Arbowet-controle door Arbeidsinspectie? Compliance op alle 9 verplichtingen. Arbowet-proof in 48 uur. · Aantoonbaar beleid, getoetste RI&E en BHV-organisatie op 1 dashboard Hoe het werkt →

Tilnorm in het magazijn: wat een medewerker mag tillen en hoe u dat onderbouwt

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 19 september 2026 · Leestijd 11 minuten
Relevant voor

Er bestaat in Nederland geen wettelijke tilgrens. Het Arbobesluit verplicht u om de fysieke belasting te beoordelen en zo in te richten dat er geen gevaar ontstaat, en de Arbeidsinspectie toetst of u dat met een valide methode hebt gedaan. De veelgenoemde 23 kilo komt uit de NIOSH-tilformule en geldt alleen onder ideale omstandigheden: draaien, reiken, laag of hoog pakken en herhaling verlagen dat getal snel naar de helft of minder.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Wat de wet werkelijk eist

De vraag hoeveel een medewerker in het magazijn mag tillen, krijgt bijna altijd een getal als antwoord. Meestal 23 kilo, soms 25. Beide getallen staan niet in de wet.

Wat er wel staat, is een resultaatverplichting. Artikel 5.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaalt dat de arbeid zo wordt georganiseerd, de arbeidsplaats zo wordt ingericht en zulke hulpmiddelen worden gebruikt dat de fysieke belasting geen gevaar oplevert voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer.

Artikel 5.3 maakt daar een beoordelingsplicht van. De veiligheids- en gezondheidsaspecten van fysieke belasting moeten in de risico-inventarisatie worden beoordeeld, waarbij specifiek wordt gelet op de kenmerken van de last, de vereiste lichamelijke inspanning, de kenmerken van de werkomgeving en de eisen van de taak.

Daarnaast eist artikel 5.5 dat medewerkers voorlichting krijgen over de manier van hanteren en over de gevaren, en dat zij adequate informatie krijgen over het gewicht van de last en over het zwaartepunt als dat gewicht ongelijk is verdeeld. Die laatste bepaling wordt in magazijnen zelden nageleefd, terwijl hij verrassend concreet is.

Fysieke belasting is in het Arbobesluit bovendien ruimer gedefinieerd dan tillen alleen. Neerzetten, duwen, trekken en dragen vallen er nadrukkelijk ook onder. Een beoordeling die uitsluitend naar tilgewichten kijkt, dekt het risico in een magazijn dus niet.

Medewerker tilt een doos van een pallet in een magazijn met palletstellingen

Waarom er geen tilgrens bestaat

Het ontbreken van een getal is geen omissie van de wetgever. Het is een keuze die volgt uit de aard van het risico.

Dezelfde doos van 20 kilo is ongevaarlijk wanneer hij één keer per dag op heuphoogte recht vooruit wordt opgepakt, en schadelijk wanneer hij veertig keer per uur vanaf de vloer achter uit een rolcontainer moet worden gevist. Een wettelijk maximum zou beide situaties gelijkstellen.

Het Arboportaal van het ministerie van SZW formuleert het zelf zo: de Arbowet kent geen specifieke eisen over hoeveel iemand mag tillen of dragen, maar de Nederlandse Arbeidsinspectie hanteert wel de NIOSH-methode, waarbij onder ideale omstandigheden maximaal 23 kilo geldt.

Die formulering is precies de reden dat het misgaat in de praktijk. "Maximaal 23 kilo onder ideale omstandigheden" wordt in de wandelgangen "23 kilo mag", terwijl ideale omstandigheden in een magazijn vrijwel nooit voorkomen.

De NIOSH-norm van 23 kilo

Het Amerikaanse National Institute for Occupational Safety and Health publiceerde in 1981 een richtlijn met een lastconstante van 40 kilo. In de herziening uit 1991 ging dat getal naar 23 kilo, omdat dat gewicht voor het grootste deel van de beroepsbevolking veilig te tillen is als alle overige omstandigheden optimaal zijn.

De formule berekent het Recommended Weight Limit: 23 kilo vermenigvuldigd met zeven factoren die elk tussen 0 en 1 liggen. Elke ongunstige omstandigheid verlaagt de uitkomst.

Vervolgens deelt u het werkelijke tilgewicht door die uitkomst. Dat quotiënt is de tilindex. Ligt die onder de 1, dan is de handeling voor vrijwel iedereen aanvaardbaar. Ligt hij boven de 2, dan is er sprake van een duidelijk verhoogd risico op klachten aan het bewegingsapparaat.

De kracht van de methode zit in dat laatste. U krijgt geen ja of nee, maar een schaal waarop u maatregelen kunt prioriteren. Dat past bij een nadere risico-inventarisatie, waar u risico's tegen elkaar moet afwegen in plaats van ze afzonderlijk af te vinken.

De zeven factoren die meetellen

De zeven vermenigvuldigingsfactoren bepalen hoe snel de 23 kilo wegzakt. In een magazijn zijn ze stuk voor stuk herkenbaar.

De horizontale afstand is de reikafstand tussen de enkels en de handen op het moment van oppakken. Dit is meestal de zwaarste factor: een pallet die niet tot aan de rand is opgebouwd of een last achter in een rolcontainer dwingt tot reiken, en halveert de toelaatbare last moeiteloos.

De verticale factor kijkt naar de hoogte waarop de last wordt opgepakt. Heuphoogte is optimaal; vanaf de vloer of boven schouderhoogte loopt de factor terug.

De verplaatsingsafstand meet hoeveel hoogteverschil de last aflegt. De asymmetriefactor rekent af met draaiing van de romp, wat in een magazijn vrijwel standaard is bij het overzetten van een doos van pallet naar band.

De frequentiefactor is berucht. Bij herhaald tillen gedurende een hele dienst valt die factor diep terug, waardoor een op zichzelf lichte doos alsnog een tilindex boven de 1 oplevert.

De koppelingsfactor ten slotte beoordeelt de grip: handvatten, uitsparingen of een gladde krimpfolie maken meetbaar verschil.

Wat dit oplevert bij een doorsnee orderpickhandeling

Neem een doos van 15 kilo die op enkelhoogte achter uit een rolcontainer wordt gepakt, met een kwartslag draaiing naar de band, tachtig keer per uur.

De reikafstand, de tilhoogte, de draaiing en de frequentie drukken de toelaatbare last in zo'n situatie al snel tot onder de 8 kilo. De tilindex komt daarmee boven de 2 uit, oftewel rood, terwijl niemand op de werkvloer het gevoel heeft iets zwaars te doen.

Dat is precies de reden dat deze methode waarde heeft. Hij maakt zichtbaar wat routine onzichtbaar maakt.

Hoe de Arbeidsinspectie toetst

De inspectie werkt met de Basisinspectiemodule Fysieke belasting tillen. Die module vertaalt de tilindex naar drie categorieën: groen onder de 1, oranje tussen 1 en 2, rood boven de 2.

Voor incidenteel tillen, minder dan vijftien keer per dag, geeft de module een snelle beoordelingstabel. Tot 25 kilo is de situatie groen, tussen 25 en 50 kilo oranje, en boven 50 kilo rood. Bij frequenter tillen volgt altijd een berekening.

Eén regel in die module is absoluut: lasten van 50 kilo en zwaarder mogen niet handmatig worden getild, ook niet met meerdere personen. Dat is de enige harde grens in het hele dossier, en hij wordt in magazijnen met zware rollen, vaten of bouwmaterialen met regelmaat overschreden.

Belangrijk is dat de inspecteur in de praktijk zelden één tilhandeling naloopt. Hij beoordeelt of het onderwerp in uw risico-inventarisatie is behandeld en of het plan van aanpak concrete maatregelen bevat. De handeling op de werkvloer is aanleiding, het dossier is het onderwerp.

Welke methoden zijn geaccepteerd

In januari 2025 publiceerde de Arbeidsinspectie een werkinstructie voor het onderdeel fysieke belasting in de risico-inventarisatie. Die instructie is bruikbaar als toetssteen voor uw eigen aanpak.

Toereikend zijn: een checklist fysieke belasting met verdiepend onderzoek, een vergelijkbare methode, of een specifiek instrument zoals NIOSH, HARM, WHI, DUTCH of de KIM-methode. Ook een branchespecifieke methode die in een arbocatalogus is vastgelegd voldoet.

Niet toereikend zijn: een inventarisatie met alleen ja- en nee-vragen, een prioriteringsmethode zonder verdieping, of de aantekening dat iets nader te inventariseren is. In het plan van aanpak geldt bovendien dat nader onderzoek niet meetelt als concrete werkplekmaatregel.

Op normniveau zijn NEN-ISO 11228-1 voor tillen en dragen en NEN-EN 1005-2 voor machinegebonden handelingen de referenties. Voor de meeste magazijnen is dat verdiepingsmateriaal; de inspectiemodule en een erkend instrument volstaan.

Twee medewerkers beoordelen samen een werkplek op fysieke belasting

Wat dit betekent in een magazijn

Magazijnwerk combineert bijna alle ongunstige factoren tegelijk, en dat maakt het onderwerp hier zwaarder dan in veel andere sectoren.

Orderpicken op de onderste liggerniveaus dwingt tot bukken en reiken. Palletiseren op hoogte brengt de last boven schouderhoogte. Het lossen van een container voegt daar hitte, beperkte ruimte en tijdsdruk aan toe, waarmee zowel de werkomgeving als de eisen van de taak uit artikel 5.3 in beeld komen.

Daar komt duwen en trekken bij: rolcontainers over drempels, handpallettrucks met een volle pallet, bakken die over rollenbanen worden geschoven. Die krachten vallen onder dezelfde afdeling van het Arbobesluit en vragen om een eigen beoordeling.

De cijfers bevestigen het beeld. In de factsheet Fysieke arbeidsbelasting 2025 van TNO doet 37 procent van alle werknemers fysiek belastend werk; in vervoer en opslag is dat 51 procent en in de handel 48 procent. Dat zijn precies de sectoren waarin magazijnen vallen.

Maatregelen in de juiste volgorde

De arbeidshygiënische strategie uit artikel 3 van de Arbowet bepaalt de volgorde waarin u maatregelen moet overwegen. Die volgorde is niet vrijblijvend: een inspecteur toetst of u de hogere treden serieus hebt onderzocht voordat u lager uitkwam.

Bronmaatregelen komen eerst. Kleinere verpakkingseenheden afdwingen bij de leverancier, pallethoogtes aanpassen, een artikel met een hoog omloopgetal op heuphoogte inruimen: dat zijn ingrepen die het tillen zelf wegnemen of verkleinen.

Daarna volgen collectieve technische maatregelen: schaartafels, palletkantelaars, vacuümheffers, manipulatoren, hef- en rolhulpmiddelen. Voor de zwaarste lasten is dit geen optie maar de enige route, want boven 50 kilo is handmatig tillen uitgesloten.

Organisatorische maatregelen staan een trede lager: taakroulatie, pauzeregime, spreiding van pieken over de dienst, twee personen bij specifieke handelingen. Persoonlijke beschermingsmiddelen en tilinstructie staan onderaan, en vervangen nooit een maatregel hogerop.

Wat in alle gevallen blijft staan is de voorlichtingsplicht. Uw medewerkers moeten weten hoe zij moeten hanteren en welk gewicht zij optillen. Zie ook ons artikel over voorlichting en onderricht.

Waarom dit financieel telt

Fysieke belasting wordt vaak als zacht onderwerp behandeld, maar de cijfers zijn dat niet.

Uit de factsheet van TNO over 2024 blijkt dat 22 procent van alle werkgerelateerde verzuimdagen is toe te schrijven aan klachten aan het bewegingsapparaat en 20 procent aan lichamelijk belastend werk. De loondoorbetalingskosten van werkgerelateerd verzuim door aandoeningen aan het bewegingsapparaat kwamen uit op 1,5 miljard euro.

In de Arbobalans 2024, gepubliceerd in juni 2025, stegen de totale loondoorbetalingskosten van werkgerelateerd verzuim van 5,1 miljard euro in 2015 naar 8,3 miljard euro in 2023.

Er is nog een effect dat verder reikt dan verzuim. Vijftigplussers met fysiek belastend werk verwachten tot gemiddeld 65,3 jaar door te kunnen werken, tegenover 67,0 jaar bij werk zonder die belasting. In een sector met een krappe arbeidsmarkt is dat verschil van bijna twee jaar geen detail.

Wat er bij handhaving gebeurt

De Arbeidsinspectie handhaaft op dit onderwerp vooral via artikel 5.3. De werkinstructie uit 2025 beschrijft vier scenario's.

Is de fysieke belasting met een valide methode beoordeeld en zijn alle relevante handelingen meegenomen, dan volgt geen handhaving. Zijn er alleen ja- en nee-vragen gesteld, of staat er dat het onderwerp nader te inventariseren is, dan volgt een waarschuwing.

Is een valide methode gebruikt maar zijn niet alle handelingen beoordeeld of zijn verkeerde invoerwaarden gebruikt, dan volgt een eis tot naleving. Ontbreekt het onderwerp geheel, dan volgt eveneens een waarschuwing, met een eigen feitnummer.

Boetes worden opgelegd volgens de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving. Die kent zeven categorieën normbedragen van 340 tot 13.500 euro, met een correctie voor bedrijfsgrootte en verhogingsfactoren tot vijf keer bij een dodelijk ongeval. Matiging is mogelijk voor inventarisatie, randvoorwaarden, instructies en toezicht, elk 25 procent. Meer daarover staat in ons artikel over boetes van de Arbeidsinspectie.

Veelgemaakte fouten

De eerste fout is het getal zelf. Wij houden 25 kilo aan is geen beoordeling, en zonder onderbouwing van de omstandigheden zegt het niets over het risico.

De tweede is de beperking tot tillen. Duwen, trekken en dragen blijven buiten beeld, terwijl rolcontainers en handpallettrucks in veel magazijnen de grootste belasting veroorzaken.

De derde is de tilinstructie als hoofdmaatregel. Een cursus til met je benen staat onderaan de arbeidshygiënische strategie en houdt geen stand als er geen bron- of technische maatregelen zijn onderzocht.

De vierde is een plan van aanpak zonder termijn en zonder verantwoordelijke. Een maatregel die niet is belegd, is bij een controle hetzelfde als geen maatregel.

De vijfde is het bevriezen van de beoordeling. Een inventarisatie uit 2021 beschrijft niet het assortiment van 2026. Nieuwe artikelen, een andere klant of een gewijzigde layout veranderen de tilhandelingen zonder dat iemand het opmerkt.

Hoe u het aanpakt

Begin met een inventarisatie van de handelingen, niet van de gewichten. Loop de dag door: aanvoer, inslag, replenishment, orderpicken, verpakken, expeditie. Noteer per stap wie wat tilt, duwt of trekt, hoe vaak en onder welke omstandigheden.

Selecteer daaruit de handelingen die er in volume of zwaarte uitspringen en beoordeel die met een erkend instrument. Vijf goed doorgerekende handelingen zeggen meer dan een globale scan van vijftig.

Vertaal de uitkomsten naar maatregelen in de volgorde van de arbeidshygiënische strategie, en leg per maatregel vast wie hem uitvoert en wanneer hij klaar is. Koppel dat aan uw plan van aanpak, zodat het niet als los document verdwijnt.

Zorg ten slotte dat het onderwerp een vast moment krijgt. Laat de preventiemedewerker jaarlijks nagaan of er iets is veranderd aan assortiment, volumes of inrichting, en neem het mee in de toolbox.

Dan is de vraag wat een medewerker mag tillen geen getal meer dat iemand ooit heeft genoemd, maar een onderbouwing die u kunt laten zien.

Beoordeling van fysieke belasting vastgelegd in een digitaal compliancedossier

Veelgestelde vragen

Er staat geen getal in de wet. Het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht u om de fysieke belasting te beoordelen en zo te organiseren dat er geen gevaar voor de gezondheid ontstaat. De Arbeidsinspectie gebruikt bij die beoordeling de NIOSH-rekenmethode, waarin 23 kilo de lastconstante is onder ideale omstandigheden. Dat is een rekenuitgangspunt, geen toegestane grens.

Uit de herziene tilformule die het Amerikaanse NIOSH in 1991 publiceerde. De oorspronkelijke richtlijn uit 1981 ging nog uit van 40 kilo. In de herziening werd de lastconstante verlaagd naar 23 kilo, omdat dat gewicht voor het overgrote deel van de beroepsbevolking veilig te tillen is wanneer alle andere omstandigheden optimaal zijn.

Dat hangt af van de omstandigheden en niet van het gewicht alleen. In de basisinspectiemodule van de Arbeidsinspectie valt 25 tot 50 kilo bij minder dan vijftien keer per dag in de categorie oranje: verhoogd risico, nader te beoordelen. Groen is het pas als de berekende tilindex onder de 1 blijft, en dat vraagt om een korte reikafstand, een gunstige tilhoogte en weinig herhaling.

Nee. De basisinspectiemodule stelt uitdrukkelijk dat lasten van 50 kilo en zwaarder niet handmatig mogen worden getild, ook niet met meerdere personen. Voor die gewichten is een hulpmiddel de enige route: een heftruck, een vacuumheffer, een schaartafel of een aangepaste verpakkingseenheid.

De wet schrijft geen methode voor. De Arbeidsinspectie accepteert in haar werkinstructie uit januari 2025 onder meer de NIOSH-tilformule, de KIM-methode, HARM, WHI en DUTCH, of een branchespecifieke methode die in een arbocatalogus is vastgelegd. Wat niet volstaat is een risico-inventarisatie met alleen ja- of nee-vragen of de aantekening dat iets nader moet worden bekeken.

Ja. Fysieke belasting is in het Arbobesluit breder gedefinieerd dan tillen alleen en omvat ook neerzetten, duwen, trekken en dragen. Voor duw- en trekkrachten, bijvoorbeeld bij rolcontainers en handpallettrucks, bestaan aparte beoordelingsinstrumenten. Een beoordeling die alleen naar tilgewicht kijkt, dekt de belasting in een magazijn dus niet af.

Een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek moet u aanbieden, deelname is voor de medewerker vrijwillig. Bij fysiek belastend werk is dat aanbod inhoudelijk relevant: het maakt vroege klachten zichtbaar voordat ze tot verzuim leiden. Het vervangt de maatregelen aan de bron niet, maar het hoort wel in het totaalbeeld.

De Arbeidsinspectie handhaaft primair op het ontbreken of tekortschieten van de beoordeling in de risico-inventarisatie. Ontbreekt het onderwerp, dan volgt een waarschuwing; is de methode wel valide maar onvolledig toegepast, dan volgt een eis tot naleving. Boetes worden opgelegd volgens de beleidsregel, met normbedragen die oplopen tot 13.500 euro per overtreding en verhogingsfactoren bij letsel of recidive.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora