Energieopslag of batterij-installatie? PGS 37 wordt per 2027 wettelijk verplicht. PGS 37 verplicht 2027. · Nu inrichten is goedkoper dan achteraf aanpassen Hoe het werkt →

Informatieplicht energiebesparing: wat uw magazijn vóór 1 december 2027 moet melden

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 5 september 2026 · Leestijd 10 minuten
Relevant voor

Verbruikt uw locatie per jaar meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas of een equivalent daarvan, dan geldt de energiebesparingsplicht. U moet dan alle maatregelen treffen die zich binnen vijf jaar terugverdienen, en eens per vier jaar rapporteren welke dat zijn. De eerstvolgende rapportagedatum is 1 december 2027. Melden gebeurt digitaal bij RVO, per vestiging.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Welke plicht geldt er precies

De energiebesparingsplicht is een van de weinige verplichtingen in een magazijn die niet uit de arbowetgeving komt maar uit het omgevingsrecht. Dat verklaart waarom hij vaak buiten beeld blijft bij de veiligheidskundige en pas opduikt als de omgevingsdienst belt.

De kern is eenvoudig. Verbruikt uw locatie substantieel energie, dan moet u alle energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Niet de maatregelen die u uitkomen, maar alle maatregelen die aan dat criterium voldoen.

Daarnaast bestaat een aparte rapportageverplichting. Die heet de informatieplicht en houdt in dat u eens per vier jaar aan de overheid meldt welke maatregelen u hebt uitgevoerd. De besparingsplicht is de inhoud, de informatieplicht is het bewijs.

De grondslag staat in het Besluit activiteiten leefomgeving en, voor gebouwgebonden maatregelen, in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Beide zijn sinds de Omgevingswet in werking en hebben de oude Activiteitenbesluit-bepalingen vervangen.

Magazijnhal met LED-verlichting en laaddocks tijdens bedrijfsuren

Wanneer valt uw magazijn eronder

De drempel ligt op 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 kubieke meter aardgas per jaar, of een equivalent daarvan in andere energiedragers. Wordt één van beide overschreden, dan geldt de plicht.

Belangrijk is dat de drempel per locatie geldt en niet per onderneming. Een logistiek dienstverlener met vier vestigingen beoordeelt elke vestiging apart, en meldt ook per vestiging.

Voor een gemiddeld distributiecentrum is 50.000 kWh geen hoge drempel. Alleen al de verlichting, de laadstations voor het intern transport en de koeling brengen de meeste panden er ruim overheen.

Twijfelt u of u eroverheen gaat, tel dan de energie mee die u zelf opwekt en zelf gebruikt. Dat is een van de wijzigingen die veel bedrijven nog niet op het netvlies hebben, en die juist voor magazijnen met zonnepanelen op het dak uitmaakt.

Hoe u uw verbruik vaststelt

De praktische vraag is welk getal u gebruikt. Het antwoord is het werkelijke jaarverbruik van de locatie, dus inclusief alles wat achter uw eigen aansluiting zit.

Begin bij de jaarafrekening van de energieleverancier. Die geeft de netafname, en dat is voor de meeste locaties het grootste deel van het plaatje.

Tel daar de eigen opwek bij op die u zelf verbruikt. Bij een dak vol panelen kan dat een aanzienlijke post zijn die nergens op een factuur staat.

De valkuil van meerdere aansluitingen

Grote panden hebben regelmatig meer dan één aansluiting, bijvoorbeeld een aparte voor het kantoorgedeelte, voor de laadinfrastructuur of voor een gehuurd deel van de hal. Bedrijven tellen die soms niet bij elkaar op en concluderen ten onrechte dat ze onder de drempel blijven.

Kijk daarom naar de locatie als geheel, zoals die ook in de milieuregels wordt beschouwd. Deelt u het pand met een andere gebruiker, dan wordt de afbakening lastiger en is een korte afstemming met de omgevingsdienst verstandig.

Leg vast hoe u tot uw getal bent gekomen. Bij een controle is de onderbouwing van de drempeltoets vaak het eerste dat wordt gevraagd, zeker als u concludeert dat u er niet onder valt.

De erkende maatregelenlijst

Om te voorkomen dat elk bedrijf zelf terugverdientijden moet uitrekenen, publiceert de overheid per bedrijfstak een erkende maatregelenlijst, kortweg EML. Daarop staan maatregelen waarvan al is vastgesteld dat ze zich binnen de norm terugverdienen.

Voert u alle voor u van toepassing zijnde erkende maatregelen uit, dan voldoet u aan de besparingsplicht. Dat is de eenvoudigste route en voor de meeste magazijnen ook de meest realistische.

Voor logistieke panden gaat het onder meer om verlichting, regeling van verwarming en koeling, isolatie van leidingen, tochtwering bij dockdeuren en het instellen van stooktijden. Stuk voor stuk maatregelen die technisch weinig voorstellen en die daardoor makkelijk blijven liggen.

U mag afwijken van de lijst. Kiest u een alternatieve maatregel, dan moet die minstens evenveel besparen als de erkende maatregel die u vervangt, en moet u dat kunnen aantonen.

In praktijk

Een distributiecentrum meldde in 2023 keurig alle erkende maatregelen als uitgevoerd, inclusief aanwezigheidsdetectie op de verlichting in de gangpaden. Bij een controle bleek de detectie na een herindeling van de stellingen te zijn uitgeschakeld, omdat de sensoren op de verkeerde plek zaten en het licht steeds uitviel boven een orderpicker. De maatregel stond op papier, maar was in de praktijk teruggedraaid. Meld daarom niet wat is aangelegd, maar wat aantoonbaar in bedrijf is.

Wat de melding inhoudt

De melding gaat digitaal via het loket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. U logt in met eHerkenning en doorloopt per vestiging een vragenlijst.

Gevraagd wordt naar het energieverbruik van de locatie, naar de bedrijfstak waaronder u valt en vervolgens per erkende maatregel of die is uitgevoerd, deels is uitgevoerd of niet van toepassing is.

Dat laatste is het punt waar de meeste tijd in gaat zitten. Bij elke maatregel die u als niet van toepassing aanmerkt, hoort een reden die standhoudt bij een controle.

Bewaar de onderbouwing bij de melding zelf, niet in een losse map. Een melding uit 2027 wordt in 2031 opnieuw gebruikt als vertrekpunt, en tegen die tijd werkt de collega die hem invulde er vaak niet meer.

De datum van 1 december 2027

De rapportagecyclus is vier jaar. Wie op 1 december 2023 een informatieplicht of onderzoeksplicht had, houdt die tot 1 december 2027. Dat is dus de eerstvolgende harde datum.

Bent u na 1 december 2023 gestart op een locatie, dan geldt de energiebesparingsplicht per direct, maar hoeft u pas per 1 december 2027 te rapporteren. Het onderscheid tussen die twee wordt vaak door elkaar gehaald.

Een jaar lijkt ruim, maar de meeste maatregelen vragen een investeringsbeslissing, een offertetraject en soms een installatiestop in een draaiend magazijn. Wie in het najaar van 2027 begint, meldt bijna gegarandeerd een aantal maatregelen als niet uitgevoerd.

Zet de datum daarom nu in dezelfde planning als uw keuringen. Hoe u dat inricht, beschrijven we in ons artikel over de keuringskalender voor het magazijn.

Wanneer geldt de onderzoeksplicht

Boven een jaarverbruik van 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 kubieke meter aardgas verandert het regime. Dan geldt geen erkende maatregelenlijst meer, maar een onderzoeksplicht.

U onderzoekt dan zelf, eens per vier jaar, welke maatregelen met een terugverdientijd binnen de norm in uw situatie mogelijk zijn, en rapporteert de uitkomst. De lat ligt hoger omdat de besparingspotentie bij dat verbruik ook groter is.

Voor de meeste magazijnen is dit niet aan de orde. Grote geconditioneerde distributiecentra, vrieshuizen en panden met zware procesinstallaties komen er wel aan.

Twijfelt u aan welke kant van die grens u zit, laat dat dan vaststellen voordat u begint met invullen. Het verschil in werklast tussen beide routes is aanzienlijk. Meer over de aanpalende auditverplichting leest u in ons artikel over het energielabel en de EED-auditplicht.

Monteur werkt aan een installatie in de technische ruimte van een magazijn

Wat er in 2027 verandert

De regelgeving rond energiebesparing wordt in 2027 herzien. Twee wijzigingen zijn voor magazijnen relevant.

De eerste is de actualisatie van de erkende maatregelenlijsten. Maatregelen die inmiddels gangbaar of achterhaald zijn, verdwijnen of worden aangescherpt, en er komen nieuwe bij die aansluiten op elektrificatie.

De tweede is de verwachte verruiming van de terugverdientijd van vijf naar zeven jaar. Dat klinkt technisch, maar het betekent dat er meer maatregelen binnen de norm vallen en dus meer verplicht worden.

Houd bij investeringsbeslissingen in 2026 en 2027 rekening met die verruiming. Een maatregel die vandaag net buiten de vijf jaar valt, kan straks verplicht zijn. De actuele stand houdt het Informatiepunt Leefomgeving bij.

Maatregelen die in een magazijn spelen

De erkende maatregelen die in logistiek vastgoed het meeste opleveren, zijn opvallend weinig spectaculair. Ze zitten in verlichting, klimaat en gedrag.

Verlichting is de grootste post. Vervanging door LED met aanwezigheidsdetectie en daglichtregeling in de gangpaden en op het buitenterrein staat op vrijwel elke lijst. Let daarbij op dat de noodverlichting een eigen regime houdt en niet zomaar meegaat in een LED-project.

Klimaat volgt daarna. Tochtwering bij dockdeuren, snelroldeuren tussen zones, het inregelen van luchtgordijnen en het instellen van stook- en koeltijden per zone leveren veel op in panden die de hele dag open staan.

Waar het bij laadinfrastructuur misgaat

De elektrificatie van intern transport verandert het energieprofiel van een magazijn ingrijpend. Laadstations voor heftruckaccu's trekken een aanzienlijk deel van het verbruik, en vaak op momenten dat het tarief ongunstig is.

Slim laden buiten de piek is daarmee zowel een besparingsmaatregel als een netcongestiemaatregel. In de praktijk wordt die koppeling zelden gelegd, omdat de laadinfrastructuur bij logistiek zit en het energiedossier bij facilitair.

Kijk bij het inventariseren daarom ook naar de eisen die aan de laadruimte zelf worden gesteld, zoals beschreven in ons artikel over de acculaadruimte voor heftruckaccu's en over laadpalen op het terrein.

Wie controleert en wat gebeurt er

Handhaving ligt bij het bevoegd gezag voor de milieuregels, in de praktijk de regionale omgevingsdienst namens gemeente of provincie. Dat is een ander loket dan u gewend bent voor arbozaken.

Een controle begint doorgaans administratief. De omgevingsdienst vergelijkt uw melding met wat bekend is over het pand en vraagt onderbouwing op bij maatregelen die als niet van toepassing zijn aangemerkt.

Blijkt er structureel niets te zijn gedaan, dan volgt het reguliere handhavingsspoor: waarschuwing, voornemen tot last onder dwangsom, en uiteindelijk de dwangsom zelf. Boetes in de zin van de arbowetgeving zijn hier niet aan de orde, maar een dwangsom kan flink oplopen.

De reputatieschade weegt bij logistieke dienstverleners vaak zwaarder dan het bedrag. Verladers vragen in aanbestedingen steeds vaker om aantoonbare naleving van dit soort verplichtingen.

Samenloop met andere verplichtingen

Dit dossier staat zelden op zichzelf. Op dezelfde locatie spelen doorgaans meerdere energie- en gebouwgebonden verplichtingen door elkaar heen.

Denk aan de labelverplichting voor kantoorruimte, de periodieke keuring van klimaatinstallaties en de eisen aan koudemiddelen. Die laatste twee raken direct aan de installaties waarover u ook in de energiemelding rapporteert.

Het loont om die inventarisaties te combineren. Dezelfde installatielijst voedt de keuring van de klimaatinstallatie, de registratie van F-gassen en de energiemelding.

Wie dat gescheiden houdt, doet het werk drie keer en houdt drie versies van de waarheid over. Dat is precies waar het bij controles misgaat.

Hoe u dit praktisch aanpakt

Begin met de drempeltoets en leg die vast, ook als u eronder blijft. Dat kost een uur en voorkomt een discussie achteraf.

Maak daarna een installatielijst van het pand: verlichting, klimaat, koeling, laadinfrastructuur, perslucht en gebouwschil. Noteer per onderdeel het bouwjaar en de laatste ingreep.

Leg die lijst naast de erkende maatregelenlijst voor uw bedrijfstak en markeer per maatregel de status. De maatregelen die u als niet van toepassing wilt melden, krijgen meteen hun onderbouwing.

Plan wat nog moet gebeuren ruim vóór de zomer van 2027, zodat installatiewerk niet samenvalt met het piekseizoen. En leg de melding, de onderbouwing en de facturen in hetzelfde dossier waarin ook uw keuringen zitten, zoals we beschrijven in ons artikel over compliance voor magazijn en DC en het overzicht van wet- en regelgeving voor magazijnen.

Overzicht van energiemaatregelen en meldingsstatus per vestiging in een compliancedossier

Veelgestelde vragen

Bedrijven en instellingen die op een locatie jaarlijks meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 kubieke meter aardgas of een equivalent daarvan verbruiken. De drempel geldt per vestiging en niet per onderneming. Een bedrijf met drie magazijnen kan dus voor twee locaties wel en voor de derde niet meldingsplichtig zijn.

1 december 2027. Wie op 1 december 2023 al een informatieplicht of onderzoeksplicht had, houdt die tot die datum. Bedrijven die na 1 december 2023 zijn gestart, moeten meteen voldoen aan de energiebesparingsplicht zelf, maar hoeven pas vanaf 1 december 2027 te rapporteren.

De omgevingsdienst kan handhaven namens de gemeente of provincie. In de praktijk begint dat met een informatieverzoek of een waarschuwing, gevolgd door een last onder dwangsom als er niets gebeurt. De hoogte daarvan verschilt per bevoegd gezag. Belangrijker is dat de onderliggende besparingsplicht blijft staan: melden zonder maatregelen te treffen lost niets op.

De lijst zelf is geen wet, maar wie de erkende maatregelen voor zijn bedrijfstak uitvoert, voldoet daarmee aan de energiebesparingsplicht. Kiest u voor een alternatieve maatregel, dan mag dat, mits die minstens evenveel energie bespaart. U moet dat dan wel kunnen onderbouwen bij een controle.

Ja. Sinds de verbreding van de regeling telt ook de energie die u zelf opwekt en zelf verbruikt mee bij het bepalen van uw jaarverbruik. Een magazijn met een groot dak vol zonnepanelen kan daardoor boven de drempel uitkomen terwijl de afname van het net beperkt lijkt.

Ja, en dat leidt vaak tot discussie. De gebruiker van het pand is normaal gesproken de normadressaat voor de activiteiten en installaties die hij zelf beheert. Maatregelen aan de schil van het gebouw, zoals isolatie, liggen doorgaans bij de eigenaar. Leg de verdeling vast in de huurovereenkomst voordat de controle komt.

De energiebesparingsplicht kijkt naar maatregelen op locatieniveau en geldt vanaf een relatief laag verbruik. De auditplicht uit de Europese energie-efficiëntierichtlijn kijkt naar de hele onderneming en geldt voor grotere organisaties. Ze bestaan naast elkaar, en het is mogelijk dat u aan beide moet voldoen.

Als uw verbruiksgegevens en installatiegegevens op orde zijn, is het invullen zelf een kwestie van uren. Het werk zit in de inventarisatie ervoor: weten welke installaties u hebt, wanneer ze zijn geplaatst en welke erkende maatregelen daarop van toepassing zijn. Bedrijven die dat pas in november beginnen, lopen bijna altijd uit.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora