Een vraag met een verrassend antwoord
De vraag komt meestal via een chauffeur of via een nieuwe collega die uit de bouw of het transport komt. Daar zit op vrijwel elk voertuig een blusser, dus waarom hier niet.
Het antwoord is dat het bij intern transport niet algemeen is voorgeschreven, en dat verrast bijna iedereen. In sommige magazijnen hangt er op elke truck een, in andere op geen enkele, en beide kunnen kloppen.
Dit artikel gaat over wanneer het wel moet, wanneer het verstandig is, en waarom een blusser aan boord ook risico's meebrengt die zelden worden benoemd.
Waarom er geen algemene plicht is
Het misverstand komt uit het wegvervoer. Een vrachtwagen die gevaarlijke stoffen vervoert, valt onder internationale vervoersregelgeving en heeft daardoor voorgeschreven blusmiddelen aan boord.
Een heftruck rijdt op eigen terrein en valt daar niet onder. Wat er dan overblijft is het Arbeidsomstandighedenbesluit, en dat regelt blusmiddelen op het niveau van de arbeidsplaats en niet op het niveau van het voertuig.
Die bepaling vraagt dat er, afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en de aanwezige risico's, doeltreffende blusmiddelen aanwezig zijn. Hoeveel en waar, dat werkt u uit in uw risico-inventarisatie en in uw brandbeveiligingsplan.
De vraag is dus niet of de wet een blusser op de truck eist, maar of uw eigen risicobeoordeling tot die maatregel leidt. Dat is een ander gesprek en het is er een dat u zelf voert.
De situaties waarin het wel moet
Er zijn vier situaties waarin de vrijheid verdwijnt en er wel degelijk een harde eis ligt.
De eerste is de opslag van gevaarlijke stoffen. Werkt u onder een PGS 15-regime, zoals beschreven in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, dan gelden er aanvullende eisen aan blusmiddelen in en rond de opslagvoorziening, en aan het materieel dat daar binnenkomt. Wat precies geldt, hangt af van de stofcategorie en de omvang van uw opslag.
De tweede is een explosiegevaarlijke zone. In een als ATEX-zone aangemerkt gebied mag alleen materieel komen dat voor die zone geschikt is, en de blusvoorziening hoort bij dat pakket eisen. Dit speelt onder meer bij accuruimtes met waterstofontwikkeling en bij opslag van brandbare vloeistoffen.
De derde is de vergunning of melding voor uw locatie. Bij grotere inrichtingen staan er soms concrete voorzieningen benoemd, inclusief blusmiddelen op mobiel materieel. Kijk in uw eigen omgevingsvergunning voordat u aanneemt dat er niets staat.
De vierde is de fabrikant, en die komt verderop apart aan bod omdat hij vaak over het hoofd wordt gezien.
De verzekeraar als feitelijke norm
In de praktijk komt de eis het vaakst niet van de wetgever maar van de brandverzekeraar, en die eis weegt zwaarder dan mensen denken.
Polisvoorwaarden bevatten regelmatig clausules over blusmiddelen, over het aantal, over de keuringscyclus en soms expliciet over intern transportmaterieel. Voldoet u er niet aan, dan kan dat bij schade gevolgen hebben voor de uitkering.
Het loont om zo'n eis niet klakkeloos uit te voeren maar eerst op te vragen met onderbouwing. Standaardclausules zijn geschreven voor een gemiddelde inrichting, en een magazijn met uitsluitend elektrische trucks en zonder brandbare opslag ziet er anders uit dan een terrein met dieselmaterieel en oplosmiddelen.
Wat u in dat gesprek nodig heeft is een onderbouwd verhaal over uw eigen risico's. Hoe u zo'n gesprek voorbereidt, staat in ons artikel over verzekeringseisen rond brandbeveiliging.
Wat de fabrikant voorschrijft
De handleiding van uw truck is een document met juridische betekenis, en het wordt zelden gelezen na de aflevering.
Sommige fabrikanten schrijven een blusser voor bij bepaalde uitvoeringen, met name bij verbrandingsmotoren en bij trucks die voor specifieke omgevingen zijn uitgerust. Waar dat staat, is het een voorschrift dat u moet volgen om het arbeidsmiddel te gebruiken zoals bedoeld.
Vaker staat er iets subtielers: een aanwijzing over waar een blusser mag worden gemonteerd en waar niet, en over welk type wel en niet is toegestaan bij die machine. Een blusser die u zelf ergens aan de mast klemt, kan het zicht belemmeren of een beveiliging blokkeren.
Neem dit punt mee bij de periodieke heftruckkeuring. Een keurmeester kijkt naar de staat van het voertuig zoals het is uitgevoerd, en zelf aangebrachte toevoegingen horen daarbij ter sprake te komen.
Verhouding tot uw NEN 4001-plan
Hier ontstaat regelmatig een denkfout die pas bij een controle naar boven komt.
NEN 4001 bepaalt hoeveel draagbare blustoestellen u nodig heeft en waar die hangen, op basis van oppervlakte, brandrisico en indeling van het gebouw. Het uitgangspunt is dat iemand binnen een beperkte loopafstand bij een blusser kan zijn.
Een blusser die met een heftruck meerijdt, staat per definitie niet op een vaste plek. Hij kan dus geen vaste opstelplaats vervangen, want op het moment dat u hem nodig heeft, kan de truck aan de andere kant van het pand staan of in onderhoud zijn.
Behandel de blusser op de truck daarom als een aanvulling en nooit als een besparing op uw vaste opstelling. Hoe die vaste berekening werkt, leest u in ons artikel over NEN 4001, en waar toestellen dan komen te hangen in ons artikel over de ophanghoogte van blussers.
Welk type blusser bij welke truck
Als u besluit een blusser mee te geven, bepaalt het brandscenario welk type zinvol is.
Bij een verbrandingsmotor gaat het meestal om brandstof, hydrauliekolie en isolatie in het motorcompartiment. Een poederblusser met ABC-classificatie van twee tot zes kilo is dan de gangbare keuze, omdat die op meerdere brandklassen werkt en robuust is.
Poeder heeft wel een prijs: het richt aanzienlijke nevenschade aan en dringt door in elektronica en in productverpakkingen. In een magazijn met levensmiddelen of gevoelige goederen is dat een reeel bezwaar, en dan komt een schuimblusser in beeld.
Een CO2-blusser is geschikt bij elektrische installaties en laat geen residu achter, maar werkt slecht in de buitenlucht en bij tocht omdat het gas te snel verdwijnt. Op een truck die vooral buiten rijdt, is het daarom zelden de beste keuze.
Welke klasse waarvoor bedoeld is, staat overzichtelijk in ons artikel over de brandklassen. Kies op basis van wat er bij u kan branden en niet op basis van wat de leverancier standaard meelevert.
Elektrische trucks en lithiumaccu's
Bij elektrische trucks verschuift het brandscenario volledig, en dat verandert de hele afweging.
Een tractiebatterij die op hol slaat, produceert eigen zuurstof en eigen warmte. Een draagbare blusser van enkele kilo's brengt zo'n reactie niet tot stilstand, hoe snel iemand er ook bij is. Wat helpt is koelen met veel water of het geheel isoleren, en dat is geen handeling voor een chauffeur.
De instructie bij een verdachte accu is daarom eenduidig: niet blussen, wel afstand nemen, alarmeren en de omgeving ontruimen. Rook uit een accu is bovendien giftig, wat blussen op korte afstand extra onverstandig maakt.
Een blusser meegeven aan een elektrische truck kan dan zelfs contraproductief zijn, omdat hij suggereert dat ingrijpen de bedoeling is. Wat u wel regelt, staat in onze artikelen over het blussen van lithiumaccu's en over het laadstation onder PGS 37-1.
Montage, bereikbaarheid en bevestiging
Een blusser die los in de cabine ligt is geen voorziening maar een projectiel, en dat is niet overdreven gesteld.
Gebruik altijd een beugel die voor het gewicht en het type is bedoeld, met een sluiting die trillingen aankan maar die met een hand te openen is. Een spanband om de mast is geen bevestiging.
Kies de plaats zo dat het toestel bereikbaar is vanaf de grond en niet alleen vanaf de bestuurdersstoel. In vrijwel elk realistisch scenario staat de chauffeur naast de truck als hij de blusser pakt, niet erop.
Controleer daarnaast dat de montage niets blokkeert: het zicht naar links en rechts, de uitstap aan beide zijden, een noodstop of de gordelbevestiging. Een blusser die de uitstap belemmert, verergert het scenario waarvoor hij bedoeld is.
Neem de aanwezigheid en de staat van het toestel op in de dagelijkse controle. In ons artikel over de controlelijst voor de heftruck staat hoe u dat kort en werkbaar houdt.
Keuring van een blusser die meerijdt
Een blusser aan boord is geen accessoire maar een blustoestel, met alle onderhoudsverplichtingen die daarbij horen.
De jaarlijkse controle door een gecertificeerde onderhoudsdeskundige geldt onverkort, net als de langere onderhoudsintervallen voor inwendige controle en vervanging. Hoe die cyclus werkt, staat in ons artikel over de keuringsfrequentie van brandblussers.
Bij toestellen die meerijden komt daar een aandachtspunt bij dat bij vaste blussers niet speelt: trillingen. Poeder kan door voortdurende trilling compacter worden, waardoor het bij gebruik minder goed uitstroomt. Ook temperatuurwisselingen tussen een koelcel en een zomers buitenterrein belasten het toestel extra.
Dat is reden om de controlecyclus te verkorten en om de chauffeur dagelijks naar de drukmeter en de zegel te laten kijken. Meld de bijzondere omstandigheden expliciet bij uw onderhoudspartij, dan kan die daar de inspectie op aanpassen.
Registreer de toestellen op de truck in dezelfde lijst als uw vaste blussers, met het voertuignummer als locatie. Blussers die alleen op een voertuig staan en niet in de lijst, worden bij een keuringsronde overgeslagen.
Een groothandel monteerde na een verzekeringsaudit op alle twaalf trucks een poederblusser. Twee jaar later bleek bij de eerste inwendige controle dat vier toestellen niet meer bruikbaar waren: het poeder was ingeklonkt door de dagelijkse trillingen. Ze stonden wel in de auditrapportage als aanwezig, maar niet in de keuringslijst, omdat die op ruimtes was ingedeeld en niet op voertuigen. De correctie was klein, namelijk het voertuignummer als locatie opnemen, maar hij kwam twee jaar te laat.
De nadelen die zelden worden benoemd
Een blusser toevoegen voelt als een maatregel zonder keerzijde. Dat is het niet, en de bezwaren verdienen een eerlijke plek in de afweging.
Het zwaarste bezwaar is gedragsmatig. Wie een blusser bij zich heeft, gaat eerder blussen, en dat is bij een uitslaande brand of een accu precies het verkeerde. De seconden die daarmee verloren gaan, zijn de seconden waarin iemand had moeten vertrekken en alarmeren.
Daarnaast ontstaat een onderhoudsverplichting die verspreid over voertuigen makkelijk wegvalt uit uw systeem. Twaalf blussers op twaalf trucks zijn twaalf extra objecten in een cyclus die u al voert voor uw vaste opstelling.
Verder is er de fysieke kant: schade, diefstal en toestellen die na een val niet worden gemeld. En er is de schijnzekerheid richting de organisatie, waarbij het aanwezig zijn van blussers een argument wordt om minder in vaste voorzieningen te investeren.
De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt bij een controle dan ook niet naar het aantal toestellen maar naar de vraag of uw blusvoorziening past bij de risico's die u zelf hebt beschreven.
Geen van deze bezwaren betekent dat u het niet moet doen. Ze betekenen dat het een besluit is met randvoorwaarden: instructie, registratie en onderhoud horen erbij, anders is het een gebaar.
Hoe u de afweging maakt en vastlegt
Kom tot een besluit langs vier vragen, en leg het antwoord vast zodat het besluit navolgbaar is.
Wat kan er op of rond dit type truck branden, en hoe snel ontwikkelt dat zich. Diesel en hydrauliek geven een ander antwoord dan een elektrische truck in een schone omgeving.
Hoe ver is de dichtstbijzijnde vaste blusser vanaf de plekken waar de truck komt. Waar dat binnen enkele seconden is, voegt een toestel aan boord weinig toe. Op een groot buitenterrein of in een verre uithoek ligt dat anders.
Wilt u dat er wordt geblust op die plek. Bij opslag van gevaarlijke stoffen of bij accu's is het eerlijke antwoord vaak nee, en dan is een blusser aan boord een verkeerd signaal.
Kunt u het onderhoud dragen. Twaalf extra toestellen in de cyclus vraagt registratie per voertuig en een chauffeurscontrole die daadwerkelijk wordt gedaan.
Schrijf de uitkomst met de onderbouwing in uw risico-inventarisatie en in uw brandveiligheidsplan. Dan is het bij een audit of na een incident een gemotiveerde keuze, en niet een gat dat u achteraf moet uitleggen. Neem de instructie over wanneer wel en niet blussen mee in de voorlichting en in uw BHV-middelenoverzicht.
Wij zijn geen brandbeveiligingsdeskundigen en dit artikel beschrijft het kader in algemene zin. Laat bij een concrete situatie altijd naar uw eigen inrichting en polis kijken.
Veelgestelde vragen
Niet in het algemeen. Er is geen bepaling in de arbeidsomstandighedenwetgeving die voorschrijft dat elk intern transportmiddel een eigen blusser aan boord heeft. De verplichting ontstaat via specifieke regimes zoals de opslag van gevaarlijke stoffen, een explosiegevaarlijke zone of een voorschrift van de fabrikant, en in de praktijk vaak via de polisvoorwaarden van uw verzekeraar.
Juridisch is dat geen wettelijke plicht maar een contractuele voorwaarde. Praktisch komt het op hetzelfde neer: voldoet u er niet aan en ontstaat er schade, dan kan de verzekeraar de uitkering beperken of weigeren. Vraag de eis wel schriftelijk op met de onderbouwing, want soms blijkt het een standaardclausule te zijn die na overleg wordt aangepast aan uw werkelijke situatie.
In de praktijk een poederblusser met ABC-classificatie van twee tot zes kilogram, omdat die zowel op vaste stoffen, brandbare vloeistoffen als gas werkt. Een schuimblusser is een alternatief bij lekkende brandstof en geeft minder nevenschade. CO2 werkt slecht buiten en bij tocht en is vooral geschikt bij elektrische installaties in een afgesloten ruimte.
Nauwelijks. Bij een cel die op hol slaat, produceert de accu zijn eigen zuurstof en warmte, en een draagbare blusser van enkele kilo's brengt die reactie niet tot stilstand. Wat wel helpt is grote hoeveelheden koelwater of een dompelcontainer, en dat is geen handeling voor een chauffeur op de bok. De instructie bij lithium is stoppen, verlaten en alarmeren.
Niet vanzelfsprekend. NEN 4001 gaat over de opstelling van draagbare blustoestellen op vaste plaatsen in een gebouw, gebaseerd op oppervlakte en brandrisico. Een blusser die met een voertuig meebeweegt, is per definitie niet op een vaste plaats en kan een vaste opstelplaats dus niet vervangen. Laat uw brandbeveiligingsdeskundige beoordelen of en hoe hij in uw plan past.
De basiscyclus is dezelfde jaarlijkse controle door een gecertificeerde onderhoudsdeskundige als bij een vaste blusser. Voor toestellen onder zwaardere omstandigheden, zoals continue trillingen en temperatuurwisselingen, is een kortere controlecyclus verstandig. Neem in de dagelijkse controle van de chauffeur op dat hij de drukmeter en de zegel bekijkt, dan valt een probleem eerder op.
Blussen is nooit een verplichting voor een medewerker. Uw instructie moet duidelijk maken dat alarmeren en in veiligheid brengen altijd voorgaan, en dat blussen alleen aan de orde is bij een beginnende brand, met een vrije vluchtweg achter zich en zonder rook. Wie dat niet expliciet instrueert, creeert met een blusser aan boord een risico in plaats van een voorziening.
Een gebruikte blusser gaat direct uit dienst, ook als hij maar kort is ingezet, want de druk is dan niet meer gegarandeerd. Datzelfde geldt voor een toestel dat is gevallen of een deuk heeft. Vervang hem door een gevuld exemplaar en meld het bij uw onderhoudspartij. Een blusser met een onbekende status aan boord is slechter dan geen blusser, omdat er wel op gerekend wordt.