Arbowet-controle door Arbeidsinspectie? Compliance op alle 9 verplichtingen. Arbowet-proof in 48 uur. · Aantoonbaar beleid, getoetste RI&E en BHV-organisatie op 1 dashboard Hoe het werkt →

Explosieveiligheidsdocument voor het magazijn: wat ATEX 153 van u vraagt

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 19 augustus 2026 · Leestijd 10 minuten
Relevant voor

Werkt u met stoffen die een explosieve atmosfeer kunnen vormen, dan bent u als werkgever verplicht een explosieveiligheidsdocument op te stellen en actueel te houden. Die plicht staat in artikel 3.5c van het Arbobesluit en komt uit de Europese ATEX 153-richtlijn. Het document beschrijft de explosierisico's, de gevarenzone-indeling en de maatregelen. Ook als er geen zones blijken te zijn, moet u dat vastleggen.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Wat het explosieveiligheidsdocument is

Het explosieveiligheidsdocument, vaak afgekort tot EVD, is het document waarin u als werkgever vastlegt welke explosierisico's er op uw locatie zijn en wat u eraan doet. Het is geen certificaat en geen keuringsrapport, maar een beoordeling met een onderbouwde conclusie.

De naam wekt de indruk dat het over veiligheidsmaatregelen gaat. Dat klopt maar ten dele: het zwaartepunt ligt bij de risicobeoordeling en de gevarenzone-indeling, want die bepalen welke maatregelen überhaupt nodig zijn.

Het is daarmee een document dat u niet eenmalig laat maken en wegzet. Het beschrijft een situatie, en zodra die situatie verandert, klopt het document niet meer.

Opslag van gevaarlijke stoffen in een magazijn met aandacht voor explosieveiligheid

Waar de verplichting vandaan komt

De basis ligt in de Europese richtlijn 1999/92/EG, in de praktijk aangeduid als ATEX 153. Die richtlijn stelt minimumeisen voor de bescherming van werknemers die kunnen worden blootgesteld aan explosieve atmosferen.

Nederland heeft die richtlijn doorgevoerd in hoofdstuk 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De kernbepaling is artikel 3.5c: de werkgever stelt een explosieveiligheidsdocument op en houdt het actueel.

Daaromheen staan de aanpalende artikelen. Artikel 3.5a regelt de toepasselijkheid, artikel 3.5b de samenwerking en coördinatie tussen meerdere werkgevers, en de artikelen 3.5d tot en met 3.5f de zone-indeling en de maatregelen zelf.

Wanneer uw magazijn eronder valt

De verplichting ontstaat zodra er stoffen aanwezig kunnen zijn die met lucht een explosieve atmosfeer vormen. Dat is een breder criterium dan de meeste magazijnbeheerders denken.

In een distributiecentrum komen vier situaties het vaakst voor. Het laden van tractieaccu's, waarbij waterstof vrijkomt. De opslag van brandbare vloeistoffen, spuitbussen en gasflessen. Het verwerken of overslaan van stuivende producten. En werkzaamheden met oplosmiddelen in een werkplaats of laadkuil.

De vraag is niet of het waarschijnlijk is

Een veelgemaakte denkfout is dat de plicht pas ontstaat als een explosie aannemelijk is. Zo werkt de wet niet. De plicht ontstaat bij de mogelijkheid van een explosieve atmosfeer, en het is juist het doel van de beoordeling om vast te stellen hoe groot die kans is en welke gebieden het betreft.

Praktisch betekent dat: u kunt niet concluderen dat u geen document nodig heeft zonder de beoordeling te hebben gedaan. De beoordeling zelf is de verplichting.

Dat onderscheid is belangrijk bij een inspectie. Een bedrijf dat zegt geen explosierisico's te hebben zonder onderbouwing, staat zwakker dan een bedrijf met een document waarin gemotiveerd staat dat er geen gevarenzones zijn.

Wat er verplicht in moet staan

Artikel 3.5c somt de verplichte onderdelen op. Dit is de lijst die een inspecteur langsloopt, dus het loont om uw document er letterlijk tegenaan te leggen.

OnderdeelWat het inhoudt
Identificatie en beoordelingWelke explosierisico's er zijn en hoe groot ze zijn
Ontwerp, gebruik en onderhoudHoe werkplekken en arbeidsmiddelen, inclusief alarmsystemen, veilig zijn ingericht en worden onderhouden
Zone-indelingWelke gebieden in zones zijn ingedeeld
Uitvoering van maatregelenHoe de maatregelen uit de artikelen 3.5d, 3.5e en 3.5f zijn uitgevoerd
CoördinatieBij meerdere werkgevers: hoe de samenwerking en coördinatie is geregeld

Let op het tweede punt. Het gaat niet alleen om de inrichting maar ook om het onderhoud, en dat is precies waar de aansluiting zit met uw NEN 3140-keuringen en uw arbeidsmiddelenregister.

De gevarenzone-indeling

De gevarenzone-indeling is het hart van het document. Zij bepaalt de omvang van de maatregelen die u moet nemen, en daarmee ook wat u aan apparatuur en inrichting moet investeren.

Zones worden ingedeeld naar de kans dat een explosieve atmosfeer aanwezig is. Voor gas gelden zone 0, 1 en 2, voor stof zone 20, 21 en 22, waarbij het laagste nummer staat voor de hoogste kans.

Zone gasZone stofAanwezigheid explosieve atmosfeer
Zone 0Zone 20Voortdurend, langdurig of frequent
Zone 1Zone 21Incidenteel bij normaal bedrijf
Zone 2Zone 22Zelden en dan kortstondig

Binnen een zone mag alleen apparatuur staan die daarvoor geschikt is. Dat geldt voor vaste installaties, maar net zo goed voor gereedschap, verlichting en voor de heftruck die de zone binnenrijdt.

NPR 7910-1 en NPR 7910-2

De inhoud van het explosieveiligheidsdocument staat in de wet, maar de methodiek van de zone-indeling staat in de Nederlandse praktijkrichtlijnen. NPR 7910-1 behandelt de gevarenzone-indeling voor gasontploffingsgevaar, NPR 7910-2 die voor stofontploffingsgevaar.

Deze praktijkrichtlijnen zijn zelf geen wet. Ze zijn wel de erkende methode, en een zone-indeling die er zonder motivering van afwijkt, is bij een inspectie lastig te verdedigen.

Beide delen zijn te raadplegen via NEN. Voor een magazijn is doorgaans NPR 7910-1 relevant bij acculaadstations en oplosmiddelen, en NPR 7910-2 bij stuivende producten.

Acculaadstations en waterstof

Dit is het onderwerp waarover in magazijnen de meeste verwarring bestaat. Bij het laden van loodzuur tractieaccu's komt waterstof vrij, en waterstof heeft een zeer breed explosiegebied.

Toch komt de zone-indeling in een normale magazijnhal vaak uit op geen gevarenzone. De reden is ventilatie: NPR 3299 gaat bij natuurlijke ventilatie uit van een luchtsnelheid van 0,1 m/s, en die is in grote hallen doorgaans aanwezig. De waterstof wordt verdund voordat er een explosieve concentratie kan ontstaan.

De uitzondering zit in kleine, afgesloten ruimtes

Wordt er geladen in een aparte laadruimte, een container, een technische ruimte of een afgeschermde nis, dan verandert het beeld. Daar kan de natuurlijke luchtbeweging onvoldoende zijn en kan geforceerde ventilatie noodzakelijk worden.

Datzelfde geldt bij hoge laadstromen, bij veel accu's dicht bij elkaar en bij laadprofielen die tot sterke gasontwikkeling leiden aan het einde van de lading. De inrichting van het laadstation is dus bepalend voor de uitkomst.

Ook wanneer de conclusie is dat er geen zone ontstaat, moet die situatie in het explosieveiligheidsdocument worden beschreven. Het is een beoordeelde en gemotiveerde uitkomst, geen weglating.

Heftruck bij een acculaadstation in een magazijnhal met natuurlijke ventilatie

Stofexplosiegevaar in het magazijn

Stofexplosies krijgen minder aandacht dan gasexplosies, terwijl ze in de logistiek rond voedingsmiddelen, veevoer, hout en bulkgoederen een reëel risico vormen.

Het mechanisme is anders dan bij gas. Een laag afgezet stof is op zichzelf niet explosief, maar wordt dat zodra hij opdwarrelt in de juiste concentratie. Dat maakt schoonmaken en orde en netheid tot een primaire veiligheidsmaatregel en niet tot een cosmetische.

De Nederlandse Arbeidsinspectie hanteert voor dit onderwerp een eigen werkinstructie, naast die voor gasexplosiegevaar. Dat geeft aan dat inspecteurs hier gericht op controleren in bedrijven waar stuivende producten worden verwerkt.

Als er geen zones zijn

Voor veel magazijnen is dit de uitkomst: na beoordeling blijken er geen gevarenzones te zijn. Dat is een geldige conclusie en het betekent dat u geen ATEX-apparatuur hoeft aan te schaffen.

Het betekent niet dat u geen document hoeft te hebben. De situaties die zijn beoordeeld en de reden waarom er geen zone ontstaat, horen te worden vastgelegd, inclusief de aannames waarop dat berust.

Die aannames zijn belangrijk, want ze vormen de voorwaarde. Concludeert u dat er geen zone is omdat de hal voldoende geventileerd is, dan is het dichtzetten van ventilatieopeningen of het plaatsen van een tussenwand een wijziging die uw conclusie ongeldig maakt.

De relatie met de RI&E

Het explosieveiligheidsdocument mag onderdeel zijn van uw risico-inventarisatie en -evaluatie. Dat is vaak ook de logische plek, omdat de onderliggende risicobeoordeling dezelfde is.

Wat niet mag is dubbel werk dat uit elkaar loopt. Een RI&E die brand en explosie oppervlakkig benoemt naast een los EVD dat niemand kent, levert twee documenten op die elkaar tegenspreken zodra er iets verandert.

Koppel daarom de actualisatiemomenten. Wordt de RI&E geactualiseerd, dan is dat het natuurlijke moment om ook de explosieveiligheid opnieuw tegen het licht te houden.

Explosieveiligheidsdocument en risico-inventarisatie naast elkaar in het compliance-dossier

Meerdere werkgevers op één locatie

In de logistiek werken zelden alleen eigen medewerkers in de hal. Uitzendkrachten, chauffeurs, technisch onderhoudspersoneel en aannemers komen dagelijks over de vloer.

Artikel 3.5c vraagt daarom expliciet om vastlegging van hoe de coördinatie is geregeld wanneer meerdere werkgevers op dezelfde werkplek werknemers laten werken. Dat verwijst naar artikel 19 van de Arbowet.

Praktisch betekent dit: beschrijf wie waarover gaat, hoe zones worden gecommuniceerd aan bezoekende partijen, en hoe u borgt dat een externe monteur weet dat hij een zone binnengaat. Dat sluit aan op uw werkvergunningensysteem.

Het document actueel houden

De wet zegt opstellen en actueel houden. Dat tweede deel wordt in de praktijk het vaakst verwaarloosd, omdat een EVD er na oplevering uitziet als een afgerond project.

Herzie het document bij elke wijziging die het explosierisico kan raken. Een ander assortiment, een verplaatst laadstation, een verbouwing, nieuwe apparatuur in een zone of een gewijzigde werkwijze zijn allemaal aanleiding.

Leg vast wie eigenaar is van het document. Zonder benoemde eigenaar verdwijnt een EVD binnen twee personeelswisselingen uit beeld, en dat is precies het patroon dat inspecteurs aantreffen.

Toezicht en handhaving

De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op deze verplichting en werkt met aparte werkinstructies voor gasexplosiegevaar en stofexplosiegevaar.

Een inspecteur beoordeelt niet alleen of het document er is. Hij vergelijkt de zone-indeling met de werkelijke situatie, controleert of de apparatuur in de zones geschikt is en vraagt medewerkers of zij weten waarom bepaalde regels gelden.

Een document dat niet klopt met de hal is daarmee slechter dan geen document, omdat het aantoont dat de beoordeling ooit is gedaan en daarna is losgelaten. Zie ook wat er gebeurt bij een controle van de Arbeidsinspectie.

Checklist explosieveiligheid

Gebruik deze punten om te bepalen of uw explosieveiligheidsdocument compleet en actueel is.

  • Inventariseer alle stoffen en processen die een explosieve atmosfeer kunnen vormen.
  • Beoordeel het acculaadstation apart, inclusief de ventilatiesituatie.
  • Beoordeel stuivende producten op stofexplosiegevaar volgens NPR 7910-2.
  • Leg de gevarenzone-indeling vast, ook wanneer die op nul zones uitkomt.
  • Controleer of apparatuur in zones daarvoor geschikt en gemarkeerd is.
  • Beschrijf hoe werkplekken en arbeidsmiddelen worden onderhouden.
  • Leg de coördinatie met andere werkgevers en externe partijen vast.
  • Benoem een eigenaar en koppel de herziening aan de actualisatie van de RI&E.

De grootste winst zit meestal niet in extra maatregelen maar in het vastleggen van wat er al goed geregeld is. Een hal die feitelijk veilig is maar waarvan de onderbouwing ontbreekt, is bij een inspectie een administratief probleem in plaats van een veiligheidsprobleem.

Veelgestelde vragen

Dat hangt af van wat er gebeurt en niet van hoe het pand heet. De plicht ontstaat zodra er stoffen aanwezig zijn die een explosieve atmosfeer kunnen vormen. In een doorsnee distributiecentrum kan dat gaan om het opladen van tractieaccu's, om opslag van spuitbussen of brandbare vloeistoffen, of om stuivende producten zoals meel, suiker, poeders of houtstof. Is niets daarvan aan de orde, dan komt u vaak uit op de conclusie dat er geen gevarenzones zijn, maar die conclusie moet u wel onderbouwd vastleggen.

ATEX 114 is de productrichtlijn en richt zich op fabrikanten: apparatuur die bedoeld is voor gebruik in explosiegevaarlijke gebieden moet aan die richtlijn voldoen en wordt zo op de markt gebracht. ATEX 153 is de werkplekrichtlijn en richt zich op werkgevers: u moet de risico's beoordelen, zones indelen, maatregelen nemen en dat vastleggen in een explosieveiligheidsdocument. In Nederland is ATEX 153 doorgevoerd in hoofdstuk 3 van het Arbobesluit. Als werkgever heeft u dus met beide te maken, maar uw eigen verplichting zit in ATEX 153.

De wet wijst geen verplichte certificering aan voor de opsteller, maar in de praktijk vraagt de gevarenzone-indeling specialistische kennis. Verkeerd ingedeelde zones leiden tot twee soorten fouten die allebei duur zijn: te ruim indelen betekent onnodige investeringen in ATEX-gecertificeerde apparatuur, te krap indelen betekent een reëel restrisico en een document dat een inspectie niet doorstaat. Laat de zonering daarom uitvoeren door iemand met aantoonbare ervaring in NPR 7910, en houd de verantwoordelijkheid voor de maatregelen intern.

Bij het laden van loodzuur tractieaccu's komt waterstof vrij, en waterstof is brandbaar. Toch komt de zonering in een normaal geventileerde magazijnhal in de praktijk vaak uit op geen gevarenzone, omdat de natuurlijke luchtbeweging in een grote hal voldoende is om de waterstofconcentratie ver onder de ondergrens te houden. NPR 3299 gaat bij natuurlijke ventilatie uit van een luchtsnelheid van 0,1 m/s, wat in grote hallen normaal aanwezig is. In kleine, afgesloten laadruimtes zonder ventilatie ligt dat wezenlijk anders. Belangrijk: ook de conclusie dat er geen zone is, hoort onderbouwd in het explosieveiligheidsdocument.

De wet noemt geen vaste termijn maar schrijft voor dat u het document opstelt en actueel houdt. Actueel houden betekent in de praktijk: herzien bij elke wijziging die van invloed kan zijn op het explosierisico. Denk aan een nieuw assortiment, een verplaatst laadstation, een verbouwing die de ventilatie verandert, andere apparatuur in een zone, of een wijziging in werkwijze. Daarnaast is een periodieke controle verstandig, bijvoorbeeld gekoppeld aan de actualisatie van uw RI&E, zodat het document niet ongemerkt achterloopt op de werkelijkheid in de hal.

Het mag onderdeel zijn van uw RI&E en dat heeft ook praktische voordelen, want de risicobeoordeling die eraan ten grondslag ligt is dezelfde exercitie. Belangrijk is dat de verplichte onderdelen herkenbaar en vindbaar aanwezig zijn: de identificatie en beoordeling van de explosierisico's, de zone-indeling, de manier waarop werkplekken en arbeidsmiddelen zijn ontworpen en worden onderhouden, en de genomen maatregelen. Een inspecteur moet die elementen kunnen aanwijzen, of ze nu in een apart document staan of in een hoofdstuk van de RI&E.

De Nederlandse Arbeidsinspectie werkt met aparte werkinstructies voor gasexplosiegevaar en voor stofexplosiegevaar. Inspecteurs kijken of er een explosieveiligheidsdocument is, of de zone-indeling aansluit op de werkelijke situatie in het bedrijf, of de apparatuur in de zones daarvoor geschikt is, en of medewerkers zijn voorgelicht over de risico's en de werkwijze. Het document alleen is niet genoeg: de test is of wat op papier staat overeenkomt met wat er in de hal gebeurt.

Ja, en dat is in magazijnen een van de meest voorkomende aanleidingen. Opslag van brandbare vloeistoffen en spuitbussen valt daarnaast onder PGS 15, dat eisen stelt aan de opslagvoorziening, de ventilatie en de brandveiligheid. Die twee regimes lopen naast elkaar: PGS 15 gaat over hoe u opslaat, het explosieveiligheidsdocument over de beoordeling van de explosierisico's en de zonering. Voldoen aan PGS 15 ontslaat u dus niet van de plicht uit artikel 3.5c van het Arbobesluit.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora