Waarom nazorg een protocol nodig heeft
Over de inzet van een AED is veel geschreven: waar hij hangt, wie hem mag gebruiken, hoe snel hij bij het slachtoffer moet zijn. Over wat er ná de inzet gebeurt, is opvallend weinig vastgelegd.
Dat is een blinde vlek met gevolgen. Een AED die net is gebruikt, is namelijk niet meer inzetgereed. De elektroden zijn verbruikt, de batterij heeft capaciteit ingeleverd en het toestel staat mogelijk nog in een andere hoek van het pand dan waar het hoort.
Daar komt bij dat de mensen die hebben gereanimeerd niet dezelfde dag verdergaan alsof er niets is gebeurd. Nazorg gaat dus over twee dingen tegelijk: het toestel weer op scherp, en de medewerkers weer op adem.
De eerste minuten na overdracht
Zodra de ambulance het slachtoffer overneemt, valt de spanning weg en verdwijnt de structuur. Precies daar gaan dingen verloren: het toestel blijft liggen, niemand weet wie de leiding heeft en de gebruikte elektroden verdwijnen in een afvalbak.
Spreek daarom één rol af die op dat moment ingaat. Meestal is dat het hoofd BHV of de dienstdoende ploegleider, en die persoon heeft drie taken: toestel veiligstellen, hulpverleners opvangen, en de rest van de locatie laten weten dat het incident voorbij is.
Geef de ambulanceverpleegkundige de kans om het toestel te bekijken of de data mee te nemen. Zij kunnen de geregistreerde hartritmes direct plaatsen in het beeld van het slachtoffer, en die informatie is in het ziekenhuis van waarde.
Laat het toestel daarna niet los op een tafel achter. Breng het naar één vaste plek, bijvoorbeeld bij de EHBO-voorziening, en markeer het duidelijk als niet inzetgereed.
Het toestel: elektroden en batterij
Elektroden zijn voor eenmalig gebruik, zonder uitzondering. De geleidende gel droogt uit zodra de verpakking open is en raakt vervuild door contact met huid, zweet en eventueel bloed. Hergebruik betekent onbetrouwbare geleiding op het moment dat het erop aankomt.
Dat geldt ook wanneer de AED uiteindelijk geen schok heeft geadviseerd. De pads hebben dan wel contact gemaakt en zijn dus verbruikt. Plaats een nieuwe set en voer de oude af volgens de instructie van de leverancier.
De batterij is het tweede punt en het minst zichtbare. Elke afgegeven schok kost capaciteit, en bij een reanimatie die lang duurt kunnen dat er veel zijn. Bij toestellen met een niet-oplaadbare batterij kan één inzet genoeg zijn om vervanging nodig te maken.
Vertrouw daarbij niet op het groene statuslampje alleen. Dat lampje zegt dat de zelftest is geslaagd, niet dat er nog voldoende capaciteit is voor een volledige volgende inzet. Lees de status uit zoals beschreven in ons artikel over AED-onderhoud.
De gegevens uit het toestel
Een moderne AED registreert wat er is gebeurd: het hartritme, de momenten waarop een schok is geadviseerd en afgegeven, en vaak ook de kwaliteit van de thoraxcompressies. Die eventlog is medisch bruikbaar en juridisch relevant.
Zorg dat de data wordt uitgelezen voordat het toestel opnieuw wordt gebruikt. Bij sommige modellen overschrijft een volgende inzet de oudste gegevens, en dan is de reconstructie van dit incident weg.
Laat het uitlezen doen door uw leverancier of beheerder en niet door een collega met een kabel. Zij beschikken over de juiste software en weten welke bestanden ze veilig kunnen overdragen aan de zorgverlener.
Privacy rond de opgeslagen data
De geregistreerde hartritmes zijn gegevens over de gezondheid van een identificeerbaar persoon. Daarmee vallen ze onder de bijzondere categorieën persoonsgegevens van de Algemene verordening gegevensbescherming, waarvoor een verwerkingsverbod met beperkte uitzonderingen geldt.
Praktisch betekent dit dat u de data deelt met de ambulancedienst of de behandelend arts, en met niemand anders binnen uw organisatie. Niet met de leidinggevende, niet met HR, en niet als bijlage bij een incidentrapport dat intern rondgaat.
Wat u intern wél vastlegt, is de feitelijke gang van zaken: tijdstip van de melding, wie de AED heeft gehaald, hoe lang het duurde tot de eerste schok, wanneer de ambulance arriveerde. Dat zijn procesgegevens en geen medische gegevens.
HartslagNu bijwerken
Is uw AED aangemeld bij HartslagNu, het landelijke reanimatienetwerk, dan hoort de status daar bijgewerkt te worden zodra het toestel niet inzetgereed is.
De reden is direct: het systeem stuurt burgerhulpverleners naar de AED die het dichtst bij een melding hangt. Staat uw toestel als beschikbaar geregistreerd terwijl de elektroden ontbreken, dan verliest iemand in de buurt minuten die hij niet heeft.
Zet het toestel dus op niet beschikbaar, en zet het terug op beschikbaar zodra de nieuwe set is geplaatst en de zelftest schoon is. Neem die twee handelingen expliciet op in uw nazorgprotocol, want ze worden bijna altijd vergeten.
Hoe de aanmelding en het beheer van die registratie werken, staat in ons artikel over het aanmelden van uw AED bij HartslagNu.
Controle door leverancier of beheerder
Een AED voert dagelijks of wekelijks een zelftest uit en meldt afwijkingen met een pieptoon of een rood signaal. Na een echte inzet is een menselijke controle daarnaast verstandig.
Tijdens een reanimatie gaat het hard. Toestellen vallen, kabels worden getrokken en kasten worden geforceerd. Schade aan de behuizing of aan de connector wordt niet altijd door de zelftest opgemerkt.
Laat uw leverancier daarom de eventlog uitlezen, de batterijstatus beoordelen en het toestel visueel nakijken. Combineer dat bezoek met het bijwerken van uw registratie, zodat u niet twee keer administratie doet. Wat de periodieke controle normaal omvat, staat in ons artikel over de AED-keuring.
Nazorg voor de betrokken medewerkers
Een reanimatie is een ingrijpende ervaring, ook bij een goede uitkomst. Wie de compressies heeft gegeven aan een collega die hij jaren kent, gaat daar niet dezelfde middag mee verder.
De verplichting hiervoor is niet vaag. Artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet vraagt een beleid gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden, en het Arbobesluit werkt dat in de bepalingen over psychosociale arbeidsbelasting nader uit. Nazorg na een incident hoort daar expliciet bij.
Organiseer minimaal twee momenten. Een kort gesprek binnen 48 uur waarin u vraagt hoe het gaat en niet wat er gebeurd is, en een tweede moment na een of twee weken waarin ruimte is voor wat dan is opgekomen.
Wat helpt en wat niet
Vermijd een groepsevaluatie als eerste moment. Wie nog in de eerste reactie zit, vertelt in een zaal met twaalf mensen niet wat hij werkelijk heeft meegemaakt.
Bied de mogelijkheid van een gesprek met de bedrijfsarts of een vertrouwenspersoon actief aan, en wacht niet tot iemand erom vraagt. Dat laatste gebeurt in de praktijk zelden, ook als de behoefte er is.
Wees ook alert op de collega's die niet hebben gereanimeerd maar er wel bij stonden. Zij vallen buiten de lijst van betrokkenen en houden er soms meer aan over dan de hulpverleners zelf. Meer hierover in ons artikel over psychosociale arbeidsbelasting.
Bij een expeditiebedrijf werd een medewerker op de vloer gereanimeerd en overleefde. De AED ging na het incident terug in de kast met de gebruikte elektroden erin, omdat niemand wist dat die eenmalig zijn. Elf dagen later kwam er een melding uit HartslagNu voor een adres om de hoek; de burgerhulpverlener trof een toestel aan dat niet kon worden gebruikt. Sindsdien hangt er een tweede set elektroden in de kast en staat op de deur één kaartje met vier handelingen na gebruik.
Registreren en eventueel melden
Leg de inzet altijd intern vast, ook als er geen wettelijke meldingsplicht is. U beschrijft daarin de tijdlijn, de ingezette middelen en de acties daarna, en niet de medische toestand van het slachtoffer.
De meldingsplicht zelf is beperkter dan veel mensen denken. Artikel 9 van de Arbowet verplicht u een arbeidsongeval met ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden direct te melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Een hartstilstand met een onderliggende medische oorzaak is geen arbeidsongeval en valt daar dus buiten.
Was er wel een arbeidsgebonden oorzaak, bijvoorbeeld een elektrische stroomdoorgang of een beknelling, dan geldt de meldingsplicht onverkort en begint de termijn direct te lopen. Hoe die melding verloopt, staat in ons artikel over het melden van een bedrijfsongeval.
Neem het incident daarnaast op in uw ongevallenregister als er verzuim uit volgt. Dat register is verplicht op grond van hetzelfde artikel 9 en wordt bij een inspectie standaard opgevraagd.
Evalueren zonder schuldvraag
Een evaluatie na een inzet levert bijna altijd verbeterpunten op, en bijna nooit een schuldige. Richt het gesprek daarom op het proces en niet op de personen.
De nuttige vragen zijn eenvoudig. Hoe lang duurde het voordat de AED bij het slachtoffer was? Wist iedereen waar hij hing? Kwam de melding bij de juiste mensen terecht? Was er iemand bij de ingang om de ambulance te begeleiden?
Uit die vragen komen meestal praktische uitkomsten: een extra bordje, een tweede toestel bij de verste gang, een aanpassing in de alarmering. Ons artikel over BHV-alarmering gaat in op dat laatste punt.
Neem de uitkomsten ook mee naar de volgende oefening. Een geoefend scenario dat is gebaseerd op uw eigen incident, doet meer dan een standaardcasus uit een lesboek. Zie ook ons artikel over de frequentie van BHV-oefeningen.
Voorraad, kosten en doorlooptijd
De kosten van weer inzetgereed komen neer op een set elektroden, en bij een lange reanimatie mogelijk een batterij. Dat is in verhouding tot de rest van uw veiligheidsbudget een klein bedrag, en het is het slechtste bedrag om op te besparen.
Houd standaard een tweede set elektroden bij elk toestel. Zonder voorraad bent u afhankelijk van levering, en dan is uw locatie enkele werkdagen zonder AED terwijl u dat op papier wel heeft geregeld.
Zet de vervangingsdata van elektroden en batterij in dezelfde planning als uw overige keuringen. Hoe u dat praktisch inricht, staat in ons artikel over de keuringskalender, en de kostenkant komt aan de orde in ons artikel over de kosten van een AED.
Het nazorgprotocol op papier
Alles hierboven werkt alleen als het op één A4 staat, op de plek waar het toestel hangt. Niemand zoekt na een reanimatie in een handboek.
Zet daar vier blokken op: toestel, gegevens, mensen, administratie. Onder elk blok maximaal drie handelingen met een naam of rol erbij, want een taak zonder eigenaar wordt niet uitgevoerd.
Neem het protocol op als bijlage bij uw BHV-plan en loop het bij de jaarlijkse herhaling kort door. Dat kost vijf minuten en voorkomt de situatie waarin uw AED weken als beschikbaar staat geregistreerd zonder dat hij dat is.
Controleer tot slot of uw beleid aansluit bij de actuele reanimatierichtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad. Die richtlijnen bepalen mede wat u van uw opgeleide medewerkers kunt verwachten, en dus ook wat u na een inzet met hen doorneemt. Ons artikel over de vraag of een AED verplicht is zet dat kader compleet op een rij.
Veelgestelde vragen
Ja, altijd. Elektroden zijn voor eenmalig gebruik: de gel is na plaatsing op de huid uitgedroogd of vervuild en de geleiding is niet meer betrouwbaar. Dit geldt ook als het toestel uiteindelijk geen schok heeft afgegeven, want de pads hebben dan wel contact gemaakt. Plaats direct een nieuwe set en leg de oude niet terug in de kast.
Alleen nadat nieuwe elektroden zijn geplaatst, de batterijstatus is gecontroleerd en de zelftest zonder melding is doorlopen. Bij toestellen met een niet-oplaadbare batterij kan een reeks schokken zoveel capaciteit hebben gekost dat de batterij eveneens moet worden vervangen. Kijk niet alleen naar het groene lampje maar naar de status die het toestel of de beheersoftware meldt.
Alleen als er sprake is van een arbeidsongeval met ernstig lichamelijk of blijvend letsel, ziekenhuisopname of overlijden. Een hartstilstand door een onderliggende medische oorzaak is geen arbeidsongeval en valt dus niet onder de meldingsplicht van artikel 9 van de Arbowet. Was er wel een arbeidsgebonden oorzaak, bijvoorbeeld een stroomdoorgang of een beknelling, dan geldt de meldingsplicht onverkort.
De gegevens zijn bijzondere persoonsgegevens over gezondheid. Deel ze met de ambulancedienst of de behandelend arts, omdat die er medische waarde aan kunnen toekennen. Geef ze niet aan leidinggevenden, HR of collega's, en neem ze niet integraal op in een incidentrapport. Wat u intern vastlegt, is de gang van zaken en niet het hartritme van een individu.
Er staat geen termijn in de wet, maar de norm die u zichzelf oplegt hoort kort te zijn. Met een tweede set elektroden op voorraad is het toestel binnen een uur weer inzetgereed. Moet u wachten op levering, houd dan rekening met enkele werkdagen en regel in de tussentijd een vervangend toestel of een tijdelijke aanpassing van uw noodplan.
Dat hoort zo te zijn, maar in de praktijk gebeurt het lang niet altijd. Een reanimatie is een ingrijpende gebeurtenis, ook als die goed afloopt. De werkgever heeft op grond van artikel 3 van de Arbowet en de PSA-bepalingen in het Arbobesluit de plicht om maatregelen te nemen tegen psychosociale arbeidsbelasting. Een gesprek binnen 48 uur en een tweede moment na een of twee weken is het minimum.
Als uw AED daar is aangemeld wel. Zet het toestel tijdelijk op niet beschikbaar zolang het niet inzetgereed is, en meld het weer aan zodra nieuwe elektroden zijn geplaatst. Doet u dat niet, dan kan het systeem burgerhulpverleners naar een toestel sturen dat niet werkt, en dat kost bij een volgende melding in de buurt kostbare minuten.
Het toestel voert zelf een test uit en meldt afwijkingen, maar een controle door uw leverancier of beheerder is na een echte inzet verstandig. Die kan de eventlog uitlezen, de batterij beoordelen en vaststellen of het toestel is gevallen of beschadigd tijdens de hectiek. Combineer dat moment met het bijwerken van uw onderhoudsregistratie.