BHV-verplichting voor uw magazijn? Plan een compliance scan voor een complete check. BHV verplicht? Check uw status. · BHV-plan, opleiding, AED en jaarlijkse oefening in één bundel Hoe het werkt →

BHV en uitzendkrachten: wat u als inlener moet regelen

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 25 augustus 2026 · Leestijd 9 minuten
Relevant voor

Een uitzendkracht valt in arbo-opzicht onder u, niet onder het uitzendbureau. Artikel 1 lid 2 van de Arbowet rekent degene onder wiens gezag wordt gewerkt tot werkgever, en daarmee geldt uw BHV-plicht uit artikel 15 ook voor flexkrachten. Ze tellen mee bij het bepalen van het aantal BHV'ers, moeten instructie krijgen voor de eerste dienst en moeten weten wat ze bij een ontruiming doen. Het uitzendbureau blijft daarnaast als formeel werkgever aansprakelijk.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Wie is verantwoordelijk

De vraag komt bijna altijd in dezelfde vorm binnen: onze uitzendkrachten staan op de loonlijst van het bureau, dus regelt het bureau toch ook de BHV? Het antwoord is nee, en dat verrast veel magazijnmanagers.

De Arbowet kijkt niet naar wie het salaris betaalt, maar naar wie het gezag uitoefent. Loopt iemand op uw vloer, onder uw leiding, met uw PBM's en volgens uw werkinstructies, dan bent u in arbo-opzicht de werkgever.

Dat betekent dat uw BHV-organisatie iedereen moet dekken die aanwezig is. Niet alleen de vaste kern, maar ook de flexkracht die vandaag zijn eerste dienst draait en morgen weer weg is.

Uitzendkracht aan het werk met intern transport in een distributiecentrum

Wat de Arbowet precies zegt

Drie artikelen doen het werk. Samen vormen ze de juridische basis onder alles wat hierna volgt.

Artikel 1 lid 2 van de Arbeidsomstandighedenwet merkt degene aan onder wiens gezag arbeid wordt verricht als werkgever. Daarmee valt de uitzendkracht onder u, ook zonder arbeidsovereenkomst.

Artikel 3 legt de algemene zorgplicht neer: u zorgt voor de veiligheid en gezondheid van werknemers op alle met de arbeid verbonden terreinen. Artikel 15 werkt dat uit voor noodsituaties en verplicht tot het aanwijzen van bedrijfshulpverleners.

Nergens in artikel 15 staat een uitzondering voor tijdelijk personeel. Dat is geen omissie maar een keuze: juist wie de weg niet kent, loopt in een noodsituatie het grootste risico.

Tellen flexkrachten mee?

Ja, en dit is de meest onderschatte rekenfout in magazijnland. Het benodigde aantal BHV'ers volgt uit uw RI&E, en die weegt het aantal aanwezige personen, de aard van de risico's en de opkomsttijd van professionele hulpdiensten.

Aanwezige personen zijn alle personen. Uitzendkrachten, payrollmedewerkers, gedetacheerden, stagiairs, chauffeurs die op hun lading wachten en bezoekers in de kantine tellen allemaal mee.

Het probleem is dat de BHV-bezetting een keer wordt bepaald, meestal bij de vaste bezetting, en daarna jaren blijft staan. Terwijl een e-commercemagazijn in november makkelijk twee tot drie keer zoveel mensen binnen heeft als in maart.

Reken daarom door op de piek, niet op het gemiddelde. Hoeveel BHV'ers u nodig heeft is geen jaarcijfer maar een dienstcijfer.

Instructie bij de eerste dienst

Artikel 8 van de Arbowet verplicht tot doeltreffende voorlichting en onderricht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico's. Voor vaste medewerkers gebeurt dat gespreid; voor een uitzendkracht moet het compact en vooraf.

De harde ondergrens is wat iemand nodig heeft om een noodsituatie te overleven. Waar zijn de vluchtwegen, hoe klinkt het ontruimingssignaal, waar is de verzamelplaats, en hoe alarmeert hij een BHV'er.

Dat is drie minuten werk als u het voorbereidt en een half uur als u het improviseert. In de praktijk wordt het vaak overgeslagen omdat de flexkracht om zeven uur binnenkomt en de order om half acht de deur uit moet.

Een werkbare oplossing is een vaste ontvangstroutine bij de poort: een korte plattegrond op A5, een rondje langs de dichtstbijzijnde vluchtweg en het aanwijzen van de BHV'er van dienst. Kort, herhaalbaar en aantoonbaar.

De doorgeleidingsplicht

Voordat een uitzendkracht aan het werk gaat, moet er informatie de andere kant op. Op grond van artikel 5 lid 5 van de Arbowet verstrekt u aan het uitzendbureau een beschrijving van de verlangde beroepskwalificaties en de specifieke kenmerken van de arbeidsplaats.

Het uitzendbureau moet die informatie doorgeven aan de kandidaat. Deze keten heet de doorgeleidingsplicht en is ook verankerd in artikel 11 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.

In de praktijk is dit een uittreksel uit uw RI&E: de relevante risico's, de maatregelen, de verplichte PBM's en de gevraagde certificaten zoals een heftruckcertificaat. Een A4 per functieprofiel volstaat.

Ontbreekt dat document, dan begint de keten met een gat. Na een ongeval is dat het eerste wat wordt opgevraagd, en het is ook het gemakkelijkst aan te tonen dat het er niet was.

Mag een uitzendkracht BHV'er zijn?

Juridisch is er geen enkel bezwaar. De Arbowet stelt eisen aan opleiding, uitrusting en beschikbaarheid van de BHV'er, niet aan de aard van zijn contract.

Praktisch ligt het lastiger. Een uitzendkracht kan volgende week elders werken, en met hem verdwijnt een deel van uw bezetting zonder dat iemand een melding krijgt. De geldigheid van het certificaat en de jaarlijkse herhaling moet u bovendien zelf blijven bewaken.

De verstandige middenweg is een vaste kern van BHV'ers per dienst, aangevuld met langlopende flexkrachten die u wel opleidt. Werkt u met een pool die maanden blijft, dan is die investering snel terugverdiend.

Wat u niet moet doen, is de bezetting op papier rond rekenen met flexkrachten van wie u de aanwezigheid niet stuurt. Dat werkt tot de eerste ontruiming.

Anderstalige flexkrachten en alarmering

In veel distributiecentra is een aanzienlijk deel van de flexschil anderstalig. Dat is geen probleem zolang de instructie erop is aangepast, en een groot probleem zodra dat niet zo is.

Artikel 8 spreekt over doeltreffende voorlichting. Een Nederlandse instructie die iemand niet begrijpt, is per definitie niet doeltreffend, hoe netjes hij ook is afgetekend.

Werk daarom met pictogrammen, korte vertaalde kaarten in de talen die daadwerkelijk voorkomen, en een fysieke rondgang in plaats van een tekst. Veiligheidssignalering is genormeerd en taalonafhankelijk; gebruik dat voordeel.

Let ook op de alarmering zelf. Een omroepbericht in het Nederlands bereikt de mensen niet die u het hardst wilt bereiken. Een ontruimingsalarm met een slow whoop-signaal heeft dat probleem niet.

Instructie aan tijdelijke medewerkers voor aanvang van de dienst in een magazijn

Piekperiodes en avonddiensten

De BHV-bezetting moet passen bij de feitelijke aanwezigheid, op elk moment dat er wordt gewerkt. Dat is de kern van BHV buiten kantooruren en het is precies waar flexinzet en BHV elkaar raken.

Het klassieke patroon: overdag zijn er vier BHV'ers, allemaal vaste medewerkers uit de dagploeg. In de avonddienst staan achttien uitzendkrachten en een teamleider, die toevallig geen BHV-certificaat heeft.

Formeel is dat een overtreding van artikel 15. Feitelijk is het erger, want juist in de avond is er minder toezicht, is de bezetting dunner en duurt het langer voordat iemand een incident opmerkt.

Los dit op in de planning, niet in het BHV-plan. Maak BHV-bezetting een harde randvoorwaarde bij het roosteren, net als een heftruckcertificaat dat is.

Ontruiming: wie mist u het eerst?

Bij een ontruiming telt u op de verzamelplaats. De vraag is dan niet of iedereen buiten staat, maar of u weet wie er binnen was.

Vaste medewerkers staan in het rooster en worden gemist. Uitzendkrachten staan vaak in een apart systeem van het bureau, of helemaal nergens. Dat is de reden waarom in ontruimingsoefeningen juist flexkrachten als vermist worden aangemerkt terwijl ze allang buiten staan.

Zorg voor een aanwezigheidsregistratie die alle personen op locatie omvat, inclusief chauffeurs en bezoekers. Dat mag een badgesysteem zijn of een lijst bij de receptie, zolang het maar een lijst is.

Neem flexkrachten ook mee in de oefening zelf. Een oefening waarbij alleen de vaste ploeg meedoet, test het scenario dat u niet heeft.

Payroll, detachering en zzp

De redenering geldt breder dan uitzendkrachten alleen. Elke constructie waarbij iemand onder uw gezag werkt zonder bij u in dienst te zijn, valt onder dezelfde arbo-logica.

Payrollmedewerkers werken feitelijk voor u en zijn formeel in dienst bij de payrollonderneming. Voor BHV verandert dat niets: u bent verantwoordelijk voor hun veiligheid op locatie.

Gedetacheerden vanuit een andere onderneming vallen tijdens hun werk bij u onder uw noodorganisatie. Dat geldt ook voor technici van een leverancier die een dag aan een transportband werken.

Voor zzp'ers geldt een beperktere set arboverplichtingen, maar in een noodsituatie maakt dat geen verschil. Zij moeten net zo goed weten waar de vluchtweg is, en u moet weten dat zij binnen zijn.

Registratie van instructie en BHV-bezetting per dienst in een magazijnkantoor

Wat u moet kunnen aantonen

Arbo-compliance is voor een groot deel bewijsvoering. Wat u niet kunt laten zien, heeft in een inspectie of een aansprakelijkheidsprocedure geen bestaan.

Voor flexkrachten zijn vier documenten relevant. Het uittreksel uit de RI&E dat u aan het uitzendbureau heeft verstrekt, de instructieregistratie per persoon, de aanwezigheidsregistratie per dienst en de BHV-bezetting per dienst.

Voeg daar de opleidingsbewijzen aan toe van flexkrachten die u zelf als BHV'er heeft aangewezen. Houd de bewaartermijnen aan die voor uw documentatie gelden.

Het meeste hiervan bestaat al ergens in uw organisatie, verspreid over de planning, de poort en het uitzendbureau. De winst zit meestal niet in nieuwe registratie maar in het samenbrengen van wat er is.

Waar de inspectie op let

De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft de afgelopen jaren stelselmatig aandacht besteed aan arbeidsmigranten en flexwerkers, en logistiek is daarin een terugkerende sector.

Bij een controle is het patroon herkenbaar. De inspecteur spreekt niet de manager maar een willekeurige medewerker aan, en vraagt wat hij doet als het brandalarm afgaat.

Komt daar geen antwoord op, dan gaat de vraag door naar de instructieregistratie. Ontbreekt die ook, dan is de overtreding van artikel 8 en artikel 15 vastgesteld zonder dat er verder onderzoek nodig is.

De boete is daarbij zelden het grootste probleem. Een stillegging in de piekweek of een aansprakelijkheidsclaim na een ongeval kost een veelvoud daarvan.

Vijf valkuilen

Aannemen dat het uitzendbureau het regelt. Het bureau regelt de arbeidsvoorwaarden en de doorgeleiding van informatie. De BHV op uw vloer regelt u.

De BHV-bezetting op de vaste kern berekenen. In het hoogseizoen klopt die berekening niet meer, en dat is precies het moment waarop het druk en rommelig is.

Instructie geven zonder registratie. Mondelinge instructie is prima, maar zonder aftekening bestaat hij niet voor de inspectie.

Flexkrachten buiten de ontruimingsoefening houden. Ze zijn juist de groep die de weg niet kent, dus de oefening zonder hen test niets.

Nederlands als standaardtaal aanhouden. Doeltreffend is de wettelijke norm, en die haalt u niet met een taal die de ontvanger niet beheerst.

Aanpak in vier stappen

Begin met de piekbezetting. Bepaal hoeveel personen er per dienst maximaal aanwezig zijn, inclusief alle flexvormen, en reken op basis daarvan de benodigde BHV-bezetting opnieuw door in uw BHV-plan.

Maak vervolgens per functieprofiel een A4 met de risico-informatie voor het uitzendbureau. Dat document dekt de doorgeleidingsplicht af en is jaren bruikbaar, met een korte jaarlijkse toets of het nog klopt.

Bouw daarna de poortroutine: een vaste, korte introductie voor iedere nieuwe flexkracht, met aftekening en in een begrijpelijke taal. Leg de verantwoordelijkheid bij een rol, bijvoorbeeld de teamleider van dienst, zodat het niet van goede wil afhangt.

Neem tot slot de BHV-bezetting op als harde randvoorwaarde in het rooster. Zolang een dienst zonder BHV'er ingepland kan worden, gebeurt dat vroeg of laat ook.

Veelgestelde vragen

Allebei, maar niet voor hetzelfde. Voor de feitelijke veiligheid op de werkvloer bent u verantwoordelijk, omdat de Arbowet degene onder wiens gezag wordt gewerkt als werkgever aanmerkt. De BHV-organisatie, de instructie, de alarmering en de ontruiming zijn dus uw taak. Het uitzendbureau blijft formeel werkgever en heeft een eigen zorgplicht, onder meer om de risico-informatie die u aanlevert door te geven en om te controleren of de uitzendkracht geschikt is voor het werk. In de praktijk kijkt de Arbeidsinspectie na een ongeval naar beide partijen.

Ja. Het aantal BHV'ers volgt uit uw risico-inventarisatie en -evaluatie, en die kijkt naar het aantal aanwezige personen en de risico's die zij lopen. Uitzendkrachten, payrollmedewerkers, gedetacheerden, stagiairs en bezoekers zijn aanwezige personen. Een magazijn dat in het hoogseizoen van dertig naar tachtig aanwezigen gaat, kan niet met de BHV-bezetting van dertig blijven werken. Reken de piekbezetting door en niet het gemiddelde over het jaar.

Ja, dat mag. De Arbowet stelt geen eisen aan het dienstverband van een BHV'er, alleen aan de opleiding en de beschikbaarheid van middelen. Praktisch zitten er wel haken aan. Een uitzendcontract kan op korte termijn eindigen, waardoor uw bezetting wegvalt zonder dat iemand dat merkt. Daarnaast moet u de opleiding betalen en registreren, en moet u de herhaling borgen. Zet flexkrachten daarom in als aanvulling op een vaste kern, niet als fundament.

Ja, en dat is precies waar het in de praktijk misgaat. Vaste medewerkers krijgen hun instructie verspreid over weken en pikken de rest op van collega's. Een uitzendkracht die een enkele dienst draait, heeft die tijd niet. Alles wat nodig is om veilig te zijn, moet voor aanvang van de werkzaamheden zijn overgedragen: waar de vluchtwegen zijn, wat het ontruimingssignaal is, waar de verzamelplaats ligt en hoe hij een BHV'er alarmeert.

Op grond van artikel 5 lid 5 van de Arbowet verstrekt u als inlener voor aanvang van de werkzaamheden een beschrijving van de verlangde beroepskwalificaties en de specifieke kenmerken van de arbeidsplaats aan het uitzendbureau. Het uitzendbureau moet die informatie doorgeven aan de uitzendkracht. In de praktijk is dat een uittreksel van uw RI&E met de relevante risico's en maatregelen. Zonder dat document begint de keten met een gat, en dat gat wordt na een ongeval als eerste gevonden.

Een arbeidsongeval met ziekenhuisopname, blijvend letsel of dodelijke afloop meldt u direct bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Bij het onderzoek dat volgt wordt de BHV-organisatie standaard bekeken: was er voldoende bezetting aanwezig, was er geoefend, en kon de betrokkene weten wat hij moest doen. Ontbrekende of niet aantoonbare instructie werkt daarbij tegen u, zowel bestuursrechtelijk als in een civiele aansprakelijkheidsprocedure.

Met een korte, gedateerde registratie per persoon: welke onderwerpen zijn behandeld, door wie, op welke datum en in welke taal. Een aftekenlijst bij de poort werkt beter dan een uitgebreid formulier dat niemand invult. Bewaar de registratie bij uw arbodocumentatie en houd rekening met de bewaartermijnen die voor uw sector gelden. De inspectie vraagt niet of u instructie geeft, maar of u het kunt laten zien.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora