Wat NEN-EN 1004-1 regelt
NEN-EN 1004-1 is de Europese norm voor rolsteigers die zijn opgebouwd uit geprefabriceerde onderdelen. De norm beschrijft waaraan de constructie moet voldoen: materialen, afmetingen, sterkte, stabiliteit en de beproevingen waarmee een fabrikant dat aantoont.
De huidige versie is NEN-EN 1004-1:2020. Die verving NEN-EN 1004:2005, een norm die vijftien jaar ongewijzigd bleef terwijl het materiaal en het gebruik ervan flink veranderden.
Voor een magazijn is dit relevanter dan het klinkt. De rolsteiger is daar zelden een bouwplaatsmiddel, maar een vast stuk onderhoudsgereedschap: lampen vervangen, sprinklerkoppen controleren, stellingborden bijhangen, filters wisselen. Juist dat routinematige gebruik zorgt ervoor dat de spelregels verslonzen.
Een productnorm, geen keuringsnorm
Het eerste misverstand dat opgeruimd moet worden: NEN-EN 1004-1 is gericht op de fabrikant, niet op u als gebruiker. Het is een productnorm. Hij vertelt de leverancier hoe hij moet bouwen en testen.
Wat u als werkgever moet doen met het middel dat u koopt of huurt, staat ergens anders: in de Arbeidsomstandighedenbesluit. Daar staan de eisen aan deugdelijkheid, onderhoud, keuring en instructie.
Die scheiding verklaart een veelgestelde vraag. Een rolsteigerkeuring is geen NEN-EN 1004-keuring, want de norm kent zo'n keuring niet. De keuring toetst of het middel nog voldoet aan de staat waarin het volgens de norm en de fabrikantdocumentatie hoort te zijn.
Wat er in 2020 is veranderd
De herziening van 2020 was geen cosmetische update. Vier wijzigingen hebben directe gevolgen voor hoe u in het magazijn met rolsteigers omgaat.
Ten eerste is de ondergrens van het toepassingsgebied verschoven. Ten tweede zijn de afstanden tussen platforms aangescherpt. Ten derde is de handleiding naar een eigen norm verhuisd. Ten vierde zijn de eisen aan stabilisatoren en de opbouwvolgorde explicieter gemaakt.
Hieronder werk ik ze een voor een uit, met de praktische vertaalslag erbij.
De ondergrens van 2,5 naar 0 meter
In de versie uit 2005 begon het toepassingsgebied bij 2,5 meter platformhoogte. Alles daaronder viel buiten de norm. In NEN-EN 1004-1:2020 is die ondergrens verlaagd naar 0 meter.
Dat lijkt een detail, maar het raakt precies het materieel dat in magazijnen het meest wordt gebruikt: de lage werksteiger van anderhalve meter waarmee iemand snel iets bijhangt. Die viel voorheen in een grijs gebied en valt nu gewoon onder de norm.
Praktisch betekent het dat ook voor die lage steigers geldt: complete opbouw, leuningen op orde, wielen geborgd, handleiding aanwezig. De gedachte dat er onder de 2,5 meter minder regels gelden, klopte al niet goed en klopt nu zeker niet meer.
Let op dat dit los staat van de verplichting tot valbeveiliging: het Arbobesluit hanteert 2,5 meter als grens waarboven maatregelen tegen valgevaar altijd nodig zijn, maar ook onder die hoogte moet u valgevaar beoordelen.
Maximale hoogtes binnen en buiten
Het toepassingsgebied van NEN-EN 1004-1 loopt tot 12 meter platformhoogte binnen en 8 meter platformhoogte buiten. Het verschil komt door de windbelasting, die buiten wel meetelt en binnen niet.
Voor een magazijn met een vrije hoogte van acht tot twaalf meter valt dat doorgaans binnen het bereik. Wel is het belangrijk om de fabrikantopgave te volgen: een systeem mag een lager maximum voorschrijven dan de norm toestaat, en dan geldt dat lagere getal.
Werkt u buiten, bijvoorbeeld aan gevelverlichting of laaddockkappen, dan zakt de grens naar 8 meter en komen er extra eisen bij rond verankering en het staken van werkzaamheden bij wind. Boven windkracht 6 hoort een rolsteiger buiten niet meer gebruikt te worden.
Platformafstand en opstaphoogte
De aangescherpte maatvoering is de wijziging die monteurs het snelst merken. De maximale afstand tussen twee opeenvolgende platforms is verlaagd naar 2,25 meter. De maximale afstand tussen de grond en het eerste platform is 3,40 meter.
De achterliggende reden is de belasting van het klimmen zelf. Grotere platformafstanden betekenen langere klimtrajecten zonder rustpunt en meer kans op misstappen bij het doorgeven van materiaal.
Het onderstaande overzicht zet de belangrijkste maten van de oude en nieuwe norm naast elkaar.
| Onderwerp | NEN-EN 1004:2005 | NEN-EN 1004-1:2020 |
|---|---|---|
| Ondergrens toepassingsgebied | 2,5 m platformhoogte | 0 m platformhoogte |
| Maximum binnen | 12 m | 12 m |
| Maximum buiten | 8 m | 8 m |
| Afstand tussen platforms | ruimer toegestaan | maximaal 2,25 m |
| Grond tot eerste platform | niet expliciet begrensd | maximaal 3,40 m |
| Handleiding geregeld in | NEN-EN 1298:1996 | NEN-EN 1004-2:2021 |
Wie materiaal uit beide generaties in huis heeft, moet er dus rekening mee houden dat de opbouwvolgorde per systeem verschilt. Dat is precies waarom de handleiding bij de steiger hoort te liggen.
Belastingklassen en platformbreedte
NEN-EN 1004-1 werkt met belastingklassen die de toelaatbare vloerbelasting per vierkante meter vastleggen. Voor rolsteigers is klasse 3 het meest gangbaar: 2,0 kN per vierkante meter, oftewel ongeveer 200 kilogram per vierkante meter platformoppervlak.
Dat getal wordt in de praktijk vaak overschreden zonder dat iemand het doorheeft. Twee personen plus een doos armaturen plus gereedschap zit er zo aan. De belasting geldt bovendien per platform, niet per steiger.
Daarnaast onderscheidt de norm smalle en brede uitvoeringen. Een smalle rolsteiger past beter tussen stellinggangen, maar heeft een kleinere standvlak-verhouding en dus eerder stabilisatoren nodig. Laat die keuze niet afhangen van wat er toevallig in de gang past.
NEN-EN 1004-2 en de gebruikshandleiding
NEN-EN 1004-2:2021 beschrijft hoe de opbouw- en gebruikshandleiding eruit moet zien. De norm stelt eisen aan de volgorde van de stappen, aan de tekeningen, aan de symbolen en aan de informatie over maximale hoogtes, belastingen en stabilisatoren.
Dat is meer dan een formaliteit. De handleiding is het document waarmee u aantoont dat de steiger volgens de bedoeling van de fabrikant wordt opgebouwd, en daarmee ook het document waarop een montage-instructie op de werkvloer moet stoelen.
Drie praktische eisen die vaak misgaan: de handleiding moet in het Nederlands beschikbaar zijn, hij moet bij de steiger aanwezig zijn op de plek van opbouw, en hij moet horen bij exact dat systeem en die uitvoering. Een generieke folder van de verhuurder volstaat niet.
Wat er met NEN-EN 1298 is gebeurd
Tot 2021 stonden de eisen aan handleidingen in NEN-EN 1298:1996. Die norm is vervangen door NEN-EN 1004-2:2021. Komt u nog een verwijzing naar 1298 tegen in een offerte, een keuringsrapport of een intern document, dan is die verwijzing verouderd.
Dat is een eenvoudige controle die veel oplevert. Verwijst uw keuringspartij nog naar NEN-EN 1298, dan is de kans reëel dat het onderliggende protocol ook niet is bijgewerkt.
Hetzelfde geldt voor interne documenten. Een checklist voor rolsteigerkeuring of een werkinstructie die naar de oude normen verwijst, geeft bij een inspectiebezoek het signaal dat de dossiervorming stil is blijven staan.
De relatie met het Arbobesluit
De norm regelt het product, het Arbobesluit regelt uw verplichtingen. Vier artikelen zijn hier relevant.
Artikel 7.4a verplicht tot periodieke keuring van arbeidsmiddelen waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie of van invloeden die tot verslechtering leiden. Een rolsteiger valt daaronder; jaarlijkse keuring is de gangbare frequentie.
Artikel 7.3 en 7.4 stellen de eisen aan deugdelijkheid en onderhoud. Artikel 7.23 gaat specifiek over steigers en de eisen aan opbouw, wijziging en afbraak. Artikel 8.1 verplicht tot doeltreffende voorlichting en onderricht: de monteur moet aantoonbaar geïnstrueerd zijn.
De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt bij een controle op werken op hoogte doorgaans naar drie dingen tegelijk: de staat van het materiaal, de aanwezigheid van de handleiding en het keuringsbewijs, en of de gebruiker kan uitleggen hoe hij te werk gaat.
Wat betekent dit voor bestaande rolsteigers?
Materiaal dat is geleverd onder de norm van 2005 hoeft niet te worden vervangen. Normen werken niet met terugwerkende kracht op arbeidsmiddelen die al in gebruik zijn.
Wat wel geldt: het middel moet in goede staat zijn, compleet zijn en volgens de bijbehorende handleiding worden opgebouwd. Ontbreekt die handleiding, dan is dat op zichzelf al een tekortkoming, en bij oudere systemen is hij soms niet meer bij de fabrikant op te vragen.
Dat is in de praktijk vaak het moment waarop vervanging alsnog de verstandigste route is. Een rolsteiger zonder herleidbare documentatie is lastig te keuren en nog lastiger te verdedigen na een incident.
Waar u bij inkoop op let
Vraag bij aanschaf of huur expliciet om drie dingen: de verklaring dat het systeem voldoet aan NEN-EN 1004-1:2020, de opbouw- en gebruikshandleiding conform NEN-EN 1004-2:2021 in het Nederlands, en het laatste keuringsrapport bij verhuurmateriaal.
Bij huur is dat laatste punt cruciaal. U bent als gebruiker verantwoordelijk voor de staat van het arbeidsmiddel op het moment dat uw medewerker erop staat, ook als het materiaal niet van u is. Voor gehuurde arbeidsmiddelen verschuift die verantwoordelijkheid niet naar de verhuurder.
Let bij vervangende onderdelen op systeemcompatibiliteit. Bestel altijd binnen hetzelfde merk en dezelfde serie, en leg vast welk systeem u in huis heeft, zodat een inkoper zonder steigerkennis niet per ongeluk mengt.
Vijf valkuilen in de praktijk
Mengen van systemen. Een frame van merk A met een platform van merk B. Het past soms fysiek, maar de sterkteberekening van de fabrikant vervalt en daarmee de onderbouwing dat de steiger aan de norm voldoet.
Handleiding op kantoor. De handleiding hoort bij de steiger. Een exemplaar in een ordner bij de facilitaire afdeling helpt de monteur op het moment van opbouwen niet.
Verplaatsen met iemand erop. Nooit toegestaan, ook niet over een paar meter en ook niet in een gladde magazijngang. De stabiliteitsberekening gaat uit van een statische opstelling.
Stabilisatoren weggelaten. Ze zitten in de weg in een smalle gang, dus gaan ze eraf. Precies bij smalle uitvoeringen zijn ze onmisbaar; de fabrikant schrijft ze niet voor de sier voor.
Verwarring met de ladder-norm. Rolsteigers vallen onder NEN-EN 1004, ladders en trappen onder NEN 2484 en NEN-EN 131. Wie de keuringsprotocollen door elkaar haalt, keurt met de verkeerde criteria.
Checklist NEN-EN 1004 in uw magazijn
Loop deze punten eens langs voor elke rolsteiger die u in gebruik heeft.
- Is bekend welk merk, systeem en bouwjaar het is, en is dat gedocumenteerd?
- Ligt de Nederlandstalige opbouw- en gebruikshandleiding bij de steiger?
- Verwijst uw documentatie nog naar NEN-EN 1298 of naar de norm van 2005?
- Is de laatste periodieke keuring niet ouder dan twaalf maanden?
- Is het keuringsrapport terug te vinden en gekoppeld aan het juiste exemplaar?
- Zijn alle stabilisatoren, leuningen en kantplanken aanwezig en van hetzelfde systeem?
- Zijn de medewerkers die opbouwen aantoonbaar geïnstrueerd?
- Staat werken op hoogte als risico benoemd in uw RI&E en plan van aanpak?
Zeven van de acht vinkjes is niet goed genoeg. Bij werken op hoogte is de uitkomst van een incident zelden mild, en de dossiervorming eromheen is precies wat na afloop wordt beoordeeld.
Veelgestelde vragen
De norm zelf is niet rechtstreeks verplicht. Het Arbobesluit stelt doelvoorschriften: uw arbeidsmiddelen moeten deugdelijk zijn en veilig gebruikt kunnen worden. NEN-EN 1004-1 is de geharmoniseerde invulling daarvan voor rolsteigers, en in de praktijk het kader waaraan de Nederlandse Arbeidsinspectie toetst. Koopt of huurt u een rolsteiger die aan de norm voldoet en gebruikt u hem volgens de bijbehorende handleiding, dan is het uitgangspunt dat u aan het doelvoorschrift voldoet. Wijkt u af, dan moet u zelf aantonen dat het veiligheidsniveau gelijkwaardig is, en dat is bij steigermateriaal een lastige bewijslast.
Deel 1 gaat over het product: constructie-eisen, materialen, afmetingen, sterkteberekeningen en de tests waarmee een fabrikant aantoont dat de steiger die eisen haalt. Deel 2 gaat over de informatie die bij het product hoort: de opbouw- en gebruikshandleiding, inclusief de eisen aan tekeningen, symbolen en de volgorde van de opbouwstappen. Deel 1 verscheen in 2020, deel 2 in 2021. Samen vervangen ze de oude NEN-EN 1004:2005 en NEN-EN 1298:1996.
De norm heeft een toepassingsgebied tot 12 meter platformhoogte binnen en 8 meter platformhoogte buiten. Dat is geen absoluut verbod op hogere constructies, maar boven die grenzen valt de steiger buiten het toepassingsgebied van de norm en is een specifieke sterkteberekening en constructieve onderbouwing nodig. Voor de meeste magazijnen is dat niet aan de orde: onderhoud aan verlichting, sprinklerkoppen en dakconstructie speelt zich doorgaans onder de 12 meter af. Let wel op dat de fabrikant per systeem een eigen maximum kan opgeven dat lager ligt dan de normgrens.
Nee. Een norm werkt niet met terugwerkende kracht op materiaal dat al in gebruik is. Een rolsteiger die is geleverd onder NEN-EN 1004:2005 mag u blijven gebruiken zolang hij technisch in orde is, compleet is en volgens de bijbehorende handleiding wordt opgebouwd. Wat u wel moet doen, is de periodieke keuring op orde houden en de originele handleiding bewaren. Vervangt u onderdelen, koop die dan bij hetzelfde systeem van dezelfde fabrikant.
Nee, en dit is de meest voorkomende overtreding in magazijnen. Een rolsteiger is als systeem getest en gecertificeerd. Zodra u een frame, platform of stabilisator van een ander merk of een andere serie inzet, vervalt de onderbouwing van de fabrikant en daarmee de basis waarop u kunt stellen dat de steiger aan de norm voldoet. Gebeurt er een ongeval, dan staat u bij de Arbeidsinspectie en bij uw verzekeraar met lege handen. Markeer daarom per systeem het materiaal en berg het gescheiden op.
Bij de rolsteiger, op de plek waar hij wordt opgebouwd. NEN-EN 1004-2 gaat ervan uit dat de monteur de handleiding tijdens het opbouwen raadpleegt, niet achteraf. Praktisch werkt het goed om een geplastificeerd exemplaar in een houder aan het onderframe te bevestigen en een digitale kopie beschikbaar te hebben. Een handleiding die in een kast op kantoor ligt, telt bij een inspectiebezoek nauwelijks mee, omdat aannemelijk moet zijn dat er ook daadwerkelijk mee is gewerkt.
Nee, dat zijn twee verschillende sporen. NEN-EN 1004 beschrijft hoe de steiger geconstrueerd moet zijn en welke informatie erbij hoort. De verplichting om het arbeidsmiddel periodiek te laten keuren komt uit artikel 7.4a van het Arbobesluit en geldt onafhankelijk van de norm. Voor rolsteigers is jaarlijkse keuring de gangbare praktijk, met daarnaast een visuele controle voor elk gebruik door de gebruiker zelf.