Wat is een CO2-blusser
Een CO2-blusser, ook wel koolzuurblusser genoemd, blust met koolstofdioxide onder hoge druk. In plaats van poeder of schuim spuit hij een wolk koud gas die de zuurstof rond de vlam wegdrukt. Het blusmiddel verdwijnt daarna volledig in de lucht en laat niets achter.
Dat laatste is precies waarom de CO2-blusser een eigen plek heeft naast de poeder- en schuimblusser. Waar poeder een hardnekkig, corrosief residu achterlaat dat elektronica onbruikbaar maakt, ruimt een CO2-blusser als het ware zichzelf op. Voor gevoelige apparatuur is dat een groot verschil.
Je herkent een CO2-blusser aan de kenmerkende harde, brede toeter aan het uiteinde van de slang. Die toeter is nodig om het gas gecontroleerd te laten uitstromen, en wordt tijdens het blussen extreem koud.
Hoe een CO2-blusser blust
Een CO2-blusser werkt op verstikking. Door een ruime hoeveelheid koolstofdioxide op de brandhaard te richten, daalt het zuurstofgehalte rond de vlam onder het niveau dat nodig is voor verbranding. Zonder zuurstof dooft het vuur. Daarnaast koelt het uitstromende gas de directe omgeving iets af.
Omdat de werking op het verdringen van zuurstof berust, is een CO2-blusser het effectiefst in een afgebakende ruimte of dicht op de brandhaard. In de open lucht of bij sterke tocht waait het gas snel weg en neemt de bluskracht af. Richt daarom altijd kort en gericht op de basis van de vlammen.
Voor welke branden geschikt
Een CO2-blusser is geschikt voor brandklasse B, de vloeibare brandbare stoffen zoals olie, benzine en oplosmiddelen. Daarnaast is hij de aangewezen keuze voor branden in elektrische apparatuur, omdat CO2 geen stroom geleidt en geen schade door residu veroorzaakt.
Voor vaste stoffen uit brandklasse A, zoals papier, karton en hout, is een CO2-blusser veel minder effectief. Het gas dooft de oppervlaktevlam wel, maar dringt niet door in het materiaal, waardoor de brand opnieuw kan ontvlammen. Welke klasse bij welk blusmiddel hoort, leggen we uit in ons artikel over brandklassen en de juiste blusser.
De brandklassen zijn vastgelegd in de Europese norm en worden door Brandweer Nederland gebruikt als basis voor blusadvies. Een goede mix van blustoestellen sluit aan op de risico's die je in je magazijn hebt.
Waar in het magazijn
In een magazijn zitten de typische toepassingen op plekken met elektra en elektronica. Denk aan de serverruimte of de meterkast, de schakelkasten bij machines en transportbanden, en de zone rond de laadstations waar heftruckaccu's worden opgeladen.
Juist op die plekken wil je geen poederblusser inzetten, omdat het residu de apparatuur ruïneert en de schade soms groter is dan die van de brand zelf. Een CO2-blusser binnen handbereik bij de laadplek of schakelkast is daarom een logische keuze. De opslag van de accu's zelf vraagt aanvullende aandacht, zoals beschreven in lithium-ion-accu's opslaan in het magazijn.
De voordelen op een rij
Het grootste voordeel van een CO2-blusser is dat hij schoon blust. Na gebruik blijft er geen residu achter, dus apparatuur, productie en voorraad lopen geen blusschade op. Voor bedrijven met dure elektronica of gevoelige goederen weegt dat zwaar.
Daarnaast is CO2 elektrisch niet geleidend, wat blussen bij apparatuur onder spanning mogelijk maakt. Het blusmiddel is bovendien niet giftig in normale concentraties en tast het milieu niet aan zoals sommige oudere blusgassen dat deden. Voor de juiste plekken is het daarmee een veilig en effectief middel.
De risico's bij gebruik
Tegenover de voordelen staan twee duidelijke risico's. Het eerste is verstikking. Omdat CO2 zuurstof verdringt, kan het gebruik in een kleine, slecht geventileerde ruimte gevaarlijk zijn voor de gebruiker zelf. Gebruik de blusser daar alleen kort en zorg daarna direct voor ventilatie.
Het tweede risico is bevriezing. Het uitstromende gas koelt af tot ongeveer min 70 graden Celsius, waardoor de toeter ijskoud wordt. Pak de blusser altijd bij de daarvoor bestemde greep en raak de toeter tijdens en kort na gebruik niet aan. Neem deze gebruiksinstructie mee in je interne instructie en toolboxmeetings.
Waarvoor niet geschikt
Een CO2-blusser is geen alleskunner. Voor diepliggende branden in vaste stoffen schiet hij tekort, omdat het gas niet in het materiaal doordringt en de brand kan terugkeren. Voor frituurvet uit brandklasse F is hij ronduit ongeschikt, omdat de krachtige uitstroom brandend vet kan rondspatten.
Ook buiten of in sterke tocht verliest de CO2-blusser veel van zijn kracht. Voor een magazijn betekent dit dat de CO2-blusser een aanvulling is op, en geen vervanging van, de algemene blustoestellen. Hoeveel en welke toestellen je in totaal nodig hebt, lees je in hoeveel brandblussers in je magazijn.
Keuring en onderhoud
Een CO2-blusser valt onder dezelfde onderhoudsplicht als andere draagbare blustoestellen. Dat betekent jaarlijks onderhoud volgens NEN 2559 door een gecertificeerd onderhoudsbedrijf, dat de blusser controleert, weegt en van een onderhoudssticker voorziet.
Omdat een CO2-blusser een drukhoudend reservoir is, geldt er bovendien een periodieke herkeuring van het drukvat. Die herkeuring vindt doorgaans elke tien jaar plaats en valt onder de regels voor drukapparatuur. De verplichting om blustoestellen te onderhouden vloeit voort uit het Arbobesluit, dat eist dat blusmiddelen in goede staat en direct inzetbaar zijn. Meer over de onderhoudscyclus lees je bij brandblusser keuring.
Hoeveel en waar plaatsen
Het aantal en de plaatsing bepaal je op basis van de risico's, niet op gevoel. Voor de algemene brandbeveiliging geldt een spreidingsnorm, terwijl je de CO2-blussers gericht plaatst bij de elektra- en elektronicarisico's. Een blusser is alleen nuttig als hij binnen handbereik hangt op de plek waar het risico zit.
Zorg dat elke blusser goed zichtbaar en bereikbaar is, met een duidelijke pictogramaanduiding erboven. Leg in je RI&E vast waarom je voor een bepaalde verdeling kiest. Zo kun je bij een controle onderbouwen dat je blusmiddelen aansluiten op de werkelijke risico's in je magazijn.
Zo regel je het met Envora
Bij de inventarisatie van je magazijn kijkt Envora niet alleen of er genoeg blussers hangen, maar ook of het de juiste types zijn voor de aanwezige risico's. Een poederblusser bij de serverruimte of een ontbrekende CO2-blusser bij de laadstations komt zo aan het licht.
Je krijgt een concreet overzicht van wat klopt, wat ontbreekt en wat aan onderhoud toe is, met de bijbehorende prioriteiten. Daarmee weet je zeker dat je blusmiddelen niet alleen aanwezig zijn, maar ook passen bij de manier waarop jouw magazijn werkt.
Veelgestelde vragen
Een CO2-blusser gebruik je vooral voor branden in elektrische apparatuur en voor brandklasse B, dat zijn vloeibare stoffen zoals olie en oplosmiddelen. Omdat het blusmiddel geen residu achterlaat, is hij ideaal bij elektronica, schakelkasten, serverruimtes en laadstations. Op vaste stoffen zoals papier en hout is hij minder effectief.
Ja. CO2 geleidt geen stroom en laat geen residu achter, waardoor een CO2-blusser geschikt is voor branden in apparatuur die nog onder spanning staat. Dat maakt hem de standaardkeuze bij schakelkasten en elektronica. Schakel waar mogelijk wel eerst de spanning uit voordat je blust.
CO2 verdringt zuurstof. In een kleine, afgesloten ruimte kan het gebruik van een CO2-blusser daardoor verstikking veroorzaken. Gebruik hem in zulke ruimtes alleen kort en zorg daarna voor ventilatie. Voor besloten ruimtes gelden aanvullende voorzorgen.
Een CO2-blusser wordt net als andere draagbare blustoestellen jaarlijks onderhouden volgens NEN 2559 door een gecertificeerd onderhoudsbedrijf. Daarnaast moet het drukvat periodiek opnieuw worden gekeurd, doorgaans elke tien jaar, omdat het een drukhoudend reservoir is.
Bij het uitstromen zet het samengeperste CO2 uit en koelt het sterk af, tot ongeveer min 70 graden Celsius. Daardoor wordt de toeter ijskoud. Houd de blusser daarom alleen bij de daarvoor bedoelde greep vast om bevriezingsletsel aan de handen te voorkomen.
Bij beginnende brand in de elektronica rond een laadstation kan een CO2-blusser nuttig zijn omdat hij geen residu achterlaat. Een brand in een lithium-ion-accu zelf is echter lastig te blussen en vraagt een eigen aanpak, omdat de cel intern warmte blijft produceren. Beoordeel dit risico apart in je RI&E.