derden op uw terrein.

Stap twee: noteer per stof de maximale hoeveelheid die aanwezig kan zijn, niet het gemiddelde. Gebruik de gevaarsindeling uit het veiligheidsinformatieblad, rubriek 2.

Stap drie: toets per stof aan deel 1 en deel 2 van bijlage I. Stap vier: pas de sommatieregel toe per gevaarscategorie. Stap vijf: doe dezelfde exercitie voor de ARIE-drempels.

Leg de uitkomst schriftelijk vast met de brondata, ook als de conclusie is dat u er ruim onder blijft. Die onderbouwing is precies wat een toezichthouder vraagt.

Waar het in magazijnen misgaat

De eerste valkuil is rekenen met gemiddelden. Een magazijn dat drie weken per jaar vol ligt met seizoensvoorraad, wordt beoordeeld op die drie weken.

De tweede is het vergeten van stoffen die niet als voorraad worden gezien: dieselopslag voor het wagenpark, gasflessen, accu's in het laadstation, reinigingsmiddelen en afvalstromen. Zie ook PGS 30 voor dieselopslag, gasflessenopslag en opslag van lithium-ion-accu's.

De derde is de sommatieregel overslaan. Per stof onder de drempel blijven is niet hetzelfde als onder de drempel blijven.

De vierde is de beoordeling één keer doen en daarna nooit herhalen. Een nieuwe klant met een ander assortiment kan uw status in één kwartaal veranderen.

Wat u paraat moet hebben

Ook als u geen Seveso-inrichting bent, is de onderbouwing daarvan onderdeel van uw dossier. Vier documenten vormen het minimum.

Een actuele stoffenlijst met maximale hoeveelheden en gevaarsindeling. De toetsing aan de Seveso-drempels inclusief sommatieberekening. De toetsing aan de ARIE-drempels. En de datum van de laatste herbeoordeling, met de naam van degene die die heeft uitgevoerd.

Bent u wel Seveso-plichtig, dan komen daar de kennisgeving, het preventiebeleid, het veiligheidsbeheerssysteem en bij hogedrempel het veiligheidsrapport bij.

Houd dat bij elkaar met uw overige veiligheidsdocumentatie en bewaak de bewaartermijnen. Een berekening uit 2021 die niemand meer kan reproduceren, is geen onderbouwing.

Hoe u dit aanpakt

Begin met de stoffenlijst. Dat klinkt triviaal, maar in de meeste magazijnen bestaat die lijst niet compleet en is dat op zichzelf al een bevinding.

Laat de toetsing daarna door iemand doen die de systematiek kent. De rekenregels zijn niet ingewikkeld, maar de indeling van stoffen in gevaarscategorieën vraagt kennis van CLP en van de bijlage.

Plan de herbeoordeling jaarlijks in en koppel die aan uw keuringskalender, zodat het niet afhangt van iemand die eraan denkt.

Zorg tot slot dat een assortimentswijziging een trigger wordt. Als commercie een nieuwe productgroep aanneemt, hoort er een toets te volgen voordat de eerste pallet binnenkomt.

Actuele uitleg over de Seveso-paragraaf staat bij het Informatiepunt Leefomgeving, de arbokant bij de Nederlandse Arbeidsinspectie en praktische aanwijzingen in PGS 6.

Stoffenlijst en drempeltoetsing vastgelegd in een digitaal compliancedossier voor het magazijn

Veelgestelde vragen

Niet onder die naam. Het Besluit risico's zware ongevallen 2015 is per 1 januari 2024 ingetrokken en opgegaan in de Omgevingswet. De inhoudelijke regels zijn grotendeels overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, in de paragraaf over Seveso-inrichtingen. In de praktijk wordt de term Brzo nog veel gebruikt, maar de juridische grondslag is nieuw.

Als de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die op uw locatie aanwezig kan zijn, gelijk is aan of hoger is dan een drempelwaarde uit bijlage I van de Seveso-richtlijn. Die bijlage kent twee delen: deel 1 met met name genoemde stoffen en deel 2 met gevaarscategorieën. Per stof of categorie staan twee drempels: kolom 2 voor lagedrempel en kolom 3 voor hogedrempel.

Een lagedrempelinrichting zit tussen de drempels van kolom 2 en kolom 3. Die moet een kennisgeving doen, een preventiebeleid zware ongevallen voeren, een veiligheidsbeheerssysteem hebben en zware ongevallen melden. Een hogedrempelinrichting overschrijdt de waarde in kolom 3 en moet daarnaast onder meer een veiligheidsrapport opstellen en een intern noodplan hebben.

De maximale hoeveelheid die aanwezig kan zijn. Dat is een belangrijk verschil, want veel magazijnen rekenen met een jaargemiddelde terwijl de piek in het seizoen of bij een grote binnenkomende zending bepalend is. Ook stoffen die tijdelijk aanwezig zijn tijdens overslag tellen mee.

Een rekenregel waarmee u stoffen binnen dezelfde gevaarscategorie bij elkaar optelt. Voor elke stof deelt u de aanwezige hoeveelheid door de drempelwaarde voor die stof, en die uitkomsten telt u op. Komt de som op 1 of hoger, dan geldt de drempel als overschreden. Die berekening doet u apart voor gezondheidsgevaren, fysische gevaren en milieugevaren.

De aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie uit hoofdstuk 2 van het Arbobesluit. Die richt zich op de veiligheid van werknemers bij bedrijven met grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen. De ARIE heeft eigen drempelwaarden en kan van toepassing zijn op bedrijven die net onder de Seveso-drempels blijven. Toezicht ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Meestal niet. PGS 15 gaat over de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en geldt vanaf beperkte hoeveelheden, terwijl de Seveso-drempels aanzienlijk hoger liggen. Maar de twee sluiten elkaar niet uit: een grote opslag die onder PGS 15 valt, kan de Seveso-drempel overschrijden. Reken het door in plaats van het aan te nemen.

Drie partijen werken samen: de omgevingsdienst namens het bevoegd gezag, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de veiligheidsregio. Zij stemmen hun inspecties af en bezoeken de locatie in de regel gezamenlijk. Elk van de drie kijkt vanuit een eigen invalshoek: omgeving, werknemers en rampenbestrijding.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora