AED, noodverlichting en EHBO op orde? Plan een compliance scan voor uw magazijn. AED en noodverlichting op orde? · Keuring, register en jaarlijkse update in één bundel Hoe het werkt →

Aansprakelijkheid bij AED-gebruik: wat het risico werkelijk is

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 30 augustus 2026 · Leestijd 8 minuten
Relevant voor

De angst om aansprakelijk te worden gesteld voor het gebruik van een AED is in Nederland vrijwel altijd ongegrond. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad vereist verwijtbaar handelen, en wie een AED volgens de gesproken instructie inzet bij iemand zonder hartslag, handelt niet verwijtbaar. Het reele risico ligt ergens anders: bij de werkgever die een AED ophangt en het onderhoud laat versloffen.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

De vraag achter de vraag

De vraag komt bijna altijd uit dezelfde hoek. Een directeur overweegt een AED, of een medewerker twijfelt of hij zich als BHV'er wil aanmelden, en dan valt de zin: stel dat het misgaat, ben ik dan aansprakelijk?

Achter die vraag zit meestal een beeld uit Amerikaanse series, waarin iemand na een reanimatie wordt aangeklaagd. In het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht werkt het anders.

Het korte antwoord is dat het risico voor de hulpverlener nagenoeg nihil is, en dat het risico dat er wel is bij een andere partij ligt dan de meeste mensen denken.

Dit artikel legt uit waar dat aan ligt, en welke drie dingen u als werkgever moet regelen om ook dat kleine risico weg te nemen.

BHV'er pakt een AED uit de wandkast tijdens een oefening in een bedrijfspand

Is er een wet die AED-gebruik regelt

Nee, er is geen aparte wet die het gebruik van een AED door omstanders regelt, verbiedt of aan een diploma bindt. Iedereen mag een AED bedienen.

Dat is geen vergissing van de wetgever maar een bewuste keuze. Bij een circulatiestilstand daalt de overlevingskans met ongeveer tien procent per minuut zonder reanimatie, en de gemiddelde aanrijtijd van een ambulance is langer dan dat venster.

Wat wel geregeld is, is de verplichting van de werkgever om bedrijfshulpverlening te organiseren. Die staat in Arbowet artikel 15 en is een maatwerkverplichting: de omvang volgt uit uw risico-inventarisatie.

Of een AED daarbij hoort, is dus geen algemene wettelijke plicht maar een uitkomst van uw eigen risicobeoordeling. Wanneer dat redelijkerwijs wel het geval is, staat in ons artikel over de vraag of een AED verplicht is.

Wanneer bent u juridisch aansprakelijk

Civielrechtelijke aansprakelijkheid loopt in Nederland vrijwel altijd via artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, de onrechtmatige daad.

Dat artikel stelt vier eisen tegelijk. Er moet een onrechtmatige gedraging zijn, die aan de dader toerekenbaar is, er moet schade zijn en er moet causaal verband tussen gedraging en schade bestaan.

Het struikelblok voor een claim zit in de eerste twee. Onrechtmatig is handelen dat in strijd is met wat in het maatschappelijk verkeer betaamt. Iemand met een circulatiestilstand helpen volgens de instructies van het apparaat is precies wat betaamt.

Daar komt de uitgangssituatie bij. De persoon die u helpt, heeft op dat moment geen hartslag. De schade die u zou moeten hebben veroorzaakt, moet dus bovenop een al levensbedreigende toestand komen en aan uw handelen zijn toe te rekenen.

Er is geen bekende Nederlandse zaak waarin een omstander of BHV'er met succes aansprakelijk is gesteld voor het inzetten van een AED. Dat is geen garantie voor de toekomst, maar het zegt iets over hoe hoog die drempel in de praktijk ligt.

Waarom de techniek het risico wegneemt

Een deel van de angst komt voort uit een verkeerd beeld van hoe het apparaat werkt. Een AED is geen defibrillator die u zelf richt en doseert.

Het apparaat analyseert het hartritme zelf en bepaalt zelf of een schok zinvol is. Bij ventrikelfibrilleren of een polsloze ventrikeltachycardie adviseert het een schok. Bij een normaal ritme of bij asystolie doet het dat niet, en dan komt er ook geen schok als u drukt.

U kunt met een AED dus niet iemand met een kloppend hart een schok geven. Dat is de belangrijkste reden dat het aansprakelijkheidsrisico bij correct volgen van de instructies zo klein is.

Wat wel voorkomt, zijn ribbreuken en blauwe plekken door de borstcompressies. Die horen bij effectief gegeven reanimatie en gelden niet als fout. Wie zacht drukt om schade te voorkomen, doet meer kwaad dan goed.

Het risico van niets doen

Hier zit een asymmetrie die weinig mensen kennen. Er bestaat geen strafbepaling voor onhandig helpen, maar wel voor niet helpen.

Artikel 450 van het Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar wie getuige is van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat de hulp te verlenen of te verschaffen die hij zonder gevaar voor zichzelf of anderen kon verlenen, terwijl de dood van de hulpbehoevende volgt.

Het is een overtreding met een lichte strafmaat en er wordt zelden voor vervolgd. De signaalwaarde is wat telt: de wetgever heeft nalaten strafbaar gesteld en handelen niet.

Voor een BHV'er komt daar de arbeidsrechtelijke kant bij. Wie is aangewezen voor BHV-taken en die taak in een noodsituatie niet uitvoert, heeft daar tegenover de werkgever een verhaal over uit te leggen.

Zaakwaarneming en uw eigen schade

Nederland kent geen expliciete Good Samaritan-bepaling zoals veel Amerikaanse staten. Wat we wel hebben, werkt in de praktijk vaak beter.

De regeling van zaakwaarneming in artikel 6:198 en verder van het Burgerlijk Wetboek gaat over iemand die zich willens en wetens en op redelijke grond inlaat met de behartiging van andermans belang.

Dat is precies wat een hulpverlener doet. De zaakwaarnemer kan op grond van artikel 6:200 aanspraak maken op vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt en, onder omstandigheden, van de schade die hij daarbij heeft geleden.

De hulpverlener staat juridisch dus niet in de verdachtenbank maar aan de kant van degene die iets kan vorderen. Dat is het spiegelbeeld van het beeld waarmee de meeste mensen deze vraag stellen.

In praktijk

Bij een distributiecentrum werd een AED opgehangen bij de kantine, netjes in een kast, keurig aangemeld. Twee jaar later ging het alarm bij een medewerker in de expeditie. De AED gaf bij het openen meteen een storingssignaal: de elektroden waren twee maanden eerder verlopen. De reanimatie is met de AED van de buren voortgezet en goed afgelopen. De juridische vraag die daarna op tafel lag, ging niet over de hulpverlener maar over het onderhoudscontract dat na de garantieperiode nooit was verlengd.

Waar het werkgeversrisico wel zit

Als er in dit onderwerp een reeel aansprakelijkheidsrisico bestaat, dan is het dit. Niet het gebruik, maar de staat van het apparaat.

Artikel 6:173 van het Burgerlijk Wetboek legt aansprakelijkheid bij de bezitter van een roerende zaak die niet voldoet aan de eisen die men daaraan mag stellen en daardoor een bijzonder gevaar oplevert.

Een AED aan de muur wekt een verwachting. Wie hem ophangt, wekt de indruk dat er een werkend apparaat hangt, en mensen richten hun handelen daarop in.

Een AED met een lege batterij, verlopen elektroden of een storingsmelding die niemand heeft opgemerkt, is daarom het scenario waarin een werkgever zich moet verantwoorden. Wat er precies nodig is, staat in ons artikel over AED-onderhoud.

Het verweer is eenvoudig maar moet wel bestaan: een vastgelegde controlecyclus, een logboek met datum en paraaf, een vervangschema voor batterij en elektroden en een verantwoordelijke met naam. Zet die cyclus in uw keuringskalender, niet in het hoofd van een collega.

Preventiemedewerker legt de controle van de AED vast in het logboek

Aansprakelijkheid tegenover uw eigen BHV'er

De tweede richting wordt vaak vergeten. Niet uw aansprakelijkheid tegenover het slachtoffer, maar tegenover de medewerker die de hulp verleent.

Artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek maakt de werkgever aansprakelijk voor schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen.

BHV-taken zijn werkzaamheden. Een BHV'er die na een reanimatie met een slechte afloop psychische klachten ontwikkelt, kan die schade bij de werkgever neerleggen.

De zorgplicht vult u in met vier dingen: actuele opleiding, structurele herhaling, werkende middelen en georganiseerde nazorg. Ontbreekt een van die vier, dan wordt het lastig aan te tonen dat u aan de zorgplicht hebt voldaan.

Nazorg is een verplichting

Nazorg wordt in veel bedrijven als een vriendelijkheid gezien. Arbotechnisch is het een onderdeel van het beleid tegen psychosociale arbeidsbelasting.

Een reanimatie op de werkvloer is een schokkende gebeurtenis, zeker als het om een directe collega gaat. De verplichting rond psychosociale arbeidsbelasting vraagt van u dat u dat risico inventariseert en maatregelen treft.

Regel het praktisch en vooraf. Wie belt de betrokkene de volgende dag? Binnen welke termijn volgt een gesprek? Wanneer schakelt u de bedrijfsarts of professionele opvang in?

Neem ook de omstanders mee, niet alleen de BHV'er die de AED bediende. De collega die de reanimatie heeft zien gebeuren, komt in geen enkel protocol voor en heeft er vaak net zo veel last van.

Wat uw verzekering dekt

Een gangbare aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven dekt schade die aan de onderneming wordt toegerekend, inclusief handelen van werknemers in de uitoefening van hun functie.

BHV-inzet valt daar normaal gesproken onder. Toch is het verstandig om twee dingen expliciet te doen.

Meld bij uw verzekeraar dat u een AED hebt, waar die hangt en dat u BHV'ers opleidt en herhaalt. Vraag daarnaast schriftelijk bevestigd of inzet buiten uw eigen terrein, bijvoorbeeld via burgerhulpverlening op straat, ook onder de dekking valt.

Dit is een polisvraag en geen juridische zekerheid. Wij zijn geen juristen en dit artikel beschrijft het wettelijke kader in algemene zin. Laat bij een concreet geschil altijd naar uw eigen polis en situatie kijken.

Registreren en privacy na een inzet

Na een inzet ontstaan er gegevens, en die vragen om terughoudendheid.

Leg intern vast wat u nodig hebt om te leren en om aan te tonen dat de middelen werkten: datum en tijd, locatie, wie erbij waren, welke middelen zijn gebruikt en of het apparaat correct functioneerde.

Beperk medische gegevens tot het absolute minimum. Een AED slaat zelf gegevens op over het ritme en de afgegeven schokken. Die data hoort bij de zorgketen en niet in een map die leidinggevenden openen.

Of het incident in uw wettelijke ongevallenregister hoort, hangt ervan af of het een arbeidsongeval betreft. Een hartstilstand met een medische oorzaak is dat doorgaans niet. Registreer de inzet dan apart, met een eigen bewaartermijn en beperkte toegang.

Vervang na elke inzet de elektroden en controleer de batterij, ook als het apparaat het gewoon deed. Zet die actie als vaste stap in het protocol, want dit is het moment waarop het vergeten wordt.

In vijf stappen op orde

Begin met het wegnemen van de angst bij uw eigen mensen. Leg in de BHV-instructie kort uit dat het apparaat zelf beslist over de schok en dat er in Nederland geen bekende zaak is waarin een hulpverlener hiervoor aansprakelijk is gesteld.

Leg daarna het onderhoud vast: controlefrequentie, logboek, vervangschema voor batterij en elektroden, en een verantwoordelijke met naam en een plaatsvervanger.

Zorg vervolgens dat opleiding en herhaling actueel zijn en aantoonbaar. Dat is niet alleen goed voor de kwaliteit van de hulp, het is ook het bewijs van uw zorgplicht.

Regel de nazorg voordat u hem nodig hebt, met een concreet belmoment en een route naar professionele opvang.

Meld tot slot uw AED aan bij HartslagNu en informeer uw verzekeraar. Wie deze vijf stappen heeft gezet, heeft het reele risico afgedekt en hoeft over het denkbeeldige risico niet meer te discussieren.

Veelgestelde vragen

In de praktijk niet. Aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek vereist onrechtmatig en verwijtbaar handelen, schade en een causaal verband. Bij een persoon met een circulatiestilstand is de uitgangssituatie al levensbedreigend, en wie de gesproken instructies van het apparaat en de 112-centralist volgt, handelt naar wat van een redelijk mens verwacht mag worden. Een slechte afloop maakt uw handelen niet onrechtmatig.

De kans is klein. Een AED analyseert zelf het hartritme en geeft alleen een schok af bij een schokbaar ritme, zoals ventrikelfibrilleren. Bij een normaal ritme of een asystolie geeft het apparaat geen schok, ook niet als u op de knop drukt. Ribbreuken bij het borstcompressies geven komen voor en zijn geen fout, maar een bekend gevolg van correct uitgevoerde reanimatie.

Niet in de Amerikaanse vorm van een expliciete immuniteitsbepaling voor hulpverleners. Nederland komt tot hetzelfde resultaat langs een andere weg: het algemene aansprakelijkheidsrecht stelt verwijtbaarheid als voorwaarde, en de regeling van zaakwaarneming in artikel 6:198 en verder geeft de hulpverlener juist aanspraak op vergoeding van gemaakte kosten en geleden schade.

Dat kan. Artikel 450 van het Wetboek van Strafrecht stelt het nalaten van hulp aan iemand in levensgevaar strafbaar, mits die hulp zonder gevaar voor uzelf of anderen mogelijk was en het slachtoffer daarna overlijdt. Het is een licht delict en er wordt zelden voor vervolgd, maar juridisch is het opvallend dat wegkijken wel een strafbepaling kent en helpen niet.

Dan verschuift het risico naar de bezitter. Artikel 6:173 van het Burgerlijk Wetboek legt aansprakelijkheid bij de bezitter van een gebrekkige zaak die een bijzonder gevaar oplevert. Een AED met lege batterij of verlopen elektroden is de situatie waarin een werkgever wel een reeel probleem heeft. Vastgelegd periodiek onderhoud is dus geen formaliteit maar uw belangrijkste verweer.

Als werkgever bent u op grond van artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor schade die werknemers in de uitoefening van hun werkzaamheden lijden, tenzij u aantoont dat u aan uw zorgplicht hebt voldaan. BHV-taken vallen daaronder. Die zorgplicht vult u in met opleiding, herhaling, werkende middelen en nazorg na een ingrijpende inzet.

Voor de wettelijke lijst van arbeidsongevallen geldt dat u het incident registreert als het een arbeidsongeval betreft met meer dan drie werkdagen verzuim. Een hartstilstand door een medische oorzaak is dat meestal niet. Leg de inzet los daarvan wel intern vast: datum, tijd, wie erbij was en welk materiaal is gebruikt. Beperk medische gegevens tot het minimum en beperk de toegang.

Een gangbare aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven dekt schade die aan uw onderneming wordt toegerekend, inclusief handelen van werknemers in functie. BHV-inzet valt daar normaal gesproken onder. Controleer de polisvoorwaarden en meld bij uw verzekeraar dat u een AED hebt en BHV'ers opleidt. Dit is een polisvraag en geen juridische zekerheid, dus laat het bij twijfel toetsen.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora