Waarom een klein hulpmiddel een groot risico draagt
In veel magazijnen wordt met enige regelmaat gehesen: een zware pallet die anders niet te verplaatsen is, een machine die wordt geplaatst, een last die met een kraan of een heftruck omhoog gaat. Tussen die last en het werktuig zitten de aanslagmiddelen, en juist die kleine schakels dragen het volle gewicht.
Een hijsband die breekt of een sluiting die bezwijkt, laat een zware last vallen op de plek waar mensen werken. Precies daarom stelt de wet eisen aan de staat van aanslagmiddelen en aan de keuring ervan. Het gaat niet om papierwerk, maar om de vraag of het middel de last veilig kan dragen.
In dit artikel leest u wat aanslagmiddelen zijn, wat de Arbowet erover zegt, hoe vaak u ze moet keuren, wat de WLL betekent, wanneer een middel wordt afgekeurd en waar u in een magazijn extra op let. Zo houdt u het hijsen veilig en aantoonbaar in orde.
Wat zijn aanslagmiddelen
Aanslagmiddelen zijn de hulpmiddelen waarmee u een last verbindt met een hijs- of hefwerktuig. Het gaat om hijsbanden van kunststof, staalkabels, kettingen en de bijbehorende onderdelen zoals sluitingen, harpsluitingen, hijsogen en haken. Samen vormen ze de schakel tussen de haak van het werktuig en de last die omhoog moet.
Ze heten aanslagmiddelen omdat u de last ermee aanslaat: u legt de band of ketting om de last en hangt die aan het werktuig. Elk onderdeel in die keten draagt de volle belasting, dus een zwakke schakel maakt het geheel onveilig. Daarom worden ze als hijs- en hefgereedschap apart en serieus behandeld.
Het onderscheid met het werktuig is belangrijk. De heftruck, de kraan of de takel is het hefwerktuig, met een eigen keuring. De aanslagmiddelen zijn de losse hulpmiddelen daartussen, die hun eigen periodieke keuring hebben. Beide moeten in orde zijn, want ze werken alleen samen veilig.
Wat de Arbowet over aanslagmiddelen eist
Aanslagmiddelen zijn arbeidsmiddelen, en daarvoor geldt de algemene eis dat ze in goede staat verkeren en veilig te gebruiken zijn. Het Arbeidsomstandighedenbesluit vraagt dat arbeidsmiddelen die aan slijtage onderhevig zijn, periodiek worden gekeurd door een deskundige, zodat gebreken op tijd aan het licht komen.
Voor hijs- en hefgereedschap is die keuring extra van belang, omdat een gebrek hier meteen een vallende last betekent. De werkgever is ervoor verantwoordelijk dat de keuring gebeurt, dat de middelen binnen hun keuringstermijn worden gebruikt en dat afgekeurde middelen uit gebruik gaan. Daarop handhaaft de Nederlandse Arbeidsinspectie.
De eisen sluiten aan bij de bredere zorg voor arbeidsmiddelen die u ook terugziet bij Arbobesluit 7.4a over de goede staat van arbeidsmiddelen. Voor aanslagmiddelen komt daar de kenmerkende maximale werklast bij, die de veilige inzet begrenst.
Hoe vaak aanslagmiddelen gekeurd moeten worden
De basisregel is een keuring van minstens één keer per jaar. Dat is de ondergrens waarbinnen slijtage en beginnende schade tijdig worden opgemerkt bij normaal gebruik. Voor veel magazijnen met incidenteel hijswerk is die jaarlijkse keuring het uitgangspunt.
Bij intensief of zwaar gebruik ligt de frequentie hoger. Middelen die dagelijks draaien, die zware lasten tillen of die in een agressieve omgeving met vocht, scherpe randen of chemicaliën werken, slijten sneller. De keuringsfrequentie stemt u dan af op dat gebruik, zodat een middel nooit ver voorbij zijn veilige staat wordt ingezet.
Stem de termijn af op het gebruik
De juiste termijn is dus geen vast getal maar een afweging op basis van de belasting en de omgeving. Een risicobeoordeling helpt om per soort middel en per gebruikssituatie de frequentie te bepalen. Leg die keuze vast, zodat iedereen weet welke termijn geldt en waarom.
Belangrijk is dat de periodieke keuring de dagelijkse controle niet vervangt. De jaarlijkse of frequentere keuring is de grondige beoordeling door een deskundige, terwijl de gebruiker voor elk gebruik zelf nog een korte visuele controle doet. De twee vullen elkaar aan en horen allebei te gebeuren.
WLL en de markering
Elk aanslagmiddel heeft een maximale werklast, de WLL of Working Load Limit. Dat is het gewicht dat het middel veilig mag dragen, en die waarde staat op een label of ingeslagen merk. Een aanslagmiddel zonder leesbare WLL is niet bruikbaar, want dan weet niemand hoe zwaar de last mag zijn. De sterkte en de markering van hijsbanden, kettingen en staalkabels liggen vast in Europese productnormen, de NEN-EN reeks, waaraan een deugdelijk middel voldoet.
De toegestane belasting is niet altijd gelijk aan de nominale WLL. Zodra u een band of ketting onder een hoek aanslaat, in een snoer legt of met meerdere strengen gebruikt, verandert de kracht op het middel. Bij een scherpe hoek loopt de belasting per streng flink op, waardoor de veilige last daalt.
De gebruiker moet die reductie kennen en toepassen. Een hijstabel of de aanwijzingen op het middel helpen daarbij, maar het begint bij bewustzijn: de WLL op het label is een bovengrens onder ideale omstandigheden, niet een garantie bij elke manier van aanslaan.
Wat de keurmeester doet
Bij de periodieke keuring beoordeelt een deskundig persoon elk aanslagmiddel op zijn staat. Hij controleert de banden, kabels, kettingen en sluitingen op schade, vervorming, slijtage en corrosie, en kijkt of het label met de WLL nog leesbaar en volledig is. Wat niet in orde is, wordt afgekeurd.
De keurmeester kan een interne, aantoonbaar opgeleide medewerker zijn of een extern keurbedrijf. Belangrijk is dat de deskundigheid aantoonbaar is en dat de beoordeling systematisch gebeurt, zodat er geen middel wordt overgeslagen. De uitkomst legt hij vast in een keuringsregister of rapport, met datum en identificatie per middel.
Dat register is meer dan administratie. Het laat zien welke middelen geldig gekeurd zijn en wanneer de volgende keuring nodig is, en het is uw bewijs bij een controle of na een incident. Neem de aanslagmiddelen daarom op in uw keuringskalender naast de overige arbeidsmiddelen.
De belangrijkste afkeurcriteria
Een aanslagmiddel gaat uit gebruik zodra het label ontbreekt of onleesbaar is, want zonder WLL is veilig gebruik onmogelijk. Daarnaast zijn er per soort middel duidelijke gebreken die tot directe afkeur leiden, ook al lijkt het middel verder nog bruikbaar.
Bij hijsbanden gaat het om insnijdingen, rafels, schade aan de naden en aantasting door chemicaliën of hitte. Bij staalkabels om gebroken draden, knikken, plaatselijke vervorming en corrosie. Bij kettingen om gerekte of vervormde schakels, inkepingen en corrosie. Bij sluitingen en haken om vervorming, slijtage en een niet meer sluitende borging.
De controle voor elk gebruik
De periodieke keuring vangt niet alles. Schade kan ontstaan tussen twee keuringen in, bijvoorbeeld doordat een band over een scherpe rand loopt of een ketting een klap krijgt. Daarom hoort de gebruiker voor elk gebruik een korte visuele controle te doen: is het label leesbaar, zijn er geen zichtbare beschadigingen, sluit de borging.
Die controle kost enkele seconden en voorkomt dat een gebrek meegaat de lucht in. Vindt de gebruiker iets verdachts, dan legt hij het middel apart en pakt hij een gekeurd exemplaar. Twijfel is daarbij al reden om het middel niet te gebruiken, want de inzet vindt plaats boven mensen.
Aandachtspunten voor een magazijn
Opslag is in een magazijn het eerste aandachtspunt. Aanslagmiddelen die op de grond slingeren, over scherpe randen hangen of in vocht liggen, slijten sneller en raken beschadigd. Een vaste, droge opbergplek met haken houdt de middelen in goede staat en maakt de dagelijkse controle makkelijker.
De samenhang met het hijswerk is het tweede punt. De aanslagmiddelen horen bij het werktuig waarmee u hijst, of dat nu een kraan is of een heftruck met hijsoog. Zet ze samen op de keuringskalender, naast bijvoorbeeld de heftruckvorken en een eventuele werkbak, zodat het hele hijsmiddel klopt.
Verdiep u ten slotte in de specifieke middelen die u het meest gebruikt. Voor hijsbanden gaat het artikel over hijsbanden keuren dieper in op de afkeurcriteria en de keuringsregels. Zo koppelt u de algemene aanpak aan de praktijk van uw eigen magazijn.
Zo helpt Envora hierbij
Envora brengt in een compliance-scan in kaart welke aanslagmiddelen u gebruikt, of ze geldig gekeurd zijn en of de keuringstermijnen kloppen met het gebruik. De middelen komen daarbij naast uw overige keuringen in een centraal overzicht met status en vervaldatums, per object herkenbaar.
Zo staan de aanslagmiddelen niet los in een kast, maar lopen ze mee in het reguliere ritme van uw keuringen. U ziet in een oogopslag welke middelen aan herkeuring of vervanging toe zijn en welke actie op korte termijn openstaat. Bij een controle of een incident heeft u het keuringsregister direct bij de hand.
Veelgestelde vragen
Ja. Aanslagmiddelen zijn arbeidsmiddelen en hijs- en hefgereedschap, en het Arbeidsomstandighedenbesluit vraagt dat arbeidsmiddelen in goede staat verkeren en periodiek worden gekeurd door een deskundige. Voor hijs- en hefgereedschap komt dat in de praktijk neer op een keuring van minstens één keer per jaar. De werkgever is verantwoordelijk dat die keuring gebeurt en dat afgekeurde middelen uit gebruik gaan.
De basisregel is minstens één keer per jaar. Bij intensief gebruik, zwaar werk of een agressieve omgeving is vaker keuren nodig, omdat de slijtage dan sneller gaat. De keuringsfrequentie stemt u af op het gebruik en legt u vast, zodat de middelen altijd binnen hun geldige keuringstermijn worden ingezet. Naast de periodieke keuring blijft de controle voor elk gebruik gewoon nodig.
WLL staat voor Working Load Limit, de maximale werklast die het aanslagmiddel mag dragen. Die waarde staat op het label of het merk en mag u nooit overschrijden. Let op dat de toegestane belasting verandert met de manier van aanslaan: een band die in een snoer of onder een hoek hangt, mag minder dragen dan de nominale WLL. De gebruiker moet die reductie kennen en toepassen.
De keuring hoort bij een deskundig persoon die de middelen, de normen en de afkeurcriteria kent. Dat kan een interne, aantoonbaar opgeleide medewerker zijn of een extern keurbedrijf. Belangrijk is dat de deskundigheid aantoonbaar is en dat de keuring onafhankelijk en systematisch gebeurt. De uitkomst legt de keurmeester vast in een keuringsregister of rapport.
Een aanslagmiddel gaat uit gebruik zodra het label onleesbaar is of ontbreekt, of bij zichtbare schade zoals ingesneden of gerafelde banden, gebroken draden in een staalkabel, vervormde of gerekte kettingschakels, corrosie, knikken of vervormde sluitingen en haken. Twijfel is in de praktijk al reden om af te keuren, want een aanslagmiddel draagt een zware last boven mensen. Afgekeurde middelen verwijdert u meteen zodat ze niet opnieuw worden gepakt.
Ze horen bij hetzelfde regime van periodieke keuring van arbeidsmiddelen, maar het zijn aparte objecten met een eigen keuring. De heftruck of kraan wordt als werktuig gekeurd, de aanslagmiddelen worden als hijs- en hefgereedschap apart beoordeeld. Zet ze allebei op uw keuringskalender, zodat geen van beide door de mazen valt.
Een overzicht van uw aanslagmiddelen met hun keuringsstatus is sterk aan te raden en in de praktijk nodig om de goede staat te kunnen aantonen. Daarin staan de identificatie, de WLL, de laatste keuringsdatum en de eerstvolgende termijn. Zo weet u welke middelen geldig gekeurd zijn en welke aan vervanging of herkeuring toe zijn, en kunt u dat bij een controle direct laten zien.