Wat zijn F-gassen
F-gassen zijn gefluoreerde broeikasgassen. In een magazijn zitten ze vrijwel altijd in dezelfde plekken: de koelcel, de vriesruimte, de klimaatinstallatie van het kantoorgedeelte en soms een proceskoeling. Boven de 70 kW vallen diezelfde installaties daarnaast onder de vijfjaarlijkse EPBD-keuring, met een ander doel en een andere toezichthouder.
Het probleem met deze stoffen is hun klimaateffect. Een kilogram R404A draagt ongeveer 3.900 keer zoveel bij aan opwarming als een kilogram CO2. Een lek van enkele kilo's in een koelcel is daarmee klimaattechnisch vergelijkbaar met een flinke autorit per week, het hele jaar door.
Daarom kent de Europese Unie voor deze gassen een streng regime met lekcontroles, registratieplicht, certificering van monteurs en een afbouwpad dat uiteindelijk op nul uitkomt.
Voor een magazijnexploitant is dit een verplichting die makkelijk uit beeld raakt, omdat de koelinstallatie meestal in onderhoud is bij een externe partij. Toch bent u als exploitant degene op wie de verplichtingen rusten.
De verordening sinds maart 2024
De geldende regeling is Verordening (EU) 2024/573 van 7 februari 2024. Zij is van toepassing sinds 11 maart 2024 en heeft Verordening (EU) nr. 517/2014 ingetrokken.
Dat is meer dan een administratieve wisseling. Wie zijn onderhoudscontract of interne procedure nog op 517/2014 heeft gebaseerd, werkt met een ingetrokken kader. Controleer dat, want veel installatiebedrijven hebben hun documentatie pas gaandeweg bijgewerkt.
De systematiek van lekcontroles en registratie is grotendeels overgenomen. De belangrijkste wijzigingen zitten in het afbouwpad, in nieuwe verboden op het in de handel brengen, in de certificering en in de uitbreiding naar de zogenoemde HFO-koudemiddelen.
Die laatste uitbreiding is voor magazijnen relevant. Koudemiddelen als R1234ze vielen onder de oude verordening niet onder de lekcontroleplicht en vallen daar nu wel onder, via drempels in kilogrammen in plaats van in CO2-equivalent.
Wanneer geldt de controleplicht
De verplichting begint bij vijf ton CO2-equivalent aan koudemiddel uit bijlage I van de verordening, of bij één kilogram voor de stoffen uit bijlage II deel 1. Vanaf die grens moet de installatie periodiek op lekdichtheid worden gecontroleerd.
| Inhoud installatie | Zonder lekdetectie | Met lekdetectie |
|---|---|---|
| 5 tot 50 ton CO2-equivalent | elke 12 maanden | elke 24 maanden |
| 50 tot 500 ton CO2-equivalent | elke 6 maanden | elke 12 maanden |
| 500 ton CO2-equivalent of meer | elke 3 maanden | elke 6 maanden |
Let goed op de richting van dat laatste effect. Met een werkend lekdetectiesysteem wordt het interval verdubbeld, dus controleert u half zo vaak. Op veel websites staat het omgekeerde, en dat leidt tot onnodige controles of juist tot een te lange termijn.
Er geldt een uitzondering voor hermetisch gesloten apparatuur die als zodanig is geetiketteerd en minder dan tien ton CO2-equivalent bevat. Ga daar niet te snel van uit: een split-systeem waarvan het circuit op locatie is aangesloten, is doorgaans niet hermetisch gesloten.
Van kilogrammen naar CO2-equivalent
De drempels staan in CO2-equivalent, maar op uw installatie staat een vulling in kilogrammen. De omrekening is eenvoudig: vulling in kilogram maal de GWP-waarde, gedeeld door duizend, geeft de hoeveelheid in ton CO2-equivalent.
| Koudemiddel | GWP (indicatief) | 5 ton bereikt bij | 50 ton bereikt bij |
|---|---|---|---|
| R404A | 3.922 | 1,3 kg | 12,7 kg |
| R410A | 2.088 | 2,4 kg | 23,9 kg |
| R407C | 1.774 | 2,8 kg | 28,2 kg |
| R134a | 1.430 | 3,5 kg | 35,0 kg |
| R32 | 675 | 7,4 kg | 74,1 kg |
De GWP van zuivere stoffen staat in bijlage I van de verordening. Voor mengsels zoals R404A en R410A wordt de waarde berekend als het naar massa gewogen gemiddelde van de componenten, volgens de methode in bijlage VI. De waarden in de tabel zijn indicatief en bedoeld om een orde van grootte te geven.
Wat opvalt is hoe snel de drempel wordt bereikt. Eén koelcel met dertig kilo R404A zit al ruim in de halfjaarlijkse categorie, en met ruim honderd kilo komt u in de kwartaalcategorie met een verplicht lekdetectiesysteem.
Wanneer een lekdetectiesysteem verplicht is
Vanaf 500 ton CO2-equivalent, of vanaf honderd kilogram voor de stoffen uit bijlage II deel 1, is een lekdetectiesysteem verplicht voor stationaire koel-, klimaat-, warmtepomp- en brandbeveiligingsapparatuur.
Dat systeem is geen eenmalige investering die u daarna kunt vergeten. De verordening schrijft voor dat het lekdetectiesysteem zelf ten minste elke twaalf maanden wordt gecontroleerd op goede werking.
In grotere vriesdistributiecentra met een centrale installatie wordt die grens moeiteloos gehaald. Bij oudere installaties op R404A gebeurt dat al bij een vulling van ruim honderd kilogram, wat voor een centrale koelinstallatie bescheiden is.
Het loont om te rekenen. De stap van halfjaarlijks naar driemaandelijks controleren is een verviervoudiging van het aantal servicebezoeken per jaar, terwijl een lekdetectiesysteem dat weer terugbrengt naar twee.
Een lek gevonden en dan
Wordt bij een controle een lek geconstateerd, dan moet dat zonder onnodige vertraging worden gerepareerd. De verordening noemt geen vaste hersteltermijn in dagen.
De veelgenoemde termijn van veertien dagen komt uit Vlaamse regelgeving en geldt in Nederland niet. Neem die dus niet over in uw interne procedure, want u legt uzelf dan een norm op die niet uit deze verordening volgt.
Wat wel expliciet is geregeld, is de hercontrole. Die vindt op zijn vroegst plaats na 24 uur bedrijfstijd en in elk geval binnen één maand na de reparatie, uitgevoerd door een gecertificeerd persoon. Dat is een verandering ten opzichte van de oude verordening, waarin de hercontrole dezelfde dag mocht plaatsvinden.
Praktisch betekent dit dat een reparatie altijd twee bezoeken vraagt. Maak die afspraak vooraf met uw onderhoudspartij, anders blijft de hercontrole liggen en ontbreekt zij later in het register.
Wat er in het register moet staan
Voor elke installatie die onder de controleplicht valt, houdt u een afzonderlijk register bij. De verordening schrijft de inhoud daarvan voor.
| Vast te leggen | Toelichting |
|---|---|
| Hoeveelheid en type koudemiddel | Inclusief de bij installatie toegevoegde hoeveelheid apart vermeld |
| Bijgevulde hoeveelheden met datum | Bij onderhoud, service of na een lekkage |
| Teruggewonnen hoeveelheden | Bij service en bij buitendienststelling |
| Herkomst bij bijvullen | Nieuw, gerecycled of geregenereerd, met naam en adres van het bedrijf |
| Identiteit van de uitvoerder | Onderneming en natuurlijke persoon, met certificaatnummer |
| Datums en resultaten van de controles | Inclusief resultaten van eventuele lekreparaties |
| Maatregelen bij buitendienststelling | Terugwinning en verwijdering |
De bewaartermijn is ten minste vijf jaar. Die geldt zowel voor u als exploitant als voor de onderneming die het werk heeft uitgevoerd, die een kopie moet bewaren.
Een digitaal register is toegestaan, mits het bij een controle ter plaatse raadpleegbaar is. In de praktijk is het punt waarop het misgaat bijna altijd hetzelfde: het certificaatnummer van de uitvoerende monteur ontbreekt. Vraag daar expliciet om bij elk servicerapport.
Wie mag aan uw installatie werken
Lekcontroles, onderhoud, reparatie, installatie en buitendienststelling zijn voorbehouden aan gecertificeerde personen die werken voor een gecertificeerde onderneming.
In Nederland loopt persoonscertificering via BRL 200 en bedrijfscertificering via BRL 100, met Rijkswaterstaat als schemabeheerder. Het stelsel is herzien: de oude categorieen I tot en met IV maken plaats voor de aanduidingen A1, A2, B, C, D en E, waarbij E uitsluitend ziet op lekcontrole zonder het koudemiddelcircuit te openen.
De controleplicht ligt ook bij de opdrachtgever
Voor u als magazijnexploitant is één bepaling in het bijzonder van belang. De verordening schrijft voor dat een onderneming werkzaamheden pas mag uitbesteden nadat zij heeft vastgesteld dat de opdrachtnemer over de vereiste certificaten beschikt.
Dat is dus geen vrijblijvende aanbeveling. Vraag om het certificaatnummer van zowel het bedrijf als de monteur en verifieer dat in het Centraal Register Techniek. Leg de uitkomst vast, net zoals u dat doet bij andere uitbestede keuringen.
Nog een aandachtspunt: koudemiddelen mogen uitsluitend worden verkocht aan gecertificeerde personen of ondernemingen. U kunt als exploitant dus niet zelf een cilinder inkopen om die te laten bijvullen.
Verboden koudemiddelen en de afbouw
Naast de controleplicht kent de verordening een reeks verboden die stapsgewijs ingaan. Voor magazijnen zijn drie momenten bepalend.
Sinds 1 januari 2025 mag nieuw geproduceerd koudemiddel met een GWP van 2.500 of hoger niet meer worden gebruikt voor onderhoud of service van koelapparatuur. Dat raakt direct R404A en R507A. Geregenereerd of gerecycled koudemiddel mag nog wel, maar die uitzondering vervalt op 1 januari 2030.
Sinds 1 januari 2026 geldt hetzelfde verbod voor klimaatregelingsapparatuur en warmtepompen. Let op: dat verbod betreft de grens van 2.500, dus het veelgebruikte R410A met een GWP van ruim 2.000 valt er niet onder. Op dat punt circuleren onnodig alarmerende verhalen.
Het derde moment is 1 januari 2032. Vanaf dan geldt voor service van stationaire koelapparatuur een grens van 750. Dat raakt R134a en R407C, maar ook de populaire R404A-vervangers uit de 448- en 449-familie. Wie nu retrofit naar zo'n middel koopt daarmee tijd, geen eindoplossing.
Daarnaast halveert de beschikbare hoeveelheid HFK's op de Europese markt vanaf 2027 ten opzichte van de huidige periode, op weg naar nul in 2050. Reken dus op oplopende prijzen en beperkte beschikbaarheid, ook voor middelen die formeel nog zijn toegestaan.
Natuurlijke koudemiddelen als uitweg
Steeds meer gekoelde distributiecentra stappen over op natuurlijke koudemiddelen: CO2, ammoniak of koolwaterstoffen. Die vallen niet onder de F-gassenverordening en kennen dus geen lekcontroleplicht en geen registerplicht op grond van deze verordening.
Dat betekent niet dat er geen regels gelden. Sinds de herziening strekt de certificeringsplicht zich uitdrukkelijk ook uit tot werkzaamheden aan installaties met natuurlijke koudemiddelen. Uw monteur heeft dus nog steeds een certificaat nodig, alleen in een andere categorie.
Belangrijker is dat het juridische regime kantelt. Koelinstallaties met meer dan tien kilogram CO2, meer dan vijf kilogram koolwaterstoffen of meer dan tien kilogram ammoniak vallen wel onder het Besluit activiteiten leefomgeving, met eigen eisen. Boven honderd kilogram koolwaterstoffen of 1.500 kilogram ammoniak komt bovendien een omgevingsvergunning in beeld.
Daar komt de veiligheidskant bij. Ammoniak is giftig en koolwaterstoffen zijn brandbaar, wat gevolgen heeft voor uw RI&E, voor ventilatie en mogelijk voor ATEX-zonering. Een overstap is dus een integrale afweging, geen enkelvoudige technische keuze.
Toezicht en handhaving
Het toezicht ligt bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en bij de regionale omgevingsdiensten. De ILT noemt koelhuizen expliciet als doelgroep.
Bij een controle wordt gekeken of de installatie lekkages vertoont, of de administratie op orde is, of de betrokken bedrijven en monteurs de juiste certificaten hebben, of er voldoende vaak lekcontroles zijn uitgevoerd en of de vereiste voorzieningen aanwezig zijn.
De verplichtingen zijn nationaal verankerd in het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen, dat berust op de Wet milieubeheer. Overtreding daarvan is aangemerkt als economisch delict, wat betekent dat naast bestuursrechtelijke handhaving ook strafrechtelijke vervolging mogelijk is.
In de praktijk begint het bijna altijd bij het register. Ontbrekende controledatums of een onbekend certificaatnummer zijn het eerste waar een inspecteur op stuit, en meteen het eenvoudigst te voorkomen. Zie ook ons overzicht van wet- en regelgeving voor het magazijn.
Checklist F-gassen
Loop deze punten langs voor elke koel- en klimaatinstallatie in het pand.
| Punt | Geregeld |
|---|---|
| Overzicht van alle koel- en klimaatinstallaties met vulling en koudemiddel | ja / nee |
| Per installatie de hoeveelheid in CO2-equivalent berekend | ja / nee |
| Juiste controlefrequentie bepaald en ingepland | ja / nee |
| Lekdetectiesysteem aanwezig waar verplicht | ja / nee |
| Lekdetectiesysteem zelf jaarlijks gecontroleerd | ja / nee |
| Register per installatie compleet en actueel | ja / nee |
| Certificaatnummers van bedrijf en monteur vastgelegd | ja / nee |
| Hercontrole na reparatie uitgevoerd en genoteerd | ja / nee |
| Installaties op R404A in de vervangingsplanning opgenomen | ja / nee |
| Documentatie ten minste vijf jaar bewaard | ja / nee |
Het meest voorkomende gat is niet de controle zelf, want die voert uw onderhoudspartij meestal netjes uit. Het gat zit in het register dat bij u had moeten liggen. Vraag uw installateur om een kopie van alle rapporten van de afgelopen vijf jaar en vul de gaten aan voordat een inspecteur ze vindt.
Veelgestelde vragen
Verordening (EU) 2024/573 van 7 februari 2024, van toepassing sinds 11 maart 2024. Deze verordening heeft Verordening (EU) nr. 517/2014 ingetrokken. Veel websites en handleidingen verwijzen nog naar 517/2014, en dat is dus achterhaald. De nieuwe verordening houdt de systematiek van lekcontroles en registratie in stand, maar brengt strengere afbouwpaden, nieuwe verboden en een uitbreiding naar HFO-koudemiddelen. Ook de certificering is ingrijpend gewijzigd.
Dat hangt af van de hoeveelheid koudemiddel, uitgedrukt in CO2-equivalent. Bij 5 tot 50 ton CO2-equivalent geldt ten minste elke twaalf maanden, bij 50 tot 500 ton ten minste elke zes maanden en vanaf 500 ton ten minste elke drie maanden. Is er een goed werkend lekdetectiesysteem aanwezig, dan verdubbelt het interval: respectievelijk 24, 12 en 6 maanden. U controleert dan dus half zo vaak. Voor de HFO-koudemiddelen uit bijlage II gelden dezelfde stappen, maar dan uitgedrukt in kilogrammen: 1, 10 en 100 kilogram.
Vermenigvuldig de vulling in kilogrammen met de GWP-waarde van het koudemiddel en deel door duizend. De uitkomst is de hoeveelheid in ton CO2-equivalent. Een installatie met 20 kilogram R404A, met een GWP van ongeveer 3.922, komt uit op ruim 78 ton CO2-equivalent en valt daarmee in de categorie van halfjaarlijkse controle. Voor mengsels wordt de GWP berekend als het gewogen gemiddelde van de componenten. De vulling staat op het typeplaatje van de installatie of in de documentatie van de installateur.
Vaak wel. Een split-unit met drie kilogram R410A komt op ongeveer 6,3 ton CO2-equivalent en valt daarmee al boven de drempel van vijf ton. Er geldt een uitzondering voor hermetisch gesloten apparatuur die als zodanig is geetiketteerd en minder dan tien ton CO2-equivalent bevat. Split-systemen zijn doorgaans niet hermetisch gesloten, omdat het koudemiddelcircuit op locatie wordt aangesloten. Controleer het etiket en de documentatie voordat u ervan uitgaat dat een unit is vrijgesteld.
Nieuw geproduceerd R404A mag sinds 1 januari 2025 niet meer worden gebruikt voor onderhoud of service van koelapparatuur. Dat verbod geldt voor alle koudemiddelen met een GWP van 2.500 of hoger. Geregenereerd of gerecycled koudemiddel mag nog wel worden gebruikt, maar ook die mogelijkheid loopt af op 1 januari 2030. Voor een installatie op R404A betekent dit dat vervanging of ombouw geen kwestie meer is van of, maar van wanneer. Neem die investering tijdig op in uw meerjarenplanning.
Alleen een natuurlijk persoon die daarvoor gecertificeerd is, in dienst van een gecertificeerde onderneming. In Nederland loopt dat via persoonscertificering onder BRL 200 en bedrijfscertificering onder BRL 100. Het certificaatstelsel is herzien: de oude categorieen I tot en met IV worden vervangen door de aanduidingen A1, A2, B, C, D en E. Belangrijk voor u als opdrachtgever is dat de verordening voorschrijft dat een onderneming werk pas mag uitbesteden nadat zij heeft vastgesteld dat de opdrachtnemer de vereiste certificaten heeft. U moet uw koeltechnisch dienstverlener dus actief controleren.
Nee, het STEK-certificaat als zodanig bestaat niet meer. STEK is de Stichting Emissiepreventie Koudetechniek en is tegenwoordig een van de erkende exameninstellingen die persoonscertificaten afnemen. Wat u nodig heeft is een gecertificeerd bedrijf onder BRL 100 en gecertificeerde monteurs onder BRL 200. De term STEK-erkend wordt in de markt nog veel gebruikt als synoniem voor gecertificeerd, maar juridisch is dat niet correct. Vraag om het actuele certificaatnummer en controleer dat in het Centraal Register Techniek.
Onder het milieurecht. De F-gassenverordening werkt rechtstreeks en is nationaal verankerd via het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen, dat berust op de Wet milieubeheer. Het is dus geen arbokeuring en het staat niet in het Besluit activiteiten leefomgeving. Toezicht ligt bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en bij de omgevingsdiensten. Stapt u over op ammoniak of CO2 als koudemiddel, dan kantelt het regime juist wel naar het Besluit activiteiten leefomgeving, met mogelijk een vergunningplicht.