Wat is drukapparatuur
Drukapparatuur is apparatuur die onder een overdruk staat van meer dan 0,5 bar. In een magazijn gaat het vrijwel altijd om hetzelfde: de luchtketel bij de perslucht-compressor, soms een buffervat, en in gekoelde panden de koelinstallatie.
Perslucht is in veel distributiecentra onmisbaar. Wikkelaars, palletiseerders, pneumatische afsluiters op sorteerbanen en werkplaatsgereedschap draaien erop. De ketel die daarbij hoort staat meestal in een technische ruimte en krijgt zelden aandacht, tot iemand vraagt of hij gekeurd moet worden.
Die vraag is terecht, want een falend drukvat is geen kleine storing. Tegelijk is het antwoord verrassend vaak nee, en dat is waar veel adviesteksten de mist in gaan.
Hieronder leest u wanneer de wettelijke keuringsplicht geldt, wanneer niet, en wat u in beide gevallen moet regelen.
Twee sporen in de wetgeving
Voor drukapparatuur lopen twee regimes naast elkaar, en verwarring daartussen is de bron van de meeste misverstanden.
Het eerste spoor is de warenwetgeving. Het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 regelt de keuringsplicht in de gebruiksfase. De bijbehorende Warenwetregeling drukapparatuur 2016 bepaalt welke apparatuur is aangewezen, wat is uitgezonderd en welke termijnen gelden. Zonder die regeling is het besluit leeg, dus u moet ze altijd samen lezen.
Het tweede spoor is het arbeidsomstandighedenrecht. Artikel 7.4a van het Arbobesluit verplicht de werkgever arbeidsmiddelen periodiek te laten keuren door een deskundige en de bewijsstukken te bewaren. Dat artikel geldt voor alle arbeidsmiddelen.
De warenwetgeving is de bijzondere regel voor aangewezen drukapparatuur. Valt uw installatie daar niet onder, dan blijft het arbeidsomstandighedenspoor onverkort gelden. Er is dus geen situatie waarin u niets hoeft te doen.
De uitzondering voor luchtvaten
Dit is de bepaling die voor de meeste magazijnen doorslaggevend is. Artikel 3 van de Warenwetregeling drukapparatuur 2016 zondert een specifieke groep uit.
Van de keuring voor ingebruikneming zijn uitgezonderd drukvaten met lucht met een volume tot en met 2.500 liter en een maximaal toelaatbare druk PS tot maximaal 30 bar. Voor de herkeuring geldt in het volgende lid exact dezelfde uitzondering.
Drie voorwaarden dus, die alle drie moeten kloppen: het medium is lucht, het volume is ten hoogste 2.500 liter en de PS is ten hoogste 30 bar. Is dat het geval, dan is het vat vrijgesteld van beide wettelijke keuringen.
Let op het verschil tussen PS en bedrijfsdruk. PS is de maximaal toelaatbare druk die de fabrikant op het typeplaatje heeft vermeld, niet de druk waarop uw compressor is afgesteld. Neem die waarde van het plaatje over, niet van de manometer.
Beslisregel voor uw installatie
Loop deze vier vragen in volgorde langs en u weet waar u staat.
| Vraag | Antwoord | Gevolg |
|---|---|---|
| Is de PS hoger dan 0,5 bar? | Nee | Geen drukwetgeving, alleen zorgplicht 7.4a |
| Zit er lucht in het vat? | Nee | Uitzondering geldt niet, beoordeel via categorie |
| Is het volume ten hoogste 2.500 liter? | Ja | Ga door naar de laatste vraag |
| Is de PS ten hoogste 30 bar? | Ja | Uitgezonderd van wettelijke keuring, zorgplicht blijft |
Ter illustratie: een ketel van 270 liter bij 10 bar, een van 500 liter bij 11 bar en zelfs een buffervat van 2.000 liter bij 13 bar vallen alle drie binnen de uitzondering. Voor de gemiddelde persluchtinstallatie in een distributiecentrum is de wettelijke keuringsplicht dus niet aan de orde.
Dat is geen reden om achterover te leunen. Het betekent alleen dat u zelf de regie heeft over hoe u de goede staat borgt, in plaats van dat de wet een instelling en een termijn voorschrijft.
Wanneer keuringsplicht wel geldt
Er zijn vier situaties waarin het wel om een wettelijke keuring gaat, en die komen in grotere logistieke panden regelmatig voor.
De eerste is een buffervat groter dan 2.500 liter. Dat komt voor bij sterk geautomatiseerde centra met shuttlesystemen of pneumatische sorteerinstallaties, waar veel opslagcapaciteit nodig is om pieken op te vangen.
De tweede is perslucht boven 30 bar. Dat is ongebruikelijk in de logistiek maar komt voor bij specifieke test- of verpakkingsapplicaties.
Het medium is vaker beslissend dan de omvang
De derde situatie is een ander medium dan lucht. Stikstof is het bekendste voorbeeld en wordt onder meer gebruikt om leidingsystemen droog en corrosievrij te houden. Omdat de uitzondering uitsluitend van lucht spreekt, valt een stikstofvat terug op de reguliere beoordeling.
De vierde is de koelinstallatie in een gekoeld of vries-distributiecentrum. Die bevat een koudemiddel onder druk en is in veel gevallen wel keuringsplichtig, terwijl de compressor in hetzelfde pand dat niet is. Dat onderscheid verrast bijna iedereen die er voor het eerst naar kijkt.
Keuring voor ingebruikneming
Is uw apparatuur wel keuringsplichtig, dan begint het met de keuring voor ingebruikneming. Artikel 21 van het Warenwetbesluit vereist die vóór het eerste gebruik en opnieuw na elke montage op een nieuwe plaats van opstelling.
Dat tweede deel wordt structureel over het hoofd gezien. Verhuist u een keuringsplichtig vat naar een andere hal of een ander pand, dan is opnieuw een keuring nodig voordat u het in gebruik neemt.
De keuring omvat onder meer verificatie aan de hand van de gebruiksaanwijzing en de markeringen, controle van de uitwendige toestand, controle van de werking van de veiligheidsappendages en beoordeling van de opstelling.
Het resultaat is een rapport en een verklaring van ingebruikneming. In die verklaring staat de termijn waarbinnen de eerste herkeuring moet plaatsvinden. Dat is het moment waarop de klok gaat lopen, niet de aankoopdatum.
Herkeuring en termijnen
De herkeuring bestaat uit een controle van de inwendige toestand, door inwendig onderzoek of ander passend onderzoek, en een controle van de uitwendige toestand. De termijnen staan in de Warenwetregeling.
| Situatie | Vaste termijn |
|---|---|
| Verwarmde apparatuur met gevaar voor oververhitting | 2 jaar |
| Drukvaten, algemeen | 4 jaar |
| Installatieleidingen | 4 jaar |
| Verwarmde apparatuur, mits risicoanalyse dit onderbouwt | 4 jaar |
| Vervolgtermijn bij aanvaardbaar risico | 6 jaar |
| Veiligheidsappendages | Kortste termijn van de beveiligde apparatuur |
Die termijnen zijn niet in beton gegoten. Onder voorwaarden kan de instelling de termijn verlengen tot maximaal een verdubbeling, bijvoorbeeld van vier naar acht jaar, waarbij dat alleen het inwendige onderzoek betreft. Bij termijnflexibilisering kan de termijn oplopen tot maximaal achttien jaar, maar daaraan zijn zware eisen verbonden zoals een gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem en een eigen inspectieafdeling.
Andersom kan het ook. De instelling kan een kortere termijn vaststellen op grond van de staat van de apparatuur of de bedrijfsomstandigheden. Overschrijding van het keuringsjaar kan om bijzondere redenen met ten hoogste zes maanden worden toegestaan, waarbij de volgende herkeuring niet meeschuift.
Wie mag keuren
Voor aangewezen drukapparatuur is de keuring voorbehouden aan een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, kortweg NL-CBI, of aan een aangewezen NL-keuringsdienst van gebruikers. Beide worden aangewezen door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De vroegere aanduiding aangewezen keuringsinstelling, afgekort AKI, is met het besluit uit 2016 vervallen. Komt u die term nog tegen in een offerte of een oud keuringsrapport, dan is dat een teken dat de documentatie toe is aan een opfrisbeurt.
Een Europese notified body, tegenwoordig EU-CBI genoemd, speelt een andere rol. Die beoordeelt nieuwbouw in het CE-traject en is klaar op het moment dat het product op de markt komt. Voor keuringen in de gebruiksfase is een Nederlandse instantie vereist.
Voor niet-keuringsplichtige apparatuur mag u zelf een deskundige inschakelen. Dat kan de leverancier zijn, een onderhoudspartij of een keuringsbedrijf. Zie voor die afweging ons artikel over keuren in eigen beheer of uitbesteden.
Zorgplicht bij vrijgestelde apparatuur
Vrijgesteld van de warenwet betekent niet vrijgesteld van keuren. Artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit blijft gelden en vraagt om een aantoonbaar, periodiek en deskundig oordeel over de staat van het arbeidsmiddel.
Anders dan bij de warenwetgeving schrijft dat artikel geen vast interval voor. De frequentie volgt uit de risicobeoordeling, de voorschriften van de fabrikant en de gebruiksomstandigheden. Een compressor die continu draait in een stoffige omgeving vraagt om een andere cadans dan een ketel die af en toe wordt gebruikt.
In de praktijk hanteren de meeste bedrijven een jaarlijkse inspectie van de veiligheidsappendages en een periodieke beoordeling van het vat zelf. Dat is een gewoonte, geen wetsbepaling, en u mag er beargumenteerd van afwijken.
Wat u wel moet kunnen laten zien, zijn de schriftelijke bewijsstukken. Neem de compressor daarom op in uw arbeidsmiddelenregister en plan de inspectie in uw keuringskalender, net als bij uw andere arbeidsmiddelen.
Welke documenten u bewaart
Bij keuringsplichtige apparatuur schrijft artikel 25 van het Warenwetbesluit voor welke documenten u bewaart zolang de apparatuur in werking is of gesteld kan worden.
Dat zijn de conformiteitsverklaring, de gebruiksaanwijzing in het Nederlands, de verklaring van ingebruikneming, de verklaring van herkeuring, het aantekenblad en alle bijbehorende rapporten.
Het aantekenblad verdient aparte aandacht. Daarop worden de bevindingen van elke verrichting aan de apparatuur vastgelegd, en uitsluitend de betrokken keuringsinstantie is bevoegd daarop aantekeningen te maken. De gebruiker schrijft er dus niet zelf in, een fout die regelmatig wordt gemaakt.
De termen installatieboek en logboek komen in deze wetgeving niet voor. Gebruik ze gerust als praktijkbenaming voor de map waarin alles zit, maar noem in correspondentie met een keuringsinstelling de wettelijke documenten bij hun eigen naam. De Nederlandse Arbeidsinspectie vraagt bij controle in de eerste plaats naar de geldige verklaring met de vermelde termijn.
Sprinkler- en koelinstallaties
Twee installaties in het magazijn verdienen een eigen beoordeling omdat ze vaak onder het verkeerde regime worden geschaard.
Bij een sprinklerinstallatie valt het perslucht-drukvat van een droog systeem onder dezelfde uitzondering voor luchtvaten. Een watergevuld voedingsvat komt door de veel hogere drempels voor vloeistoffen in de praktijk niet aan de keuringsplicht toe. Wordt het systeem geinertiseerd met stikstof, dan ligt dat anders en is een beoordeling nodig.
Belangrijker is dat de sprinklerinstallatie een eigen inspectieregime kent via NEN-EN 12845 en de bijbehorende inspectieschema's, verankerd in de brandveiligheidsregelgeving en vaak ook in de polisvoorwaarden. Dat regime staat volledig los van de drukapparatuurkeuring. Meer daarover in ons artikel over sprinklerinstallatie keuring.
De koelinstallatie van een gekoeld of vries-distributiecentrum is het spiegelbeeld: daar is de kans op keuringsplicht juist reeel, omdat het koudemiddel niet onder de luchtuitzondering valt. Houd er bovendien rekening mee dat voor die installatie ook milieuregelgeving geldt rond koudemiddelen. De lekdichtheidscontrole op F-gassen is een aparte verplichting met een eigen controlecyclus.
Checklist drukapparatuur
Loop deze punten langs voor elke drukhoudende installatie in het pand.
| Punt | Vastgelegd |
|---|---|
| Overzicht van alle drukhoudende installaties in het pand | ja / nee |
| Per vat: medium, volume en PS van het typeplaatje genoteerd | ja / nee |
| Beoordeeld of de uitzondering voor luchtvaten van toepassing is | ja / nee |
| Bij keuringsplicht: geldige verklaring met vermelde termijn | ja / nee |
| Bij keuringsplicht: aantekenblad aanwezig en actueel | ja / nee |
| Bij zorgplicht: frequentie onderbouwd en vastgelegd | ja / nee |
| Bewijsstukken van de laatste keuring beschikbaar | ja / nee |
| Veiligheidsappendages meegenomen in de inspectie | ja / nee |
| Koelinstallatie apart beoordeeld | ja / nee |
| Installatie opgenomen in het arbeidsmiddelenregister | ja / nee |
De meeste magazijnen komen na deze exercitie tot dezelfde conclusie: de compressor is niet keuringsplichtig, maar er lag ook geen enkel bewijsstuk van een deskundige beoordeling. Dat laatste is het gat dat u dicht wilt hebben voordat de Arbeidsinspectie ernaar vraagt.
Veelgestelde vragen
Voor de meeste magazijnen luidt het antwoord nee, althans niet onder de warenwetgeving. Artikel 3 van de Warenwetregeling drukapparatuur 2016 zondert drukvaten met lucht met een volume tot en met 2.500 liter en een maximaal toelaatbare druk tot maximaal 30 bar uit van zowel de keuring voor ingebruikneming als de herkeuring. Een gangbare ketel van 90, 270 of 500 liter bij 8 tot 13 bar valt daarmee buiten de keuringsplicht. U blijft wel verplicht de installatie in goede staat te houden en periodiek te laten keuren op grond van artikel 7.4a van het Arbobesluit, maar dat mag in eigen beheer met een deskundige.
PS is de maximaal toelaatbare druk van het drukvat, zoals vermeld op het typeplaatje. Dat is niet hetzelfde als de bedrijfsdruk waarop uw compressor is afgesteld. Voor de vraag of de uitzondering geldt, kijkt u naar twee dingen: het medium moet lucht zijn, het volume moet ten hoogste 2.500 liter zijn en de PS ten hoogste 30 bar. Voldoet uw vat aan alle drie, dan is het uitgezonderd van de wettelijke keuring. Pas als een van die grenzen wordt overschreden komt de categorie-indeling uit de Europese richtlijn drukapparatuur in beeld.
De Warenwetregeling drukapparatuur 2016 kent voor drukvaten een vaste termijn van vier jaar. Voor brandstofgestookte of anderszins verwarmde apparatuur met gevaar voor oververhitting is dat twee jaar. Als uit een risicoanalyse blijkt dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat, kan een vervolgtermijn van zes jaar worden vastgesteld. Onder voorwaarden kan de termijn verder worden verlengd tot maximaal een verdubbeling, en bij termijnflexibilisering tot maximaal achttien jaar. De keuringsinstelling stelt de termijn vast en legt die vast in de verklaring.
Keuringsplicht betekent dat een aangewezen keuringsinstelling de apparatuur moet beoordelen volgens de warenwetgeving, met wettelijk vastgelegde termijnen en verklaringen. Zorgplicht betekent dat u als werkgever zelf verantwoordelijk bent voor de goede staat en dat u zelf bepaalt hoe u dat borgt, met een deskundige keuring en een passende frequentie. Beide leiden tot keuren. Het verschil zit in wie het mag doen, welke termijnen gelden en welke documenten u moet kunnen tonen. Voor niet-keuringsplichtige drukapparatuur geldt de zorgplicht van Arbobesluit artikel 7.4a.
Bij keuringsplichtige drukapparatuur wel. Artikel 21 van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 vereist een keuring voor ingebruikneming niet alleen voor het eerste gebruik, maar ook na elke montage op een nieuwe plaats van opstelling. Bij een verbouwing of verhuizing binnen het distributiecentrum is dat dus een aandachtspunt dat vaak wordt vergeten. Voor vrijgestelde luchtvaten geldt deze eis niet, al is een controle na verplaatsing vanuit de zorgplicht wel verstandig.
Nee. De uitzondering in de Warenwetregeling spreekt uitsluitend van drukvaten met lucht. Stikstof is geen lucht, ook al gedraagt het zich technisch vergelijkbaar. Een stikstofvat wordt daarom beoordeeld via de reguliere categorie-indeling en kan bij voldoende omvang wel degelijk keuringsplichtig zijn. Datzelfde geldt voor andere media. Controleer dus altijd eerst welk medium in het vat zit voordat u concludeert dat de uitzondering van toepassing is.
Alleen een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, afgekort NL-CBI, of een aangewezen NL-keuringsdienst van gebruikers. Beide worden aangewezen door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De oudere aanduiding aangewezen keuringsinstelling of AKI is sinds het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 vervallen. Een Europese notified body, tegenwoordig EU-CBI, beoordeelt nieuwbouw in het CE-traject maar mag geen wettelijke keuringen in de gebruiksfase doen. Voor niet-keuringsplichtige apparatuur mag u zelf een deskundige inschakelen.
In de praktijk meestal niet, maar sprinklerinstallaties kennen wel een eigen inspectieregime. Het perslucht-drukvat van een droge sprinklerinstallatie valt onder dezelfde uitzondering voor luchtvaten. Een watergevuld voedingsvat komt door de hoge drempels voor vloeistoffen doorgaans niet aan de keuringsplicht toe. Een met stikstof geinertiseerd systeem kan dat wel. Los daarvan geldt voor de sprinklerinstallatie zelf een inspectieregime via NEN-EN 12845 en de bijbehorende inspectieschema's, dat volledig losstaat van de drukapparatuurkeuring.