Heftruckkeuring vergeten? Direct overzicht plus afspraak met TCVT-keurmeester. Heftruckkeuring? Direct geregeld. · Jaarlijkse keuring, sticker en logboek inclusief Hoe het werkt →

Bovenloopkraan keuring: hoe vaak, door wie en wat wordt er gecontroleerd?

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 21 juli 2026 · Leestijd 9 minuten
Relevant voor

Een bovenloopkraan is een hijswerktuig en moet volgens Arbobesluit 7.20 minimaal een keer per twaalf maanden worden gekeurd door een deskundig persoon, zo nodig met een beproeving. Daarnaast geldt de algemene keuringsplicht voor arbeidsmiddelen uit Arbobesluit 7.4a. De keuring omvat de kraanbaan, het hijswerk, de kettingen of staalkabels, de haak, de eindschakelaars en de bediening. Het resultaat legt u vast in een kraanboek dat u bij een controle moet kunnen tonen.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Waarom een bovenloopkraan om keuring vraagt

Een bovenloopkraan hangt letterlijk boven de werkvloer. Waar een heftruck een last op vorken draagt, hangt bij een kraan de last aan een haak, een kabel of een ketting. Faalt een van die onderdelen, dan komt de last naar beneden op een plek waar mensen werken. Dat maakt de kraan tot een arbeidsmiddel met een hoog risicoprofiel.

In magazijnen en distributiecentra komen bovenloopkranen vooral voor bij het lossen van zware colli, bij onderhoudswerkplaatsen en bij productielocaties met opslag. Ze draaien vaak jarenlang zonder veel aandacht, precies omdat ze onopvallend hun werk doen. Juist daar ontstaat het risico dat slijtage aan de kabel of de haak ongemerkt doorloopt.

De wetgever heeft hijswerktuigen daarom apart benoemd in het Arbobesluit, met een eigen keuringsartikel bovenop de algemene keuringsplicht voor arbeidsmiddelen. Voor u als werkgever betekent dat een harde ondergrens: minimaal een keer per twaalf maanden een keuring, aantoonbaar vastgelegd.

Bovenloopkraan in een magazijn tijdens het verplaatsen van een last

Het wettelijk kader: artikel 7.20 en 7.4a

De basis ligt in het Arbeidsomstandighedenbesluit. Artikel 7.20 gaat specifiek over hijs- en hefwerktuigen en hijs- en hefgereedschappen. Het schrijft voor dat deze werktuigen ten minste eenmaal per twaalf maanden worden gekeurd op goede staat, waarbij zo nodig wordt beproefd, door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling.

Daarnaast blijft artikel 7.4a van kracht, de algemene bepaling die eist dat arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden die tot gevaarlijke situaties leiden periodiek worden gekeurd. Voor een bovenloopkraan lopen die twee artikelen samen op. Artikel 7.20 legt de minimumfrequentie vast, artikel 7.4a verplicht u om die frequentie te onderbouwen vanuit het werkelijke gebruik.

Bovenop het Arbobesluit geldt de productwetgeving. Een kraan die na 1995 in de handel is gebracht heeft een CE-markering en een gebruiksaanwijzing waarin de fabrikant zelf inspectie-intervallen voorschrijft. Die instructies zijn geen vrijblijvend advies: negeert u ze, dan gebruikt u de machine buiten de bedoeling van de fabrikant.

Hoe vaak moet een bovenloopkraan gekeurd worden

De ondergrens is helder: een keer per twaalf maanden. Wat veel bedrijven over het hoofd zien, is dat dit een minimum is en geen automatisch juiste keuze. Het Arbobesluit vraagt een keuringsfrequentie die past bij het gebruik, de belasting en de omgeving van het werktuig.

Een kraan die twee keer per week een pallet verplaatst, staat in een andere risicoklasse dan een kraan die in twee ploegen continu draait tegen de maximale werklast. Ook de omgeving telt mee. Vocht, stof, chemische dampen of temperatuurwisselingen versnellen slijtage aan kabels, remmen en elektrische componenten.

Onderbouw de interval vanuit de risicobeoordeling

De praktische route is om de keuringsfrequentie te koppelen aan uw RI&E. Daarin beschrijft u het gebruik van de kraan, de bijbehorende risico's en de maatregelen die u treft. De gekozen interval volgt daaruit logisch en is bij een controle uit te leggen.

Een tweede signaal is het aantal draaiuren. Fabrikanten werken met een theoretische levensduur uitgedrukt in bedrijfsuren en lastspectrum. Nadert de kraan die grens, dan is een grondiger periodiek onderzoek nodig dan de standaard jaarkeuring, ook als de kalender daar nog geen aanleiding toe geeft.

Wie mag een bovenloopkraan keuren

Het Arbobesluit spreekt van een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling. De wet noemt geen verplicht certificaat voor de keurmeester van een bovenloopkraan, anders dan bij bijvoorbeeld mobiele hijskranen waar een TCVT-regime geldt. Dat betekent niet dat iedereen het mag doen.

Deskundig wil zeggen: aantoonbaar bekend met dit type installatie, met de normen die erop van toepassing zijn en met de faalmechanismen van kabels, kettingen, remmen en constructies. In de praktijk is dat een keurmeester van de kraanleverancier of van een gespecialiseerd inspectiebedrijf, vaak werkend onder een erkend keurschema.

Vraag bij het uitbesteden altijd naar de aantoonbare deskundigheid van de keurmeester en naar de scope van de keuring. Een servicebeurt is geen keuring, en een keuring die alleen het hijswerk beslaat dekt de kraanbaan en de loopwagen niet af.

Welke onderdelen worden gecontroleerd

Een volledige kraankeuring loopt de hele installatie langs, van de bevestiging aan het gebouw tot aan de haak. De keurmeester beoordeelt de kraanbaan en de railbevestiging, de loopwagen en de aandrijving, en de draagconstructie op scheuren, vervorming en corrosie.

Vervolgens komt het hijswerk aan de beurt: de staalkabel of hijsketting op breuk, kinken, corrosie en diameterafname, de kabeltrommel en de geleiding, en de haak op vervorming, slijtage en de werking van de veiligheidsklep. De rem wordt beoordeeld op remweg en slijtage van het remmateriaal.

Tot slot volgt het elektrische en veiligheidsdeel: de eindschakelaars in alle bewegingsrichtingen, de overlastbeveiliging, de noodstop, de bediening en de kabelrupsen. De elektrische installatie van de kraan valt hierbij binnen het bredere domein van NEN 3140, dat de veiligheid van elektrische arbeidsmiddelen regelt.

Afkeurcriteria zijn objectief, niet een kwestie van gevoel

Voor de meeste onderdelen bestaan harde afkeurcriteria, onder meer beschreven in de normenreeks voor hijswerktuigen die NEN beheert. Bij staalkabels gaat het om een maximaal aantal gebroken draden per kabelslag, een maximale diameterafname en zichtbare kinken of kooivorming. Bij hijshaken telt de toename van de keelmaat ten opzichte van de oorspronkelijke maat.

Die objectiviteit is uw voordeel. Een goed keuringsrapport benoemt de gemeten waarden, niet alleen de conclusie. Zo ziet u over meerdere jaren of een onderdeel geleidelijk richting de afkeurgrens beweegt en kunt u de vervanging plannen in plaats van hem te ondergaan.

Keurmeester inspecteert het hijswerk en de haak van een bovenloopkraan

Wanneer moet er beproefd worden

Het Arbobesluit spreekt van keuren op goede staat, waarbij zo nodig wordt beproefd. Beproeven betekent de kraan belasten met een testlast die zwaarder is dan de maximale werklast, om te controleren of de constructie en de rem die belasting aankunnen.

Een beproeving is in elk geval aan de orde bij ingebruikname van een nieuwe of verplaatste kraan, na een ingrijpende reparatie of wijziging aan de draagconstructie, en wanneer de keurmeester op basis van zijn bevindingen twijfelt aan de sterkte. Buiten die momenten is periodiek beproeven een afweging, niet een automatisme.

Let op dat een beproeving zelf een risicovolle handeling is. Ze hoort te gebeuren volgens een vooraf vastgelegde procedure, met een afgezette zone en zonder personen onder de last. Leg het resultaat en de gebruikte testlast altijd vast in het kraanboek.

Losse hijsmiddelen keurt u apart

Een veelgemaakte fout is aannemen dat de kraankeuring ook de hijsbanden, kettingen en sluitingen dekt. Dat is niet zo. Losse hijs- en hefgereedschappen zijn zelfstandige arbeidsmiddelen met een eigen keuringsplicht, eveneens minimaal een keer per twaalf maanden.

Elk hijsmiddel hoort een uniek identificatienummer te hebben, een leesbaar merkplaatje met de werklastlimiet en een eigen certificaat. Zonder identificatie kunt u niet aantonen dat juist dat exemplaar is gekeurd. Meer daarover leest u in het artikel over hijsbanden keuren.

Praktisch werkt een vaste opbergplek het beste: een rek of kast waar alleen gekeurde middelen hangen, met een duidelijke afgekeurd-bak ernaast. Beschadigde banden die tussen de goede blijven hangen, komen vroeg of laat weer in gebruik.

Het kraanboek als bewijsstuk

Bij een bovenloopkraan hoort een kraanboek of logboek. Daarin staan de technische gegevens van de installatie, de uitgevoerde keuringen en beproevingen, de reparaties en wijzigingen, en waar van toepassing het aantal draaiuren of de belastingregistratie.

Het kraanboek blijft bij de kraan gedurende de hele levensduur, ook als de installatie van eigenaar wisselt. Bij een controle door de Nederlandse Arbeidsinspectie is dit het eerste document waar naar gevraagd wordt, samen met het meest recente keuringsrapport.

In de praktijk raakt het kraanboek vaak zoek bij personeelswisselingen of verhuizingen. Digitaliseer het daarom en koppel het aan uw arbeidsmiddelenregister, zodat de historie niet afhangt van een map in een werkplaatskast.

Dagelijkse controle door de kraanbedienaar

De jaarlijkse keuring vangt niet af wat er tussen twee keuringen gebeurt. Daarom hoort de bedienaar voor gebruik een korte visuele controle uit te voeren: de haak en de veiligheidsklep, de kabel of ketting over de zichtbare lengte, de bediening, de noodstop en de werking van de eindschakelaars.

Ook let hij tijdens gebruik op signalen: ongewone geluiden, schokkend bewegen, een rem die naloopt of olie op de vloer onder de aandrijving. Zulke waarnemingen zijn vaak de eerste aankondiging van een defect dat weken later tot uitval leidt.

Zorg dat bedienaars weten wat ze moeten controleren en waar ze een gebrek melden. Dat is geen extra beleid maar onderdeel van de verplichting tot voorlichting en onderricht uit de Arbowet.

Wat u riskeert zonder geldige keuring

Ontbreekt een geldig keuringsbewijs, dan voldoet u niet aan Arbobesluit 7.20. De Arbeidsinspectie kan bij een controle een eis tot naleving stellen, een waarschuwing geven of een bestuurlijke boete opleggen. Bij een direct gevaarlijke situatie kan het werk met de kraan worden stilgelegd.

Het zwaarste weegt de situatie na een incident. Valt een last of raakt iemand bekneld, dan onderzoekt de inspectie of u aan uw zorgplicht heeft voldaan. Een ontbrekende keuring en een niet bijgehouden kraanboek zijn dan geen administratief detail meer, maar een kernpunt in de beoordeling van uw aansprakelijkheid.

Zo helpt Envora hierbij

Envora brengt in een compliance-scan in kaart welke hijs- en hefwerktuigen u heeft, wanneer ze voor het laatst gekeurd zijn en welke keuringen op korte termijn verlopen. De bovenloopkraan, de losse hijsmiddelen en de bijbehorende documenten komen daarbij in een centraal overzicht.

Elke kraan en elk hijsmiddel krijgt een eigen plek met vervaldatum, keuringsrapport en historie. U ziet in een oogopslag wat er open staat, en bij een controle of incident heeft u het kraanboek en de rapporten binnen een minuut bij de hand in plaats van in een archiefkast.

Veelgestelde vragen

Ja. Artikel 7.20 van het Arbobesluit verplicht de werkgever om hijs- en hefwerktuigen minimaal een keer per twaalf maanden te laten keuren op goede staat door een deskundig persoon, bedrijf of instelling. Daarnaast geldt de algemene keuringsplicht van Arbobesluit 7.4a voor arbeidsmiddelen die aan slijtage onderhevig zijn. Een bovenloopkraan valt onder beide bepalingen.

De wettelijke ondergrens is een keer per twaalf maanden. Dat is een minimum, geen streefwaarde. Draait de kraan in ploegendienst, hijst u dicht tegen de maximale last of staat de kraan in een agressieve omgeving, dan kan een kortere interval nodig zijn. De gebruiksaanwijzing van de fabrikant en uw eigen risicobeoordeling bepalen samen de juiste frequentie.

De keuring moet worden uitgevoerd door een deskundig persoon, bedrijf of instelling dat over de benodigde apparatuur beschikt. In de praktijk is dat een gecertificeerde keurmeester van een kraanleverancier of een gespecialiseerd keurbedrijf. De keurmeester moet aantoonbaar bekend zijn met het type kraan en met de geldende normen.

Het kraanboek is het logboek van de installatie waarin keuringen, beproevingen, reparaties, wijzigingen en het aantal draaiuren worden vastgelegd. Het hoort bij de kraan te blijven gedurende de hele levensduur. Bij een controle door de Arbeidsinspectie is het kraanboek het bewijsstuk waarmee u laat zien dat het onderhoud en de keuringen op orde zijn.

Niet bij elke keuring. Het Arbobesluit spreekt van keuren op goede staat, waarbij zo nodig wordt beproefd. Een beproeving met testlast is in ieder geval aan de orde na ingebruikname, na een ingrijpende reparatie of wijziging aan de draagconstructie, en wanneer de keurmeester twijfelt over de sterkte. Verder is periodieke beproeving een keuze op basis van de risicobeoordeling.

Nee. Losse hijsmiddelen zoals hijsbanden, kettingwerk, sluitingen en lastharken zijn zelfstandige arbeidsmiddelen met een eigen keuringsplicht, in de praktijk eveneens minimaal een keer per jaar. Ze worden apart geregistreerd en gekeurd, met een eigen certificaat en identificatiemerk per stuk.

Voor gebruik loopt de bedienaar een korte visuele check na: de staat van de haak en de veiligheidsklep, de kabel of ketting, de bediening en de noodstop, en de werking van de eindschakelaars. Ook let hij op ongewone geluiden, speling of lekkage. Gebreken meldt hij direct, waarna de kraan zo nodig uit bedrijf gaat tot het probleem is verholpen.

Bij een arbeidsongeval onderzoekt de Nederlandse Arbeidsinspectie of de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Het ontbreken van een geldige keuring en van een bijgehouden kraanboek weegt daarin zwaar mee. Naast een boete kan het gevolgen hebben voor uw aansprakelijkheid en voor de dekking door uw verzekeraar.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora