Uitzendkrachten en je RI&E: de kern
Veel magazijnen draaien in piekperiodes voor een groot deel op uitzendkrachten. Voor de arbeidsomstandigheden maakt dat geen verschil: een ingeleende kracht moet net zo veilig kunnen werken als je vaste personeel. De risico-inventarisatie en -evaluatie van je magazijn geldt voor iedereen die er werkt, ongeacht het soort contract.
De verwarring ontstaat doordat er bij een uitzendkracht twee partijen betrokken zijn: het uitzendbureau dat formeel werkgever is, en jij als inlener waar het werk feitelijk gebeurt. De wet legt de zorg voor de veiligheid op de werkvloer nadrukkelijk bij de inlener. Jij kent immers de risico's van je eigen stellingen, heftrucks en looppaden.
De basis ligt in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, dat elke werkgever verplicht de arbeidsrisico's in kaart te brengen. Voor ingeleende krachten geldt een aanvullende regel die bepaalt dat jij die risico's vooraf moet doorgeven. Daarover gaat dit artikel.
Wie is verantwoordelijk: inlener of uitlener?
De hoofdregel is duidelijk: als inlener draag je de grootste verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht op je werkvloer. Jij bepaalt het werk, de werkplek en de middelen, dus jij zorgt voor veilige omstandigheden en de juiste instructie.
Het uitzendbureau is niet zonder verplichtingen. Als formeel werkgever moet het de kracht informeren en de risico-informatie die het van jou krijgt, doorgeven. Goed werkgeverschap van het bureau en goede voorbereiding door de inlener vullen elkaar aan, maar de feitelijke veiligheid op de vloer is en blijft jouw taak.
Die rolverdeling betekent ook iets praktisch: je kunt de verantwoordelijkheid voor veiligheid niet afschuiven op het bureau met de redenering dat zij de werkgever zijn. Bij een controle of een ongeval kijkt de Nederlandse Arbeidsinspectie naar de inlener als degene die de werkplek beheerst.
De doorgeleidingsplicht uitgelegd
De kern van de regelgeving rond uitzendkrachten is de doorgeleidingsplicht. Die werkt in twee stappen. Eerst geef jij als inlener vooraf aan het uitzendbureau een beschrijving van de gevraagde beroepskwalificatie en van de risico's op de arbeidsplaats. Vervolgens geeft het bureau die beschrijving door aan de uitzendkracht voordat het werk begint.
De eerste stap staat in artikel 5, vijfde lid, van de Arbowet. De tweede stap, de plicht van het bureau om de informatie door te geven, staat in artikel 11 van de WAADI, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
In de praktijk betekent dit dat je de relevante onderdelen van je RI&E moet kunnen leveren op het moment dat je een kracht aanvraagt. Denk aan de risico's van werken met de heftruck, het tillen en sjouwen, geluid van intern transport en de regels rond stellingen. Zonder die informatie kan het bureau zijn kracht niet goed voorbereiden en voldoe je zelf niet aan de wet.
Tellen uitzendkrachten mee voor je verplichtingen?
Voor twee belangrijke drempels tellen uitzendkrachten gewoon mee. De eerste is de grens van 25 werknemers waaronder je onder voorwaarden bent vrijgesteld van de verplichte toetsing van je RI&E. De tweede is het aantal medewerkers dat bepaalt hoeveel BHV'ers je nodig hebt.
Bepalend is het werkelijke aantal personen dat voor je werkt, niet het aantal arbeidsovereenkomsten of fte. Uitzendkrachten, oproepkrachten en gedetacheerde medewerkers worden meegerekend. Een magazijn met 18 vaste medewerkers en tien uitzendkrachten in het hoogseizoen zit dus boven de grens van 25.
Dat heeft gevolgen die je niet wilt missen. Wie op basis van zijn vaste personeel denkt vrijgesteld te zijn van toetsing, kan door de flexschil alsnog toetsplichtig zijn. Lees hoe die telling precies werkt in ons artikel over de branche-RI&E en de toetsvrijstelling, en bepaal je aantal benodigde BHV'ers op je drukste bezetting.
Specifieke magazijnrisico's voor flexkrachten
Flexkrachten lopen in een magazijn vaak meer risico dan vaste medewerkers. Ze kennen de looproutes nog niet, zijn niet vertrouwd met de heftruckpatronen en weten niet altijd waar nooduitgangen en blusmiddelen hangen. Juist de eerste werkdagen zijn daarom risicovol.
De risico's die in jouw RI&E het zwaarst wegen, zijn ook voor uitzendkrachten het belangrijkst om vooraf te benoemen. In een magazijn zijn dat meestal het intern transport, het werken met of in de buurt van heftrucks, fysieke belasting bij het orderpicken en de scheiding tussen rij- en looproutes.
Let op kwalificaties die bij specifieke taken horen. Een uitzendkracht mag pas met een heftruck rijden als hij daarvoor is opgeleid en jij dat hebt vastgesteld. De aanwezigheid van een geldig certificaat is een harde voorwaarde, niet iets om gaandeweg te regelen. In ons artikel over de RI&E voor je magazijn staat welke risico's je sowieso in kaart moet hebben.
Instructie, taal en inwerken
De grootste winst in veiligheid voor uitzendkrachten zit in goede instructie. Een vaste inwerkroutine waarin je de risico's, de nooduitgangen, de verzamelplaats en de basisregels doorneemt, voorkomt de meeste beginnersfouten. Doe dat op de eerste dag, voordat de kracht aan het werk gaat.
Houd rekening met de taal. In veel magazijnen werken krachten die het Nederlands beperkt beheersen. Veiligheidsinstructies die niet worden begrepen, zijn waardeloos. Geef de instructie in een taal of vorm die de kracht wel begrijpt, met pictogrammen, anderstalige werkinstructies of de hulp van een tweetalige collega.
Leg vast wie de instructie heeft gegeven en wanneer. Bij een controle of een ongeval moet je kunnen aantonen dat de kracht was geinstrueerd. Een korte aftekenlijst per ingeleende kracht is daarvoor genoeg en kost weinig tijd.
Bij een ongeval: melding en aansprakelijkheid
Gaat het mis, dan gelden voor een uitzendkracht dezelfde regels als voor je eigen personeel. Een arbeidsongeval met blijvend letsel, ziekenhuisopname of dodelijke afloop meld je direct bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Als inlener ben je de werkgever op de werkvloer en draag je die meldingsplicht.
Naast de melding leg je het ongeval intern vast en informeer je het uitzendbureau. Een goede registratie helpt bij het onderzoek en bij het aanpassen van je RI&E, zodat eenzelfde ongeval zich niet herhaalt.
Houd er rekening mee dat de inlener civielrechtelijk aansprakelijk kan zijn voor schade die een uitzendkracht oploopt door onveilige omstandigheden. Die aansprakelijkheid sluit aan op je zorgplicht als werkgever op de vloer. Een aantoonbaar actuele RI&E en gedocumenteerde instructie zijn je belangrijkste bewijs dat je aan die zorgplicht hebt voldaan.
Stappenplan voor veilig inlenen
Veilig en compliant werken met uitzendkrachten is goed te organiseren. Begin met een actuele RI&E waarin de magazijnrisico's volledig staan beschreven. Lever bij elke aanvraag de relevante risico-informatie en de gevraagde kwalificatie aan het uitzendbureau, zodat de doorgeleidingsplicht is afgedekt.
Van aanvraag tot eerste werkdag
Controleer voordat de kracht begint of vereiste certificaten, zoals een heftruckcertificaat, aanwezig en geldig zijn. Geef op de eerste dag de inwerkinstructie in een begrijpelijke taal en teken af dat die is gegeven. Stel dezelfde persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking als aan je vaste personeel.
Tel je flexschil mee bij het bepalen van je bedrijfsgrootte voor toetsing en BHV, en reken daarbij met je drukste bezetting. Evalueer na incidenten en piekperiodes of je instructie en je RI&E nog kloppen. Zo houd je de hele keten, van aanvraag tot werkvloer, op orde.
Zo regel je het met Envora
Envora zorgt dat je RI&E zo is opgebouwd dat je de risico-informatie voor uitzendkrachten direct kunt aanleveren. Bij een compliance scan brengen we de magazijnrisico's volledig in kaart en leggen we vast welke kwalificaties en instructies bij welke taken horen.
Het resultaat is een dossier waarin inventarisatie, plan van aanpak, keuringstermijnen en de instructie-afspraken voor flexkrachten samenkomen. Bij een controle of een ongeval kun je zo direct aantonen dat je aan je zorgplicht en je doorgeleidingsplicht hebt voldaan, ook voor de krachten die je tijdelijk inleent.
Veelgestelde vragen
Een uitzendkracht valt onder de RI&E van het bedrijf waar hij feitelijk werkt, dus die van jou als inlener. Jij kent de risico's op je eigen werkvloer en bent verantwoordelijk voor de maatregelen daar. Het uitzendbureau is wel werkgever in juridische zin, maar heeft geen zicht op de specifieke risico's van jouw magazijn. Daarom moet jij die risico's via het bureau aan de uitzendkracht laten doorgeven.
De doorgeleidingsplicht betekent dat jij als inlener de beschrijving van de gevraagde beroepskwalificatie en de risico's van de arbeidsplaats vooraf aan het uitzendbureau geeft. Het bureau geeft die informatie vervolgens door aan de uitzendkracht, voordat hij begint. Zo weet de kracht welke risico's er zijn en welke kwalificaties of instructies nodig zijn. De plicht staat in artikel 5 lid 5 van de Arbowet en artikel 11 van de WAADI.
Ja. Voor het bepalen van je bedrijfsgrootte tel je het werkelijke aantal personen dat voor je werkt, inclusief uitzendkrachten, oproepkrachten en gedetacheerde medewerkers. Dat is van belang voor de toetsvrijstelling van de RI&E en voor het aantal BHV'ers dat je moet hebben. Een magazijn met veel flexkrachten zit daardoor sneller boven drempels dan op basis van het vaste personeel lijkt.
Ja. Een arbeidsongeval met blijvend letsel, ziekenhuisopname of dodelijke afloop moet je direct melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, ook als het een uitzendkracht betreft. Als inlener ben je de werkgever op de werkvloer en draag je de meldingsplicht. Leg het ongeval ook vast en informeer het uitzendbureau.
Ja. Een uitzendkracht heeft recht op dezelfde veiligheidsvoorzieningen als je vaste personeel. Veiligheidsschoenen, een veiligheidshesje, gehoorbescherming en andere persoonlijke beschermingsmiddelen die je RI&E voorschrijft, stel je ook aan ingeleende krachten ter beschikking. Je mag die kosten niet op de uitzendkracht verhalen.
Je bent verplicht ervoor te zorgen dat instructies begrijpelijk zijn. Werkt er een kracht die het Nederlands onvoldoende beheerst, dan geef je de veiligheidsinstructies in een taal of vorm die hij wel begrijpt. Pictogrammen, een anderstalige werkinstructie of een tweetalige collega helpen daarbij. Onbegrepen instructies zijn een veelvoorkomende oorzaak van ongevallen met flexkrachten.