Wanneer een zzp'er meetelt
De vraag komt bijna altijd te laat. Pas na een incident, of tijdens een controle, wordt duidelijk of de ingehuurde kracht op de heftruck onder uw verantwoordelijkheid viel.
Het antwoord hangt niet af van de factuur, de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of de titel boven de overeenkomst. Het hangt af van de vraag of het werk onder uw gezag wordt verricht.
Dat is een feitelijke toets. Bepaalt u wanneer iemand begint, wat hij die dag doet en met welke middelen, dan werkt hij onder uw gezag, ook als hij zijn eigen uren declareert.
Voor magazijnen is dat onderscheid zelden theoretisch. Een zzp'er die als orderpicker in uw ploeg meedraait, werkt onder gezag. Een monteur die zelfstandig uw sprinklerinstallatie onderhoudt, meestal niet.
Wat de wet precies zegt
De Arbeidsomstandighedenwet rekt het begrip werkgever bewust op. Artikel 1 lid 2 merkt ook degene aan als werkgever die zonder arbeidsovereenkomst een ander onder zijn gezag arbeid doet verrichten.
Die bepaling is de kern van dit onderwerp. Zij zorgt ervoor dat de bescherming van de Arbowet meereist met de werkplek en niet met het contract.
Werkt iemand echt zelfstandig, dan valt hij buiten die definitie. Dan geldt een beperkter regime dat is uitgewerkt in artikel 9.5 van het Arbobesluit, dat aanwijst welke voorschriften ook voor zelfstandigen en meewerkende werkgevers gelden.
Daarbovenop staan twee artikelen die altijd blijven staan. Artikel 10 van de Arbowet verplicht u om gevaar voor andere personen dan uw werknemers te voorkomen, en artikel 11 verplicht iedereen op de werkvloer om zich veilig te gedragen.
Verschil met uitzendkracht en onderaannemer
Deze drie vormen worden door elkaar gebruikt terwijl de verplichtingen verschillen. Het loont om ze uit elkaar te houden voordat u de RI&E aanpast.
| Vorm | Positie in de Arbowet | Uw plicht |
|---|---|---|
| Uitzendkracht | Werknemer van u als inlener | Volledig, inclusief doorgeleiding van de RI&E-informatie |
| Zzp'er onder gezag | Werknemer via artikel 1 lid 2 | Vrijwel volledig, zoals bij eigen personeel |
| Zelfstandige opdrachtnemer | Derde op uw terrein | Zorgplicht derden plus de voorschriften uit artikel 9.5 |
Voor uitzendkrachten geldt bovendien een expliciete informatieplicht vooraf. Hoe die werkt, staat in ons artikel over de RI&E en uitzendkrachten.
Werkt u met een aannemer die zijn eigen mensen meebrengt, dan verschuift het accent naar coordinatie tussen twee werkgevers. Dat onderwerp behandelen wij apart in ons artikel over onderaannemers en veiligheid.
Gevolgen voor uw RI&E
Zodra vaststaat dat iemand onder uw gezag werkt, verandert er iets concreets aan uw risico-inventarisatie en evaluatie. De risico's van zijn taken horen erin, en de maatregelen ook.
In de praktijk gaat het zelden om nieuwe risico's. Het gaat om bestaande risico's die opeens worden gelopen door iemand die uw instructies niet heeft gehad en uw procedures niet kent.
Dat verschil maakt de beoordeling anders. Een taak die voor een vaste medewerker met vijf jaar ervaring beheerst is, kan voor een wisselende inhuurkracht een reëel risico zijn.
Beoordeel op wisselende bezetting, niet op de gemiddelde dag
De meeste RI&E-documenten beschrijven een stabiele situatie met vaste mensen op vaste posten. De werkelijkheid in een magazijn met inhuur ziet er anders uit, zeker in piekperiodes.
Neem daarom de variatie expliciet op. Beschrijf wat er verandert als een kwart van de ploeg wisselt, wie dan het aanspreekpunt is en welke taken niet aan nieuwe mensen worden toebedeeld.
Werk dat verbod concreet uit. Bepaal bijvoorbeeld dat werken op hoogte, het bedienen van de reachtruck en het afhandelen van gevaarlijke stoffen alleen door aangewezen personen gebeurt.
Leg de maatregelen vervolgens vast in uw plan van aanpak, met een eigenaar en een datum, zodat ze ook buiten de drukke weken blijven staan.
De zorgplicht voor derden
Ook als een zzp'er volledig zelfstandig werkt, bent u niet vrijgesteld. Artikel 10 van de Arbowet verplicht u om te voorkomen dat uw werkzaamheden gevaar opleveren voor anderen dan uw eigen werknemers.
Dat werkt twee kanten op. Zijn aanwezigheid mag geen gevaar opleveren voor uw mensen, en uw magazijn mag geen gevaar opleveren voor hem.
Een monteur die op een hoogwerker aan de verlichting werkt terwijl eronder wordt doorgereden, is daar het klassieke voorbeeld van. De oplossing is geen extra document maar een afspraak over tijd en ruimte.
Voor dat soort situaties is een werkvergunning het geëigende instrument, omdat het de afstemming afdwingt voordat het werk begint.
Eigen gereedschap en materieel
Een zzp'er brengt vaak eigen spullen mee. Dat is efficiënt en het is de bron van een van de meest voorkomende bevindingen bij controles.
De eis is simpel: arbeidsmiddelen die op uw locatie worden gebruikt, moeten veilig zijn en dat moet aantoonbaar zijn. Wie de eigenaar is, verandert daar niets aan.
Vraag daarom om het keuringsbewijs voordat het gereedschap de vloer op gaat, en noteer dat u dat hebt gedaan. Dezelfde regel geldt voor ladders, valharnassen en hijsbanden.
Voor elektrisch handgereedschap is dit het meest zichtbaar. Ons artikel over eigen gereedschap en NEN 3140 beschrijft hoe u die controle praktisch inricht zonder dat het een bureaucratie wordt.
Voorlichting en instructie
Dit is de verplichting die het vaakst wordt overgeslagen, omdat vakbekwaamheid wordt verward met locatiekennis.
Een ervaren heftruckchauffeur weet hoe hij moet rijden. Hij weet niet dat bij u de tweede gang eenrichtingsverkeer is, dat het laaddok een blinde hoek heeft en dat het alarmsignaal bij u twee tonen kent.
Die kennis moet u geven, en dat volgt uit de plicht tot voorlichting en onderricht. Een korte introductie van tien minuten met een vaste inhoud volstaat meestal.
Houd die introductie kort en vast van vorm. Looproutes, verkeersregels, alarm en verzamelplaats, melden van onveilige situaties, en wie het aanspreekpunt is. Laat de ontvanger aftekenen.
Wat u moet kunnen tonen
Bij een controle of na een incident gaat het niet om uw bedoeling maar om uw dossier. Voor ingehuurde krachten is dat dossier meestal dunner dan voor eigen personeel, en dat valt op.
Vier stukken zijn in de praktijk voldoende en haalbaar. De opdracht met de gemaakte veiligheidsafspraken, het afgetekende introductieformulier, de kopie van vereiste certificaten en keuringsbewijzen, en de aantekening in welke periode iemand aanwezig was.
Dat laatste punt wordt vaak vergeten en is bij een onderzoek het eerste dat wordt gevraagd. Zonder aanwezigheidsregistratie kunt u niet reconstrueren wie welke instructie had gekregen.
Bewaar die stukken op één plek en niet in de mailbox van de teamleider die de inhuur regelde. Ons artikel over de bewaartermijnen van veiligheidsdocumenten geeft de termijnen per documentsoort.
Na een ongeval
Gaat het mis, dan verdwijnt de discussie over contractvormen binnen een dag. De vraag wordt of het werk onder uw gezag plaatsvond en of u de risico's had beoordeeld.
De meldplicht bij ernstig letsel hangt aan diezelfde toets. Leidt een ongeval tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden, dan meldt u dat bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Twijfelt u over de gezagsvraag, meld dan. Een onterechte melding heeft geen sanctie, een te late melding wel, en dat oordeel valt achteraf.
De praktische stappen direct na een incident staan in ons artikel over het melden van een bedrijfsongeval.
Een distributiecentrum huurde in de najaarspiek elf zzp'ers in als orderpicker, via drie verschillende bemiddelaars. Op papier waren het opdrachtnemers met een eigen inschrijving. In de praktijk stonden ze ingeroosterd in het ploegenschema, kregen ze hun taken via het warehousemanagementsysteem en gebruikten ze bedrijfsmaterieel. Toen een van hen een voet brak bij een pallet die van een lage stelling schoof, was de eerste vraag van de inspecteur niet wie de factuur stuurde maar wie het rooster maakte. Het antwoord op die vraag maakte hen werknemer in de zin van de Arbowet. De RI&E beschreef het werk van de vaste ploeg en zweeg over de piekbezetting, en dat was de kern van de bevinding.
Wat u in de opdracht regelt
Een goede opdrachtbevestiging haalt de discussie naar voren in plaats van naar achteren. Vier afspraken volstaan voor de meeste magazijnsituaties.
Leg vast welke certificaten vereist zijn en dat een kopie voor aanvang wordt aangeleverd. Leg vast dat meegebracht materieel geldig gekeurd is en dat het bewijs wordt overlegd.
Leg vast dat de introductie wordt gevolgd voordat het werk begint, en dat de opdrachtnemer onveilige situaties meldt bij een met naam genoemd aanspreekpunt.
Wat u niet kunt regelen, is het afschuiven van uw eigen wettelijke plichten. Een clausule die de aansprakelijkheid volledig bij de zzp'er legt, heeft richting de Arbeidsinspectie geen effect en kan uw aansprakelijkheid als werkgever niet wegnemen.
Vier veelgemaakte fouten
De fouten in dit dossier zijn opvallend voorspelbaar en daarmee ook eenvoudig te voorkomen.
De eerste is aannemen dat een inschrijving bij de Kamer van Koophandel de Arbowet uitschakelt. Dat doet zij niet, want de wet kijkt naar gezag en niet naar registratie.
De tweede is de introductie overslaan omdat iemand ervaren is. De derde is meegebracht gereedschap ongecontroleerd toelaten omdat de eigenaar er zelf mee werkt.
De vierde is de zzp'er niet meetellen in de bedrijfshulpverlening. Voor de omvang van uw BHV-organisatie telt iedereen die aanwezig is, ongeacht contractvorm.
In vijf stappen op orde
Het geheel is in een dagdeel te regelen en daarna zelfdragend. Begin bij de feitelijke situatie en niet bij het contract.
Inventariseer eerst welke ingehuurde krachten er nu zijn en beoordeel per persoon of er sprake is van gezag. Vul daarna uw RI&E aan met de taken en de wisselende bezetting.
Maak vervolgens een vast introductieformulier, koppel de vereisten aan de opdrachtbevestiging en leg één plek vast waar certificaten en keuringsbewijzen binnenkomen.
Controleer tot slot of uw BHV-bezetting nog past bij het werkelijke aantal aanwezigen. Een interne audit op dit thema kost een halve dag en levert doorgaans direct twee of drie bevindingen op.
Veelgestelde vragen
Dat hangt af van de gezagsverhouding. Werkt de zzp'er mee in uw proces, op uw tijden en volgens uw instructies, dan merkt de Arbowet u in artikel 1 lid 2 aan als werkgever en horen de risico's van dat werk gewoon in uw risico-inventarisatie en evaluatie. Werkt hij echt zelfstandig aan een afgebakende opdracht, dan hoeft hij niet als werknemer in de RI&E maar moet u wel de risico's beoordelen die zijn aanwezigheid oplevert voor uw eigen mensen en die uw locatie oplevert voor hem.
Kijk naar de praktijk en niet naar het contract. Bepaalt u wanneer hij begint, wat hij die dag doet, in welke volgorde en met welke middelen, dan is er vrijwel altijd sprake van gezag. Levert hij een afgebakend resultaat op waarbij hij zelf zijn werkwijze, volgorde en materieel bepaalt, dan wijst dat op zelfstandigheid. Een zzp'er die als orderpicker in uw ploeg meedraait, valt praktisch altijd onder uw verantwoordelijkheid.
Artikel 9.5 van het Arbobesluit wijst aan welke voorschriften ook voor zelfstandigen en meewerkende werkgevers gelden. In de kern gaat het om bepalingen die ernstig gevaar voorkomen, zoals eisen aan arbeidsmiddelen, werken op hoogte en gevaarlijke stoffen. Daarnaast gelden artikel 10 van de Arbowet over het voorkomen van gevaar voor derden en artikel 11 over de eigen verantwoordelijkheid om veilig te handelen. Administratieve verplichtingen zoals het opstellen van een eigen RI&E gelden voor een zzp'er zonder personeel niet.
Ja, voor zover het uw locatie en uw risico's betreft. U kunt niet aannemen dat iemand uw looproutes, uw laad- en losprocedure en uw alarmsignaal kent omdat hij vakbekwaam is. Vakbekwaamheid gaat over zijn beroep, uw instructie gaat over uw magazijn. Dat onderscheid is precies waarop het bij een ongeval misgaat, want de kennis die ontbrak ging bijna nooit over het vak.
Ja, maar de keuringsplicht verdwijnt daarmee niet. Elektrisch handgereedschap dat op uw locatie wordt gebruikt moet veilig zijn en dat moet aantoonbaar zijn, ongeacht wie eigenaar is. Vraag daarom om het keuringsbewijs voordat het gereedschap de vloer op gaat en leg vast dat u dat hebt gedaan. Hetzelfde geldt voor ladders, harnassen en hijsmiddelen die hij zelf meebrengt.
Als het ongeval plaatsvindt bij werk dat onder uw gezag wordt verricht en leidt tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden, dan geldt de meldplicht. De vraag of iemand een arbeidsovereenkomst had, is daarbij niet doorslaggevend. Meld in geval van twijfel, want een te late melding is zelf beboetbaar en het onderzoek richt zich daarna op de vraag of u de risico's had beoordeeld.
Niet volledig. U kunt afspraken maken over certificaten, keuringsbewijzen en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, en dat is verstandig. Maar de publiekrechtelijke plichten uit de Arbowet kunt u niet wegcontracteren. De Arbeidsinspectie spreekt de partij aan die feitelijk zeggenschap had over de werkplek, en dat bent u op uw eigen terrein.
Ja, voor de omvang van uw bedrijfshulpverlening kijkt u naar het aantal aanwezige personen en niet naar hun contractvorm. Een ploeg van twintig met vier zzp'ers erbij vraagt om een BHV-bezetting die past bij vierentwintig aanwezigen. Neem in de beoordeling ook bezoekers en chauffeurs mee die regelmatig op locatie zijn.