Wat de adviseur doet
De ADR-veiligheidsadviseur is een aangewezen persoon die erop toeziet dat uw onderneming de regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen naleeft. De rol komt niet uit de Arbowet maar uit het internationale ADR-verdrag, hoofdstuk 1.8.3.
Het is geen adviesrol in de vrijblijvende zin van het woord. De adviseur onderzoekt de werkwijze, wijst op tekortkomingen, adviseert over maatregelen en legt zijn bevindingen jaarlijks vast in een verslag dat de toezichthouder kan opvragen.
Voor een magazijn is dat een ongemakkelijke rol, want de meeste bedrijven zien zichzelf niet als vervoerder. Toch is de vraag niet of u vrachtwagens bezit, maar of u handelingen verricht die het ADR benoemt.
Die handelingen zijn: vervoeren, verpakken, vullen, laden en lossen. Vier van die vijf gebeuren in een gemiddeld distributiecentrum met enige regelmaat.
Wanneer het verplicht is
De hoofdregel staat in ADR 1.8.3.1: elke onderneming waarvan de werkzaamheden het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg omvatten, of het daarmee samenhangende verpakken, vullen, laden of lossen, wijst een of meer veiligheidsadviseurs aan.
De Nederlandse grondslag daarvoor is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, die het ADR van toepassing verklaart op het vervoer over land. Het ADR is dus geen richtlijn maar geldend recht.
Per 1 januari 2023 is de kring van ondernemingen uitgebreid. Sindsdien valt ook de afzender eronder, inclusief de zogeheten papieren afzender: het bedrijf dat een zending gevaarlijke stoffen op zijn naam laat vervoeren zonder de goederen zelf aan te raken.
Die uitbreiding raakt handelsbedrijven, webshops met chemie in het assortiment en logistiek dienstverleners die zendingen in eigen naam aanbieden. Voor een deel van hen was 2023 het eerste jaar waarin ze formeel onder de plicht vielen, en een deel daarvan weet dat nog steeds niet.
De plicht geldt op ondernemingsniveau. Eén adviseur kan meerdere vestigingen bedienen, mits hij de activiteiten daadwerkelijk kent en er toegang toe heeft.
Laden en lossen tellen mee
Het meest onderschatte woord in 1.8.3.1 is lossen. Veel magazijnen redeneren dat de vervoerder verantwoordelijk is zolang de goederen op de vrachtwagen staan, en dat hun eigen rol pas begint als de pallet binnen staat.
In het ADR is lossen echter een benoemde handeling met een eigen set verplichtingen, en degene die lost is een aangewezen deelnemer met eigen taken. Wie dat lossen doet, is dus een relevante vraag.
Laat uw chauffeurs de zending zelf van de wagen halen, dan ligt de handeling bij de vervoerder. Doet uw eigen heftruckchauffeur het, dan verricht uw onderneming een ADR-handeling.
Datzelfde geldt voor het beladen van uitgaande zendingen, voor het vullen van tanks of IBC's en voor het ompakken van producten in andere verpakkingen. Elk daarvan is meer dan opslag alleen.
Opslag is iets anders dan vervoer
Zuivere opslag valt niet onder het ADR maar onder de arbeidsomstandigheden- en omgevingsregelgeving, met PGS 15 als bekendste richtsnoer. Dat is precies waarom bedrijven het onderscheid missen.
De praktijk is dat opslag en vervoershandelingen vrijwel altijd samengaan. Een magazijn dat gevaarlijke stoffen opslaat, ontvangt en verstuurt ze ook, en op dat moment is het ADR in beeld.
Behandel de twee daarom als één dossier met twee regimes. Wat u opslaat, staat in uw PGS 15-inventarisatie; wat er in en uit gaat, bepaalt uw ADR-positie. Ons artikel over PGS 15 in een magazijn beschrijft de opslagkant in detail.
De vrijstellingen
Er bestaan vrijstellingen, en ze worden vaker aangehaald dan toegepast. Drie ervan komen in magazijnen het meest voor.
De eerste is de regeling voor gelimiteerde hoeveelheden, LQ. Producten in kleine consumentenverpakkingen die volgens hoofdstuk 3.4 zijn verpakt en gemerkt, vallen onder een licht regime. Denk aan spuitbussen, verf en reinigingsmiddelen in detailhandelsverpakking.
De tweede is de vrijstelling voor uitgezonderde hoeveelheden, EQ, uit hoofdstuk 3.5. Die geldt voor zeer kleine hoeveelheden per binnenverpakking en per collo en komt vooral bij laboratoria en monsters voor.
De derde is de vrijstelling per transporteenheid uit 1.1.3.6, in de wandelgangen de 1.000-puntenregeling. Elke stof valt in een transportcategorie met een factor; blijft de optelsom onder de 1.000 punten, dan gelden lichtere eisen aan het vervoer.
Wat deze drie gemeen hebben, is dat ze voorwaardelijk zijn. Ze werken alleen als de verpakking, het merken, de documentatie en de hoeveelheden per zending kloppen, en die beoordeling is per zending anders. Een bedrijf dat structureel op de rand van een vrijstelling opereert, heeft juist iemand nodig die dat bewaakt.
Wat dit voor uw magazijn betekent
De praktische vraag is niet of het ADR bestaat maar of uw stromen eronder vallen. Die vraag beantwoordt u met een inventarisatie van vier gegevens per productgroep.
Het eerste is de UN-nummer en klasse-indeling, af te lezen op het veiligheidsinformatieblad. Het tweede is de verpakkingsvorm waarin het bij u binnenkomt en weer vertrekt.
Het derde is wie de fysieke handeling verricht: uw medewerkers of die van de vervoerder. Het vierde is de hoeveelheid per zending, want daar hangt de toepasbaarheid van de vrijstellingen op.
Met die vier gegevens is in een halve dag vast te stellen of u onder de aanstellingsplicht valt. Dat is aanmerkelijk goedkoper dan de discussie achteraf, en het resultaat is een document waar u naar kunt verwijzen.
Neem het resultaat op in uw risico-inventarisatie en -evaluatie. Gevaarlijke stoffen horen daar hoe dan ook in, en de ADR-positie is er een logisch onderdeel van.
De taken op een rij
Het ADR schrijft de taken van de adviseur vrij concreet voor. Ze vallen uiteen in toezicht, advies en verantwoording.
| Taak | Wat het inhoudt | Frequentie |
|---|---|---|
| Naleving volgen | Controleren of voorschriften worden toegepast | Doorlopend |
| Adviseren | Advies over vervoer van gevaarlijke stoffen | Op verzoek en uit eigen beweging |
| Procedures beoordelen | Verpakken, laden, lossen, documentatie, beveiliging | Periodiek |
| Opleiding bewaken | Toezien op instructie van betrokken medewerkers | Jaarlijks toetsen |
| Jaarverslag opstellen | Verslag van activiteiten en naleving | Jaarlijks |
| Ongevalsrapport | Verslag bij een voorval volgens ADR 1.8.5 | Per voorval |
Die laatste taak wordt het vaakst vergeten. Bij een ongeval of ernstig voorval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen of dreigen vrij te komen, hoort een rapport te worden opgesteld voor de bevoegde autoriteit.
Het verplichte jaarverslag
Het jaarverslag is de meest tastbare verplichting en tegelijk de meest verwaarloosde. Het beschrijft de activiteiten van de onderneming met gevaarlijke stoffen en de wijze waarop aan de voorschriften is voldaan.
Een bruikbaar verslag bevat aantallen en typen zendingen, de betrokken klassen, de geconstateerde afwijkingen, de uitgevoerde controles, de opleidingen van medewerkers en de verbeteracties met hun status.
Het verslag wordt vijf jaar bewaard en op verzoek aan de toezichthouder verstrekt. Dat maakt het bij een controle het eerste document dat wordt opgevraagd, nog voor de vervoersdocumenten.
Een verslag van één alinea dat elk jaar opnieuw wordt gedateerd, is in dat gesprek eerder een probleem dan een oplossing. Het toont namelijk aan dat er geen toezicht heeft plaatsgevonden.
Certificaat en geldigheid
De adviseur moet een geldig certificaat hebben. In Nederland loopt het examen via het CBR, met aparte modules voor weg, spoor en binnenvaart.
Het certificaat is vijf jaar geldig, gerekend vanaf het behaalde examen. Verlengen gebeurt door binnen het laatste jaar voor de vervaldatum opnieuw examen te doen; de verlenging gaat in op de vervaldatum van het oude certificaat en niet op de examendatum.
Voor een magazijn met alleen wegtransport volstaat de wegmodule. Werkt u met binnenvaart of spoor, dan is een aanvullende module nodig, want de modules zijn niet uitwisselbaar.
Leg de vervaldatum vast in dezelfde planning als uw overige keuringen en certificaten. Een verlopen certificaat betekent formeel dat er geen adviseur is aangesteld.
Intern of extern beleggen
De rol mag intern worden ingevuld door een medewerker of door de bedrijfsleider zelf, mits die het certificaat heeft. Hij mag ook worden uitbesteed aan een extern bureau.
Intern werkt goed bij bedrijven met veel en gevarieerde stromen, omdat de adviseur dan dagelijks meekijkt. Nadeel is de kwetsbaarheid: bij vertrek of langdurige afwezigheid staat de rol leeg.
Extern werkt goed bij een beperkte en stabiele stroom. Nadeel is afstand: een adviseur die twee keer per jaar langskomt, ziet niet wat er op de vloer verandert.
Wat in beide gevallen geldt, is dat de verantwoordelijkheid bij de onderneming blijft. Uitbesteden verplaatst de kennis, niet de aansprakelijkheid. Datzelfde principe kent u van de werkgeversaansprakelijkheid in de Arbowet.
Samenhang met Arbowet en PGS 15
Het ADR regelt het vervoer, de Arbowet regelt de blootstelling van uw medewerkers en de omgevingsregelgeving regelt de opslag. Drie regimes over dezelfde stoffen.
Artikel 4.1c en verder van het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht u om blootstelling aan gevaarlijke stoffen te voorkomen of te beperken, met een beoordeling die in de RI&E landt. Ons artikel over gevaarlijke stoffen onder de Arbowet gaat daar dieper op in.
Voor de opslag geeft PGS 15 de invulling: hoeveelheden, compartimentering, brandbeveiliging en scheiding van niet-verenigbare stoffen. Voor stoffen die een explosieve atmosfeer kunnen vormen komt daar het explosieveiligheidsdocument bij.
De drie regimes hebben elk hun eigen toezichthouder. De Inspectie Leefomgeving en Transport kijkt naar het vervoer, de Nederlandse Arbeidsinspectie naar de arbeidsomstandigheden en het bevoegd gezag naar de omgevingsvergunning.
De hardnekkigste misverstanden
Het eerste misverstand is dat de plicht alleen voor transportbedrijven geldt. De tekst noemt expliciet verpakken, vullen, laden en lossen, en dat zijn magazijnhandelingen.
Het tweede is dat een klein volume automatisch vrijstelling betekent. De vrijstellingen zijn gebonden aan verpakking, merken en hoeveelheden per zending, en niet aan het jaarvolume van uw bedrijf.
Het derde is dat de vervoerder het wel regelt. De vervoerder heeft zijn eigen adviseur voor zijn eigen handelingen; die dekt uw handelingen niet af.
Het misverstand dat het duurst uitpakt
Het vierde misverstand is dat aanstellen voldoende is. Een adviseur op papier zonder jaarverslag, zonder controles en zonder betrokkenheid bij de dagelijkse gang van zaken voldoet niet aan 1.8.3.
Bij een controle is dat eenvoudig vast te stellen: er is een naam en een certificaat, maar er is geen spoor van activiteit. Dat leidt tot dezelfde conclusie als helemaal geen adviseur, met als verschil dat het bedrijf dacht in orde te zijn.
Spreek daarom bij aanstelling af wat er concreet gebeurt: hoeveel bezoeken, welke controles, welke rapportage en wie het aanspreekpunt is. Zonder die afspraken is de rol een handtekening.
Hoe u het regelt
Begin met de inventarisatie van uw stromen: welke gevaarlijke stoffen komen binnen en gaan buiten, in welke verpakking, in welke hoeveelheden en wie verricht de handeling.
Beoordeel op basis daarvan of u onder de aanstellingsplicht valt, en leg die beoordeling schriftelijk vast met datum en onderbouwing. Ook een onderbouwd nee is een resultaat waar u iets aan hebt.
Valt u eronder, stel dan een adviseur aan en leg de aanstelling schriftelijk vast, met naam, certificaatnummer en vervaldatum. Maak meteen afspraken over het jaarverslag en de controlemomenten.
Zorg daarnaast dat de betrokken medewerkers de vereiste instructie krijgen. Heftruckchauffeurs die lossen, expeditiemedewerkers die documenten opmaken en teamleiders die zendingen accepteren, hebben allemaal een rol. Zie ons artikel over voorlichting en onderricht.
Neem het geheel ten slotte op in uw complianceoverzicht naast de andere wettelijke verplichtingen voor magazijnen, met de vervaldatum van het certificaat en de deadline van het jaarverslag erin. Dan is de vraag of u het geregeld hebt geen inschatting meer.
Veelgestelde vragen
Zodra uw onderneming gevaarlijke stoffen vervoert over de weg of daaraan gerelateerde handelingen verricht: verpakken, vullen, laden of lossen. Sinds 1 januari 2023 geldt de plicht ook voor de afzender, ook als die de goederen zelf niet aanraakt. De plicht ligt op ondernemingsniveau, dus één adviseur kan meerdere locaties bedienen.
Lossen staat in de opsomming van ADR 1.8.3.1, dus het lossen van gevaarlijke stoffen kan de plicht op zichzelf activeren. Of dat in uw geval zo is, hangt af van de vraag of u onder een vrijstelling valt en of het lossen door uw eigen medewerkers gebeurt of door de vervoerder. Laat dat per situatie beoordelen en leg de uitkomst vast.
Dat is de vrijstelling uit ADR 1.1.3.6 voor vervoer per transporteenheid onder bepaalde hoeveelheden. Elke stof heeft een transportcategorie met een vermenigvuldigingsfactor; blijft de som onder de 1.000 punten, dan gelden er lichtere eisen. Het is een vrijstelling op het vervoer, geen algemene vrijstelling van de aanstellingsplicht, en het rekenwerk moet per zending kloppen.
Ja. ADR 1.8.3.2 staat toe dat de bedrijfsleider de taak zelf vervult, of dat een medewerker met andere taken hem combineert. Voorwaarde is wel dat die persoon over het geldige certificaat beschikt. In de praktijk kiezen kleinere magazijnen vaker voor een externe adviseur op abonnementsbasis.
Vijf jaar, gerekend vanaf het behalen van het examen. Verlengen gebeurt door binnen het jaar voorafgaand aan de vervaldatum opnieuw examen te doen bij het CBR; de verlenging gaat dan in op de vervaldatum van het oude certificaat. Er zijn aparte modules voor weg, spoor en binnenvaart.
Een beschrijving van de activiteiten van de onderneming met gevaarlijke stoffen in het afgelopen jaar en van de manier waarop aan de voorschriften is voldaan. Denk aan aantallen zendingen, geconstateerde afwijkingen, uitgevoerde controles, opleidingen en verbeteracties. Het verslag wordt vijf jaar bewaard en op verzoek aan de toezichthouder overhandigd.
De Inspectie Leefomgeving en Transport houdt toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen, samen met politie bij wegcontroles. De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt naar de arbeidsomstandighedenkant: opslag, blootstelling en de RI&E. Bij een incident in een magazijn komen die twee sporen bij elkaar.
De preventiemedewerker komt uit de Arbowet en richt zich op de arbeidsomstandigheden binnen uw bedrijf. De veiligheidsadviseur komt uit de vervoersregelgeving en richt zich op het vervoer van gevaarlijke stoffen en de handelingen daaromheen. De rollen overlappen in de praktijk, maar ze vervangen elkaar niet en vragen andere kwalificaties.