Wat zijn PBM in een magazijn
Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn alle middelen die een werknemer draagt of vasthoudt om zich tegen restrisico's te beschermen die na collectieve maatregelen blijven bestaan. In een magazijn zijn dat vrijwel altijd de combinatie van veiligheidsschoenen, signaalkleding, helm in specifieke zones, handschoenen voor laden of stelling-werk en gehoorbescherming bij geluidsbronnen.
PBM zijn een sluitstuk, geen primair middel. De volgorde uit Arbobesluit artikel 3.4 is dwingend: eerst de bron van het risico wegnemen of vervangen, daarna collectieve maatregelen treffen (afscheiding, vloermarkering, verlichting), vervolgens organisatorische maatregelen (eenrichtingsverkeer, scheiding van loop- en heftruck-routes) en pas als laatste een persoonlijk middel.
Veel magazijnen kopen PBM als eerste stap omdat het tastbaar en zichtbaar is. Begin bij de collectieve maatregelen: een goed gemarkeerde scheiding tussen loopzone en heftruck-zone voorkomt aanrijdingen waarvoor geen helm of vest ooit voldoende compensatie biedt.
Wettelijk kader: Arbobesluit hoofdstuk 8
Arbobesluit hoofdstuk 8 (artikelen 8.1 tot en met 8.3) regelt alle aspecten van PBM-gebruik. Artikel 8.1 legt vast dat de werkgever PBM kosteloos verstrekt zodra collectieve maatregelen onvoldoende bescherming bieden. Artikel 8.2 verplicht de werkgever tot keuze op basis van de RI&E, tot afstemming met de werknemer en tot zorgvuldige montage en onderhoud. Artikel 8.3 verplicht de werknemer tot het feitelijk gebruiken, het melden van defecten en het volgen van de instructies.
De uitwerking per type PBM staat in geharmoniseerde Europese normen onder Verordening 2016/425 (PPE-Verordening). De meest relevante voor een magazijn zijn NEN-EN ISO 20345:2022 (veiligheidsschoenen), NEN-EN ISO 20471:2013 (signaalkleding), NEN-EN 397:2012+A1:2012 (industriele helmen), NEN-EN 388:2016+A1:2018 (mechanische bescherming voor handschoenen) en NEN-EN 352-serie (gehoorbescherming). Een PBM zonder CE-markering en zonder verklaring van overeenstemming voldoet niet en mag niet worden gebruikt.
Aanvullend kader komt uit sectorale Arbocatalogi. Voor de logistiek-sector is de Arbocatalogus van TLN/Evofenedex het referentiekader; deze beschrijft per functie (heftruckchauffeur, orderpicker, expeditie-medewerker) welke PBM minimum standaard zijn. De catalogus wordt door de Nederlandse Arbeidsinspectie bij audit als toetsings-referentie gebruikt.
Van RI&E naar PBM-keuze
De PBM-keuze begint nooit met een catalogus van een leverancier, maar met de risico-inventarisatie van het magazijn. De RI&E identificeert per werkzone en per functie de restrisico's na collectieve maatregelen. Het PBM-beleid is een directe afgeleide van die restrisico-tabel.
Stappenplan voor de PBM-keuze
De zes-stappen-methode geeft een werkbare aanpak. Stap 1: lijst de werkzones (ontvangst, opslag, picking, expeditie, kantoor) en functies (heftruckchauffeur, orderpicker, expeditiemedewerker, supervisor). Stap 2: identificeer per zone-functie-combinatie de restrisico's na collectieve maatregelen (val van hoogte, aanrijding, stoten, vallend object, geluid, stof). Stap 3: bepaal per restrisico het noodzakelijke PBM-type en de norm. Stap 4: stel een markt-shortlist van twee tot drie modellen per type op, met aandacht voor pasvorm, draagcomfort en vervangings-cyclus. Stap 5: leg de keuze vast in een PBM-matrix met verantwoordelijken voor verstrekking, vervanging en controle. Stap 6: stel een PBM-instructie op voor alle medewerkers en plan een jaarlijkse evaluatie.
Restrisico-tabel als basis
De restrisico-tabel is het hart van het PBM-beleid. Voor een typisch MKB-magazijn met heftrucks, stellingen tot 6 meter, palletwagens en handmatig laden ziet de tabel er als volgt uit: aanrijding (signaalkleding klasse 2), vallend object van stelling (S3-schoen, helm in stelling-zones), stoten tegen stelling-staander of pallet (S3-schoen met teen-cap), doorboring door spijker of metaal-resten in laad-zone (S3-schoen met doorboor-veilige zool), handletsel bij laden en stelling-werk (snij- en stoot-handschoenen EN 388 niveau 4), geluid bij compressor of vorkheftruck (gehoorbescherming oorkap SNR 25 dB), stof bij verpakkings-werk (FFP1 stofmasker). De tabel wordt jaarlijks geactualiseerd en bij significante wijzigingen in werkprocessen of inrichting opnieuw opgesteld.
OR-betrokkenheid bij de PBM-keuze
De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging heeft instemmingsrecht op het PBM-beleid op grond van WOR artikel 27. Het is verstandig de OR in een vroege fase te betrekken, vooral bij de keuze tussen modellen die qua draagcomfort sterk verschillen. Een schoen die voldoet aan de norm maar als oncomfortabel wordt ervaren leidt in praktijk tot lagere draagbereidheid en daarmee tot een lagere effectieve bescherming dan een iets duurder maar comfortabel model.
Basis-pakket per functie in een magazijn
Hoewel de exacte PBM-mix uit de RI&E volgt, is er een herkenbaar basis-pakket per functie. De tabel hieronder geeft de praktijk-standaard voor een MKB-magazijn in 2026.
| Functie | Basis-PBM (altijd) | Situationeel PBM |
|---|---|---|
| Heftruckchauffeur | S3-schoen, signaalvest klasse 2 | Gehoorbescherming bij compressor, handschoenen bij laden |
| Orderpicker | S3-schoen, signaalvest klasse 2 | Helm in stelling-zones boven 2,2 meter, handschoenen |
| Expeditiemedewerker | S3-schoen, signaalvest klasse 2, snij-handschoen | Stofmasker bij verpakkingsstof, gehoorbescherming bij compressor |
| Stelling-onderhouds-monteur | S3-schoen, helm NEN-EN 397, valharnas, snij-handschoen | Veiligheidsbril bij las- of slijp-werk |
| Supervisor of floor manager | S3-schoen, signaalvest klasse 2 | Helm tijdens stelling-werk of buiten-werk |
| Bezoeker | Signaalvest klasse 2 | S3-schoen en helm in operationele zone |
De tabel is een vertrek-punt. Per magazijn wordt het basis-pakket aangepast op de werkelijke restrisico-tabel. In een magazijn zonder heftrucks (alleen handmatig of met palletwagens) kan signaalkleding klasse 1 voldoende zijn; in een magazijn met VNA-trucks of orderpicker-snelheden boven 12 kilometer per uur is klasse 3 vereist.
Veiligheidsschoenen: S1, S2 of S3
De veiligheidsschoen is in een magazijn vrijwel altijd het eerste PBM. De keuze tussen S1, S2, S3, S4 of S5 wordt bepaald door drie aspecten.
Wat de S-codering betekent
De codering volgt NEN-EN ISO 20345:2022. SB is de basis (teen-cap 200 joule). S1 voegt een antistatische zool en gesloten hiel toe. S1P heeft een doorboor-veilige tussenzool. S2 heeft een water-resistente bovenleer. S3 is de combinatie van S1+S1P+S2 met een geprofileerde loopzool. S4 is een rubber-laars met dezelfde features als S2. S5 is een S4 met doorboor-veilige zool en geprofileerde loopzool. Aanvullende markeringen geven extra eigenschappen aan: HRO (hitte-resistente loopzool tot 300 graden), CI (koude-isolatie), HI (warmte-isolatie), WR (waterdicht complete schoen), M (metatarsale bescherming boven op de voet).
Wanneer S3 het minimum is
In vrijwel elk magazijn met heftrucks, palletwagens of handmatige pallet-stapeling is S3 het minimum. Drie redenen onderbouwen die keuze. De teen-cap beschermt tegen vallend pallet-deel of pallet-houtsplinter. De doorboor-veilige tussenzool beschermt tegen spijkers, metaal-resten en pallet-resten die op de vloer van een laad-zone liggen. De waterresistente bovenleer beschermt tegen mors-vloeistoffen en bevriezing in een koel-magazijn. Voor een puur kantoor-zone is S1 voldoende; voor een magazijn buiten met aanhoudende natheid is S4 of S5 een betere keuze.
Pasvorm en levensduur
Een veiligheidsschoen wordt gemiddeld 12 tot 18 maanden gedragen bij dagelijks gebruik van 8 uur. Pasvorm is geen luxe maar een veiligheids-vereiste: een te grote schoen verhoogt het struikel-risico, een te kleine schoen leidt tot vermoeidheid en lagere draagbereidheid. Een pas-sessie van 30 minuten per medewerker voor de eerste verstrekking is verstandig; veel leveranciers bieden dit kosteloos aan op locatie. Vervanging volgt op slijtage-criteria: zool minder dan 3 millimeter restprofiel, scheuring in het bovenleer, vervormde teen-cap of zichtbare scheuring in de doorboor-veilige tussenzool.
Signaalkleding en zichtbaarheid
Signaalkleding maakt de werknemer zichtbaar voor bestuurders van heftrucks, orderpickers en bezoek-voertuigen. De norm NEN-EN ISO 20471:2013 onderscheidt drie klassen.
Klassen en toepassing
Klasse 1 (vest of broek met beperkt fluorescent oppervlak) is geschikt voor lage-risico-zones met rijsnelheden tot 5 kilometer per uur en uitsluitend handmatig transport. Klasse 2 (vest of jas met 0,50 vierkante meter fluorescent en 0,13 vierkante meter retro-reflectie) is de standaard voor magazijnen met intern transport tot 12 kilometer per uur; dit is veruit de meest voorkomende uitvoering. Klasse 3 (jas plus broek met volledig fluorescent oppervlak en retro-reflectie op mouwen) is vereist voor buiten-werkzaamheden, voor laad-en-los-zones en voor magazijnen met VNA-trucks of orderpicker-bewegingen op hogere snelheid.
Kleur-keuze en zichtbaarheid
De toegestane fluorescent-kleuren zijn fluo-geel, fluo-oranje of fluo-rood. De keuze wordt bepaald door de omgevings-kleur van het magazijn. In een magazijn met overwegend grijze of bruine palletten is fluo-geel doorgaans het beste zichtbaar; in een buiten-omgeving met groene of bosrijke achtergrond is fluo-oranje effectiever. De retro-reflectie-banden (zilver-grijs of fluorescent) worden bovendien geactiveerd door koplampen van een heftruck of vrachtwagen en zorgen voor zichtbaarheid bij verminderde verlichting.
Onderhoud en wasvoorschriften
Signaalkleding heeft een gegarandeerd minimum aantal industriele wasbeurten waarin het fluorescent-vermogen en het retro-reflectie-vermogen behouden blijven. NEN-EN ISO 20471 verlangt minimaal 25 wasbeurten; de meeste fabrikanten geven 50 tot 75 wasbeurten op. Het wasvoorschrift staat op het in-naai-label van het kledingstuk. Industrieel wassen op te hoge temperatuur of met agressief wasmiddel halveert de levensduur. Veel magazijnen kiezen voor een wasservice-contract waarbij de leverancier de kleding ophaalt, wast en terugbrengt; dit garandeert correct wassen en levert per medewerker een wissel-set op.
Helm, handschoenen en gehoorbescherming
De helm, handschoenen en gehoorbescherming worden risico-gericht toegevoegd. Niet elke magazijnmedewerker draagt ze permanent; voor bepaalde zones of bij specifieke werkzaamheden zijn ze verplicht.
Industriele helm volgens NEN-EN 397
De industriele helm voldoet aan NEN-EN 397:2012+A1:2012 met een impact-bescherming van 5 kilogram bal vanaf 1 meter (gelijk aan 49 joule). Aanvullende eigenschappen worden aangegeven met markeringen: 440 VAC (elektrische isolatie tot 440 volt), MM (metaal-splatter-bescherming), LD (lateral deformation, zijdelingse vervorming), -30 of -40 (koud-bestendigheid). De levensduur is 5 jaar vanaf productiedatum bij goed onderhoud; de productiedatum staat in het binnenste van de helmschaal. Bij een impact, bij zichtbare vervorming of bij scheuren in de helmschaal wordt direct vervangen.
Handschoenen volgens NEN-EN 388
De handschoen wordt gekozen op basis van het mechanische risico. NEN-EN 388:2016+A1:2018 onderscheidt vier niveaus voor schuur-, snij-, scheur- en perforatie-bescherming, plus een aanvullende code voor cut-volgens-ISO 13997 (letter A tot F). Voor stelling-werk en laden in een typisch magazijn is een niveau 4-3-4-3 (schuur 4, snij 3 volgens Coup-test, scheur 4, perforatie 3) plus cut-niveau B een werkbare standaard. Voor scherp gereedschap of voor het inpakken van glas-producten wordt cut-niveau D of hoger gekozen.
Gehoorbescherming volgens NEN-EN 352
De gehoorbescherming wordt risico-gericht toegevoegd vanaf een dagblootstelling van 80 decibel-A (LAEX,8h). Vanaf 85 dB(A) is dragen verplicht en wordt een gehooronderzoek door de bedrijfsarts vereist. De norm NEN-EN 352-1 regelt oorkappen, NEN-EN 352-2 oordoppen. De SNR (Single Number Rating) geeft de dempings-waarde aan; voor een magazijn met heftrucks, compressor en luchtrook-werk volstaat SNR 25 dB. Bij overdimensionering boven SNR 35 dB ontstaat een veiligheidsrisico door isolatie van waarschuwings-signalen; communicatie-headsets met level-dependent werking (volume-afhankelijke demping) zijn dan een betere keuze.
Instructie, vervanging en beheer
Een PBM zonder bijbehorende instructie is geen volwaardig PBM. Arbobesluit artikel 8.2 verplicht de werkgever tot het verstrekken van een schriftelijke instructie en tot het oefenen van het juiste gebruik bij eerste verstrekking. Voor een magazijn vertaalt zich dat in vier praktische elementen.
Eerste-verstrekking-protocol
Bij indiensttreding ontvangt de medewerker een PBM-pakket aangepast op zijn functie en op de werkzones waarin hij actief is. De verstrekking wordt vastgelegd in een PBM-register met handtekening voor ontvangst. De instructie wordt mondeling toegelicht door de leidinggevende of preventie-medewerker en de medewerker oefent het correct aantrekken, afstellen en gebruiken onder begeleiding. Een korte schriftelijke quick-reference wordt overhandigd voor naslag.
PBM-register en QR-portaal
Het PBM-register legt per medewerker en per PBM-type vast wanneer verstrekt, wanneer laatst gecontroleerd en wanneer vervanging gepland is. Een digitaal register in een compliance-portaal vervangt papieren ordners en maakt automatische reminders mogelijk. Een QR-sticker op de helm of in de schoenen-locker koppelt de individuele PBM aan het register en aan de medewerker; bij elke controle wordt de QR gescand en de status bijgewerkt.
Periodieke controle en herinstructie
Eens per kwartaal voert de leidinggevende of preventie-medewerker een korte rondgang uit waarbij PBM-gebruik op de werkvloer wordt geobserveerd. Bij elke afwijking volgt een herinstructie op het moment zelf. Eens per jaar wordt een formele PBM-instructie herhaald voor alle medewerkers; deze valt typisch samen met de jaarlijkse veiligheids-toolbox of met de BHV-herhalingsoefening.
Defectmelding en vervanging
De medewerker meldt defecten of significante slijtage direct via een QR-scan op de PBM zelf. De melding leidt tot een directe statuswijziging in het portaal en een automatische bestel-trigger naar de leverancier of het centrale magazijn. Tot de vervanging gerealiseerd is wordt een vervangend exemplaar uit de buffer-voorraad ter beschikking gesteld. Het portaal bewaakt de doorlooptijd van defectmelding tot vervanging en stuurt een reminder bij overschrijding van 5 werkdagen.
Kosten per medewerker per jaar
De jaarlijkse PBM-kosten per medewerker varieren sterk per functie en per intensiteit van gebruik. De richt-bedragen hieronder zijn marktconform voor 2026.
| PBM-type | Stuk-prijs (basis) | Vervangings-cyclus | Jaar-kosten per medewerker |
|---|---|---|---|
| S3-veiligheidsschoenen | 65 tot 145 euro per paar | 12 tot 18 maanden | 50 tot 145 euro |
| Signaalvest klasse 2 | 15 tot 35 euro | 12 maanden | 15 tot 35 euro |
| Helm NEN-EN 397 | 20 tot 65 euro | 5 jaar | 5 tot 15 euro |
| Handschoenen snij of stoot | 4 tot 12 euro per paar | elke 2 tot 4 weken | 50 tot 145 euro |
| Gehoorbescherming oorkap | 15 tot 45 euro | 2 tot 3 jaar | 5 tot 22 euro |
| Stofmasker FFP1 (per stuk) | 0,80 tot 2,50 euro | per dag | 175 tot 550 euro |
Voor een typische orderpicker zonder stof- of gehoor-blootstelling komen de jaarlijkse PBM-kosten op 125 tot 340 euro per medewerker. Voor een expeditiemedewerker met handschoenen en stofmasker loopt het op tot 400 tot 750 euro per jaar. Een wasservice-contract voor signaalkleding kost gemiddeld 8 tot 18 euro per medewerker per maand en omvat aflevering van een wissel-set en wekelijkse haal- en brengservice.
Wat de Arbeidsinspectie controleert
Een audit door de Nederlandse Arbeidsinspectie betreft drie aspecten van het PBM-beleid: documentatie, feitelijk gebruik en periodieke evaluatie.
De documentatie omvat het PBM-beleid in de RI&E, het PBM-register per medewerker, ontvangst-bewijzen voor de verstrekking, instructie-materiaal en het logboek van vervangingen en defectmeldingen. Bij ontbreken van een element volgt een formele eis tot oplevering binnen 4 weken; bij ontbrekend PBM-beleid wordt direct een bestuurlijke boete tussen 340 en 4.500 euro per categorie opgelegd.
Het feitelijk gebruik wordt op de werkvloer geverifieerd. De inspecteur loopt door de operationele zone en kijkt of veiligheidsschoenen worden gedragen, of signaal-vesten zichtbaar zijn, of helmen in stelling-zones aanwezig zijn en of bezoekers correct uitgerust zijn. Bij niet-dragen door medewerkers wordt zowel werkgever als werknemer aangesproken; de werkgever wordt verantwoordelijk gehouden voor het feitelijk afdwingen van het beleid.
De periodieke evaluatie wordt vastgesteld via interviews met de preventiemedewerker en met enkele medewerkers. Aan de orde komen de jaarlijkse herinstructie, de evaluatie van de PBM-mix bij wijzigingen in werkprocessen en de samenwerking met de OR over keuze van modellen. Een ontbrekende evaluatie wordt opgenomen als kwaliteitsbevinding zonder direct sanctioneren. Een complete documentatie plus aantoonbaar feitelijk gebruik geeft het laagste boeterisico bij audit; voor de bredere context zie arbeidsinspectie controle magazijn.
Veelgestelde vragen
Niet automatisch. PBM is een sluitstuk op de hierarchische volgorde van maatregelen uit Arbobesluit artikel 3.4: eerst het risico bij de bron wegnemen, daarna collectieve maatregelen treffen, vervolgens organisatorische maatregelen en pas als laatste persoonlijke beschermingsmiddelen. In een magazijn met heftrucks, palletwagens, stellingen tot 6 meter en zichthinder door pallet-stapeling blijven na collectieve maatregelen voldoende restrisico's bestaan om PBM in te zetten. De RI&E legt per functie en per werkzone vast welke PBM noodzakelijk zijn. Voor administratief personeel dat alleen in een kantoorzone werkt is geen PBM vereist; voor magazijnmedewerkers in de operationele zone is in praktijk altijd een combinatie van S3-veiligheidsschoenen, signaalkleding en bescherm-handschoenen verplicht. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert zowel op aanwezigheid van het PBM-beleid in de RI&E als op het feitelijk gebruik tijdens het locatie-bezoek.
Nee. Arbobesluit artikel 8.1 bepaalt dat de werkgever verplicht is PBM kosteloos te verstrekken; ook reinigen, onderhouden en vervangen valt onder zijn verantwoordelijkheid. Een uitzondering geldt voor PBM die de werknemer ook prive kan gebruiken (bijvoorbeeld een merk-veiligheidsschoen die ook recreatief draagbaar is) of bij grove nalatigheid van de werknemer (een opzettelijk vernielde helm). In praktijk wordt nooit doorberekend; verzekeringstechnisch en arbeidsrechtelijk zijn de kosten van PBM altijd voor de werkgever. Wel kan een werknemer kiezen voor een duurder model (bijvoorbeeld een schoen met extra dempende zool) tegen meerprijs uit eigen middelen, mits het basis-model door de werkgever wordt aangeboden en aan de norm voldoet.
De S-codering uit NEN-EN ISO 20345:2022 geeft de beschermingsklasse aan. S1 heeft een teen-cap (200 joule impact-bescherming) en een antistatische zool; S1P voegt een doorboor-veilige tussenzool toe. S2 voegt aan S1 een water-resistente bovenleer en hoger waterdicht vermogen toe. S3 is de combinatie van S1, S1P en S2: teen-cap, doorboor-veilige zool, water-resistente bovenleer en een geprofileerde slipvaste loopzool. In een magazijn met intern transport, vallend object-risico en mogelijk doorboring door spijkers of metalen pallet-resten is S3 vrijwel altijd de standaard. Voor zware industrie of buiten-werkzaamheden wordt S4 (rubber-laars met dezelfde features) of S5 (S4 met verbeterde slipvaste zool) toegepast.
De helm is geen standaard-PBM voor alle magazijnen, maar wordt risico-gericht toegevoegd. Drie situaties leiden vrijwel altijd tot helm-verplichting. Werken onder hoog opgestelde belasting (pallets in stellingen boven 2,2 meter wanneer een collega met heftruck of orderpicker werkt op vergelijkbare hoogte). Werken nabij actieve hoog-werk-zones (steiger, hoogwerker, kraan) waar gereedschap of materiaal van hoogte kan vallen. Werken in stelling-installatie of stelling-onderhoud waar vallende montagedelen mogelijk zijn. De helm voldoet aan NEN-EN 397 voor industriele helmen met een impact-bescherming van 5 kilogram bal vanaf 1 meter. Aanvullende eigenschappen zijn elektrische isolatie (440 volt), kort-duur-thermische bescherming en kinband-bevestiging. De levensduur is 5 jaar vanaf productiedatum bij goed onderhoud, korter bij blootstelling aan UV of chemicalien.
De klasse-indeling uit NEN-EN ISO 20471:2013 is gebaseerd op het zichtbaar fluorescerend oppervlak en het retro-reflectie-oppervlak. Klasse 1 heeft 0,14 vierkante meter fluorescent en 0,10 vierkante meter retro-reflectie; klasse 2 heeft 0,50 vierkante meter fluorescent en 0,13 vierkante meter retro-reflectie; klasse 3 heeft 0,80 vierkante meter fluorescent en 0,20 vierkante meter retro-reflectie. Voor een magazijn met intern transport en een gemiddelde rijsnelheid tot 12 kilometer per uur is klasse 2 standaard. Voor buiten-werkzaamheden, voor laad-en-los-zones met truck-bewegingen en voor magazijnen met VNA-trucks of orderpicker-bewegingen op hogere snelheid is klasse 3 vereist. Voor bezoekers in een magazijn is een klasse 2 hesje het minimum; veel bedrijven hanteren dat als no-go-zonder beleid bij entree.
De levensduur verschilt sterk per type en per gebruik-intensiteit. Veiligheidsschoenen worden vervangen elke 12 tot 18 maanden bij dagelijks gebruik, of eerder bij significante slijtage van de zool, vervorming van de teen-cap of bij doorboring. Signaalkleding heeft 25 industriele wasbeurten als minimum-fluorescent-behoud volgens NEN-EN ISO 20471 (in praktijk 12 tot 18 maanden). Industriele helmen worden 5 jaar na productiedatum vervangen, eerder na een impact of bij zichtbare vervorming. Gehoorbescherming-oordoppen voor eenmalig gebruik worden per dag vervangen; herbruikbare oordoppen elke 2 tot 4 weken; oorkappen na 2 tot 3 jaar of bij verharde afdichting. Het PBM-register in het portaal legt per medewerker en per type vast wanneer vervanging gepland is; automatische reminders voorkomen dat verlopen PBM in gebruik blijft.
Een PBM-controle door de Nederlandse Arbeidsinspectie verloopt typisch in drie stappen. Documentaire controle: het PBM-beleid in de RI&E, het PBM-register per medewerker, ontvangst-bewijzen voor verstrekking en logboek van vervangingen. Visuele rondgang: feitelijk gebruik door medewerkers in de operationele zone, aanwezigheid van helm-houders bij stelling-zones en signaal-vest-beleid bij entree. Interview met enkele medewerkers: bekendheid met het PBM-beleid, kennis van wanneer een helm wel of niet moet, herkenning van slijtage-signalen. Bij een ontbrekend PBM-beleid in de RI&E volgt een formele bevinding (eis tot oplevering binnen 4 weken). Bij feitelijk niet-dragen van verplichte PBM volgt een waarschuwing aan de werkgever; bij herhaling een boete tussen 340 en 4.500 euro per categorie. Bij ernstig incident door ontbrekende PBM kan een direct werkverbod op de werkzone worden opgelegd.