BHV-verplichting voor uw magazijn? Plan een compliance scan voor een complete check. BHV verplicht? Check uw status. · BHV-plan, opleiding, AED en jaarlijkse oefening in één bundel Hoe het werkt →

BHV-middelen voor je magazijn: verplichte uitrusting en NEN-normen

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 28 april 2026 · Leestijd 12 minuten
Relevant voor

BHV-middelen zijn de fysieke uitrusting waarmee de bedrijfshulpverlening kan optreden bij een calamiteit. Voor een magazijn zijn de minimaal verplichte middelen: een gekeurde EHBO-koffer of verbandtrommel volgens NEN 8112, brandblusmiddelen volgens NEN 2559 (één 6 kg-blusser per 200 m² A-klasse oppervlak), een AED bij een aanrijdtijd boven 6 minuten, vluchtwegsignalering volgens NEN-EN 7010, noodverlichting volgens NEN-EN 1838 en een actuele ontruimingsplattegrond. Alle middelen worden jaarlijks gecontroleerd en in het BHV-plan vastgelegd.

Envora platform op iPad

In het kort

Wat zijn BHV-middelen?

BHV-middelen zijn de fysieke uitrusting waarmee de bedrijfshulpverlening haar taken kan uitvoeren bij een calamiteit. Het gaat om alles wat een BHV'er nodig heeft tussen het moment van een incident en de aankomst van professionele hulpdiensten: brandblusmiddelen, EHBO- en reanimatie-uitrusting, vluchtwegsignalering, noodverlichting en de communicatie- en informatiemiddelen om een ontruiming gestructureerd te laten verlopen. In een magazijn-context zijn die middelen extra belangrijk omdat de afstanden groot zijn, de aanrijdtijd van externe hulpdiensten vaak langer is dan in stedelijk gebied en de specifieke risico's (heftruck, stelling, brandbelasting) de inzet onder druk zetten.

De middelen vormen samen met het schriftelijke BHV-plan, de opgeleide BHV'ers en de jaarlijkse oefening de vier pijlers van een complete BHV-organisatie zoals beschreven in Arbowet artikel 15. Het ontbreken van één pijler maakt de hele organisatie onvolledig: een prachtig BHV-plan op papier zonder werkende AED of een team opgeleide BHV'ers zonder zichtbare blusmiddelen leidt tot dezelfde inspectie-bevinding en boete.

BHV-middelen in een magazijn: AED, brandblussers, EHBO-koffer en vluchtwegsignalering

Wettelijke basis en NEN-normen

De BHV-middelen-verplichting volgt uit een gelaagd kader. De hoofdverplichting staat in Arbowet artikel 15 (doeltreffende BHV-organisatie) en wordt uitgewerkt in het Arbobesluit. De technische uitvoering wordt opgevangen door NEN-normen die de Arbeidsinspectie als gangbare invulling van het zorgvuldigheidsbeginsel hanteert.

Arbowet en Arbobesluit

De Arbowet legt de algemene zorgplicht vast: de werkgever moet doeltreffende maatregelen treffen op het gebied van eerste hulp, brandbestrijding en evacuatie. Het Arbobesluit specificeert dit verder. Arbobesluit hoofdstuk 3 behandelt de inrichting van arbeidsplaatsen, met artikel 3.6 (vluchtwegen en nooduitgangen), artikel 3.7 (signalering en kleur), artikel 3.10 (noodverlichting) en artikel 3.11 (brandbestrijding en pictogrammen).

Relevante NEN-normen

De technische uitwerking ligt in een vijftal NEN-normen die in de praktijk de toetssteen vormen tijdens een Arbeidsinspectie-controle:

  • NEN 8112 — Inhoud en controle van verbandtrommels op de werkplek (uitgebreide industriële versie B voor magazijnen).
  • NEN 2559 — Onderhoud en controle van draagbare blustoestellen (jaarlijks, 5-jarige uitgebreide controle, 10-jarige revisie).
  • NEN-EN 7010 — Veiligheidssignalering met gestandaardiseerde pictogrammen, kleuren en vormen voor vluchtroutes en blusmiddelen.
  • NEN-EN 1838 — Toegepaste verlichting; specifieke eisen voor noodverlichting (luminantie, autonomie, herkenbaarheid).
  • NEN 1414 — Symbolen voor ontruimingsplattegronden; vorm, kleur en weergave per zone en gebouwniveau.

EHBO-koffer en verbandtrommel B

De EHBO-uitrusting is in een magazijn-context bijna altijd een verbandtrommel B: het uitgebreide industriële model volgens NEN 8112 dat voorbereid is op werk-gerelateerd letsel. De gewone EHBO-doos voor kantooromgevingen is voor een magazijn ondermaats; in zones waar heftrucks rijden, stellingen worden bevoorraad en handpalletwagens worden gebruikt is meer en sneller materiaal nodig.

Verplichte inhoud volgens NEN 8112

De minimale inhoud van een verbandtrommel B omvat hechtpleisters in vijf formaten, steriele wonddekverbanden 5x5 cm, 10x10 cm en 20x20 cm, snelverband B en snelverband C, elastisch zwachtelmateriaal in twee diktes, driekantige doek, een schaar met afgeronde punt, een pincet, beademingsmasker, isolatiedeken, oogspoelmiddel (steriele zoutoplossing), wegwerphandschoenen en een instructieboekje BHV. De trommel wordt afgesloten en is herkenbaar gemarkeerd met een groen kruis volgens NEN-EN 7010.

Plaatsing in een magazijn

Voor een magazijn is plaatsing op meerdere zichtbare locaties de norm: één per zone, met een maximale loopafstand van 50 meter vanaf de werkplek. Bij ploegendienst of meerdere verdiepingen wordt het aantal trommels uitgebreid. De plaats wordt aangegeven met een groen pictogram en op de ontruimingsplattegrond ingetekend.

Jaarlijkse controle

Elke verbandtrommel wordt jaarlijks gecontroleerd op compleetheid, houdbaarheidsdatum van pleisters en oogspoeling, en vervuiling van de zelfklevende materialen. De controle wordt geregistreerd in een logboek dat in het BHV-plan ingebed is. Vervallen of gebruikte artikelen worden direct vervangen; een lege of onvolledige trommel is een directe inspectie-bevinding.

AED en reanimatie-uitrusting

De Automated External Defibrillator (AED) is wettelijk niet verplicht, maar in de praktijk een onmisbaar BHV-middel zodra de aanrijdtijd van de ambulance boven 6 minuten ligt. Een hartstilstand zonder defibrillatie binnen 6-8 minuten leidt vrijwel altijd tot blijvend hersenletsel of overlijden; met een AED in handen van een opgeleide BHV'er is de overlevingskans aanzienlijk hoger.

Wanneer is een AED noodzakelijk

De praktische ondergrens voor het hebben van een eigen AED is een aanrijdtijd boven 6 minuten of meer dan 50 medewerkers per locatie. Voor magazijnen op een industrieterrein buiten de bebouwde kom geldt vrijwel altijd dat de aanrijdtijd boven 6 minuten ligt. Een tweede AED wordt overwogen bij gebouwoppervlak boven 5.000 m², bij meerdere gebouwen op één terrein of bij hoge stellingen waar het terughalen van een AED uit een andere zone te lang duurt.

Plaatsing en signalering

De AED hangt op een centrale, altijd toegankelijke plek, bij voorkeur in een verwarmde buitenkast aan de gevel zodat ook hulpverleners van buiten het bedrijf hem kunnen gebruiken. De locatie wordt gemarkeerd met het universele AED-pictogram (groen kruis op wit met defibrillator-symbool) en in HartslagNu geregistreerd zodat de meldkamer hem kent.

Onderhoud

De AED zelf is bijna onderhoudsvrij. Een maandelijkse zelfcontrole (LED-status, datum laatste zelftest) wordt vastgelegd in het BHV-logboek. Pads worden elke 3-5 jaar vervangen, batterij elke 3-7 jaar afhankelijk van model. De jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt door de leverancier of een gespecialiseerd bedrijf uitgevoerd. Een goed werkende AED in een buitenkast kost in 2026 tussen 1.500 en 2.500 euro eenmalig en 100-200 euro per jaar exploitatie.

Brandblussers en blusdekens

De brandblusmiddelen vallen onder NEN 2559 voor onderhoud en controle, en onder de Arbobesluit artikel 3.11 voor de plaatsing en signalering. Voor een magazijn zijn de typische middelen een combinatie van poederblussers (universeel A/B/C), CO2-blussers (geen residuschade voor elektronica) en blusdekens voor kleine personen-incidenten.

Aantal en type

De praktische norm is één 6 kg-poederblusser of CO2-blusser per 200 m² A-klasse magazijnoppervlak. Voor een magazijn van 2.000 m² komt dit neer op minimaal 10 blussers, gespreid over de zones zodat elke werkplek binnen 30 meter loopafstand een blusser heeft. Bij opslag met hoge brandbelasting (papier, karton, kunststof, hout) wordt vaak verdicht tot één blusser per 150 m². Voor gevaarlijke stoffen onder PGS-15 zijn aanvullende schuim- of speciaalblussers nodig.

Signalering en bereikbaarheid

Elke blusser wordt voorzien van een NEN-EN 7010-pictogram (rood vierkant met witte vlam) en is altijd vrij toegankelijk. Pallets, dozen of stellingen mogen de blusser nooit blokkeren. De montagehoogte is tussen 1,2 en 1,5 meter aan de muur, met een vrije zone van minimaal 1 meter eromheen. Bij open magazijnen waar geen muur in de buurt is, wordt een verplaatsbare blus-statief gebruikt met dezelfde signalering.

Jaarlijks onderhoud volgens NEN 2559

Onderhoud van blusmiddelen wordt uitgevoerd door een REOB-erkend onderhoudsbedrijf met een driejarige onderhoudscyclus: jaarlijkse controle, uitgebreide controle elke 5 jaar en revisie elke 10 jaar. Het keuringscertificaat met sticker wordt op de blusser zelf en in het BHV-logboek bewaard. Een blusser zonder geldige sticker is een directe inspectie-bevinding en kan tot een formele waarschuwing leiden.

Vluchtwegsignalering en noodverlichting

Vluchtwegsignalering en noodverlichting zorgen ervoor dat medewerkers ook bij rookontwikkeling, stroomuitval of paniek de juiste route naar buiten vinden. De verplichting volgt uit Arbobesluit artikel 3.7 en 3.10, met technische invulling in NEN-EN 7010 voor de signalering en NEN-EN 1838 voor de verlichting.

Vluchtwegbordjes

Vluchtwegbordjes zijn groen rechthoekig met een wit pijl- en pictogram, conform NEN-EN 7010. Ze hangen op een hoogte van 2-2,5 meter, leesbaar vanaf alle werkplekken in de zone, met maximaal 25 meter tussen twee bordjes. Voor een magazijn met hoge stellingen wordt een tweede laag onder ooghoogte (1,2-1,5 m) overwogen omdat hoge bordjes door rook minder zichtbaar zijn.

Noodverlichting

Noodverlichting volgens NEN-EN 1838 zorgt dat vluchtroutes ook bij stroomuitval verlicht zijn met minimaal 1 lux op de vloer en 5 lux op kruispunten. De autonomie is minimaal 60 minuten op accu's, met jaarlijkse functietest (3 minuten) en periodieke autonomietest (60 minuten) volgens NEN-EN 50172. De verlichting wordt gekeurd door een SCIOS-erkende installateur en het keuringsrapport wordt in het BHV-logboek bewaard.

Transparantverlichting

Transparantverlichting (verlichte vluchtroute-bordjes) is in een magazijn standaard boven elke nooduitgang en op kruispunten van vluchtroutes. De bordjes zijn altijd verlicht en springen bij stroomuitval over op accu-voeding. Voor magazijnen met hoge plafonds (>6 m) wordt vaak gekozen voor lagere bordjes onder de 3 meter hoogte voor betere zichtbaarheid in rookcondities.

Ontruimingsplattegrond en alarmering

De ontruimingsplattegrond is de grafische samenvatting van vluchtroutes, blusmiddelen, EHBO-locaties en verzamelplaats. Hij is verplicht bij meer dan 50 personen op een locatie of een gebouwoppervlak boven 500 m². Voor een MKB-magazijn is de plattegrond vrijwel altijd verplicht.

Inhoud volgens NEN 1414

NEN 1414 schrijft voor: een schaalvaste plattegrond per verdieping en zone, met de eigen positie aangegeven (u staat hier), gemarkeerde vluchtroutes, locatie van blusmiddelen (rood vierkant), EHBO-trommel (groen kruis), AED (groen pictogram), nooduitgangen (groene pijl), verzamelplaats (groen vierkant met menssymbool) en alarmpunten. De plattegrond is leesbaar voor zowel medewerkers als externe hulpdiensten en gasten zonder lokale kennis.

Plaatsing

De plattegrond hangt zichtbaar bij elke ingang, in elke zone en bij iedere brandblusser. Voor een magazijn van 2.000 m² komt dit neer op 8-12 plattegronden gespreid over het gebouw. De plattegrond wordt jaarlijks gereviseerd en bij elke verbouwing, stelling-aanpassing of zone-herindeling direct geactualiseerd. Een verouderde plattegrond is een directe inspectie-bevinding.

Ontruimingsalarm en sirenes

Bij meer dan 100 personen of bij een specifiek RI&E-risico is een ontruimingsalarm volgens NEN 2575 verplicht: een geluidssignaal dat overal in het gebouw boven het achtergrondgeluid uitkomt (minimaal 65 dB(A)) en duidelijk te onderscheiden is van andere signalen. De brandmeldcentrale (NEN 2535) en het ontruimingsalarm worden jaarlijks gekeurd door een gecertificeerde installateur.

Specifieke middelen voor een magazijn

Een magazijn heeft naast de standaard BHV-middelen een aantal specifieke aandachtspunten die uit de risico-inventarisatie naar voren komen. De inrichting van de zones, de hoogte van de stellingen, het werken met heftrucks en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen vragen aanvullende uitrusting.

Heftruck-incidentmaterialen

Voor een magazijn met heftruck-bewegingen zijn aanvullende middelen praktisch noodzakelijk: een spoedbergingstas met halsschalen voor stabiele lighouding, een stretcher of evacuatiestoel voor het verplaatsen van een gewond persoon uit een nauwe gang, en een communicatieportofoon zodat de BHV-coördinator vanaf het kantoor de zone kan aansturen. Een aanrijdsensor of dodemansgreep op de heftruck zelf telt niet als BHV-middel maar wel als preventief middel uit de RI&E.

Stelling- en valincident-uitrusting

Bij hoge stellingen (>3 m) is een redding-set met touwen, gordels en een ladder van minimaal 4 meter een verstandige aanvulling. Voor magazijnen met orderpicktrucks of mezzanine-vloeren wordt soms ook een hijsmiddel met evacuatieharnas opgenomen in de BHV-uitrusting. Deze middelen vragen aparte training van de BHV'ers; ze worden niet zelfstandig geïmproviseerd.

Gevaarlijke stoffen en ADR-gerelateerd

Bij opslag van gevaarlijke stoffen onder PGS-15 of ADR-vervoer zijn aanvullende middelen vereist: lekbakken, absorberend granulaat, persoonlijke beschermingsmiddelen (chemicaliënbestendige overall, gaskap, oogspoelstation), en een specifiek noodplan dat afgestemd is met de regionale brandweer. De brandweer wordt vaak bij grote PGS-locaties uitgenodigd voor een verkennend bezoek.

Communicatie en coördinatie

Voor magazijnen met meerdere zones zijn portofoons of een DECT-systeem onmisbaar voor BHV-coördinatie. Het systeem heeft een aparte BHV-kanaal dat los staat van het reguliere werkverkeer en bij een ontruiming direct beschikbaar is. Een whiteboard of digitale presence-app op het kantoor toont welke medewerkers en gasten op locatie zijn, zodat de BHV-coördinator na ontruiming direct kan verifiëren of iedereen buiten staat.

Controle, keuring en logboek

De Arbeidsinspectie vraagt bij elke BHV-controle expliciet naar het BHV-logboek: het dossier dat de jaarlijkse controles, keuringen en aanvullingen per middel registreert. Een BHV-organisatie zonder bijgehouden logboek is in de praktijk onvolledig, ook al zijn alle middelen aanwezig.

Wat staat in het BHV-logboek

Per middel wordt vastgelegd: type, locatie, fabrikaat en serienummer, aanschafdatum, laatste keurings- of controle-datum, naam van de keurder of controleur, bevindingen, vervangen onderdelen, en datum van volgende keuring. Voor brandblussers wordt het REOB-keuringscertificaat ingevoegd, voor noodverlichting het SCIOS-rapport, voor de AED het onderhoudsbewijs van de leverancier en voor de verbandtrommel een interne controlelijst.

Controlefrequentie per middel

MiddelControle/keuringFrequentieDoor wie
BrandblusserJaarlijkse controle, 5-jaar uitgebreide controle, 10-jaar revisieJaarlijksREOB-erkend onderhoudsbedrijf
Verbandtrommel BCompleetheid + houdbaarheidJaarlijksWerkgever of leverancier
AEDZelfcontrole + onderhoudsbeurtMaandelijks + jaarlijksWerkgever + leverancier
NoodverlichtingFunctietest + autonomietestJaarlijks + halfjaarlijksSCIOS-erkende installateur
VluchtwegsignaleringVisuele controleHalfjaarlijksWerkgever
OntruimingsplattegrondInhoudelijke revisieJaarlijks + bij verbouwingWerkgever of BHV-adviseur
BrandmeldcentraleFunctietest + onderhoudJaarlijksGecertificeerde installateur (NEN 2535)
OntruimingsalarmFunctietestJaarlijksGecertificeerde installateur (NEN 2575)

Inspectie-toets

Tijdens een Arbeidsinspectie-controle wordt het BHV-logboek opgevraagd nog voor de fysieke locatie-inspectie. Een logboek met actuele keuringscertificaten, ondertekend door de werkgever en met duidelijk traceerbare opvolging van eerdere bevindingen, is in de praktijk de eerste afzwakking van potentiële boetes. Een ontbrekend of onvolledig logboek is omgekeerd vaak het startsignaal van een uitgebreidere controle van de hele BHV-organisatie.

Wat kosten de BHV-middelen in 2026

Voor een MKB-magazijn van 1.500-3.000 m² met 25-50 medewerkers liggen de eenmalige aanschafkosten van een complete BHV-uitrusting tussen 4.500 en 8.500 euro. De jaarlijkse exploitatiekosten voor onderhoud, keuring en aanvulling komen op 800-1.400 euro.

Eenmalige aanschaf

OnderdeelAantalPrijs in 2026
Brandblussers (6 kg poeder/CO2)10-15 stuks800-1.500 euro
Blusdekens3-5 stuks150-250 euro
Verbandtrommel B2-4 stuks250-450 euro
EHBO-aanvulling magazijnset100-200 euro
AED (incl. buitenkast)1 stuk1.500-2.500 euro
Vluchtwegbordjes20-40 stuks400-800 euro
Noodverlichting (LED-armaturen)10-20 stuks400-700 euro
Ontruimingsplattegronden8-12 stuks250-500 euro
BHV-portofoons (DECT-set)4-8 stuks650-1.300 euro
Totaal eenmalig4.500-8.500 euro

Jaarlijkse exploitatie

Jaarlijkse kosten zijn gemiddeld 800-1.400 euro voor een MKB-magazijn: 250-450 euro voor REOB-keuring blusmiddelen, 80-150 euro voor controle verbandtrommels, 100-200 euro voor AED-onderhoud en pads, 150-300 euro voor SCIOS-keuring noodverlichting, 50-100 euro voor controle vluchtwegsignalering, 100-150 euro voor ontruimingsplattegrond-update, en 80-150 euro voor BMI-/ontruimingsalarm-onderhoud bij aanwezige systemen.

Vergelijken met de risico's

De totale BHV-middelen-kosten van 800-1.400 euro per jaar staan in geen verhouding tot de kosten van één incident dat zonder werkende middelen escaleert. Een brandschade in een magazijn met blusmiddelen die niet werken of niet bereikbaar zijn, kost al snel 100.000-500.000 euro aan schade en bedrijfsstilstand. Een hartstilstand van een medewerker zonder werkende AED leidt naast persoonlijk leed tot complexe aansprakelijkheidsdiscussies. De BHV-middelen-investering is daarmee ook financieel een vanzelfsprekende keuze.

Stappenplan: BHV-middelen op orde brengen

Voor werkgevers die hun BHV-middelen willen actualiseren of voor het eerst inrichten, volgt hieronder een gestructureerd stappenplan dat in 4-6 weken doorlopen kan worden.

  1. Inventariseer huidige situatie. Loop het magazijn rond en noteer per zone: aanwezige blusmiddelen, EHBO-locaties, AED, vluchtwegsignalering, noodverlichting en ontruimingsplattegronden. Vergelijk met de eisen in dit artikel.
  2. Toets aan de RI&E. Bekijk de risico-inventarisatie en evaluatie en stem de BHV-middelen af op de geïdentificeerde risico's. Specifieke risico's (heftruck, gevaarlijke stoffen, hoge stellingen) vragen aanvullende middelen.
  3. Maak een gat-analyse. Stel per zone een lijst op van ontbrekende of vervallen middelen, met prioriteit (rood/oranje/groen). Brandblusmiddelen en EHBO hebben altijd hoogste prioriteit.
  4. Vraag offerte aan REOB- en SCIOS-leveranciers. Voor blusmiddelen-onderhoud een REOB-erkend bedrijf, voor noodverlichting een SCIOS-installateur. Vergelijk minimaal twee offertes.
  5. Implementeer in 4-6 weken. Aanschaf en installatie van ontbrekende middelen, signalering en plattegronden. Gebruik een planning per zone om bedrijfsverstoring te beperken.
  6. Werk het BHV-plan bij. Voeg de nieuwe middelen toe aan het BHV-plan, ontruimingsplattegronden en het BHV-logboek. Communiceer de wijzigingen aan alle medewerkers.
  7. Train BHV'ers op nieuwe middelen. Een AED, redding-set of nieuwe portofoons vragen praktische instructie. Plan een halfdaagse sessie voor het BHV-team.
  8. Plan jaarlijkse cyclus. Zet de jaarlijkse keurings- en controle-cyclus in de bedrijfsagenda met verantwoordelijke per middel. Het BHV-logboek wordt centraal beheerd door een eindverantwoordelijke.

Als de eigen organisatie onvoldoende capaciteit heeft, kan een externe BHV-adviseur de inventarisatie, gat-analyse en jaarlijkse cyclus uitvoeren. Voor magazijnen is een specialist met magazijn- en logistieke ervaring een verstandige keuze, omdat de specifieke risico's en branche-context dan automatisch worden meegenomen.

Veelgestelde vragen

Wettelijk verplicht zijn: een EHBO-koffer of verbandtrommel B met inhoud volgens NEN 8112, brandblusmiddelen volgens NEN 2559 (minimaal één 6 kg-blusser per 200 m² A-klasse magazijnoppervlak), vluchtwegsignalering volgens NEN-EN 7010 en Arbobesluit artikel 3.7, noodverlichting volgens NEN-EN 1838, en een ontruimingsplattegrond bij meer dan 50 personen of 500 m² gebouwoppervlak. Een AED is wettelijk niet verplicht, maar bij aanrijdtijd boven 6 minuten praktisch onmisbaar.

Een verbandtrommel B (uitgebreid industrieel model volgens NEN 8112) bevat minimaal: hechtpleisters in diverse formaten, steriele wonddekverbanden, snelverband (B en C), elastisch zwachtelmateriaal, driekantige doek, schaar, pincet, beademingsmasker, isolatiedeken, oogspoeling, wegwerphandschoenen en een instructieboekje. De trommel wordt jaarlijks gecontroleerd, vervallen artikelen worden direct vervangen en de controle wordt vastgelegd in het BHV-logboek.

De minimumnorm volgens NEN 2559 is één 6 kg-poederblusser of CO2-blusser per 200 m² A-klasse magazijnoppervlak. Bij opslag van papier, karton, hout of brandbare verpakking wordt vaak verdicht naar één blusser per 150 m². Voor gevaarlijke stoffen (PGS-15) gelden aanvullende eisen met schuim- of speciaalblussers. Een blusser is altijd binnen 30 meter loopafstand bereikbaar en gemarkeerd met NEN-EN 7010-pictogram.

Een AED is wettelijk niet verplicht volgens de Arbowet, maar bij aanrijdtijd van de ambulance boven 6 minuten of meer dan 50 personen per locatie is een AED in de praktijk de norm geworden. Bij een hartstilstand daalt de overlevingskans met circa 10 procent per minuut zonder defibrillatie. Een buitenkast met AED kost in 2026 zo'n 1.500-2.500 euro inclusief installatie en is in 6-7 jaar afgeschreven; het verschil tussen wel of geen AED kan een mensenleven betekenen.

Brandblussers worden jaarlijks gecontroleerd door een REOB-erkend onderhoudsbedrijf volgens NEN 2559, met een uitgebreide controle elke 5 jaar en revisie elke 10 jaar. EHBO-koffer en verbandtrommel: jaarlijkse controle met directe aanvulling van vervallen of gebruikte materialen. AED: zelfcontrole maandelijks (LED-status), jaarlijkse onderhoudsbeurt door leverancier en vervanging van pads (3-5 jaar) en batterij (3-7 jaar). Noodverlichting: jaarlijkse functietest en periodieke autonomietest volgens NEN-EN 50172.

Brandblussers en blusdekens worden gekeurd door een REOB-erkend (Regeling Erkenning Onderhoud Brandblusmiddelen) onderhoudsbedrijf. AED's worden geserviced door de leverancier of een gespecialiseerd onderhoudsbedrijf. Verbandtrommels worden meestal door de werkgever zelf gecontroleerd, met aanvulling vanuit een leverancierscontract. Noodverlichting wordt gekeurd door een gecertificeerd installateur met SCIOS-erkenning of vergelijkbare kwalificatie. De keuringsbewijzen worden in het BHV-logboek bewaard.

Een ontruimingsplattegrond is een gevisualiseerde beschrijving van vluchtroutes, locatie van blusmiddelen, verzamelplaats en BHV-middelen volgens NEN 1414. Hij is verplicht bij meer dan 50 personen of een gebouwoppervlak boven 500 m². De plattegrond hangt zichtbaar bij elke ingang, in elke zone en bij iedere brandblusser. Hij wordt jaarlijks gereviseerd en bij elke verbouwing of stelling-aanpassing direct geactualiseerd.

Voor een MKB-magazijn van 1.500-3.000 m² met 25-50 medewerkers liggen de eenmalige kosten op 4.500-8.500 euro: 800-1.500 euro voor brandblusmiddelen, 350-650 euro voor verbandtrommel en EHBO-uitrusting, 1.500-2.500 euro voor AED met buitenkast, 800-1.500 euro voor vluchtwegsignalering en noodverlichting, en 250-500 euro voor ontruimingsplattegronden. Jaarlijkse exploitatiekosten voor onderhoud, keuring en aanvulling: 800-1.400 euro.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora