Wat de EPBD-keuring inhoudt
De EPBD-keuring is een periodieke technische beoordeling van klimaatinstallaties in gebouwen. Zij komt voort uit de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen, in Nederland doorgevoerd als EPBD III.
Het doel is anders dan bij de meeste keuringen die u kent. Waar een NEN 3140-keuring naar veiligheid kijkt, kijkt de EPBD-keuring naar energieprestatie bij normaal gebruik. De keurder beoordeelt niet alleen de opwekker maar het hele systeem, inclusief afgifte, regeling en instellingen.
U krijgt daarom geen goedkeur of afkeur, maar een keuringsrapport met een advies over hoe de energieprestatie kosteneffectief te verbeteren is. Dat maakt het een compliance-verplichting met een businesscase eraan vast.
Wanneer uw magazijn eronder valt
De grens is helder: de keuring is verplicht vanaf een nominaal vermogen van 70 kW. Dat geldt zowel voor airconditioningsystemen als voor verwarmingssystemen.
Voor een klassieke ongeconditioneerde opslaghal is dat zelden aan de orde. Voor een modern distributiecentrum ligt dat anders. Geconditioneerde pickzones, klimaatcellen voor temperatuurgevoelige goederen, grote luchtbehandelingskasten en all-electric verwarming halen die 70 kW vaak ruimschoots.
Beoordeel per systeem en niet per pand. Een hal die zelf onverwarmd is maar een kantoordeel heeft met een installatie boven de grens, is voor dat systeem gewoon keuringsplichtig.
Hoe u het vermogen bepaalt
Het gaat om het nominale vermogen van het systeem, niet om het opgenomen elektrisch vermogen en niet om wat de installatie op een gemiddelde dag levert. U vindt het op de typeplaat, in het installatiedossier of in de opleverdocumentatie.
De lastige vraag is de systeemafbakening. Losse splitunits die volledig onafhankelijk werken vormen niet automatisch een systeem. Een installatie met een gemeenschappelijke buitenunit of een gedeelde luchtbehandeling wel.
Laat die afbakening schriftelijk vastleggen door de keurende deskundige. Het is de enige manier om later te kunnen onderbouwen waarom u een installatie wel of niet hebt laten keuren.
Gekoppelde ventilatiesystemen
Een detail dat regelmatig wordt overgeslagen: is een ventilatiesysteem gekoppeld aan het airconditioning- of verwarmingssysteem, dan moet dat ventilatiesysteem ook worden gekeurd.
In distributiecentra is die koppeling eerder regel dan uitzondering, omdat verwarming en koeling meestal via de luchtbehandeling lopen. Ga er dus niet vanuit dat de keuring alleen over de koelmachine gaat.
Controleer bij de offerte expliciet of het gekoppelde ventilatiedeel is meegenomen. Een keuring die dat overslaat is niet compleet, ook al staat er een geregistreerd rapport tegenover.
Hoe vaak de keuring moet
De bereikbare delen van een keuringsplichtig systeem moeten ten minste eens per vijf jaar worden gekeurd. Die frequentie staat in artikel 6.37 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, toegelicht door het Informatiepunt Leefomgeving.
| Onderdeel | Drempel | Interval |
|---|---|---|
| Airconditioningsysteem | Vanaf 70 kW nominaal | Eens per 5 jaar |
| Verwarmingssysteem | Vanaf 70 kW nominaal | Eens per 5 jaar |
| Gekoppeld ventilatiesysteem | Bij koppeling aan bovenstaande | Gelijk met het hoofdsysteem |
| Registratie in aircoregister | Elke uitgevoerde aircokeuring | Binnen 4 weken |
Zet die vijfjaarstermijn op uw keuringskalender. Vijf jaar is precies lang genoeg om tussen twee facilitair managers in te verdwijnen.
Wie de keuring mag uitvoeren
De keuring en de registratie mogen alleen worden gedaan door een geregistreerd bedrijf of een geregistreerde deskundige met een geldig diploma EPBD-A of EPBD-B voor airconditioningsystemen.
Het onderscheid zit in de complexiteit van de installatie die iemand mag beoordelen. Vraag daarom niet alleen of iemand gecertificeerd is, maar of het diploma past bij uw type installatie.
Controleer de geldigheid op het moment van uitvoering. Een keuring door een deskundige met een verlopen diploma levert geen geldige registratie op, en dat merkt u pas als de gemeente ernaar vraagt.
Registratie in het aircoregister
De keuring van airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen moet worden geregistreerd via het landelijke portaal airco.epbd-keuring.nl, binnen vier weken na uitvoering.
In het register komen locatiegegevens, gegevens van de opdrachtgever inclusief KvK-nummer, gegevens van het systeem en de keuringsgegevens. Het is een beperkte set: de inhoudelijke resultaten, metingen en het advies staan in het keuringsverslag dat u zelf ontvangt.
Controleer na afloop of de registratie daadwerkelijk is gedaan. U bent als opdrachtgever degene die op de verplichting wordt aangesproken, ook al voert de deskundige de handeling uit.
Wat het keuringsrapport oplevert
Na de keuring ontvangt u als eigenaar of verhuurder een keuringsrapport. Daarin staan de inspectieresultaten, de metingen en berekeningen, en een advies over kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie.
Dat adviesdeel wordt vaak weggelegd, en dat is zonde. Bij installaties die tien jaar of langer draaien op de oorspronkelijke instellingen zit het rendement meestal niet in vervanging maar in regeling, stooklijnen en draaitijden.
Behandel het rapport daarom als twee documenten in een. Het bewijsstuk gaat naar het compliance-dossier, het advies gaat naar de gesprekken over uw energiebudget en uw verduurzamingsplan, naast onderwerpen als zonnepanelen op het magazijndak.
Wanneer de plicht vervalt
Er zijn twee situaties waarin de keuringsverplichting niet geldt, ook al haalt uw installatie de 70 kW.
De eerste is een gebouw waarvoor een energieprestatiecontract is afgesloten zoals bedoeld in de Europese richtlijn energie-efficiency. De tweede is een gebouw met een gebouwautomatiserings- en controlesysteem dat voldoet aan de systeemeisen voor technische bouwsystemen.
De logica achter beide uitzonderingen is dezelfde. Waar een contract of een automatiseringssysteem de prestatie doorlopend bewaakt en bijstuurt, voegt een vijfjaarlijkse momentopname weinig toe.
Beroept u zich op een uitzondering, leg dan vast waarom. Een gebouwbeheersysteem dat niet aan de systeemeisen voldoet, is geen vrijstelling maar een aanname.
De GACS-verplichting sinds 2026
Sinds 1 januari 2026 geldt een aanvullende eis. Gebouwen die worden verwarmd of gekoeld met systemen met een nominaal vermogen van 290 kW of meer, moeten een gebouwbeheersings- en controlesysteem hebben. Dat systeem bewaakt de apparatuur en stuurt deze aan.
Heeft het gebouw zo'n systeem, dan vervalt de keuringsplicht voor die installaties. De verplichting en de vrijstelling grijpen dus in elkaar.
Voor grote distributiecentra is die 290 kW geen uitzonderlijke waarde. Beoordeel of uw systemen erboven zitten en of het aanwezige gebouwbeheersysteem daadwerkelijk aan de gestelde eisen voldoet.
Verschil met de stookinstallatiekeuring
De EPBD-verwarmingskeuring komt bovenop de keuring van stookinstallaties die al bestond. Die laatste komt uit het milieuspoor en blijft onverkort gelden.
| Keuring | Doel | Toezichthouder |
|---|---|---|
| EPBD-keuring | Energieprestatie van het systeem | Gemeente |
| Stookinstallatiekeuring | Emissie en veilige verbranding | Omgevingsdienst |
| F-gassenlekcontrole | Emissie van koudemiddel | Omgevingsdienst en ILT |
Drie keuringen, drie doelen, drie registraties. Ze vervangen elkaar niet. Meer over het koudemiddelspoor leest u bij F-gassen en koelinstallaties, en over inspecties aan elektrische installaties bij SCIOS scope 10.
Wat er met EPBD IV verandert
De opvolger van de richtlijn is onderweg en verandert het keuringsregime op een aantal punten. Het is verstandig daar nu al rekening mee te houden bij meerjarenonderhoud.
Er komt geen aparte keuring meer voor airco en verwarming. Het interval wordt gedifferentieerd: eens per vijf jaar voor vermogens van 70 tot en met 290 kW, en eens per drie jaar boven de 290 kW. Komen er veiligheidsgebreken aan het licht, dan wordt rapportage daarvan verplicht.
Daarnaast komt er een verplichting om keuringsrapporten te uploaden naar EP-Online, de nationale databank voor energieprestatie van gebouwen, dezelfde databank waarin ook het energielabel van een kantoorgebouw wordt geregistreerd. De RVO houdt de wijzigingen onder EPBD IV bij. Dat maakt de dossiervorming zichtbaarder dan nu, en daarmee ook de gaten erin.
Toezicht en handhaving
De gemeente is verantwoordelijk voor de handhaving en controleert de keuringsrapporten steekproefsgewijs. Voor een klein aantal complexe bedrijven is de provincie bevoegd gezag, en gemeenten besteden hun taken in de praktijk vaak uit aan omgevingsdiensten.
Dat is een ander loket dan u gewend bent voor arbo-onderwerpen. De Nederlandse Arbeidsinspectie speelt hier geen rol, wat verklaart waarom deze keuring in veel magazijnen buiten het bestaande compliance-overzicht valt.
Handhaving verloopt bestuursrechtelijk: aanschrijving met hersteltermijn, en bij uitblijven een last onder dwangsom. Zie voor het bredere kader ons overzicht van wet- en regelgeving voor het magazijn.
Checklist EPBD-keuring
Loop deze punten langs voordat u concludeert dat het geregeld is.
| Punt | Aanwezig |
|---|---|
| Overzicht van alle verwarmings- en koelsystemen per gebouwdeel | ja / nee |
| Nominaal vermogen per systeem vastgesteld en onderbouwd | ja / nee |
| Systeemafbakening schriftelijk vastgelegd | ja / nee |
| Gekoppelde ventilatiesystemen meegenomen in de scope | ja / nee |
| Datum laatste keuring bekend, volgende binnen 5 jaar gepland | ja / nee |
| Diploma EPBD-A of B van de keurder gecontroleerd | ja / nee |
| Registratie in het aircoregister geverifieerd | ja / nee |
| Keuringsrapport en adviesdeel gearchiveerd | ja / nee |
| Beroep op een uitzondering onderbouwd vastgelegd | ja / nee |
| Verantwoordelijkheid eigenaar of huurder contractueel geregeld | ja / nee |
De eerste twee punten kosten een uur en bepalen alles wat daarna komt. Wie niet weet welke systemen hij heeft en hoe zwaar ze zijn, kan niet vaststellen of hij keuringsplichtig is. Dat is in de praktijk de reden dat deze verplichting zo vaak wordt gemist, en niet onwil.
Veelgestelde vragen
Alleen als er een systeem aanwezig is dat de grens haalt. De keuringsplicht hangt aan het systeem, niet aan het gebouwtype. Een ongeconditioneerde opslaghal zonder verwarming en zonder koeling valt er dus buiten. Zodra er een luchtbehandelingskast, een warmtepomp of een koelinstallatie staat die het pand of een deel daarvan verwarmt of koelt met meer dan 70 kW nominaal vermogen, ontstaat de plicht wel. Let op gemengde panden: een hal met een geconditioneerd kantoordeel, een klimaatcel of een geconditioneerde picking-zone telt mee voor het systeem dat die ruimte bedient.
Dat is de vraag die in de praktijk het vaakst tot discussie leidt. Het gaat om het nominale vermogen van het systeem, en meerdere units die samen een systeem vormen worden als geheel beoordeeld. Tien losstaande splitunits van elk 5 kW die volledig onafhankelijk van elkaar werken, vormen niet automatisch een systeem van 50 kW. Een VRF-installatie met een gemeenschappelijke buitenunit is dat wel. Laat de afbakening bij twijfel vastleggen door de keurende deskundige, want die beoordeling bepaalt of u wel of niet keuringsplichtig bent en dat wilt u schriftelijk hebben.
Er is geen wettelijk tarief en de prijs hangt sterk af van de omvang en complexiteit van de installatie. Bepalend zijn het aantal systemen, de bereikbaarheid van de componenten, of er een gekoppeld ventilatiesysteem meegekeurd moet worden en of er actuele tekeningen en logboeken beschikbaar zijn. Dat laatste scheelt in de praktijk het meest: een keurder die zelf de installatie moet uittekenen is aanmerkelijk langer bezig. Vraag offertes op bij meerdere geregistreerde deskundigen en let erop of registratie in het aircoregister en het adviesrapport in de prijs zijn inbegrepen.
De regelgeving legt de plicht bij de gebouweigenaar of de gebruiker, afhankelijk van wie zeggenschap heeft over de installatie. In de praktijk wordt dat geregeld in de huurovereenkomst en het bijbehorende demarcatieoverzicht. Huurt u een distributiecentrum inclusief klimaatinstallatie, controleer dan expliciet wie de keuring laat uitvoeren en wie de kosten draagt. Het is een van de verplichtingen die bij oplevering en bij een eigenaarswissel het vaakst tussen wal en schip valt, met als gevolg dat een installatie jarenlang niet gekeurd is zonder dat iemand zich daarvan bewust is.
De gemeente is bevoegd gezag en kan handhaven. In de regel gebeurt dat bestuursrechtelijk: eerst een aanschrijving met een hersteltermijn, daarna een last onder dwangsom als de keuring uitblijft. Omdat gemeenten de rapporten steekproefsgewijs controleren en het aircoregister inzicht geeft in welke systemen wel en niet gekeurd zijn, is de kans op detectie groter dan veel gebouweigenaren aannemen. Los van handhaving speelt er een tweede belang: verzekeraars en kopers vragen bij taxatie en due diligence steeds vaker naar het complete keuringsdossier van de gebouwgebonden installaties.
Nee, dat zijn twee losstaande verplichtingen met een verschillend doel. De EPBD-keuring beoordeelt de energieprestatie van het systeem bij normaal gebruik en levert een verbeteradvies op. De F-gassenverplichting komt uit de Europese F-gassenverordening en gaat over het voorkomen van emissie van gefluoreerde broeikasgassen, met een lekcontrolefrequentie die afhangt van de CO2-equivalent van de vulling. Een koelinstallatie in een distributiecentrum kan dus onder beide regimes vallen, met verschillende keurders, verschillende registers en verschillende intervallen.
Ja. De keuringsplicht is techniekneutraal geformuleerd en kijkt naar de functie en het nominale vermogen, niet naar het opwekkingsprincipe. Een warmtepompinstallatie die het gebouw verwarmt met meer dan 70 kW valt daarmee onder de verwarmingskeuring, en als dezelfde installatie ook koelt onder de aircokeuring. Dat maakt de afbakening bij moderne all-electric distributiecentra soms lastig. Vraag de keurende deskundige om in het rapport expliciet vast te leggen welke systemen zijn beoordeeld en onder welke noemer, zodat u bij een controle kunt aantonen dat er niets buiten beeld is gebleven.