Energieopslag of batterij-installatie? PGS 37 wordt per 2027 wettelijk verplicht. PGS 37 verplicht 2027. · Nu inrichten is goedkoper dan achteraf aanpassen Hoe het werkt →

PGS 13 en de ammoniak koelinstallatie in uw magazijn

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 18 september 2026 · Leestijd 11 minuten
Relevant voor

Een koel- of vriesmagazijn met ammoniak als koudemiddel valt onder PGS 13, de richtlijn voor ammoniak in koelinstallaties en warmtepompen. Die stelt eisen aan de machinekamer, aan gasdetectie, aan onderhoud en aan het scenario bij een lekkage. Daarbovenop gelden de Arbowet voor blootstelling en het Warenwetbesluit drukapparatuur voor de drukvaten en leidingen.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Waarom ammoniak en waarom apart

In vrijwel elk groot koel- en vriesmagazijn in Nederland draait de koeling op ammoniak. Het is thermodynamisch het efficiëntste koudemiddel dat er is, het is goedkoop en het belast het klimaat niet.

Diezelfde stof is giftig bij inademing en bij hogere concentraties brandbaar. Dat maakt de installatie niet gevaarlijker dan een andere, maar wel anders: het risico zit niet in het apparaat maar in wat eruit kan komen.

Daarom valt ammoniak buiten de kaders die voor synthetische koudemiddelen gelden. Er is geen F-gassencertificaat en geen CO2-equivalentberekening, maar wel een eigen richtlijn met zwaardere eisen aan opstelling, detectie en scenario's.

Voor een magazijnorganisatie betekent dat vooral één ding: de koelinstallatie is geen technische voorziening die bij de installateur hoort, maar een onderdeel van uw eigen veiligheidsdossier.

Koel- en vriesmagazijn met opslag in stellingen en intern transport

Wat PGS 13 is

PGS 13 is de richtlijn uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen over ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen. De huidige uitgave is PGS 13:2021, in 2026 geactualiseerd naar versie 1.1.

De reeks werkt met doelen en maatregelen. Per scenario, bijvoorbeeld een lekkage in de machinekamer of een breuk in een leiding, staat welk doel wordt nagestreefd en met welke maatregelen dat wordt bereikt.

Belangrijk detail: PGS 13 kent het gelijkwaardigheidsbeginsel. U mag andere maatregelen treffen dan de richtlijn noemt, mits u aantoont dat het beschermingsniveau gelijkwaardig is. Dat aantonen ligt bij u, niet bij het bevoegd gezag.

De richtlijn richt zich niet alleen op techniek. Een aanzienlijk deel gaat over organisatie: wie is verantwoordelijk, hoe wordt onderhoud geborgd, hoe verloopt de alarmering en hoe is de samenwerking met de hulpdiensten geregeld.

Wanneer PGS 13 voor u geldt

PGS 13 is zelf geen wet. De richtlijn wordt bindend doordat het bevoegd gezag haar van toepassing verklaart, via het Besluit activiteiten leefomgeving of via voorschriften in uw omgevingsvergunning.

Voor de meeste koel- en vriesmagazijnen loopt dat via de milieubelastende activiteit in de vergunning. Wat daar precies staat, verschilt per locatie en per vergunningsjaar, en dat is de eerste plek om te kijken. Ons artikel over de omgevingsvergunning voor magazijnen beschrijft hoe u die voorschriften terugvindt.

Daarnaast werkt PGS 13 door via de Arbowet. Ook zonder expliciete verwijzing in een vergunning is de richtlijn de erkende stand van de techniek, en daarmee de maatlat waarlangs de Arbeidsinspectie uw maatregelen legt.

De praktische conclusie: de vraag is zelden óf PGS 13 relevant is, maar welke onderdelen bij uw installatiegrootte en opstelling horen.

Eisen aan de machinekamer

Het zwaartepunt van PGS 13 ligt bij de opstellingsruimte. De gedachte erachter is dat een lekkage zich laat beheersen zolang hij zich in een daarvoor ingerichte ruimte voordoet.

Een machinekamer is geen verblijfsruimte en geen opslagruimte. Er wordt gewerkt aan de installatie en verder niets, en dat betekent ook dat er niets mag staan wat er niet hoort.

De ruimte moet mechanisch worden geventileerd, met een capaciteit die is afgestemd op de hoeveelheid ammoniak in de installatie. De ventilatie hoort bovendien automatisch op te schakelen bij een detectiemelding.

Deuren draaien naar buiten open en zijn van binnenuit zonder sleutel te openen. Bediening van noodvoorzieningen, zoals de noodstop en de ventilatieschakelaar, zit buiten de ruimte, zodat niemand een ruimte met een lekkage in hoeft om hem te stoppen.

Ten slotte de persoonlijke bescherming. Vluchtmaskers en beschermingsmiddelen horen buiten de machinekamer te hangen, bereikbaar en gecontroleerd, met een vaste inspectietermijn.

Gasdetectie en alarmering

Gasdetectie is het onderdeel waarop de geactualiseerde PGS 13 het duidelijkst is geworden. Continue bewaking van de machinekamer is uitgangspunt, met minimaal twee detectoren.

Detectie werkt in twee niveaus. Een eerste melding bij een lage concentratie schakelt de ventilatie op en waarschuwt de verantwoordelijke. Een tweede, hogere melding leidt tot alarmering, uitschakeling van de installatie en ontruiming van de betrokken zone.

De plaatsing volgt de installatie. Detectie hoort te zitten waar ammoniak zich verzamelt en bij de onderdelen waar lekkage het meest waarschijnlijk is: compressoren, afsluiters, flenzen en pompen.

Wat er in de praktijk misgaat, zit zelden in de aanwezigheid van detectie en vrijwel altijd in het beheer ervan. Sensoren hebben een beperkte levensduur en moeten periodiek worden gekalibreerd volgens de opgave van de fabrikant.

Daarbij hoort een testregime dat wordt vastgelegd: wanneer is er getest, met welk testgas, wat was de afwijking en wat is er gedaan. Een detectiesysteem zonder kalibratiehistorie is bij een onderzoek geen maatregel maar een aanname.

Gasdetectiesensor voor continue bewaking van een technische ruimte

Drukapparatuur en keuring

Naast PGS 13 loopt een tweede spoor dat vaak wordt vergeten: de installatie bevat drukhoudende delen en die vallen onder eigen wetgeving.

Het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 regelt de beoordeling van drukvaten, leidingen en veiligheidsappendages. Afhankelijk van het volume, de druk en de indeling van de stof geldt een keuring vóór ingebruikname en een periodieke herkeuring door een aangewezen keuringsinstelling.

Dat is geen onderhoud maar een wettelijke keuring met een vastgestelde termijn. De termijn staat in de beoordeling zelf en wordt niet bepaald door uw onderhoudscontract. Ons artikel over de keuring van drukapparatuur gaat in op de indeling en de termijnen.

De veiligheidsappendages verdienen daarbij aparte aandacht. Overdrukbeveiligingen en afblaasleidingen bepalen waar ammoniak terechtkomt als de druk oploopt, en die afblaas hoort op een plek uit te komen waar niemand staat.

Wat de Arbowet daarnaast eist

PGS 13 dekt de installatie, de Arbowet dekt de mensen eromheen. Beide sporen lopen naast elkaar en vullen elkaar aan.

Het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht u in hoofdstuk 4 om blootstelling aan gevaarlijke stoffen te beoordelen en zo laag mogelijk te houden. Voor ammoniak geldt een wettelijke grenswaarde van 14 mg/m³ als achturig gemiddelde en 36 mg/m³ over vijftien minuten.

Die beoordeling hoort in uw RI&E te landen, met een nadere inventarisatie voor het scenario van een lekkage. Wat daarbij komt kijken, staat in ons artikel over gevaarlijke stoffen onder de Arbowet.

Omdat ammoniak bij voldoende hoge concentratie brandbaar is, hoort er ook een explosieveiligheidsbeoordeling te zijn. In de praktijk blijft de zonering beperkt tot de directe omgeving van de installatie, maar de beoordeling zelf moet er liggen. Zie ons artikel over het explosieveiligheidsdocument.

Tot slot de instructie. Medewerkers die in of nabij de koelruimtes werken, horen te weten hoe ammoniak ruikt, wat ze bij een melding moeten doen en waar de vluchtroutes lopen.

Onderhoud en logboek

Een ammoniakinstallatie hoort onder een onderhoudscontract te vallen bij een partij die aantoonbaar deskundig is op ammoniak. Dat is een andere competentie dan het onderhoud van een installatie op synthetisch koudemiddel.

Het onderhoud bestaat uit periodieke controle op lekdichtheid, beoordeling van de veiligheidsvoorzieningen, controle van de detectie en de ventilatie, en registratie van de hoeveelheid bijgevuld koudemiddel.

Die bijvulling is een belangrijk signaal. Een installatie die structureel moet worden bijgevuld, lekt, ook als er geen detectiemelding is geweest. Het logboek maakt dat patroon zichtbaar, mits het consequent wordt bijgehouden.

In het logboek hoort verder elke storing, elke ingreep, elke detectiemelding en elke test. Dat is niet alleen een PGS-eis; het is het enige document waarmee u later kunt laten zien dat de installatie onder controle was.

Anders dan bij synthetische koudemiddelen is er voor ammoniak geen verplichte lekcontrolefrequentie op basis van CO2-equivalent. Het verschil met dat regime beschrijven we in ons artikel over F-gassen en lekcontrole.

Het lekkagescenario

De meeste organisaties hebben een ontruimingsplan dat is geschreven voor brand. Een ammoniaklekkage vraagt deels het tegenovergestelde gedrag, en dat is precies waarom het scenario apart hoort te worden uitgewerkt.

Bij een lekkage in de buitenlucht is wegblijven uit de damppluim leidend, wat betekent dat de verzamelplaats bovenwinds moet liggen. Een vaste verzamelplaats die toevallig benedenwinds ligt, werkt dan tegen u.

Binnen geldt dat niemand een ruimte met een melding in gaat zonder ademhalingsbescherming, ook niet om de installatie uit te zetten. Daarvoor zit de noodstop buiten.

De BHV-organisatie hoort dit scenario te kennen en te oefenen. Het is een van de weinige scenario's waarbij de eerste actie niet blussen of redden is, maar afstand houden en de brandweer informeren over de stof en de hoeveelheid. Ons artikel over het BHV-plan beschrijft hoe u scenario's daarin opneemt.

Leg ten slotte vast welke informatie de hulpdiensten bij aankomst nodig hebben: de hoeveelheid ammoniak, de plattegrond met de machinekamer, de afsluiters en de plaats van de afblaas. Die informatie hoort buiten het pand beschikbaar te zijn, niet in een map binnen.

Vergunning en toezicht

Het toezicht op een ammoniakinstallatie is verdeeld over twee partijen, en dat verklaart waarom bedrijven soms twee verschillende verhalen horen.

De omgevingsdienst kijkt namens het bevoegd gezag naar de milieukant: de vergunningvoorschriften, de PGS 13-maatregelen en de gevolgen voor de omgeving bij een incident. De regels voor het tanken en opslaan van stoffen onder het Besluit activiteiten leefomgeving zijn toegelicht op het Informatiepunt Leefomgeving.

De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt naar de werknemerskant: blootstelling, instructie, veilige werkwijze en de RI&E. Bij een ongeval met letsel is dat de partij die onderzoek doet.

Beide vragen in de kern hetzelfde dossier op. Wie zijn PGS 13-beoordeling, keuringsrapporten, logboek en scenario-uitwerking op orde heeft, bedient beide toezichthouders met dezelfde stukken.

Wat u erbij wilt hebben is de laatste installatiebeoordeling met de bevindingen en de status van het herstel. Een bevinding die open staat zonder aantoonbare opvolging weegt zwaarder dan de bevinding zelf.

Wat in het dossier hoort

Voor een ammoniakinstallatie bestaat het dossier uit zes onderdelen die naar dezelfde installatie moeten verwijzen.

Ten eerste de installatiegegevens: type, bouwjaar, de hoeveelheid ammoniak in kilogram, het schema en de opstellingstekening met de machinekamer.

Ten tweede de vergunningvoorschriften of de van toepassing zijnde regels uit het Bal, met daarbij de vaststelling welke PGS 13-maatregelen daaruit volgen.

Ten derde de keuringsrapporten van de drukapparatuur, met de eerstvolgende herkeuringsdatum per object.

Ten vierde het onderhouds- en detectielogboek, inclusief kalibratiehistorie van de sensoren en de bijvulregistratie.

Ten vijfde de arbokant: de beoordeling van blootstelling in de RI&E, het explosieveiligheidsdocument en de instructieregistratie.

Ten zesde het scenario: de uitwerking in het calamiteitenplan, de verzamelplaatsen en het bewijs dat er is geoefend.

Hoe u het aanpakt

Begin met de eenvoudigste vraag die verrassend vaak niet direct te beantwoorden is: hoeveel kilo ammoniak zit er in de installatie. Dat getal bepaalt welke maatregelen van toepassing zijn en is het eerste dat een toezichthouder vraagt.

Haal daarna de vergunning erbij en markeer de voorschriften die over de koelinstallatie gaan. Zet die naast de maatregelen uit PGS 13 en stel vast waar het verschil zit.

Controleer vervolgens de twee onderdelen die het vaakst zijn verwaarloosd: de kalibratiehistorie van de gasdetectie en de herkeuringsdatum van de drukapparatuur. Beide zijn concreet en beide zijn snel te herstellen.

Werk daarna het lekkagescenario uit en oefen het één keer. Niet omdat het moet, maar omdat pas bij een oefening blijkt dat de verzamelplaats verkeerd ligt of dat niemand weet waar de noodstop zit.

Zet ten slotte de termijnen in hetzelfde overzicht als uw overige keuringen, zodat een herkeuring niet afhangt van een herinnering van de installateur. Hoe u dat opzet, staat in ons artikel over de keuringskalender voor het magazijn.

Keuringstermijnen en installatiedocumentatie van een koelinstallatie in een digitaal compliancedossier

Veelgestelde vragen

Nee. PGS 13 gaat specifiek over ammoniak als koudemiddel, aangeduid als R717. Werkt uw installatie op een synthetisch koudemiddel, dan valt die onder de F-gassenverordening met een eigen certificerings- en lekcontroleregime. Werkt hij op koolwaterstoffen of CO2, dan gelden weer andere kaders. De eerste vraag bij elke koelinstallatie is daarom welk koudemiddel erin zit en hoeveel kilo.

Omdat het thermodynamisch zeer efficiënt is en geen bijdrage levert aan de opwarming van de aarde of aan aantasting van de ozonlaag. Voor grote koel- en vriesinstallaties is het daardoor vaak de goedkoopste en duurzaamste keuze. Daar staat tegenover dat ammoniak giftig is en bij hogere concentraties brandbaar, en dat het daarom een zwaarder veiligheidsregime kent dan de synthetische alternatieven.

Uitgangspunt in PGS 13 is minimaal twee detectoren in de machinekamer, met continue bewaking. Het exacte aantal en de plaatsing volgen uit de opstelling: detectie hoort te zitten waar ammoniak zich bij een lek verzamelt en waar de installatiedelen met de grootste kans op lekkage staan. Het detectiesysteem moet bovendien zelf periodiek worden gekalibreerd, want een sensor die nooit is gecontroleerd geeft schijnzekerheid.

Op twee sporen. De drukhoudende delen, dus drukvaten, afsluiters en leidingen, vallen onder het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 en worden beoordeeld door een aangewezen keuringsinstelling met een vastgestelde herkeuringstermijn. Daarnaast hoort de installatie als geheel periodiek te worden beoordeeld op de PGS 13-maatregelen, doorgaans jaarlijks door een deskundige installateur en met een grotere intervalcontrole daarbovenop.

Alleen boven aanzienlijke hoeveelheden. Voor watervrije ammoniak liggen de Seveso-drempels op 50 ton voor de lage en 200 ton voor de hoge drempel. Een koel- of vriesmagazijn heeft doorgaans een vulling in de orde van honderden tot enkele duizenden kilo's en blijft daar ruim onder. Dat betekent niet dat er niets geldt: de PGS 13-maatregelen en de Arbowetverplichtingen gelden onafhankelijk van die drempel.

De wettelijke grenswaarde bedraagt 14 mg/m³ als achturig tijdgewogen gemiddelde en 36 mg/m³ over een periode van vijftien minuten. Ammoniak is bij veel lagere concentraties al duidelijk ruikbaar, wat in de praktijk als vroeg signaal werkt. Dat is echter geen vervanging voor detectie, omdat de reukzin bij langdurige blootstelling afstompt en omdat een grote lekkage de ruimte sneller vult dan iemand kan reageren.

Nee. Een machinekamer is geen opslagruimte en geen verblijfsruimte. De ruimte moet vrij toegankelijk zijn voor bediening en onderhoud, de ventilatie mag niet worden belemmerd en er mag geen brandbaar materiaal staan dat het risico vergroot. Opslag in de machinekamer is een van de bevindingen die bij toezicht vrijwel altijd wordt genoteerd.

Werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit horen bij een installateur met aantoonbare deskundigheid op ammoniakinstallaties. Anders dan bij F-gassen bestaat er geen algemeen verplicht persoonscertificaat voor ammoniak, maar de Arbowet verlangt wel dat u werkzaamheden laat uitvoeren door deskundige personen en dat u dat kunt onderbouwen. Leg daarom vast welke partij het onderhoud doet en op welke kennis die claim rust.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora