Wat ATEX betekent voor een magazijn
ATEX is de verzamelnaam voor de Europese regels rond explosieve atmosferen, afgeleid van het Franse ATmospheres EXplosibles. Voor werkgevers gaat het om ATEX 153, de richtlijn die eist dat u werknemers beschermt tegen explosiegevaar. In Nederland is die richtlijn verwerkt in het Arbobesluit.
De kern is eenvoudig: waar een brandbare stof zich kan mengen met lucht tot een ontsteekbaar mengsel, kan een explosie ontstaan. Voor dat mengsel is een ontstekingsbron genoeg, en die is in een magazijn zelden ver weg. Een heftruck, een schakelaar, statische elektriciteit of een reparatie met slijpwerk kan de vonk leveren.
Veel magazijnhouders denken bij explosiegevaar aan de chemische industrie en niet aan hun eigen pand. Dat is begrijpelijk maar niet altijd terecht. Zodra u brandbare vloeistoffen opslaat, accu's laadt of met stuivende brandbare producten werkt, hoort u de vraag serieus te stellen.
Wanneer geldt ATEX in uw pand
ATEX is niet standaard van toepassing op elk magazijn. De trigger is de mogelijke aanwezigheid van een explosieve atmosfeer: een mengsel van lucht met brandbare gassen, bijvoorbeeld uit lekkende gasflessen, dampen, nevels of stof onder atmosferische omstandigheden, waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt over het gehele niet-verbrande mengsel.
Slaat u uitsluitend droge, niet-brandbare goederen op in doos of krimpfolie, dan valt u er meestal buiten. De beoordeling begint echter altijd bij een inventarisatie van stoffen en processen, niet bij een aanname. Die inventarisatie hoort thuis in uw RI&E.
De uitkomst kan ook zijn dat ATEX niet van toepassing is. Ook dan is het verstandig die conclusie vast te leggen met de onderbouwing erbij. Bij een controle laat u dan zien dat u de afweging bewust heeft gemaakt in plaats van overgeslagen.
Het wettelijk kader: artikel 3.5c en verder
De wettelijke basis staat in hoofdstuk 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Artikel 3.5c bepaalt dat als uit de beoordeling van explosiegevaar blijkt dat maatregelen nodig zijn, deze getroffen moeten worden en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.
De omliggende artikelen regelen de rest van het stelsel: de verplichting om explosieve atmosferen zoveel mogelijk te voorkomen, de indeling van gevarenzones, de eisen aan apparatuur in die zones en de markering van toegangen tot zones. Samen vormen ze de Nederlandse uitwerking van ATEX 153.
Naast het Arbobesluit kan omgevingsrecht meespelen. Slaat u gevaarlijke stoffen op in hoeveelheden waarvoor de PGS 15 geldt, dan lopen ATEX en PGS naast elkaar. De ene regelt de bescherming van werknemers, de andere de opslagvoorziening zelf.
De gevarenzones uitgelegd
De gevarenzone-indeling vertaalt de kans op een explosieve atmosfeer naar een concrete plattegrond. Voor gas, damp en nevel gelden drie zones. Zone 0 betekent dat een explosieve atmosfeer voortdurend, gedurende lange perioden of frequent aanwezig is. Zone 1 betekent dat dit bij normaal bedrijf af en toe gebeurt. Zone 2 betekent dat het alleen bij een storing gebeurt en dan kortdurend.
Voor stof geldt dezelfde logica met andere nummers: zone 20, 21 en 22. De indeling is geen kwestie van inschatting maar van berekening en onderbouwing. De praktijkrichtlijnen NPR 7910-1 voor gasexplosiegevaar en NPR 7910-2 voor stofexplosiegevaar, uitgegeven door NEN, geven daarvoor de methodiek.
De omvang van een zone is even belangrijk als het nummer
Een gevarenzone heeft niet alleen een nummer maar ook een afmeting: een straal of een volume rond de bron. Die afmeting bepaalt welk deel van uw magazijn onder welke eisen valt en waar u dus geen gewone apparatuur mag plaatsen.
Ventilatie is daarbij de belangrijkste knop waar u aan kunt draaien. Goede natuurlijke of mechanische ventilatie verdunt een vrijkomende damp zo snel dat de zone klein blijft of zelfs verdwijnt. Dat maakt ventilatie vaak de goedkoopste maatregel van allemaal.
Andersom geldt hetzelfde: een afgesloten hoek zonder luchtstroom vergroot de zone en daarmee de eisen. Let er bij herinrichting van uw magazijn dus op dat u geen ventilatieroute dichtzet met nieuwe stellingen of een tussenwand.
Waar ATEX in een magazijn opduikt
De meest voorkomende aanleiding is de acculaadplaats voor heftrucks. Bij het laden van loodzuuraccu's komt waterstof vrij, een gas met een zeer breed explosiegebied. Of daar een zone omheen ontstaat, hangt af van de laadstroom, het aantal accu's en de ventilatie van de ruimte.
Een tweede categorie is de opslag van brandbare vloeistoffen: verf, oplosmiddelen, reinigingsmiddelen, brandstof voor interne transportmiddelen. Rond aftappunten, vulopeningen en beschadigde verpakkingen kan damp vrijkomen. Meer daarover leest u bij gevaarlijke stoffen in het magazijn.
De derde categorie wordt het vaakst vergeten: stofexplosiegevaar. Fijn organisch stof van meel, suiker, hout, veevoer of poederproducten kan in de juiste concentratie exploderen. Ook metaalstof van bewerkingen in een aangrenzende werkplaats telt mee.
Tot slot spelen moderne energiesystemen een rol. Bij lithium-ionaccu's gaat het minder om waterstof en meer om brandbare gassen die vrijkomen bij thermal runaway, wat om een eigen beoordeling vraagt.
Wat er in het explosieveiligheidsdocument hoort
Het explosieveiligheidsdocument is geen formaliteit maar de neerslag van uw hele beoordeling. Het beschrijft welke stoffen en processen explosiegevaar kunnen opleveren, welke gevarenzones daaruit volgen en waar die zones zich bevinden, ondersteund met een plattegrond.
Daarnaast staat erin welke technische en organisatorische maatregelen u treft, welke apparatuur in welke zone is toegestaan, hoe u ontstekingsbronnen beheerst en welke afspraken gelden voor onderhoud, werkvergunningen en werk door derden.
Tot slot legt u vast wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe u het document actueel houdt. Een compleet document is bij een inspectie het bewijs dat u het onderwerp beheerst, en bij een incident het bewijs dat u de risico's had onderkend.
Welke maatregelen erbij horen
De volgorde van maatregelen volgt de arbeidshygienische strategie. Eerst voorkomt u de vorming van een explosieve atmosfeer, bijvoorbeeld door een andere stof te kiezen, door gesloten systemen te gebruiken of door te ventileren. Pas daarna komt het beheersen van ontstekingsbronnen.
Beheersing van ontstekingsbronnen betekent in de praktijk: geschikte apparatuur in de zone, aarding tegen statische elektriciteit, rookverbod, een werkvergunningsysteem voor werk met open vuur of vonken, en beperkingen voor heftrucks in de zone.
De derde laag is het beperken van de gevolgen: explosieontlasting, brandwerende scheidingen, vluchtroutes en vluchtwegen die niet door een zone lopen. Ook de BHV-organisatie hoort te weten dat er ATEX-zones zijn en waar ze liggen.
Eisen aan apparatuur in een zone
Apparatuur die in een gevarenzone wordt gebruikt, moet geschikt zijn voor die zone. De ATEX-productrichtlijn deelt apparatuur in categorieen in die corresponderen met de zones: hoe lager het zonenummer, hoe zwaarder de categorie-eis.
Dat geldt niet alleen voor vaste installaties maar ook voor los gereedschap, verlichting, mobiele telefoons, laptops en meetapparatuur. In de praktijk gaat het hier vaak mis: de installatie is netjes uitgevoerd, maar er wordt een gewone werklamp of een niet-geschikte accuboormachine mee de zone in genomen.
Elektrische apparatuur in en rond een zone valt bovendien onder de periodieke keuring van NEN 3140. Een beschadigde kabel of een defecte behuizing is in een normale ruimte hinderlijk, in een gevarenzone is het een ontstekingsbron.
Het document actueel houden
Een explosieveiligheidsdocument dat vier jaar geleden is opgesteld en sindsdien in een la ligt, dekt uw huidige situatie waarschijnlijk niet meer. Magazijnen veranderen: er komen andere producten binnen, stellingen worden verplaatst, er komt een nieuw laadplein of een extra opslagkast.
Herzie het document daarom bij elke relevante wijziging in stoffen, indeling, installaties of werkwijze. Koppel de review daarnaast aan de periodieke actualisatie van uw RI&E, zodat er ook zonder aanleiding een vast controlemoment is.
Bij een controle kijkt de Nederlandse Arbeidsinspectie niet alleen of het document bestaat, maar of het klopt met wat de inspecteur op de vloer ziet. Een verouderde plattegrond valt daarbij snel op.
Zo helpt Envora hierbij
Envora beoordeelt in de compliance-scan of ATEX op uw locatie van toepassing is en of de vastlegging compleet is. We kijken naar de opgeslagen stoffen, de laadplaatsen, de stoffige processen en de bestaande documentatie, en benoemen concreet wat ontbreekt.
Het explosieveiligheidsdocument, de zone-plattegrond en de bijbehorende keuringen krijgen een vaste plek in uw centrale compliance-overzicht, met een reviewdatum erbij. Zo blijft het document leven in plaats van te verouderen in een map, en heeft u bij een controle direct het complete dossier bij de hand.
Veelgestelde vragen
Niet automatisch. ATEX geldt zodra er in uw magazijn een explosieve atmosfeer kan ontstaan door brandbare gassen, dampen, nevels of stof. Een magazijn met alleen droge, niet-brandbare goederen valt er meestal buiten. Zodra u brandbare vloeistoffen opslaat, accu's laadt of met stuivende brandbare producten werkt, moet u wel beoordelen of ATEX van toepassing is.
Het explosieveiligheidsdocument is de schriftelijke vastlegging die artikel 3.5c van het Arbobesluit eist. Daarin staan de beoordeling van het explosiegevaar, de gevarenzone-indeling met plattegrond, de getroffen technische en organisatorische maatregelen en de afspraken over onderhoud en controle. Het is een verplicht onderdeel van uw arbodossier zodra ATEX van toepassing is.
ATEX 114 is de productrichtlijn en richt zich op fabrikanten van apparatuur die bedoeld is voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen. ATEX 153 is de sociale richtlijn en richt zich op werkgevers: die moet werknemers beschermen tegen explosiegevaar. Als magazijnhouder heeft u vooral met ATEX 153 te maken, in Nederland vertaald naar het Arbobesluit.
Voor gas, damp en nevel gelden zone 0, 1 en 2. Voor stof gelden zone 20, 21 en 22. De laagste nummers betekenen dat een explosieve atmosfeer voortdurend of langdurig aanwezig is, de hoogste dat dit alleen bij een storing en kortdurend gebeurt. Hoe lager het zonenummer, hoe zwaarder de eisen aan apparatuur en werkwijze.
Bij het laden van klassieke loodzuuraccu's komt waterstof vrij. Afhankelijk van de laadstroom, het aantal accu's en de ventilatie kan rond de accu een gevarenzone ontstaan. Bij goede ventilatie en beperkte laadcapaciteit blijft die zone vaak klein of afwezig. Dat vraagt om een berekening, niet om een aanname.
De wet noemt geen verplichte certificering, maar de indeling vraagt om aantoonbare deskundigheid in explosieveiligheid en kennis van NPR 7910. In de praktijk wordt dit uitgevoerd door een gespecialiseerd adviesbureau of een interne veiligheidskundige met ATEX-opleiding. De werkgever blijft eindverantwoordelijk voor de juistheid.
Er staat geen vaste termijn in de wet, maar het document moet actueel zijn. Herzie het in ieder geval bij een wijziging in opgeslagen stoffen, in de indeling van het pand, in de installaties of in de werkwijze. Veel bedrijven koppelen de review aan de jaarlijkse actualisatie van de RI&E.
De Nederlandse Arbeidsinspectie kan bij een controle een eis stellen, een waarschuwing geven of een boete opleggen, en bij direct gevaar het werk stilleggen. Belangrijker is het gevolg bij een incident: een stof- of gasexplosie in een magazijn veroorzaakt zware schade, en het ontbreken van een zone-indeling weegt dan zwaar mee in de beoordeling van uw zorgplicht.