Waarom asbest nog een magazijnprobleem is
Asbest voelt als een dossier uit de vorige eeuw. Voor een deel van de Nederlandse distributiecentra en opslaghallen is het dat niet. Een flink deel van de bedrijfsruimte in Nederland is gebouwd tussen 1960 en 1993, precies de periode waarin asbesthoudende bouwmaterialen standaard waren.
In een magazijn zit het risico bovendien op een ongelukkige plek. Golfplaten daken, kokers rond leidingen en beplating achter installaties zijn zelden onderdeel van uw dagelijkse routine, maar wel van elke verbouwing, elke zonnepaneel-montage en elk onderhoudsklusje aan het dak.
Het gaat daarom bijna nooit mis tijdens normaal gebruik. Het gaat mis op het moment dat er iemand gaat boren, zagen of lopen op een plek waar niemand had nagedacht over wat daar zit.
Welk bouwjaar maakt uw pand verdacht
Het toepassen van asbest is in Nederland verboden sinds 1 juli 1993. Materialen die daarna zijn aangebracht, bevatten in beginsel geen asbest. Omdat voorraden nog een tijd werden opgemaakt en opleverdata schuiven, wordt in de praktijk 1 januari 1994 aangehouden als grens.
Is uw pand opgeleverd voor 1994, dan geldt het als asbestverdacht totdat onderzoek het tegendeel aantoont. Is het van na 1994, dan vervalt de inventarisatieplicht in de regel, al blijft opletten verstandig bij aangebouwde delen die ouder zijn dan de hoofdconstructie.
Dat laatste is een veelgemaakte fout. Een hal uit 2005 met een aangekochte oude loods ernaast is geen pand uit 2005. Beoordeel per bouwdeel, niet per adres.
Waar asbest in een magazijn zit
Asbest is toegepast in honderden producten, maar in bedrijfshallen komt het geconcentreerd op een beperkt aantal plekken voor. Deze vier zijn verantwoordelijk voor het overgrote deel van de vondsten.
| Locatie | Typisch materiaal | Risico bij normaal gebruik |
|---|---|---|
| Dak | Asbestcement golfplaten, dakleien | Laag, tenzij verweerd of beschadigd |
| Gevel | Vlakke asbestcementplaat, borstwering | Laag bij intacte platen |
| Staalconstructie | Brandwerende spuitlaag of beplating | Hoog bij aanraking en bij spuitasbest |
| Installaties | Leidingisolatie, pakkingen, oude ketelruimte | Middel, hoog bij demontage |
Hechtgebonden materiaal zoals asbestcement is in intacte staat relatief beheersbaar. Niet-hechtgebonden toepassingen zoals spuitasbest en oude leidingisolatie zijn dat niet: die geven al vezels af bij lichte beschadiging.
Het onderscheid bepaalt de urgentie. Een gaaf golfplaten dak vraagt om beheer en periodieke beoordeling. Een aangetaste isolatiekoker in een technische ruimte vraagt om actie op korte termijn.
Wanneer een inventarisatie verplicht is
Artikel 4.54a van het Arbobesluit koppelt de inventarisatieplicht aan werkzaamheden. De verplichting ontstaat voordat er wordt gesloopt, verbouwd of onderhoud gepleegd waarbij asbest kan vrijkomen in een bouwwerk of object waarin asbest aanwezig kan zijn.
Dat is een belangrijke nuance. U hoeft niet te inventariseren omdat u een oud pand bezit. U moet inventariseren voordat u eraan gaat werken.
Artikel 4.54b noemt de uitzonderingen, waaronder bouwwerken die aantoonbaar na de asbestverbodsdatum zijn gerealiseerd en enkele handelingen met verwaarloosbaar risico. Wie zich op een uitzondering beroept, moet dat kunnen onderbouwen.
Naast de arbo-kant loopt er een tweede spoor. De algemene zorgplicht van Arbowet artikel 3 en de plicht tot een risico-inventarisatie en -evaluatie uit artikel 5 gelden doorlopend. Als u weet of redelijkerwijs kunt weten dat er asbest zit, hoort dat in uw RI&E te staan.
Bestaat er een verbod op asbestdaken
Nee. Dit is het punt waarop de meeste online informatie de plank misslaat, ook op sites van partijen die er zelf aan verdienen.
Er lag een wetsvoorstel dat asbestdaken per eind 2024 zou verbieden. De Eerste Kamer verwierp dat voorstel op 4 juni 2019. Een aangepaste variant met 1 januari 2028 als datum haalde het evenmin. De kosten werden niet in verhouding geacht en er was twijfel over uitvoerbaarheid.
Sindsdien is er geen landelijke verbodsbepaling. Wat er wel is: provinciale en gemeentelijke stimuleringsregelingen, leningfondsen en in sommige gevallen lokale handhaving via de zorgplicht wanneer een dak aantoonbaar vezels verspreidt naar de omgeving.
Voor u betekent dat twee dingen. U wordt niet automatisch beboet omdat u een asbestdak hebt. En u kunt zich er ook niet achter verschuilen dat er geen verbod is, zodra dat dak verweerd raakt of zodra er iemand op moet werken.
Welk onderzoek u nodig hebt
Er bestaan twee onderzoeksvormen die elkaar aanvullen. Welke u nodig hebt, hangt af van wat u gaat doen en hoe ver de inventariseerder kan komen zonder de constructie te beschadigen.
| Type | Wat het onderzoekt | Wanneer |
|---|---|---|
| Type A | Direct waarneembaar asbest, beperkt destructief | Standaard startpunt voor vrijwel elk project |
| Type B | Vermoed, niet bereikbaar asbest achter constructiedelen | Als type A een redelijk vermoeden vastlegt |
Een type A-rapport dat vermeldt dat er mogelijk asbest achter een wand of in een koker zit, is geen groen licht. Het is een opdracht om type B te laten uitvoeren voordat er iemand aan de slag gaat.
Plan dat vooraf in. Type B vraagt vaak dat het gebied leeg en buiten gebruik is, en dat botst met een magazijn dat gewoon doordraait.
Wie de inventarisatie mag uitvoeren
De inventarisatie en het rapport moeten worden uitgevoerd door een bedrijf dat beschikt over het procescertificaat asbestinventarisatie. Dat schema stond jarenlang bekend als SC-540 en is inmiddels ondergebracht in de certificatieschema-bijlagen bij de Arbeidsomstandighedenregeling.
Praktisch controleert u drie dingen voordat u opdracht geeft. Is het certificaat geldig op de datum van uitvoering, staat het bedrijf in het register van de certificerende instelling, en is het bedrijf onafhankelijk van de partij die straks gaat saneren.
Dat laatste is geen wettelijke eis in alle gevallen, maar wel verstandig. Een inventariseerder die verdient aan de sanering die hij zelf voorschrijft, heeft een belang dat niet met dat van u samenvalt.
Wat er in het rapport moet staan
Het inventarisatierapport is uw bewijsstuk richting de gemeente, de saneerder en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Loop bij oplevering ten minste deze punten na.
| Onderdeel | Aanwezig |
|---|---|
| Certificaatnummer en geldigheid van het inventarisatiebedrijf | ja / nee |
| Afbakening: welke bouwdelen zijn wel en niet onderzocht | ja / nee |
| Per bron: locatie, materiaal, hoeveelheid en staat | ja / nee |
| Risicoklasse per bron | ja / nee |
| Analysecertificaten van het geaccrediteerde laboratorium | ja / nee |
| Expliciete vermelding van vermoedens die type B vereisen | ja / nee |
| Fotomateriaal en tekeningen met bronlocaties | ja / nee |
Let vooral op de afbakening. Rapporten worden regelmatig opgeleverd met hele bouwdelen buiten scope, bijvoorbeeld het dak of een technische ruimte die op de dag van het bezoek op slot zat.
Asbest laten zitten en beheren
Vastgesteld asbest hoeft niet altijd weg. Hechtgebonden materiaal in goede staat, dat niet wordt beroerd, mag blijven zitten mits u het beheerst. Dat vraagt wel om vastlegging.
Leg in een asbestbeheersplan vast waar de bronnen zitten, in welke staat ze verkeren, wie er niet aan mag komen en wanneer u de staat opnieuw beoordeelt. Markeer de locaties fysiek en neem ze op in de instructie aan technische dienst en externe monteurs.
Koppel dat aan uw werkvergunningsysteem. Een monteur die een gat in een wand boort omdat niemand hem verteld heeft wat erachter zit, is een organisatorisch probleem en geen pech.
Sloopmelding en verwijdering
Gaat u wel verwijderen, dan loopt dat via een vast pad. Het inventarisatierapport gaat mee met een sloopmelding bij de gemeente, die in de regel ten minste vier weken voor aanvang moet zijn ingediend.
De verwijdering zelf gebeurt door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Afhankelijk van de risicoklasse volgt na afloop een eindbeoordeling door een onafhankelijk laboratorium, en pas na vrijgave mag de ruimte weer in gebruik.
Reken op doorlooptijd. Tussen eerste inventarisatie en vrijgave zit bij een middelgroot project al snel twee tot drie maanden, en dat verhoudt zich slecht tot een verbouwing die volgende week moet starten.
Wat u doet bij beschadiging
Wordt asbestverdacht materiaal onverwacht beschadigd, dan is de eerste reactie bepalend. Stop het werk, laat niemand opruimen en sluit de ruimte af. Vezels verspreiden zich juist door vegen, blazen en stofzuigen met een gewone stofzuiger.
Registreer wie er aanwezig was en hoe lang. Schakel vervolgens een gecertificeerd bedrijf in voor beoordeling en sanering, en beoordeel of er sprake is van een meldingsplichtig arbeidsongeval. Meer daarover leest u bij het melden van een bedrijfsongeval.
Neem het incident daarna op in uw RI&E-actualisatie. Een beschadiging betekent bijna altijd dat de aanname over beheersbaarheid niet meer klopt.
Wat handhaving betekent
De asbestvoorschriften horen tot het strengste deel van de arbowetgeving. Werken zonder geldig inventarisatierapport of laten werken door een niet-gecertificeerd bedrijf wordt aangemerkt als zware overtreding.
Dat heeft twee gevolgen. Er volgt direct een boete, zonder de waarschuwing die bij lichtere overtredingen gebruikelijk is. En de inspecteur kan het werk ter plekke stilleggen, wat bij een lopende verbouwing vaak duurder uitpakt dan de boete zelf.
De normbedragen staan in de beleidsregel boeteoplegging bij de arbeidsomstandighedenwetgeving en worden gecorrigeerd naar bedrijfsgrootte. Bij letsel worden ze vermenigvuldigd. Meer over het bredere sanctiekader vindt u in ons artikel over de boetes van de Arbeidsinspectie en over een controle in het magazijn.
Checklist asbest in het magazijn
Loop deze punten langs voordat u concludeert dat het geregeld is.
| Punt | Aanwezig |
|---|---|
| Bouwjaar per bouwdeel vastgesteld, niet alleen per adres | ja / nee |
| Inventarisatierapport aanwezig voor de verdachte delen | ja / nee |
| Afbakening van het rapport gecontroleerd op gaten | ja / nee |
| Asbest opgenomen in de RI&E met beheersmaatregelen | ja / nee |
| Asbestbeheersplan met herbeoordelingsmoment | ja / nee |
| Bronlocaties fysiek gemarkeerd | ja / nee |
| Technische dienst en externe monteurs aantoonbaar geinstrueerd | ja / nee |
| Asbestcheck opgenomen in de werkvergunningprocedure | ja / nee |
| Afspraken met verhuurder schriftelijk vastgelegd | ja / nee |
| Procedure bekend voor onverwachte beschadiging | ja / nee |
Het merendeel van deze punten kost geen geld, alleen vastlegging. Wie de eerste vier op orde heeft, kan bij een controle laten zien dat het risico bekend is en beheerst wordt. Dat is precies het verschil tussen een gesprek en een boete. Zie voor de bredere context ook ons overzicht van wet- en regelgeving voor het magazijn.
Veelgestelde vragen
Nee. De verplichting uit artikel 4.54a van het Arbobesluit is gekoppeld aan werkzaamheden, niet aan het enkele bezit van een pand. U hebt een inventarisatie nodig voordat u sloopt, verbouwt of onderhoud laat uitvoeren waarbij asbest kan vrijkomen. Zolang u niets aan de constructie doet, is er geen wettelijk moment waarop de inventarisatie moet plaatsvinden. In de praktijk laten veel eigenaren van oudere panden er toch een maken, omdat u zonder rapport niet kunt aantonen dat u het risico kent en beheerst. Dat is precies wat de zorgplicht uit artikel 3 van de Arbowet en de RI&E-plicht uit artikel 5 wel doorlopend van u vragen.
Nee, dat is een hardnekkig misverstand. Het wetsvoorstel dat asbestdaken per eind 2024 zou verbieden is op 4 juni 2019 verworpen door de Eerste Kamer. Ook een aangepaste variant, waarin de staatssecretaris de datum naar 1 januari 2028 verschoof, haalde het niet. De Eerste Kamer vond het voorstel niet in verhouding staan tot de kosten en twijfelde aan uitvoerbaarheid. Er is dus geen landelijke verbodsbepaling. Dat betekent niet dat u niets hoeft te doen: een verweerd asbestdak dat vezels verspreidt kan wel degelijk leiden tot handhaving via de zorgplicht en via het milieuspoor.
Een type A-onderzoek brengt het direct waarneembare asbest in kaart. De inventariseerder inspecteert wat zichtbaar en bereikbaar is en doet beperkt destructief onderzoek. Een type B-onderzoek is aanvullend en richt zich op asbest dat vermoed wordt maar niet bereikbaar is zonder de constructie open te breken, bijvoorbeeld in spouwen, kokers of achter afgetimmerde delen. Type B volgt daarom vaak pas als het pand leeg is en er gesloopt kan worden. Een type A-rapport dat een redelijk vermoeden van verborgen asbest vermeldt, is niet compleet: dan is type B nodig voordat het werk mag beginnen.
In een bedrijfssituatie vrijwel nooit. De uitzonderingen waarbij particulieren beperkte hoeveelheden hechtgebonden asbest zelf mogen verwijderen gelden niet voor werkgevers, omdat u dan werknemers blootstelt en onder het Arbobesluit valt. Voor bedrijven geldt als hoofdregel dat verwijdering gebeurt door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf, op basis van een inventarisatierapport en na sloopmelding. Laat een verdacht plaatje dus zitten, markeer het, en schakel eerst een inventariseerder in. Zelf lostrekken is de snelste manier om van een beheersbaar risico een saneringsproject te maken.
Er staat geen harde houdbaarheidsdatum in de wet. In de praktijk wordt drie jaar aangehouden als richttermijn voor een rapport dat als basis voor werkzaamheden dient, en veel gemeenten en saneerders hanteren die termijn ook. Belangrijker dan de leeftijd is of het rapport de actuele situatie beschrijft. Is er na de inventarisatie verbouwd, is er schade ontstaan of zijn er delen bereikbaar geworden die eerder dicht zaten, dan is het rapport achterhaald ongeacht de datum. Actualiseer het rapport dus op gebeurtenissen, niet alleen op de kalender.
Ja. Asbest is een gevaarlijke stof en de aanwezigheid ervan is een risico dat u in uw risico-inventarisatie en -evaluatie moet beoordelen. Bij gevaarlijke stoffen vraagt het Arbobesluit bovendien om een nadere beoordeling van de blootstelling. Praktisch betekent dit dat u in de RI&E vastlegt of het pand asbestverdacht is, waar het materiaal zit, in welke staat het verkeert en welke beheersmaatregelen u treft. Een asbestbeheersplan is daarvan de uitwerking. Zonder die vastlegging heeft de inspecteur meteen een aanknopingspunt, ook als er verder niets aan de hand is.
Dat loopt langs twee sporen die u niet door elkaar moet halen. De gebouweigenaar is civielrechtelijk meestal verantwoordelijk voor de staat van het gebouw, en wat u daarover afspreekt staat in de huurovereenkomst. Als werkgever bent u daarnaast zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van uw werknemers op die locatie, en die verplichting kunt u niet doorschuiven naar de verhuurder. U hebt dus belang bij een kopie van het inventarisatierapport en bij schriftelijke afspraken over wie saneert en wie betaalt. Vraag dat op voordat u tekent, niet nadat een monteur ergens doorheen boort.