Drie regimes die door elkaar lopen
Energie-compliance voor een distributiecentrum bestaat uit drie verplichtingen die los van elkaar zijn ontstaan en die elk hun eigen drempel, eigen toezichthouder en eigen deadline hebben. Ze worden in de praktijk voortdurend door elkaar gehaald.
De eerste is de energielabel C-plicht. Die gaat over het gebouw en raakt alleen kantoren. De tweede is de energiebesparingsplicht met de bijbehorende informatieplicht. Die gaat over uw verbruik en raakt vrijwel elk DC. De derde is de EED-auditplicht, die uit een Europese richtlijn komt en die nu van bedrijfsgrootte naar energieverbruik verschuift.
Wie alleen naar het label kijkt, mist de twee verplichtingen die in een magazijn juist het vaakst van toepassing zijn. Andersom komt ook voor: bedrijven die netjes de erkende maatregelen doorlopen, maar niet weten dat hun kantoorvleugel een labelplicht heeft.
De energielabel C-plicht voor kantoren
Sinds 1 januari 2023 mag een kantoorgebouw niet worden gebruikt of in gebruik worden genomen zonder een geldig energielabel van klasse C of beter. De verplichting staat in artikel 3.87 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor de invoering van de Omgevingswet stond dezelfde bepaling in artikel 5.11 van het Bouwbesluit 2012.
Label C is in de regelgeving geen letter maar een prestatie: een primair fossiel energiegebruik van ten hoogste 225 kWh per vierkante meter per jaar. Dat getal wordt bepaald volgens NTA 8800 en vastgelegd door een geregistreerd energieadviseur.
De plicht geldt bij eigen gebruik en bij verhuur, en ligt bij de gebouweigenaar. Huurt u een kantoorvleugel, dan is de eigenaar aan zet, maar het gebruiksverbod treft u wel degelijk. Leg de labelstatus daarom vast in het huurcontract in plaats van erop te vertrouwen.
Wanneer telt het kantoordeel van een DC mee?
Hier zit voor logistiek vastgoed de kern. De labelplicht geldt niet wanneer de gebruiksoppervlakte met een kantoorfunctie minder dan de helft van de totale gebruiksoppervlakte van het gebouw beslaat. Ook geldt de plicht niet als de gezamenlijke kantooroppervlakte, inclusief nevengebruiksfuncties, kleiner is dan 100 vierkante meter.
Een distributiecentrum van 20.000 vierkante meter met een kantoorvleugel van 900 vierkante meter valt daarmee buiten de labelplicht: de kantoorfunctie is ruim onder de helft. Een bedrijfsverzamelgebouw waarin kantoren de hoofdmoot vormen en het magazijn een bijgebouw is, valt er juist wel onder.
Het praktische risico zit in de meting. Gebruiksoppervlakte is een gedefinieerd begrip en niet hetzelfde als het aantal vierkante meters uit het huurcontract. Mezzanines, technische ruimten en een bedrijfsrestaurant vallen niet automatisch onder de kantoorfunctie. Laat de verhouding daarom onderbouwen door de adviseur die ook het label zou opnemen, zodat u bij een controle een berekening kunt overleggen en geen aanname.
| Situatie | Label C verplicht? | Grondslag |
|---|---|---|
| DC met kantoorvleugel onder 50 procent van de gebruiksoppervlakte | Nee | Bbl artikel 3.87 |
| Kantoorgebouw met aangebouwd magazijn, kantoor boven 50 procent | Ja | Bbl artikel 3.87 |
| Kantooroppervlak kleiner dan 100 m2 | Nee | Bbl artikel 3.87 |
| Rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument | Nee | Bbl artikel 6.28 |
| Gebruik van ten hoogste twee jaar, bijvoorbeeld voor sloop of transformatie | Nee | Bbl artikel 6.28 |
Uitzonderingen en overgangsrecht
Naast de oppervlaktecriteria kent de regeling een aantal categorieen die zijn uitgezonderd. Het gaat onder meer om monumenten, om gebouwen die ten hoogste twee jaar worden gebruikt en om gebouwen zonder verwarming of koeling voor personen. Het Informatiepunt Leefomgeving zet die uitzonderingen op een rij.
Er is daarnaast overgangsrecht voor panden met een ouder label. Een geldig label op basis van de energie-index telt onder voorwaarden mee tot uiterlijk 31 december 2030. Dat lijkt ruim, maar het is een aflopende zaak: op enig moment vervalt dat label en moet er een nieuw label komen dat wel aan de 225 kWh-grens voldoet.
Tot slot bestaat er een verzachting voor eigenaren die anders onevenredig zouden worden getroffen. De eigenaar hoeft alleen maatregelen te treffen met een terugverdientijd tot en met tien jaar. Dat is een andere en ruimere termijn dan de vijf jaar uit de energiebesparingsplicht, en die twee worden vaak verward.
Moet u in 2030 naar label A?
Nee. Er bestaat geen wettelijke verplichting om in 2030 energielabel A te hebben. Dat idee komt uit het Energieakkoord uit 2013, waarin voor bestaande gebouwen wordt gestreefd naar gemiddeld ten minste label A. Een streefdoel is geen norm en is niet handhaafbaar.
Wat wel speelt is dat de labelsystematiek verandert en dat de wetgever pas na 2030 vastlegt hoe energiezuinig utiliteitsgebouwen in 2050 moeten zijn. Houd in uw meerjarenonderhoudsplan dus rekening met verdere aanscherping, maar plan geen investeringen op basis van een verplichting die er niet is.
De energiebesparingsplicht en de vijf jaar
De verplichting die in een magazijn bijna altijd geldt is de plicht tot verduurzaming van het energiegebruik. Voor activiteiten en processen staat die in artikel 5.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor gebouwgebonden maatregelen in artikel 3.84 van het Bbl.
De kern is eenvoudig. U treft alle maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar. Daaronder vallen energiebesparende maatregelen, maatregelen voor de productie van hernieuwbare energie tot ten hoogste het eigen jaarverbruik, en CO2-reducerende maatregelen.
De plicht geldt niet bij een verbruik onder 50.000 kWh elektriciteit en onder 25.000 kubieke meter aardgasequivalent per jaar. Een DC met vrieszones, laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen of een grote hoeveelheid verlichting zit daar met gemak boven. Ga er dus vanuit dat de plicht op u van toepassing is en toon eventueel het tegendeel aan met verbruiksdata.
Erkende Maatregelenlijst of eigen onderzoek
Er zijn drie manieren om aan de plicht te voldoen. De eerste is de Erkende Maatregelenlijst voor uw bedrijfstak volgen. Dat is de veiligste route, want een maatregel op die lijst wordt geacht een terugverdientijd van vijf jaar of minder te hebben en u hoeft dat niet zelf te onderbouwen.
De tweede is zelf onderzoeken welke maatregelen zich binnen vijf jaar terugverdienen en die uitvoeren. Dat mag, maar dan draagt u de bewijslast. De derde route is de onderzoeksplicht, die alleen voor grootverbruikers geldt.
Voor logistiek zijn de maatregelen die het vaakst uit zo'n lijst komen herkenbaar: ledverlichting met daglicht- en aanwezigheidsregeling, isolatie van leidingen en klimaatscheidingen, aansturing van luchtgordijnen bij docks, optimalisatie van koelinstallaties en een goed ingeregelde gebouwbeheersinstallatie. Leg per maatregel vast of hij is uitgevoerd, wanneer, en zo niet, waarom niet.
De informatieplicht en 1 december 2027
Wie een energiebesparingsplicht heeft, moet daarover eens per vier jaar rapporteren aan het bevoegd gezag. Dat gebeurt digitaal via het eLoket van RVO. De vorige ronde sloot op 1 december 2023.
De eerstvolgende deadline is 1 december 2027. Bedrijven die op 1 december 2023 een informatie- of onderzoeksplicht hadden, behouden die onder het overgangsrecht tot die datum. Dat lijkt ver weg, maar de rapportage vraagt om een actuele inventarisatie van installaties, verbruiken en uitgevoerde maatregelen. Dat is werk dat u niet in een middag doet.
Let op wie de rapportage indient. Bij handhaving op de informatieplicht wordt de drijver van de activiteit aangesproken, niet automatisch de gebouweigenaar. In een huursituatie betekent dat vaak dat u als gebruiker aan zet bent, ook voor maatregelen die u niet zelf kunt uitvoeren. Leg die rolverdeling schriftelijk vast met uw verhuurder.
Heeft u meerdere vestigingen, dan is de portefeuilleaanpak het overwegen waard. Die is bedoeld voor bedrijven met een groot aantal gebouwen verspreid over meerdere omgevingsdiensten, en voorkomt dat u per locatie een apart traject moet doorlopen. Een keuringskalender waarin ook de energiedeadlines staan houdt dat beheersbaar.
De onderzoeksplicht voor grootverbruikers
Boven een jaarlijks verbruik van 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 kubieke meter aardgasequivalent geldt voor bepaalde categorieen bedrijven een onderzoeksplicht in plaats van de gewone informatieplicht. U onderzoekt dan zelf alle mogelijke maatregelen met een terugverdientijd tot vijf jaar en rapporteert de uitkomst volgens een vast format.
Voor een doorsnee distributiecentrum is dat verbruik hoog, maar niet ondenkbaar. Een grootschalig vrieshuis, een geautomatiseerd magazijn met shuttlesystemen of een locatie met zware laadinfrastructuur kan er tegenaan lopen. Reken uw jaarverbruik uit voordat u aanneemt dat de drempel ver weg ligt.
De EED-auditplicht en de herziene richtlijn
De EED-auditplicht komt uit Europese wetgeving. Onder het regime dat tot nu toe gold, is een onderneming auditplichtig als zij als grote onderneming kwalificeert, kort gezegd bij 250 werknemers of meer, of bij een omzet boven 50 miljoen euro in combinatie met een balanstotaal boven 43 miljoen euro. Zo'n onderneming laat elke vier jaar een energie-audit uitvoeren en dient die in bij RVO.
De herziene Richtlijn (EU) 2023/1791 zet dat criterium om. Niet de bedrijfsgrootte bepaalt straks de plicht, maar het energieverbruik. Boven 10 terajoule per jaar volgt een energie-audit met een concreet actieplan. Boven 85 terajoule per jaar is een gecertificeerd energiebeheersysteem verplicht, bijvoorbeeld volgens ISO 50001, of een gelijkwaardig systeem.
De Nederlandse uitvoeringsregelgeving is op het moment van schrijven nog niet in werking. Zolang dat zo is, blijft de bestaande auditplicht voor grote ondernemingen gelden. Houd de stand van zaken bij via RVO, want zodra de regelgeving ingaat gelden er overgangstermijnen voor bedrijven die er nieuw onder vallen.
Van kWh naar terajoule: waar valt uw DC?
De EED-drempels staan in terajoule en uw energienota staat in kilowattuur en kubieke meters. Die omrekening is de eerste stap voordat u iets kunt zeggen over uw positie.
| Eenheid | Omgerekend | Ordegrootte |
|---|---|---|
| 1 kWh elektriciteit | 0,0036 GJ | Basisomrekening |
| 1 TJ | circa 277.800 kWh | Elektriciteit |
| 10 TJ (auditgrens) | circa 2,8 miljoen kWh | Ondergrens energie-audit |
| 85 TJ (systeemgrens) | circa 23,6 miljoen kWh | Ondergrens energiebeheersysteem |
Deze omrekening geldt voor elektriciteit. Verbruikt u daarnaast aardgas, diesel voor interne transportmiddelen of warmte, dan telt dat mee in dezelfde optelling. RVO stelt daarvoor een rekenhulp beschikbaar. Neem alle energiedragers mee en tel per onderneming op, niet per locatie, want de drempel geldt op ondernemingsniveau.
Wie handhaaft wat
Het bevoegd gezag is voor vrijwel alle bedrijven de gemeente, waarbij de omgevingsdienst het feitelijke toezicht uitvoert. Bij complexe bedrijven met een omgevingsvergunning milieu kan de provincie bevoegd gezag zijn.
De handhaving verloopt in stappen. Eerst een brief met een hersteltermijn, dan een last onder dwangsom en in het uiterste geval bestuursdwang. Bij een kantoorgebouw zonder geldig label kan dat neerkomen op een gebruiksverbod, wat in de praktijk zwaarder weegt dan het financiele deel van de sanctie.
Voor de EED-auditplicht controleert RVO of het auditrapport is ingediend en of het aan de eisen voldoet. Bestuursrechtelijke handhaving loopt daarna via het bevoegd gezag. Zoals bij alle complianceverplichtingen in het magazijn geldt dat het ontbreken van een document zwaarder telt dan de inhoudelijke discussie erover.
Wat er in het energiedossier hoort
Toezicht op energie is documenttoezicht. Een inspecteur vraagt niet of u zuinig bent, maar of u kunt aantonen wat u heeft gedaan. Zorg daarom dat vier soorten stukken op een plek liggen.
Ten eerste de vaststelling van uw positie: verbruiksgegevens per energiedrager over de laatste jaren, de gebruiksoppervlakte per functie en de conclusie welke plichten daaruit volgen. Ten tweede de maatregelenkant: de doorlopen erkende maatregelenlijst of het eigen onderzoek, met per maatregel de status.
Ten derde de rapportages: de bevestiging van de eLoket-indiening, het energie-auditrapport en het bijbehorende actieplan. Ten vierde de bewijsstukken bij het gebouw: het energielabel met registratiedatum, de onderbouwing van de oppervlakteverhouding en eventuele correspondentie met de omgevingsdienst.
Wie dat in een compliance-managementsysteem bijhoudt in plaats van in losse mappen, heeft bij de ronde van 2027 een half werk minder.
Checklist energie-compliance
Loop deze punten af voordat u besluit dat er niets te doen is. Ze dekken de vragen die een omgevingsdienst in de praktijk als eerste stelt.
- Bereken de gebruiksoppervlakte per functie en stel vast of de kantoorfunctie de helft van het gebouw haalt.
- Controleer of er een geldig energielabel is en op welke bepalingsmethode het is gebaseerd.
- Verzamel het jaarverbruik per energiedrager en toets dat aan 50.000 kWh en 25.000 m3 aardgasequivalent.
- Loop de Erkende Maatregelenlijst voor uw bedrijfstak door en leg per maatregel de status vast.
- Reken het totale verbruik om naar terajoule en bepaal uw positie ten opzichte van 10 en 85 TJ.
- Zet 1 december 2027 in de planning, met een startdatum ruim daarvoor voor de inventarisatie.
- Leg in huur- en beheercontracten vast wie verantwoordelijk is voor label, maatregelen en rapportage.
- Bewaar labels, rapportagebevestigingen en auditrapporten in een centraal dossier met versiebeheer.
Komt u er niet uit welke van de drie regimes op uw locatie van toepassing is, dan is dat vrijwel altijd een afbakeningsvraag over oppervlakte en verbruik en geen juridische discussie. Laat die afbakening berekenen en schriftelijk vastleggen, want dat document is bij een controle net zo waardevol als de maatregelen zelf.
Veelgestelde vragen
Meestal niet voor het gebouw als geheel, maar wel als het kantoordeel groot genoeg is. Artikel 3.87 van het Besluit bouwwerken leefomgeving richt zich op het kantoorgebouw. De verplichting geldt niet als de gebruiksoppervlakte met kantoorfunctie minder dan de helft van de totale gebruiksoppervlakte van het gebouw beslaat. In een gemiddeld distributiecentrum is het kantoor een fractie van de hal, dus valt het pand buiten de labelplicht. Heeft u een gemengd pand waarin het kantoor de hoofdmoot is, bijvoorbeeld een hoofdkantoor met een aangebouwd magazijn, dan kan de plicht wel gelden. Reken dus eerst de gebruiksoppervlakte per functie uit voordat u conclusies trekt.
Label C is in het Besluit bouwwerken leefomgeving uitgedrukt als een prestatie en niet als een letter. Het gebouw mag een primair fossiel energiegebruik hebben van ten hoogste 225 kWh per vierkante meter per jaar. Dat getal komt uit de bepalingsmethode NTA 8800 en staat op het energielabel dat een geregistreerd adviseur opneemt. Een label dat op een oudere methode is gebaseerd, met een energie-index, telt onder het overgangsrecht nog mee tot uiterlijk 31 december 2030.
De plicht geldt zodra u per jaar meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 kubieke meter aardgasequivalent verbruikt op een locatie. Vrijwel elk distributiecentrum met koeling, laadpalen of intensieve verlichting zit daarboven. U moet dan alle maatregelen treffen die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. Dat is geen inspanningsverplichting maar een resultaatsverplichting, en het bevoegd gezag kan er rechtstreeks op handhaven.
De eerstvolgende ronde van de informatieplicht loopt af op 1 december 2027. Bedrijven die op 1 december 2023 een informatieplicht of onderzoeksplicht hadden, houden die onder het overgangsrecht tot die datum. U rapporteert digitaal via het eLoket van RVO welke erkende maatregelen u heeft uitgevoerd en welke niet. Begin daar niet in november 2027 aan, want u heeft er een actuele inventarisatie van installaties en verbruik voor nodig.
Dat hangt straks af van uw energieverbruik en niet meer alleen van uw personeelsomvang. De herziene Energy Efficiency Directive, Richtlijn (EU) 2023/1791, legt boven 10 terajoule per jaar een energie-audit met actieplan op en boven 85 terajoule per jaar een gecertificeerd energiebeheersysteem, bijvoorbeeld volgens ISO 50001. Zolang de Nederlandse uitvoeringsregelgeving nog niet in werking is, blijft de bestaande auditplicht voor grote ondernemingen gelden. Reken uw verbruik alvast om naar terajoule, zodat u weet aan welke kant van de grens u staat.
Het bevoegd gezag begint zelden met een boete. In de praktijk volgt eerst een brief met een hersteltermijn, daarna een last onder dwangsom en in het uiterste geval bestuursdwang, wat bij een kantoorgebouw zonder geldig label een gebruiksverbod kan betekenen. Het financiele risico zit dus niet alleen in de sanctie maar ook in de doorlooptijd: een labelverbetering vraagt onderzoek, offertes en uitvoering, en die keten past niet in een hersteltermijn van enkele weken.
Ja, maar niet onbeperkt. De verduurzamingsplicht omvat naast energiebesparende maatregelen ook maatregelen voor de productie van hernieuwbare energie, tot ten hoogste het eigen jaarlijkse energiegebruik. Een dak vol panelen kan dus meetellen in uw aanpak, maar het ontslaat u niet van besparende maatregelen die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. Houd er bovendien rekening mee dat een PV-installatie een eigen keuringsregime kent.