Wat is alleen werken
Alleen werken betekent dat een medewerker een taak uitvoert zonder dat er direct toezicht of een collega in de buurt is die bij een incident meteen kan ingrijpen. In een magazijn komt dat vaker voor dan mensen denken: een orderpicker die als laatste de hal afsluit, een monteur die 's avonds een storing verhelpt, of een medewerker die in het weekend goederen aanneemt.
Het gaat niet alleen om fysiek alleen zijn, maar ook om afzondering. Iemand kan tussen collega's staan en toch feitelijk alleen werken als niemand merkt dat het misgaat. Daarom kijkt de Arbowet niet naar het aantal aanwezige mensen, maar naar de vraag of een medewerker bij een ongeval of onwelwording snel genoeg hulp krijgt.
Is alleen werken verboden
Er is in Nederland geen algemeen wettelijk verbod op alleen werken. De Arbeidsomstandighedenwet legt de werkgever een zorgplicht op: de arbeid mag geen gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid. Uit die zorgplicht volgt dat u de risico's van alleen werken moet beoordelen en beheersen, niet dat het per definitie niet mag.
Voor een aantal specifieke taken pakt die beoordeling anders uit. Werk in een besloten ruimte of bepaald werk met gevaarlijke stoffen vraagt om permanent toezicht of een tweede persoon, waardoor alleen werken feitelijk uitgesloten is. Voor het overige magazijnwerk is alleen werken toegestaan zolang u de risico's aantoonbaar heeft afgedekt. Meer over het bredere wettelijke kader leest u in ons artikel over de Arbowet voor magazijnen.
De RI&E als basis
De risico-inventarisatie en -evaluatie is het startpunt voor elke afweging over alleen werken. In de RI&E brengt u in kaart welke taken alleen worden uitgevoerd, welke gevaren daarbij horen en hoe groot de kans en het effect zijn als het misgaat. Op basis daarvan bepaalt u of alleen werken verantwoord is en welke maatregelen nodig zijn.
Die beoordeling is geen eenmalige actie. Verandert de manier van werken, komen er nieuwe machines bij of gaat u vaker in de avond of nacht draaien, dan hoort het onderwerp opnieuw langs. Zonder een actuele RI&E kunt u bij een controle niet onderbouwen waarom u alleen werken op deze manier heeft geregeld. Of een RI&E voor uw situatie verplicht is, leggen we uit in het artikel is een RI&E verplicht.
Welk werk niet alleen mag
Sommige taken laten zich niet met alleenwerk verenigen, omdat het risico zonder een tweede persoon te hoog blijft. Het duidelijkste voorbeeld is werk in een besloten ruimte, zoals een tank, silo of kruipruimte. Daarvoor is een buitenwacht nodig die continu contact houdt en kan opschalen, wat we verder toelichten in ons artikel over werken in een besloten ruimte.
Ook werken op hoogte, werk met bepaalde machines en werk met gevaarlijke stoffen kunnen op basis van de risicobeoordeling uitkomen op de conclusie dat een tweede persoon aanwezig moet zijn. De afweging voor hoogtewerk beschrijven we apart in werken op hoogte volgens de Arbowet. De rode draad is steeds hetzelfde: hoe ernstiger het mogelijke letsel en hoe kleiner de kans dat iemand het op tijd merkt, hoe eerder alleen werken afvalt.
Maatregelen bij alleen werken
Als alleen werken wel verantwoord is, volgt uit de RI&E welke maatregelen passen bij het restrisico. Het Arboportaal biedt hiervoor een praktisch afwegingskader. Voor laag-risico werk kan een eenvoudige afspraak volstaan, bijvoorbeeld dat de medewerker zich meldt bij het verlaten van het pand. Bij een hoger risico neemt de zwaarte van de maatregelen toe.
Gangbare maatregelen zijn een vaste meldprocedure met periodiek contact, een goed bereikbare telefoon, duidelijke instructies over wat wel en niet alleen mag, en een technische voorziening zoals een personenalarmering. Belangrijk is dat de maatregel past bij het scenario dat u wilt afdekken: een alarmknop helpt alleen als de medewerker bij bewustzijn is, terwijl automatische valdetectie ook werkt als dat niet zo is.
Alarmering en bereikbaarheid
De kern van veilig alleen werken is dat een medewerker bij een ongeval of onwelwording snel hulp kan inroepen en dat die hulp ook daadwerkelijk komt. Een alarm dat afgaat maar door niemand wordt opgevolgd, biedt geen bescherming. Regel daarom vooraf wie het alarm ontvangt en hoe die persoon of organisatie opschaalt.
Een personenalarmering, ook wel PLB genoemd, combineert vaak een handmatige alarmknop met automatische detectie voor een val of langdurige bewegingloosheid. Het signaal komt binnen bij een collega, een meldkamer of de BHV-organisatie. Zorg dat deze keten ook buiten kantooruren werkt, want juist dan is de kans het grootst dat er niemand anders in de buurt is. Hoe u de BHV-inzet in de randen van de dag organiseert, leest u in BHV buiten kantooruren.
Nacht en buiten kantooruren
In de avond, de nacht en het weekend neemt het risico van alleen werken toe. Er zijn minder collega's aanwezig, de bezetting van hulpdiensten en interne BHV is dunner, en vermoeidheid door nachtwerk speelt een grotere rol. Een incident dat overdag binnen enkele minuten wordt opgemerkt, kan 's nachts veel langer onopgemerkt blijven.
Weeg dat mee in de RI&E en pas de maatregelen aan op het tijdstip. Dat kan betekenen dat bepaald werk in de nacht niet alleen wordt gedaan, dat de meldfrequentie omhoog gaat, of dat u een zwaardere alarmering inzet. Leg ook vast wat er moet gebeuren als een geplande melding uitblijft, zodat er dan automatisch iemand gaat kijken. Gebeurt er onverhoopt toch iets, dan helpt ons artikel over het melden van een bedrijfsongeval bij de vervolgstappen.
Zo helpt Envora hierbij
Envora beoordeelt tijdens de compliance scan of het alleen werken in uw magazijn bewust is geregeld: is het meegenomen in de RI&E, kloppen de maatregelen bij de risico's en zijn de afspraken en alarmering aantoonbaar vastgelegd. We kijken daarbij ook naar de randen van de dag, waar het risico het hoogst is.
Zo weet u of u bij een controle door de Nederlandse Arbeidsinspectie kunt laten zien dat alleen werken verantwoord gebeurt. Meer weten over het kader? Bekijk onze pillar over de Arbowet voor magazijnen en het artikel over de RI&E-plicht.
Veelgestelde vragen
Nee, er is geen algemeen wettelijk verbod op alleen werken. De Arbowet verplicht de werkgever wel om de risico's van alleen werken te beoordelen in de risico-inventarisatie en -evaluatie en om passende maatregelen te nemen. Voor een aantal specifieke taken, zoals werk in een besloten ruimte of werk met bepaalde gevaarlijke stoffen, is alleen werken in de praktijk niet toegestaan omdat continu toezicht of een tweede persoon vereist is.
Iemand mag niet alleen werken als de RI&E laat zien dat het risico zonder een tweede persoon te hoog is, of als een specifieke regel dat voorschrijft. Voorbeelden zijn werk in een besloten ruimte, waarbij een buitenwacht nodig is, en bepaald werk met een verhoogd val-, machine- of blootstellingsrisico. Ook jongeren onder de 18 mogen bepaald gevaarlijk werk niet zonder deskundig toezicht uitvoeren.
De maatregelen richten zich op het snel kunnen inroepen van hulp. Denk aan een vaste bel- of meldprocedure, periodiek contact, een personenalarmering of dodemansknop bij hoger risico, en heldere afspraken over wat de alleenwerker wel en niet mag doen. Welke maatregelen passend zijn volgt uit de risicobeoordeling; hoe hoger het restrisico, hoe zwaarder de voorziening.
Een personenalarmering, ook wel PLB of alleenwerker-alarm genoemd, is een apparaat of app waarmee een alleenwerker snel alarm kan slaan bij een ongeval of onwelwording. Veel systemen hebben een handmatige alarmknop en een automatische detectie, bijvoorbeeld voor een val of bewegingloosheid. Het alarm komt terecht bij een collega, een meldkamer of een BHV-organisatie die kan opschalen.
De verplichting om risico's te beoordelen geldt in principe voor alle situaties waarin iemand alleen werkt, ook voor korte klussen. Bij een kortdurende, laag-risico taak kan de conclusie zijn dat geen bijzondere maatregel nodig is. Bij werk met een reeel letselrisico, zoals werken op hoogte of met een machine, weegt de duur minder zwaar dan de aard van het risico.
Leg vast dat u het alleen werken heeft beoordeeld in de RI&E, welke risico's u heeft gevonden en welke maatregelen daaruit volgen. Noteer ook de gemaakte afspraken, zoals de meldprocedure en de gebruikte alarmering, en wie waarvoor verantwoordelijk is. Zo kunt u bij een controle door de Nederlandse Arbeidsinspectie aantonen dat het alleen werken bewust en beheerst is geregeld.