Wat een SCIOS-keuring is
Een SCIOS-keuring is de wettelijk voorgeschreven periodieke beoordeling van een stookinstallatie. De keurder controleert of de installatie veilig functioneert, energiezuinig werkt en optimaal verbrandt.
De verplichting zelf staat niet bij SCIOS maar in de wet. Voor stookinstallaties gelden de regels uit paragraaf 4.126 van het Besluit activiteiten leefomgeving, aangevuld met het Besluit bouwwerken leefomgeving voor gebouwgebonden systemen.
SCIOS is de stichting die de technische invulling van die voorschriften heeft uitgewerkt en die certificerende bedrijven aanwijst. In de praktijk betekent dat: de wet zegt dat u moet keuren, SCIOS bepaalt hoe en wie.
Wanneer uw magazijn eronder valt
Veel magazijnbeheerders denken bij het woord stookinstallatie aan een ketelhuis met een grote centrale ketel. Dat beeld is te smal en het is de reden dat deze verplichting zo vaak wordt gemist.
In een distributiecentrum komen keuringsplichtige installaties in drie gedaanten voor: gasgestookte luchtverhitters in de hal, een cv-installatie voor het kantoordeel, en een dieselaangedreven noodaggregaat of sprinklerpomp. Alle drie zijn stookinstallaties in de zin van de wet.
De vraag is nooit of het gebouw een magazijn is, maar wat er in het gebouw staat te branden. Loop het installatiepark daarom af op basis van de typeplaatjes en niet op basis van hoe de ruimte heet.
Keuringsplicht en frequentie
Of u moet keuren en hoe vaak, hangt af van twee dingen: het nominaal thermisch ingangsvermogen en het type brandstof. De drempels liggen vast en laten weinig ruimte voor interpretatie.
| Brandstof | Nominaal thermisch ingangsvermogen | Periodieke keuring (ten minste) |
|---|---|---|
| Gas | Tot en met 100 kW | Geen keuringsplicht |
| Gas, exclusief waterstof | Meer dan 100 kW | Eens per 4 jaar |
| Gas, waterstof | Meer dan 100 kW | Eens per 2 jaar |
| Vast of vloeibaar | Minder dan 20 kW | Geen keuringsplicht |
| Vast of vloeibaar | 20 tot 100 kW | Eens per 4 jaar |
| Vast of vloeibaar | Meer dan 100 kW | Eens per 2 jaar |
Let op de regel van 20 tot 100 kW op vaste of vloeibare brandstof. Die keuringsplicht geldt alleen als de installatie onderdeel is van een technisch bouwsysteem, zoals bedoeld in artikel 6.38 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Waterstof heeft een eigen, strengere cadans gekregen. Wie vooruitloopt op verduurzaming met waterstofgestookte installaties, halveert daarmee de keuringstermijn.
Hoe u het vermogen bepaalt
Het nominaal thermisch ingangsvermogen staat op het typeplaatje van de installatie. Dat is het ingangsvermogen, dus de energie die de installatie opneemt, en niet het vermogen dat zij afgeeft.
Dat onderscheid wordt regelmatig door elkaar gehaald bij offertes en installatiedossiers, waarin nogal eens het afgegeven vermogen staat. Een installatie die op papier onder de grens lijkt te blijven, kan op het typeplaatje er ruim boven zitten.
Optellen van vermogens is een aparte beoordeling
Staan er meerdere toestellen, dan komt de vraag op of hun vermogens moeten worden opgeteld. Dat is geen vrije keuze maar een beoordeling die afhangt van de opstelling, de gedeelde voorzieningen en de manier waarop de installaties zijn aangesloten.
Laat die afbakening schriftelijk vastleggen door de keurende partij. Het is dezelfde valkuil als bij de EPBD-keuring van klimaatinstallaties, waar de systeemafbakening bepaalt of u wel of niet keuringsplichtig bent.
De zeven SCIOS-scopes
SCIOS heeft de wettelijke voorschriften uitgewerkt in zeven scopes. U hoeft ze niet allemaal te kennen, maar u moet wel weten onder welke scope uw installaties vallen, anders huurt u het verkeerde bedrijf in.
| Scope | Type installatie | Voorkomen in magazijn |
|---|---|---|
| Scope 1 | Atmosferische verwarmingsketels en luchtverhitters | Zeer vaak |
| Scope 2 | Warmwaterketels en luchtverhitters met ventilatorbranders | Vaak |
| Scope 3 | Stoomketels en heetwaterketels | Zelden |
| Scope 4 | Verbrandingsmotoren en turbines | Bij aggregaat of sprinklerpomp |
| Scope 5 | Bijzondere industriële installaties | Zelden |
| Scope 6 | Emissiemetingen | Bij grote installaties |
| Scope 7 | Brandstofleidingen | Afhankelijk van ontwerpdruk |
Elke toepasselijke scope moet de inspecteur apart uitvoeren en apart afmelden. Een bedrijf dat gecertificeerd is voor scope 1 mag uw noodaggregaat dus niet keuren, want dat is scope 4.
Vraag bij offertes altijd expliciet welke scopes zijn inbegrepen. Een keuring die scope 4 overslaat, laat precies de installatie ongemoeid die het langst stilstaat en het slechtst wordt onderhouden.
Een distributiecentrum liet jarenlang netjes de luchtverhitters keuren, maar niemand had het dieselaggregaat achter het pand als stookinstallatie herkend. Bij een omgevingscontrole bleek er nooit een scope 4-keuring te zijn afgemeld. Loop uw installatiepark daarom af op brandstof, niet op functie.
De eerste keuring na ingebruikname
Een nieuwe installatie moet binnen zes weken na ingebruikname voor het eerst worden gekeurd. Bij die eerste keuring wordt gecontroleerd of de installatie is opgesteld en afgesteld volgens de veiligheids- en milieueisen.
De afstelgegevens en documentatie worden vastgelegd in een basisrapport. Dat basisrapport is geen formaliteit, want het geldt als referentie voor alle latere periodieke keuringen.
Raakt het basisrapport zoek bij een verhuizing of een wisseling van beheerder, dan moet de volgende keurder de uitgangssituatie opnieuw vaststellen. Dat kost tijd en het maakt de vergelijking met eerdere metingen onmogelijk.
Wat er wordt gekeurd
De keuring richt zich op vier onderdelen, vastgelegd in artikel 6.39 lid 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en artikel 4.1326 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Dat zijn: de toevoer van brandstof vanaf de comptabele gasmeter, de verbrandingslucht, de afvoer van verbrandingsgassen en de afstelling voor verbranding. Bij installaties vanaf 1 MW hoort daar een meting van het koolmonoxidegehalte bij.
De inspecteur beoordeelt de installatie, niet de stookruimte. Gebreken aan de ruimte komen wel in de rapportage terecht, waarna de toezichthouder op gebouwen daarop kan handhaven.
Aggregaten en sprinklerpompen
Dit is de bepaling die in magazijnen het vaakst wordt gemist. Een stookinstallatie die minder dan 500 uur per jaar in bedrijf is, moet ook worden gekeurd.
De wet noemt noodvoorzieningen zoals sprinklerinstallaties en aggregaten expliciet. De keuringsfrequentie voor noodvoorzieningen die minder dan 500 uur draaien is eens per vier jaar, en eens per twee jaar wanneer zij waterstof verbranden.
De logica is niet moeilijk: juist een installatie die zelden draait, moet het doen op het moment dat het ertoe doet. Een sprinklerpomp die bij een brand niet aanslaat, is een groter probleem dan een luchtverhitter die in november niet start. Neem deze installaties daarom op in uw keuringskalender naast de keuring van de sprinklerinstallatie zelf.
Gebreken en de tweewekentermijn
Vastgestelde gebreken aan de stookinstallatie moeten binnen twee weken na de keuring zijn hersteld. Dat is een korte termijn en het is er een waar in de planning zelden rekening mee wordt gehouden.
De inspecteur geeft de verklaring van keuring pas af als het gevraagde onderhoud is uitgevoerd. Zolang dat niet is gebeurd, is er dus geen geldige keuring en staat er niets afgemeld in het systeem.
Plan een keuring daarom niet vlak voor een vakantieperiode of een piekseizoen. Levertijden van onderdelen en de beschikbaarheid van uw installateur bepalen in de praktijk of u die twee weken haalt.
Afmelden en bewaartermijn
Voldoet de installatie aan de eisen, dan meldt de SCIOS-inspecteur haar af in het landelijke afmeldsysteem. Dat afmelden is het bewijs van de keuring, samen met het keuringsverslag.
Het verslag moet ten minste zes jaar bij de stookinstallatie worden bewaard, zodat het bevoegd gezag het ter plaatse kan inzien. In het verslag staat wanneer is gekeurd, welke onderdelen zijn beoordeeld, welk bedrijf de keuring heeft uitgevoerd en of onderhoud nodig is.
Bewaar het verslag digitaal en fysiek. Een centraal keuringsdossier voorkomt dat u bij een controle door archiefdozen moet, en het is precies wat een toezichthouder als eerste vraagt.
Wie handhaaft en hoe
Het bevoegd gezag is de gemeente of de omgevingsdienst, niet de Nederlandse Arbeidsinspectie. Dat is een wezenlijk verschil met de meeste keuringen in uw magazijn, die uit de Arbowet voortkomen.
Toezichthouders hebben rechtstreeks toegang tot de keuringsgegevens via het SCIOS-portaal. Zij kunnen inloggen, periodiek een download ontvangen van alle keuringen in hun postcodegebied, of de gegevens via een koppeling in hun eigen software binnenhalen.
Dat maakt deze verplichting anders dan een keuring waarvan het bewijs in uw eigen map ligt. Een ontbrekende afmelding is zichtbaar zonder dat er iemand bij u langs hoeft te komen.
Verschil met andere keuringen
Een magazijn heeft al snel drie of vier keuringsregimes op installaties die naast elkaar in dezelfde technische ruimte hangen. Ze lijken op elkaar en ze zijn het niet.
| Keuring | Grondslag | Interval | Toezicht |
|---|---|---|---|
| SCIOS stookinstallatie | Bal paragraaf 4.126 | 2 tot 4 jaar | Gemeente of omgevingsdienst |
| EPBD klimaatinstallatie | Bbl artikel 6.37 | 5 jaar | Gemeente |
| F-gassen lekcontrole | EU F-gassenverordening | Naar CO2-equivalent | NVWA en ILT |
| NEN 3140 elektra | Arbobesluit 7.4a | Naar risico, vaak 1 jaar | Arbeidsinspectie |
Een gasgestookte luchtverhitter kan tegelijk onder de SCIOS-keuring en onder de NEN 3140-keuring vallen, omdat het ene regime naar verbranding kijkt en het andere naar de elektrische veiligheid.
Ga er dus niet vanuit dat een uitgevoerde keuring de andere afdekt. De enige manier om overzicht te houden is per installatie vastleggen welke regimes van toepassing zijn en welke termijn daarbij hoort.
Checklist stookinstallatie
Loop deze punten af voordat u de volgende keuring inplant. Ze dekken de vragen die een toezichthouder in de praktijk als eerste stelt.
- Inventariseer alle brandstofgestookte installaties, inclusief aggregaten en sprinklerpompen.
- Noteer per installatie het nominaal thermisch ingangsvermogen van het typeplaatje.
- Bepaal per installatie de brandstofsoort en leid daaruit het keuringsinterval af.
- Stel vast onder welke SCIOS-scope elke installatie valt.
- Controleer of het basisrapport van de eerste keuring aanwezig is.
- Verifieer dat de laatste keuring is afgemeld in het SCIOS-systeem.
- Bewaar keuringsverslagen ten minste zes jaar bij de installatie.
- Zet de volgende keuringsdatum in uw keuringskalender met scope en vermogen erbij.
Loopt u vast op de vraag welke installaties keuringsplichtig zijn en welke niet, dan is dat meestal een afbakeningsvraag en geen wetsvraag. Laat die beoordeling schriftelijk vastleggen, want dat document is bij een controle net zo belangrijk als het keuringsverslag zelf.
Veelgestelde vragen
Dat hangt volledig af van het nominaal thermisch ingangsvermogen op het typeplaatje. Blijft een gasgestookte luchtverhitter onder de 100 kW, dan geldt er geen periodieke keuringsplicht uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Komt hij daarboven, dan wel, met een interval van ten minste eens per vier jaar. In magazijnen wordt dit vaak verkeerd ingeschat omdat er meerdere luchtverhitters hangen die elk onder de grens blijven. Laat in dat geval beoordelen of de installaties als afzonderlijke toestellen tellen of dat vermogens moeten worden opgeteld, want die beoordeling bepaalt uw verplichting.
Ja. Een stookinstallatie die minder dan 500 uur per jaar in bedrijf is, is nadrukkelijk niet vrijgesteld. Dat geldt juist voor noodvoorzieningen zoals dieselaangedreven sprinklerpompen en noodstroomaggregaten. Voor deze installaties geldt een keuringsfrequentie van eens per vier jaar, behalve wanneer ze waterstof verbranden, want dan is het eens per twee jaar. Het is een van de meest gemiste verplichtingen in distributiecentra, omdat de installatie letterlijk stilstaat en daardoor buiten de onderhoudsroutine valt.
Periodiek onderhoud is niet wettelijk verplicht, de keuring wel. Onderhoud is een servicebeurt die u met uw installateur afspreekt om storingen te voorkomen en rendement te behouden. De keuring is een onafhankelijke beoordeling of de installatie voldoet aan de eisen voor veilig functioneren, energiezuinigheid en optimale verbranding. Voert u netjes onderhoud uit, dan blijft de keuringsplicht gewoon van kracht. Andersom vervangt een keuring geen onderhoud, want de inspecteur repareert niet, hij constateert.
Scope 1 gaat over atmosferische verwarmingsketels en luchtverhitters, scope 2 over warmwaterketels en luchtverhitters met ventilatorbranders, scope 3 over stoom- en heetwaterketels, scope 4 over verbrandingsmotoren en turbines, scope 5 over bijzondere industriële installaties, scope 6 over emissiemetingen en scope 7 over brandstofleidingen. In een magazijn komen scope 1 en 2 het vaakst voor, en scope 4 zodra er een noodstroomaggregaat staat. Vallen er meerdere scopes onder uw installatiepark, dan moet elke scope apart worden gekeurd en afgemeld.
De verplichting ligt bij degene die de activiteit verricht, in de praktijk dus meestal de gebruiker van het pand. Wie de kosten draagt en wie de keuring organiseert, is een kwestie van de huurovereenkomst en het demarcatieoverzicht. Huurt u een distributiecentrum met een bestaande verwarmingsinstallatie, controleer dan expliciet wie de SCIOS-keuring laat uitvoeren en of het basisrapport en de eerdere keuringsverslagen aan u zijn overgedragen. Zonder dat basisrapport begint de volgende keurder feitelijk opnieuw.
Het bevoegd gezag, doorgaans de gemeente of de omgevingsdienst, kan bestuursrechtelijk handhaven. In de regel volgt eerst een aanschrijving met een hersteltermijn en daarna een last onder dwangsom. De kans op detectie is groter dan veel bedrijven aannemen, omdat toezichthouders rechtstreeks toegang hebben tot het SCIOS-afmeldsysteem en zelfs periodiek een download per postcodegebied kunnen ontvangen. Een niet-afgemelde installatie is daarmee zichtbaar zonder dat er iemand langs hoeft te komen.
De verplichte meting op koolmonoxide geldt voor stookinstallaties vanaf 1 MW thermisch ingangsvermogen. Voor installaties die al voor 20 december 2018 in gebruik waren, geldt een overgangsregime: vanaf 1 januari 2024 voor installaties vanaf 5 MW en vanaf 1 januari 2029 voor installaties tot 5 MW. De meeste magazijninstallaties blijven ruim onder 1 MW en vallen er dus buiten. Heeft u een grote productie- of vrieshal met een centrale ketel, controleer dan of u boven de drempel uitkomt.
Zet de keuring op de datum van de vorige afmelding plus het interval, en niet op de datum waarop u eraan denkt. Vier jaar is lang genoeg om tussen twee facilitair managers in te verdwijnen, zeker bij een installatie die zelden storingen geeft. Neem in dezelfde regel op welke scope van toepassing is, wat het nominale vermogen is en waar het basisrapport ligt. Dat zijn precies de drie gegevens die een nieuwe keurder als eerste vraagt en die bij een wisseling van beheerder het vaakst zoek zijn.