Hoeveel BHV'ers ben je verplicht in je magazijn?
Het eerlijke antwoord is dat er geen vast getal in de wet staat. De Arbowet verplicht je wel om bedrijfshulpverlening te regelen, maar laat het aantal BHV'ers afhangen van jouw situatie. Dat aantal volgt uit je risico-inventarisatie en niet uit een tabel die voor elk bedrijf geldt.
De praktische vuistregel die veel bedrijven aanhouden, is ongeveer één BHV'er per vijftig gelijktijdig aanwezige personen, met altijd een marge voor ziekte en verlof. Dat is een startpunt om mee te rekenen, geen wettelijke eis die je blind kunt volgen.
Wat wel hard is: er moet op elk moment dat er gewerkt wordt voldoende opgeleide BHV aanwezig zijn om snel te kunnen handelen. In een magazijn met ploegendiensten betekent dat per dienst rekenen, niet één keer voor het hele bedrijf. Hoe je die BHV-dekking buiten kantooruren sluitend maakt, werken we apart uit.
Wat de Arbowet voorschrijft
De basis ligt in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet. Dat artikel verplicht elke werkgever met personeel om bedrijfshulpverlening te organiseren en een of meer werknemers als BHV'er aan te wijzen. De wet beschrijft de taken, niet het exacte aantal.
Die taken zijn het verlenen van eerste hulp, het beperken en bestrijden van een beginnende brand, en het in noodsituaties alarmeren en evacueren van iedereen in het gebouw. Welke taken een BHV'er heeft, bepaalt mede hoeveel mensen je nodig hebt om die taken op elk moment te kunnen uitvoeren.
De wet koppelt het aantal expliciet aan de aard, de grootte en de risico's van het bedrijf. Daarmee verwijst de Arbowet door naar de RI&E als het instrument waarmee je het aantal onderbouwt.
De 1-op-50 regel bestaat niet meer
Veel werkgevers denken nog dat de wet één BHV'er per vijftig werknemers eist. Die regel heeft bestaan, maar is in 2007 uit de wet geschrapt. Sindsdien staat er geen vaste verhouding meer in de Arbowet.
De reden voor het schrappen was dat een vast getal geen recht doet aan de verschillen tussen bedrijven. Een rustig kantoor en een druk magazijn met heftruckverkeer hebben bij hetzelfde aantal mensen een heel ander risicoprofiel. Een vaste verhouding zou voor het ene bedrijf te veel en voor het andere te weinig zijn.
De 1-op-50 verhouding leeft in de praktijk voort als handige vuistregel om een startpunt te bepalen. Verwar dat startpunt niet met een wettelijke verplichting; je moet het werkelijke aantal altijd onderbouwen.
De RI&E bepaalt het benodigde aantal
Het aantal BHV'ers leid je af uit je risico-inventarisatie en -evaluatie. Daarin breng je in kaart welke gevaren er in je magazijn spelen, hoeveel mensen er aanwezig zijn en hoe het pand is ingedeeld. Uit die analyse volgt hoeveel BHV-capaciteit nodig is om de restrisico's af te dekken.
Het Arboportaal van het ministerie van SZW bevestigt dat het aantal BHV'ers afhangt van de grootte van het bedrijf en de aanwezige risico's, zoals beschreven op Arboportaal. De RI&E is dus geen formaliteit maar de feitelijke onderbouwing van je BHV-organisatie.
Leg de uitkomst vast in een BHV-plan, zodat duidelijk is hoeveel BHV'ers nodig zijn, wie dat zijn en hoe de bezetting per dienst geregeld is. Dat plan is het document dat je bij een controle laat zien.
De factoren die het aantal bepalen
Een paar factoren wegen het zwaarst bij het bepalen van het aantal. De onderstaande tabel zet ze op een rij.
| Factor | Effect op het aantal BHV'ers |
|---|---|
| Aantal gelijktijdig aanwezigen | meer aanwezigen vraagt meer BHV-capaciteit |
| Omvang en indeling van het pand | grote of onoverzichtelijke panden vragen meer BHV'ers |
| Aanwezige risico's | heftrucks, hoogte en gevaarlijke stoffen verhogen het aantal |
| Opkomsttijd hulpdiensten | een afgelegen locatie vraagt meer eigen BHV-capaciteit |
| Ploegen en openingstijden | elke dienst moet apart bezet zijn |
Geen van deze factoren staat op zichzelf. Een groot magazijn met veel risico's en een afgelegen ligging vraagt op alle punten om meer BHV'ers dan een klein, overzichtelijk pand in de stad.
Tel de aanwezigen, niet de loonlijst
Een veelgemaakte denkfout is rekenen met het aantal eigen werknemers. Voor de BHV gaat het om het aantal personen dat gelijktijdig in het pand aanwezig is. Daar horen ook uitzendkrachten, gedetacheerden, chauffeurs en bezoekers bij. Net als voor de BHV tellen uitzendkrachten ook voor je RI&E mee.
In een magazijn met veel inhuur en wisselende laad- en losdrukte kan het werkelijke aantal aanwezigen flink afwijken van de loonlijst. Reken daarom met het drukste reguliere moment, want dan is de kans op een incident en de behoefte aan hulp het grootst.
Vergeet ook de mensen niet die zelf moeilijk kunnen vluchten of die het pand niet kennen. Bezoekers en nieuwe krachten leunen bij een ontruiming volledig op je BHV-organisatie.
Houd rekening met ploegen, ziekte en verlof
Eén BHV'er op papier is geen BHV'er als die met vakantie is. Daarom reken je niet met het totale aantal opgeleide BHV'ers, maar met de bezetting die je op elk moment overhoudt. In de praktijk wijs je meer BHV'ers aan dan het minimum, zodat ziekte en verlof opgevangen worden.
Bij ploegendiensten geldt dit per dienst. Een avond- of nachtploeg met weinig mensen heeft nog steeds minimaal één opgeleide BHV'er nodig die direct kan handelen. Een lege of onbezette dienst is geen optie.
Een goede vuistregel is om de BHV-bezetting zo te plannen dat er ook bij twee gelijktijdige afwezigen nog voldoende capaciteit is. Leg die planning vast, zodat je het kunt aantonen en bewaken.
Een voorbeeld voor een magazijn
Stel: een distributiecentrum heeft op het drukste moment tachtig mensen in het pand, verdeeld over een grote hal met heftruckverkeer. Met de vuistregel van ongeveer één BHV'er per vijftig aanwezigen kom je uit op minimaal twee BHV'ers tegelijk aanwezig.
Vanwege het heftruckverkeer, de hoogte van de stellingen en de omvang van de hal verhoog je dat naar drie gelijktijdig aanwezige BHV'ers. Om die drie ook bij ziekte en verlof te halen, leid je in totaal zes tot acht medewerkers op.
Dit voorbeeld laat zien hoe je van een ruwe vuistregel naar een werkbaar aantal komt. De exacte uitkomst hangt af van je eigen RI&E en de indeling van je pand.
Opleiding en herhaling van je BHV'ers
Het aantal zegt alleen iets als de BHV'ers ook daadwerkelijk inzetbaar zijn. Een BHV'er volgt een basisopleiding en houdt die kennis op peil met een jaarlijkse herhaling. Zonder onderhoud van vaardigheden zakt de feitelijke capaciteit, ook als het aantal op papier klopt.
Plan de herhalingen gespreid, zodat niet je hele BHV-team tegelijk uit certificering valt. Combineer de theorie met een praktische ontruimingsoefening in het eigen pand, want oefenen in de echte omgeving legt de zwakke plekken bloot.
Registreer per BHV'er de geldigheid van het certificaat. Zo zie je in één oogopslag of de bezetting ook in de toekomst op orde blijft.
Wat de Arbeidsinspectie controleert
De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt niet naar een vast getal, maar of de bedrijfshulpverlening aansluit op de risico's uit je RI&E. De inspecteur beoordeelt of er voldoende opgeleide BHV'ers zijn, of zij bereikbaar en inzetbaar zijn en of dit is vastgelegd.
Sluit de BHV niet aan op de risico's, dan kan de inspectie handhaven met een waarschuwing, een eis tot herstel of een boete. Wat een tekort verder kan kosten, lees je in ons artikel over de boete bij ontbrekende BHV.
Een sluitend BHV-plan met de onderbouwing uit de RI&E is je belangrijkste bewijs. Daarmee laat je zien dat het aantal BHV'ers een bewuste keuze is en geen toeval.
Veelgemaakte fouten bij het aantal BHV'ers
De eerste fout is vasthouden aan de 1-op-50 regel alsof die nog wet is. De tweede is rekenen met de loonlijst in plaats van met het aantal aanwezigen op een druk moment. Beide leiden tot een aantal dat niet bij de werkelijkheid past.
Een derde fout is het vergeten van de ploegen. Een goede dagbezetting zegt niets over de avond- of nachtdienst, terwijl juist dan de hulpdiensten er langer over doen. De laatste valkuil is geen marge inbouwen voor ziekte en verlof, waardoor de bezetting in de vakantieperiode onder de norm zakt.
Wie deze vier fouten vermijdt en het aantal koppelt aan de RI&E, heeft een BHV-organisatie die ook bij een controle standhoudt.
Zo bepaalt Envora het juiste aantal
Envora koppelt het aantal BHV'ers aan de risico's en de bezetting van je magazijn. Bij een compliance scan brengen we in kaart hoeveel mensen er op piekmomenten aanwezig zijn, welke risico's spelen en hoe de ploegen lopen. Daaruit volgt een onderbouwd aantal BHV'ers per dienst.
Dat aantal, de certificaten en de herhalingsdata komen samen met je andere verplichtingen in één dossier. De jaarlijkse herhaling van elke BHV'er komt automatisch in beeld, zodat de bezetting op orde blijft en je het bij een controle direct kunt aantonen.
Veelgestelde vragen
De Arbowet noemt geen vast aantal. Artikel 15 verplicht je wel om bedrijfshulpverlening te organiseren en een of meer BHV'ers aan te wijzen. Hoeveel dat er zijn, bepaal je op basis van je RI&E: het aantal aanwezigen, de omvang van het pand en de risico's. Er moet altijd voldoende BHV aanwezig zijn om snel te kunnen handelen.
Nee. De wettelijke regel van één BHV'er per vijftig werknemers is in 2007 vervallen. Sindsdien staat er geen vaste verhouding meer in de wet. De 1-op-50 verhouding wordt in de praktijk soms nog als vuistregel gebruikt om een startpunt te bepalen, maar je moet het werkelijke aantal onderbouwen met je RI&E.
Ja. Voor het bepalen van het benodigde aantal BHV'ers kijk je naar het aantal gelijktijdig aanwezige personen. Daar horen ook uitzendkrachten, gedetacheerden en bezoekers bij. Maatgevend is hoeveel mensen er op een druk moment in het pand zijn, niet alleen het aantal eigen werknemers op de loonlijst.
Bij ploegendiensten moet in elke ploeg voldoende BHV-capaciteit aanwezig zijn. Een avond- of nachtploeg met weinig mensen heeft nog steeds minimaal één opgeleide BHV'er nodig die direct kan handelen. Reken daarom per dienst en houd rekening met ziekte en verlof, zodat de bezetting nooit onder de norm zakt.
Een veelgebruikt praktisch startpunt is ongeveer één BHV'er per vijftig gelijktijdig aanwezige personen, met altijd een reserve voor afwezigheid. In een magazijn met verhoogde risico's, zoals heftruckverkeer of gevaarlijke stoffen, ligt dat aantal hoger. Het is een hulpmiddel om te beginnen, geen wettelijke verplichting.
De Nederlandse Arbeidsinspectie kan handhaven als de bedrijfshulpverlening niet aansluit op de risico's uit de RI&E. Dat kan leiden tot een waarschuwing, een eis tot herstel of een boete. Belangrijker nog: bij een calamiteit kan een tekort aan opgeleide BHV'ers tot ernstige gevolgen leiden.