Compliance-overzicht 2026 in 5 minuten
Voor magazijn- en DC-directies is 2026 een jaar van uitbreiding van bestaande verplichtingen, niet van wezenlijk nieuwe Arbowet-introducties. Het Nederlandse arbeidsomstandigheden-stelsel (Arbowet, Arbobesluit, Arboregeling) blijft onveranderd. Wel zijn er vier majeure wijzigingen in aanpalende wet- en regelgeving die voor logistieke bedrijven impactvol zijn.
De CSRD-rapportageplicht breidt zich uit naar middelgrote bedrijven, de Omgevingswet ziet het einde van de tijdelijke BBL-overgangsrechten, PGS 15:2024 wordt de praktische standaard voor verpakte gevaarlijke stoffen, en de EU-Machineverordening 2023/1230 vraagt voorbereiding voor inwerkingtreding per 20 januari 2027. Daarnaast wordt sectorspecifieke regelgeving (ADR-vervoer, GDP voor geneesmiddelen, HACCP voor levensmiddelen) door toezichthouders strenger gehandhaafd.
De praktische conclusie: een compliance-review op de scope van bestaande dossiers, een RI&E-update gericht op gevaarlijke stoffen en een transitie-planning voor de Machineverordening zijn voor de meeste magazijnen in 2026 de relevante acties. Vergeet daarbij niet het Arbowet-fundament: zonder actuele RI&E en BHV-organisatie blijft de basis kwetsbaar.
Arbowet-fundament: onveranderd, wel her-te-checken
Het Arbowet-fundament voor magazijnen verandert in 2026 niet inhoudelijk. De verplichtingen tot een actuele RI&E, een BHV-organisatie volgens artikel 15, keuringen van arbeidsmiddelen volgens Arbobesluit 7.4a en alle bijbehorende dossiers blijven gelden zoals ze nu gelden.
Wel zijn er drie redenen om in 2026 het fundament te hercheckwen. Eerste: de andere wijzigingen (PGS 15:2024, Machineverordening) raken de RI&E-scope. Als opslag van gevaarlijke stoffen anders wordt georganiseerd of als arbeidsmiddelen worden aangepast, moet de RI&E binnen 4 weken worden bijgewerkt. Tweede: de Arbeidsinspectie kondigde in haar handhavingsprogramma 2026 een verhoogde aandacht voor stellingen en heftrucks aan na meerdere incidenten in 2024-2025. Bedrijven met deze arbeidsmiddelen krijgen dus een hogere trefkans. Derde: voor middelgrote bedrijven die nu onder de CSRD vallen, vragen accountants en stakeholders om aantoonbare arbeidsomstandigheden-data, wat een gestructureerd compliance management systeem aantrekkelijker maakt.
Operationeel betekent dit: in 2026 jaarlijkse RI&E-update niet doorschuiven, BHV-oefeningen op planning, alle keuringen actueel houden. Een licht zelf-audit in januari of september is voldoende om signalen vroegtijdig op te pikken.
CSRD: rapportageplicht breidt uit
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is de EU-rapportageplicht voor duurzaamheidsinformatie. Hij vervangt de oudere NFRD en breidt de reikwijdte aanzienlijk uit. De invoering is gefaseerd.
| Categorie | Eerste rapportagejaar | Publicatiejaar |
|---|---|---|
| Grote ondernemingen, openbaar belang, >500 medewerkers (al onder NFRD) | 2024 | 2025 |
| Grote ondernemingen (250+ medewerkers, 40 mln omzet of 20 mln balans) | 2025 | 2026 |
| Beursgenoteerde MKB-bedrijven | 2026 | 2027 (uitstel naar 2028 mogelijk) |
| Niet-beursgenoteerde MKB-bedrijven | Niet verplicht | Niet verplicht |
Voor logistieke dienstverleners betekent dit: middelgrote DC's en logistieke groepsmaatschappijen vallen vanaf rapportagejaar 2025 (publicatie 2026) onder de plicht. Indirect raakt de CSRD ook MKB-logistiek: klanten met CSRD-plicht moeten in hun rapportage scope 3-emissies meenemen, waaronder transport en opslag. Zij vragen dus aan logistieke partners om CO2-data, energiegebruik en eventueel arbeidsomstandigheden-informatie.
Praktisch advies. Bedrijven die direct onder CSRD vallen: in januari 2026 het rapport over 2025 voorbereiden, gebruikmakend van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Verwacht 6-12 maanden doorlooptijd voor de eerste rapportage. Bedrijven die indirect via klanten geraakt worden: nu al data-verzameling structureren voor CO2 (per locatie, per service-type) en arbeidsomstandigheden (verzuim, ongevallen, BHV-organisatie).
Omgevingswet: einde BBL-overgang
De Omgevingswet draait sinds 1 januari 2024 en heeft de oude wetten zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening samengebundeld in 1 stelsel. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) zijn de twee uitvoeringsbesluiten die magazijnen en DC's direct raken.
In 2024 en 2025 gold er een overgangsregime: bestaande vergunningen die onder de oude wetgeving waren afgegeven, bleven geldig en hoefden niet onmiddellijk te worden omgezet. In 2026 lopen de meeste tijdelijke overgangsrechten af. Dit betekent niet dat alle vergunningen ineens vervallen, maar wel dat bij wijzigingen (verbouwing, uitbreiding, nieuwe activiteit, eigenaarswisseling) een nieuwe omgevingsvergunning onder het Bal en BBL moet worden aangevraagd.
De praktijk van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is in 2026 grotendeels uitgekristalliseerd. Aanvragen worden sneller behandeld (8-12 weken in plaats van 16-26 weken onder het oude stelsel), maar onvolledige aanvragen worden ook sneller afgewezen. Voor magazijnen met expansie-plannen: tijdig (3-6 maanden vooraf) vergunning-traject starten en ervaring zoeken bij een omgevingsrechtjurist of een gespecialiseerde adviseur.
PGS 15:2024 voor gevaarlijke stoffen
PGS 15:2024 is de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15, gepubliceerd in 2024, met als titel "Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen". Hij vervangt de versie 2016. PGS 15 is geen wet, maar wordt via het Bal van de Omgevingswet expliciet als geldende norm aangewezen. In de praktijk betekent dit: bedrijven die boven de drempelwaarden uitkomen, moeten aan PGS 15:2024 voldoen voor de omgevingsvergunning.
Vier wijzigingen ten opzichte van PGS 15:2016 zijn substantieel. Eerste: aangescherpte drempelwaarden voor opslag van bepaalde categorieen, waaronder lithium-ion-batterijen. Tweede: striktere eisen aan brandcompartimentering en sprinklerinstallaties bij grotere opslag-volumes. Derde: signalering en bewegwijzering moet voldoen aan NEN-EN ISO 7010, met expliciete pictogrammen voor noodroutes en gevarenklassen. Vierde: digitale registratie van opgeslagen stoffen wordt sterk aanbevolen (was eerder optioneel), met als doel snellere informatie-uitwisseling bij incident.
Operationele acties voor 2026. Magazijnen die gevaarlijke stoffen opslaan: scope-check op PGS 15:2024 voor de eigen situatie, RI&E-update voor de gevaarlijke stoffen-sectie, signalering controleren op NEN-EN ISO 7010-conformiteit. Bij twijfel of de eigen opslag boven de drempelwaarden uitkomt: een keer een specialist langs laten komen. Voor magazijnen zonder gevaarlijke stoffen: geen acties nodig.
Machineverordening 2023/1230
De EU-Machineverordening (Verordening 2023/1230) treedt per 20 januari 2027 in werking en vervangt dan de Machinerichtlijn 2006/42/EG. Belangrijk verschil met de richtlijn: een verordening werkt rechtstreeks in alle EU-lidstaten zonder dat omzetting in nationale wetgeving nodig is. Dat brengt eenheid maar ook minder ruimte voor nationale invulling.
Vier veranderingen zijn voor magazijnen en DC's relevant. Eerste: digitale documentatie en handleidingen worden expliciet toegestaan. Een papieren handleiding bij elke machine is niet langer verplicht, mits de digitale versie beschikbaar is. Tweede: nieuwe categorieen van hoog-risico-machines (waaronder bepaalde autonomous mobile robots en specifieke heftruck-types) komen onder verplichte third-party conformiteitsbeoordeling, wat de doorlooptijd voor nieuwe machines in markt zal verlengen. Derde: cybersecurity-eisen voor machines met netwerk- of cloud-verbinding worden geintroduceerd, wat fabrikanten dwingt tot security-by-design. Vierde: substantiele wijzigingen aan bestaande machines (denk aan ombouw, retrofit, integratie met andere systemen) kunnen leiden tot her-conformiteitsbeoordeling.
Voor 2026 ligt de focus op voorbereiding, niet op implementatie. Drie acties zijn aan te raden. Eerste: een inventaris maken van bestaande arbeidsmiddelen met fabrikant, type en jaar van CE-markering. Tweede: bij grotere fabrikanten (heftrucks, transportbanden, palletizers) informeren naar transitie-planning en eventuele software-updates. Derde: bij geplande aanschaf van nieuwe machines voor levering na 20 januari 2027: expliciet vragen of de machine onder de oude richtlijn of de nieuwe verordening valt en welke documentatie wordt meegeleverd.
Sectorspecifieke regels: ADR, GDP, HACCP
Naast de overkoepelende wijzigingen blijven drie sectorspecifieke regelgevingen onveranderd, maar zien wel een striktere handhaving in 2026.
ADR (European Agreement concerning the International Carriage of Dangerous Goods by Road) wordt elke twee jaar herzien. Voor 2026 zijn er geen systeem-wijzigingen, wel aanpassingen in enkele stoffenlijsten en lithiumbatterij-categorieen. Bedrijven die ADR-goederen verzenden, ontvangen of opslaan boven bepaalde drempels, moeten een ADR-veiligheidsadviseur hebben. Jaarlijkse training-update voor de veiligheidsadviseur volstaat voor sporadische activiteit.
GDP (Good Distribution Practice) is de EU-richtlijn voor distributie van geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Logistieke dienstverleners die geneesmiddelen vervoeren of opslaan moeten een GDP-vergunning hebben en aan strikte temperatuur-, beveiligings- en documentatie-eisen voldoen. De handhaving door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) wordt strenger, vooral op temperatuur-monitoring en audit-trail. Voor 2026: temperatuur-monitoring controleren op redundancy, audit-trail voor 5 jaar bewaartermijn.
HACCP (Hazard Analysis and Critical Control Points) is de methode voor voedselveiligheid. Logistieke dienstverleners die levensmiddelen verwerken of opslaan moeten een HACCP-plan hebben met kritieke beheersingspunten, monitoring en corrigerende acties. De NVWA controleert. Voor 2026: jaarlijkse review van het HACCP-plan en interne audit op kritieke beheersingspunten.
Handhaving in 2026: 4 trends
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in haar Meerjarenplan 2023-2026 vier thematische focusgebieden gepubliceerd waar in 2026 verhoogde controle-frequentie is.
Trend 1: gevaarlijke stoffen-opslag en -transport. De combinatie van PGS 15:2024 implementatie en stijging van transportvolumes (waaronder lithiumbatterijen) leidt tot focus op opslagvoorzieningen, brandcompartimentering en ADR-vervoer. Magazijnen met gevaarlijke stoffen: scope-check voorbereiden.
Trend 2: arbeidsmiddelen-veiligheid (heftrucks, stellingen). Na meerdere incidenten in 2024-2025 verhoogde controle op TCVT-keuringen voor heftrucks en NEN-EN 15635-keuringen voor stellingen. Bij controle: keuringscertificaten en aanwijzingsdocumentatie voor heftruckchauffeurs paraat hebben.
Trend 3: psychosociale arbeidsbelasting (PSA) in logistiek. Werkdruk, agressie en intimidatie in distributiecentra krijgen aandacht. Inspecteurs vragen naar PSA-beleid, vertrouwenspersoon en aantoonbare metingen. Voor 2026: PSA-onderdeel van de RI&E actualiseren en aantoonbare maatregelen documenteren.
Trend 4: ketenaansprakelijkheid bij inhuur en uitzendarbeid. Logistiek werkt vaak met uitzendkrachten en gedetacheerden. Bij controle wordt gekeken of zij dezelfde arbeidsomstandigheden hebben als vaste medewerkers en of de werkgever de juiste informatie aanlevert. Voor 2026: contractuele afspraken met uitzendbureaus reviewen, onboarding voor uitzendkrachten gestructureerd vastleggen.
Stappenplan voor logistieke compliance 2026
Het volgende stappenplan vertaalt de wijzigingen naar 6 concrete acties voor magazijn- en DC-directies in 2026.
Stap 1 (januari-februari): scope-review van het compliance management systeem. Welke van de vier majeure wijzigingen raakt mijn organisatie? Dit kan in 1 sessie van 2 uur met de coordinator, eindverantwoordelijke en eventueel een externe adviseur. Uitkomst: per wijziging een paragraaf in het CMS-handboek met scope-effect en actie-plan.
Stap 2 (februari-april): RI&E-update. Vooral relevant bij gevaarlijke stoffen (PGS 15:2024 scope-check) en bij wijzigingen in arbeidsmiddelen-vloot. Bij bedrijven boven 25 medewerkers: kerndeskundige inschakelen voor toetsing.
Stap 3 (maart-juni): CSRD-rapportage of data-voorbereiding. Bedrijven onder directe CSRD-plicht: rapportage voor 2025 voorbereiden volgens ESRS. Bedrijven met grotere klanten: data-structuur opzetten voor CO2, energiegebruik en arbeidsomstandigheden, zodat data-verzoeken efficient kunnen worden beantwoord.
Stap 4 (april-augustus): PGS 15:2024 implementatie. Voor magazijnen met gevaarlijke stoffen boven de drempelwaarden: opslagvoorzieningen reviewen op brandcompartimentering en signalering, eventueel investeringen plannen voor 2026-2027.
Stap 5 (mei-december): Omgevingswet-traject bij geplande wijzigingen. Voor magazijnen met verbouwing, uitbreiding of nieuwe activiteit in 2026-2027: omgevingsvergunning-traject starten met 3-6 maanden doorlooptijd. Eventueel specialistische ondersteuning.
Stap 6 (september-december): Machineverordening-voorbereiding. Inventaris van arbeidsmiddelen plus contact met grotere fabrikanten over transitie-planning. Bij aanschaf van nieuwe machines voor levering na 20 januari 2027: expliciet de transitie-status uitvragen.
Wilt u inzicht in welke compliance-wijzigingen specifiek voor uw magazijn-situatie in 2026 prioriteit hebben? Wij voeren een onafhankelijke compliance-scan uit op locatie, met een gestructureerd rapport binnen 48 uur dat ook de impact van de 2026-wijzigingen meeneemt.
Veelgestelde vragen
Vier wijzigingen zijn dit jaar dominant. Eerste: de CSRD-rapportageplicht breidt zich uit naar bedrijven met 250 medewerkers (boekjaar 2025 te rapporteren in 2026). Tweede: het tijdelijke BBL-spoor onder de Omgevingswet eindigt voor de meeste vergunningen, wat permanente vergunningen onder de nieuwe wet-structuur vereist. Derde: PGS 15:2024 wordt het de-facto standaard voor opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, met aangescherpte drempelwaarden en eisen aan brandcompartimentering. Vierde: voorbereiding op de EU-Machineverordening 2023/1230 die per 20 januari 2027 in werking treedt en aanzienlijke impact heeft op nieuwe en bestaande arbeidsmiddelen. Het Arbowet-fundament (RI&E, BHV, keuringen) verandert niet, maar moet wel worden hercheckt op interactie met de nieuwe wijzigingen.
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) heeft een gefaseerde invoering. Beursgenoteerde grote ondernemingen rapporteerden over boekjaar 2024 (in 2025 gepubliceerd). Grote bedrijven die voldoen aan twee van drie criteria (250+ medewerkers, 40 mln EUR omzet, 20 mln EUR balanstotaal) rapporteren over boekjaar 2025 in 2026. Beursgenoteerde MKB-bedrijven volgen over 2026. Niet-beursgenoteerde MKB-bedrijven zijn voorlopig uitgezonderd. Voor logistieke dienstverleners betekent dit: vooral grotere DC-bedrijven en bedrijven met internationale klanten krijgen er nu mee te maken. Ook indirect kan de CSRD raken: klanten met CSRD-plicht vragen toeleveranciers (waaronder logistieke partijen) om duurzaamheidsdata aan te leveren, ook als die partijen zelf niet onder de CSRD vallen.
De Omgevingswet draait sinds 1 januari 2024. Twee zaken zijn in 2026 specifiek relevant. Eerste: het tijdelijke Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) gold in 2024 en 2025 als overgangsregime voor bestaande vergunningen. In 2026 lopen de meeste overgangsbepalingen af, wat betekent dat magazijnen die wijzigingen plannen (verbouwing, uitbreiding, nieuwe activiteit) onder het nieuwe stelsel een omgevingsvergunning moeten aanvragen. Tweede: de praktijk van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is in 2026 grotendeels uitgekristalliseerd, met als gevolg dat aanvragen sneller worden behandeld (8-12 weken in plaats van 16-26 weken onder het oude stelsel), maar ook dat onvolledige aanvragen sneller worden afgewezen. Voor magazijnen zonder nieuwe activiteiten: weinig directe impact. Voor magazijnen met expansie-plannen: tijdig vergunning-traject starten.
Nee, PGS 15 is geen wet maar een richtlijn van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Wel is hij in de praktijk verplicht via twee mechanismen. Eerste: het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onder de Omgevingswet verwijst expliciet naar PGS 15 als de geldende norm voor opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Bedrijven die boven de drempelwaarden uitkomen, moeten aan PGS 15 voldoen om een omgevingsvergunning te krijgen. Tweede: verzekeraars en brancheorganisaties hanteren PGS 15 als de-facto standaard. Een afwijking is mogelijk via een gelijkwaardigheidstoets, maar in de praktijk zelden de moeite waard. De versie 2024 vervangt PGS 15:2016 en heeft aangescherpte eisen rond brandcompartimentering, sprinklerinstallaties en signalering. Voor magazijnen die gevaarlijke stoffen opslaan (zelfs in kleine hoeveelheden): scope-check op PGS 15:2024 is in 2026 een verstandige stap.
De EU-Machineverordening 2023/1230 (Machinery Regulation) treedt per 20 januari 2027 in werking en vervangt dan de Machinerichtlijn 2006/42/EG. De verordening is in juli 2023 gepubliceerd en bevat een aantal substantiele wijzigingen ten opzichte van de oude richtlijn. Vier veranderingen zijn voor magazijnen relevant. Eerste: digitale documentatie wordt expliciet toegestaan (geen verplicht papieren handleiding meer). Tweede: nieuwe categorieen van hoog-risico-machines komen onder verplichte third-party-conformiteitsbeoordeling. Derde: cybersecurity-eisen voor machines met netwerkverbinding worden geintroduceerd. Vierde: substantiele wijzigingen aan bestaande machines kunnen leiden tot her-conformiteitsbeoordeling. In 2026 ligt de focus op voorbereiding: inventaris van bestaande arbeidsmiddelen, contact met fabrikanten over transitie, planning van eventuele upgrades.
Of uw logistieke dienstverlener direct onder de CSRD valt hangt af van bedrijfsomvang en juridische structuur. Bedrijven die voldoen aan twee van drie criteria (250+ medewerkers, 40 mln EUR omzet, 20 mln EUR balanstotaal) vallen vanaf rapportagejaar 2025 (publicatie 2026) onder de CSRD. Veel middelgrote logistieke dienstverleners zitten in deze categorie. Indirect kan de CSRD ook MKB-logistiek raken: grotere verladers met CSRD-plicht moeten in hun rapportage de uitstoot van toeleveranciers (waaronder transport en opslag) meenemen. Zij vragen dus aan logistieke partners om CO2-data, energiegebruik en eventueel arbeidsomstandigheden-informatie. Voor logistieke dienstverleners onder de CSRD-drempel kan dit een commerciele reden zijn om vrijwillig te rapporteren, omdat data-vragen anders ad-hoc en moeilijk uitvoerbaar worden.
ADR (European Agreement concerning the International Carriage of Dangerous Goods by Road) wordt elke twee jaar herzien, met een tussentijdse update halverwege. Voor 2026 zijn er geen majeure systeem-wijzigingen, maar wel inhoudelijke aanpassingen in een aantal stoffenlijsten, verpakkingsregels en documentatie-eisen. Vier praktische punten zijn relevant. Eerste: enkele lithiumbatterij-categorieen krijgen aangepaste verpakkings- en classificatie-eisen door de stijging van transportvolumes. Tweede: digitale begeleidingsdocumenten worden in meer EU-landen geaccepteerd, hoewel papier nog steeds wettelijk volstaat. Derde: de vrijstellingsregeling voor kleine hoeveelheden (LQ en EQ) blijft ongewijzigd. Vierde: de eisen voor ADR-veiligheidsadviseur (verplicht voor bedrijven die ADR-goederen verzenden, ontvangen of opslaan boven bepaalde drempels) zijn ongewijzigd. Voor magazijnen met sporadische ADR-activiteit: jaarlijkse training-update voor de veiligheidsadviseur volstaat.
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in 2026 vier thematische focusgebieden. Eerste: opslag en transport van gevaarlijke stoffen (PGS 15:2024 implementatie). Tweede: arbeidsmiddelen-veiligheid met focus op heftrucks en stellingen na meerdere incident-meldingen in 2024-2025. Derde: psychosociale arbeidsbelasting (PSA) in logistieke distributiecentra, met aandacht voor werkdruk en agressie tegen medewerkers. Vierde: ketenaansprakelijkheid bij inhuur en uitzendarbeid in logistiek. Praktisch betekent dit: magazijnen die met gevaarlijke stoffen werken, een grote heftruck-vloot hebben, hoge medewerkersaantallen kennen of veel met uitzendkrachten werken, hebben een verhoogde inspectie-kans. Bij een controle wordt eerst de structuur van het compliance-systeem getoetst (wie is verantwoordelijk, waar ligt het dossier) en pas daarna de inhoudelijke naleving.