Waarom de bezetting afbrokkelt
Bijna geen enkel magazijn heeft een BHV-probleem op papier. Het plan ligt er, de namen staan erin en de cursus is ooit gevolgd.
Het probleem ontstaat geleidelijk en zonder dat iemand een besluit neemt. Eén BHV'er vertrekt, een tweede is langdurig ziek, een derde heeft zijn herhaling twee keer verzet en bij een vierde is het certificaat in stilte verlopen.
Op zo'n moment staat er niets in brand en merkt niemand iets. De bezetting is pas zichtbaar te laag op het moment dat het ertoe doet.
Dit artikel gaat daarom niet over het opzetten van een BHV-organisatie maar over het overeind houden ervan, twaalf maanden per jaar en in elke ploeg.
Wat de Arbowet eist
De Arbeidsomstandighedenwet regelt de bedrijfshulpverlening in artikel 15. Lid 2 benoemt de taken: eerste hulp bij ongevallen, het beperken en bestrijden van brand, en het alarmeren en evacueren van alle aanwezigen.
Lid 3 bevat de eis waar dit artikel over gaat. BHV'ers moeten beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zodanig in aantal zijn en zodanig georganiseerd zijn dat zij die taken naar behoren kunnen vervullen.
Dat is een eis per moment. De wet vraagt niet of u gemiddeld genoeg BHV'ers had over het jaar, maar of de hulpverlening werkt op het moment dat er iets gebeurt.
Hoeveel mensen daarvoor nodig zijn, volgt uit uw RI&E. De wet noemt geen getal en de bekende vuistregel van één op vijftig staat er niet in, zoals wij uitleggen in ons artikel over het verplichte aantal BHV'ers.
Uw eigen norm vaststellen
Borgen kan pas als u weet waartegen u borgt. Een norm die alleen bestaat als totaal over de hele organisatie, is niet bruikbaar.
Formuleer de norm daarom per ploeg en per locatie. Bijvoorbeeld: in de dagploeg altijd minimaal vier aanwezige BHV'ers, in de avondploeg twee, in de nacht twee, en op zaterdag één plus een sluitende afspraak met de buren.
Leg daarbij vast wat u meetelt. Een BHV'er die op kantoor zit maar op vakantie is, telt niet mee, en dat klinkt vanzelfsprekend tot u het register ziet van een magazijn dat het niet zo heeft opgeschreven.
De vier vormen van uitval
Uitval heeft vier oorzaken en elk daarvan vraagt een ander antwoord. Wie ze op één hoop gooit, lost telkens de verkeerde op.
| Vorm | Kenmerk | Antwoord |
|---|---|---|
| Verlof | Voorspelbaar, piekt in zomer en kerst | Spreiding afdwingen in de verlofplanning |
| Ziekte | Onvoorspelbaar, kort of lang | Marge boven de norm |
| Verloop | Zichtbaar bij uitdiensttreding | Vaste stap in het uitdienstproces |
| Verlopen certificaat | Onzichtbaar tot u het opzoekt | Register met einddatum en signaal |
De laatste twee zijn verantwoordelijk voor de meeste structurele gaten. Ze zijn ook het eenvoudigst te voorkomen, omdat ze volledig administratief van aard zijn.
Koppel daarom het uitdienstproces aan het BHV-register. Wie de sleutels en de bedrijfskleding inlevert, wordt op dezelfde dag uit de BHV-bezetting gehaald.
Ploegendienst en randuren
In vrijwel elk magazijn breekt de bezetting op dezelfde plekken: de vroege dienst voor zeven uur, de late dienst na zes uur en de zaterdagochtend.
Dat is geen toeval. De BHV-groep is meestal gevormd rond de mensen die overdag aanwezig zijn, en de randuren zijn er later omheen gegroeid.
Behandel elke ploeg daarom als zelfstandige eenheid met een eigen norm en een eigen lijst. Een organisatiebrede telling verhult precies het gat dat u zoekt.
In de nacht is de norm relatief hoger, niet lager
De neiging is om in de nacht met minder BHV'ers te volstaan omdat er minder mensen zijn. Dat is de verkeerde redenering.
In de nacht is de opkomsttijd van de hulpdiensten vaak langer, is er minder personeel om te helpen en zijn er minder leidinggevenden aanwezig die kunnen besluiten. Het aandeel BHV'ers moet daarom eerder omhoog.
Neem in die beoordeling ook het alleen werken mee. Ons artikel over alleen werken in het magazijn beschrijft welke maatregelen dan passend zijn.
Voor de bredere inrichting van de randuren verwijzen wij naar ons artikel over BHV buiten kantooruren.
Rekenen met een marge
De klassieke fout is precies zoveel BHV'ers opleiden als de norm vraagt. Dan zit u per definitie onder de norm zodra één iemand ziek is.
Reken daarom met een opslag van dertig tot vijftig procent boven het benodigde aantal aanwezigen. Bij een norm van vier aanwezige BHV'ers in de dagploeg betekent dat zes opgeleide mensen in die ploeg.
Die marge lijkt duur en is het zelden. De kosten van een extra herhalingscursus zijn beperkt, zoals blijkt uit ons overzicht van de kosten van BHV.
Verdeel de marge bovendien bewust over functies en afdelingen. Zes BHV'ers die allemaal op de expeditie werken, zijn geen marge als de expeditie een keer een uitje heeft.
Opleiding en herhaling plannen
Een BHV-diploma is in de praktijk een jaar geldig, mits er jaarlijks wordt bijgeschoold. De wet noemt geen termijn maar eist dat de BHV'er zijn taak naar behoren kan vervullen, en ook Arboportaal gaat uit van een jaarlijkse herhaling.
De valkuil zit niet in de geldigheid maar in de planning. Wie de hele groep in één keer opleidt, laat de hele groep ook in één keer verlopen.
Spreid daarom de herhalingen over het jaar, bijvoorbeeld in twee of drie blokken. Dan is er nooit een week waarin de halve bezetting in de cursus zit of net is verlopen.
Wat de herhaling moet bevatten en hoe vaak oefenen zinvol is, staat in onze artikelen over de BHV-herhaling en de oefenfrequentie.
Het BHV-register
Alles in dit artikel valt of staat met één lijst die klopt. Die lijst is simpeler dan de meeste organisaties hem maken.
Zeven kolommen volstaan: naam, functie, ploeg of locatie, datum basisopleiding, datum laatste herhaling, einddatum geldigheid en status. Meer velden leiden tot minder onderhoud.
Belangrijker dan de vorm is de eigenaar. Eén persoon met naam beheert de lijst, en die rol staat in het BHV-plan zodat hij bij vertrek wordt overgedragen.
Bewaar de certificaten bij de lijst en niet in personeelsdossiers, zodat u bij een controle binnen een minuut kunt laten zien dat de bezetting klopt. Over geldigheid en bewijs gaat ons artikel over het BHV-certificaat.
Signaleren voordat het misgaat
Een register zonder signaal is een archief. De waarde ontstaat pas als het u waarschuwt terwijl u nog kunt handelen.
Drie signalen zijn in de praktijk voldoende. Een melding drie maanden voor het verlopen van een certificaat, een melding zodra een ploeg onder de norm zakt en een kwartaalcheck op de totale bezetting.
Die drempel van drie maanden is niet willekeurig. Cursussen zitten vol, roosters zitten vast en een medewerker moet vrijgepland worden, en dat kost samen makkelijk zes weken.
Een e-commerce magazijn met tachtig medewerkers in drie ploegen dacht ruim te zitten met veertien BHV'ers. Bij een telling per ploeg bleek de verdeling elf, twee en één. De dagploeg was jarenlang het vertrekpunt van elke opleiding geweest, en de avond- en nachtploeg waren daarna ontstaan zonder dat de BHV-lijst was herzien. Twee van de drie ploegen zaten dus onder de eigen norm, terwijl het totaal keurig was. De oplossing was niet meer opleiden maar anders verdelen: vier medewerkers uit de dagploeg met een vaste avondrol, plus twee nieuwe opleidingen in de nacht. De correctie kostte één opleidingsronde en een aanpassing van het register.
Als u vandaag onder de norm zit
Constateert u dat de bezetting nu niet klopt, dan is niets doen tot de volgende cursusronde geen optie. Er zijn drie maatregelen die op korte termijn werken.
De eerste is het werk aanpassen: risicovolle taken zoals werken op hoogte of het werken met gevaarlijke stoffen worden niet uitgevoerd tot de bezetting is hersteld.
De tweede is verschuiven: een BHV'er uit een andere ploeg of van een andere vestiging vult tijdelijk aan. De derde is samenwerken met een buurbedrijf, zoals beschreven in ons artikel over gezamenlijke BHV op een bedrijventerrein.
Leg de gekozen maatregel vast met een begin- en einddatum. Een inspecteur van de Nederlandse Arbeidsinspectie beoordeelt een gedocumenteerde tijdelijke oplossing wezenlijk anders dan een gat dat niemand had gezien.
Aanwijzen, weigeren en vergoeding
De bezetting rond krijgen is vaker een kwestie van bereidheid dan van budget. Dat maakt de manier van aanwijzen relevant.
Formeel wijst u BHV'ers aan en hoort de taak bij de functie, zeker als dat in het functieprofiel staat. Hoe u dat netjes doet, staat in ons artikel over het aanwijzen van een BHV'er.
Praktisch werkt sturen op bereidheid beter. Een BHV-vergoeding, zichtbare waardering en een serieuze oefening doen meer voor het behoud dan een aanwijzingsbrief.
Kijk daarbij ook naar de uitzendkrachten en ingehuurde krachten die langdurig meedraaien. Ons artikel over BHV en uitzendkrachten beschrijft wanneer dat verstandig is.
Structureel borgen
Borgen is uiteindelijk een kwestie van vier koppelingen die u één keer legt en daarna laat staan.
Koppel de norm aan de ploeg, het register aan een eigenaar met naam, het uitdienstproces aan het register en de herhalingsplanning aan een gespreid schema.
Toets die vier daarna één keer per kwartaal, bijvoorbeeld als vast agendapunt bij het werkoverleg of als onderdeel van uw interne veiligheidsaudit.
Wie dat doet, ontdekt een gat op een dinsdagmiddag en niet tijdens een ontruiming. Dat is het hele verschil, en het kost per kwartaal ongeveer twintig minuten.
Veelgestelde vragen
De Arbowet noemt geen aantal. Artikel 15 lid 3 eist dat de bedrijfshulpverleners zodanig in aantal, zodanig opgeleid en zodanig georganiseerd zijn dat zij hun taken naar behoren kunnen vervullen. Het benodigde aantal volgt daarom uit uw RI&E: de risico's, de oppervlakte, de opkomsttijd van de brandweer, het aantal aanwezigen en de vluchtmogelijkheden. De oude vuistregel van een BHV'er per vijftig medewerkers staat niet in de wet en geeft in een groot magazijn vaak een te laag getal.
Dan voldoet u op dat moment niet aan artikel 15 en moet u handelen. Kies uit drie tijdelijke maatregelen: het werk aanpassen zodat risicovolle taken niet worden uitgevoerd, een BHV'er van een andere ploeg of locatie laten aanschuiven, of een afspraak activeren met een buurbedrijf op hetzelfde terrein. Leg de maatregel en de periode vast, want een gedocumenteerde tijdelijke oplossing weegt bij een controle heel anders dan een gat dat niemand had opgemerkt.
Een BHV-diploma kent in de praktijk een geldigheid van een jaar, mits jaarlijks wordt bijgeschoold. De wet schrijft geen termijn voor maar eist dat BHV'ers hun taken naar behoren kunnen vervullen, en opleidingsinstituten vertalen dat naar een jaarlijkse herhaling. Voor uw planning is vooral van belang dat u de einddatum per persoon registreert en drie maanden vooraf een signaal krijgt.
Voor het aantal aanwezige personen tellen zij volledig mee, want de omvang van uw BHV-organisatie hangt af van wie er in het gebouw is en niet van contractvormen. Of zij zelf als BHV'er kunnen worden aangewezen, hangt af van hun opleiding en van de duur van hun inzet. Een uitzendkracht die een jaar in vaste ploegen meedraait, is een prima kandidaat. Bij korte inzet is het onpraktisch en leunt u beter op vaste medewerkers.
In beginsel wel. De werkgever wijst BHV'ers aan en de taak hoort bij de functie, zeker als dat in de arbeidsovereenkomst of het functieprofiel is opgenomen. Een weigering op medische of zwaarwegende persoonlijke gronden is een reden om iemand niet aan te wijzen. In de praktijk is het verstandiger te sturen op bereidheid dan op verplichting, want een onwillige BHV'er is in een noodsituatie geen hulp.
Behandel elke ploeg als een zelfstandige eenheid met een eigen norm. In de nacht is de bezetting kleiner, de opkomsttijd van de hulpdiensten vaak langer en het aantal mensen dat kan helpen beperkt. Dat pleit voor een relatief hoger aandeel BHV'ers in de nacht en niet voor een lager aandeel. Kijk daarbij ook naar alleenwerken en naar de vraag of het alarm buiten kantooruren daadwerkelijk iemand bereikt.
Wettelijk is er geen verplichte vergoeding. In veel cao's en arbeidsvoorwaardenregelingen staat wel een toelage, en werkgevers gebruiken die om bereidheid en behoud te vergroten. Wie moeite heeft om de bezetting rond te krijgen, lost dat vaker op met erkenning en een toelage dan met een aanwijzingsbrief.
Ja, en op een bedrijventerrein is dat vaak de meest praktische oplossing voor randuren. De voorwaarde is dat het aantoonbaar werkt: vastgelegde afspraken, bekende alarmering, gezamenlijke oefening en duidelijkheid over wie waar binnenkomt. Een intentie zonder oefening houdt bij een controle geen stand en werkt in een echte situatie evenmin.