AED, noodverlichting en EHBO op orde? Plan een compliance scan voor uw magazijn. AED en noodverlichting op orde? · Keuring, register en jaarlijkse update in één bundel Hoe het werkt →

Noodverlichting logboek: welke tests en registratie NEN-EN 50172 van u verlangt

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 30 juli 2026 · Leestijd 8 minuten
Relevant voor

NEN-EN 50172 verplicht u om noodverlichting periodiek te testen en de resultaten in een logboek vast te leggen. In de praktijk betekent dat een maandelijkse functietest en een jaarlijkse duurtest over de volledige autonomietijd. Per test noteert u de datum, wat is getest, de uitkomst en de eventuele reparatie. Zonder dat logboek kunt u bij een controle of na een incident niet aantonen dat de installatie werkt, ook al hangen de armaturen er.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Een logboek maakt van aanwezige noodverlichting werkende noodverlichting

Noodverlichting die er hangt, is niet hetzelfde als noodverlichting die werkt. Accu's verouderen, armaturen raken defect en een installatie die vorig jaar in orde was, hoeft dat vandaag niet meer te zijn. Alleen door regelmatig te testen weet u of de verlichting het op het moment van een stroomuitval nog doet.

Die tests hebben pas waarde als u ze vastlegt. Het logboek is het bewijsstuk dat de noodverlichting periodiek is gecontroleerd en dat afwijkingen zijn hersteld. Zonder dat dossier is er bij een controle of na een incident niets om op terug te vallen.

In dit artikel leest u wat NEN-EN 50172 over het logboek voorschrijft, welke tests daarbij horen en wat u per test vastlegt. Zo wordt de registratie een routine in plaats van een sluitpost.

Digitaal logboek van een noodverlichtingsinstallatie met testresultaten op een scherm in het magazijn

Wat NEN-EN 50172 regelt en wat niet

Rond noodverlichting bestaan twee normen die vaak door elkaar lopen. NEN-EN 1838 stelt de fotometrische eisen: hoeveel lux een vluchtroute en een open ruimte krijgen, en hoe snel de verlichting reageert. Die eisen leest u terug in het artikel over de lux-eisen van noodverlichting.

NEN-EN 50172 gaat over iets anders. Die norm regelt het beheer, de controle en het onderhoud van de installatie gedurende de hele levensduur. Daar horen het testregime en het logboek bij. De ene norm zegt hoe fel de verlichting moet zijn, de andere hoe u borgt dat ze fel blijft.

Voor de dagelijkse praktijk is NEN-EN 50172 daarom de norm die uw taken bepaalt. Ze vertaalt de wettelijke plicht om de installatie in goede staat te houden naar concrete controlemomenten en naar een registratie die de historie vasthoudt.

Is het logboek wettelijk verplicht

De norm zelf is geen wet. De wettelijke plicht komt uit het Arbeidsomstandighedenbesluit, dat voorschrijft dat veiligheidsvoorzieningen aanwezig en in goede staat zijn op plaatsen waar het uitvallen van de gewone verlichting gevaar oplevert.

NEN-EN 50172 geeft de erkende invulling van die plicht. Wie het testregime en het logboek van de norm volgt, maakt aannemelijk dat hij de noodverlichting aantoonbaar onderhoudt. Dat is precies wat een toezichthouder of verzekeraar wil zien.

Daarnaast stelt het Nederlands Normalisatie-instituut de norm samen met de bouwregelgeving in een samenhangend kader. In gebouwen valt de installatie ook onder de eisen aan bestaande bouw, die het onderhoud van veiligheidsinstallaties verlangen. Het logboek dient dus meerdere sporen tegelijk.

De maandelijkse functietest

De eerste pijler van het regime is de functietest. Die simuleert een uitval van de netspanning, zodat u kunt zien of elke armatuur en elk pictogram inderdaad aangaat op de eigen energievoorziening. Het is een korte test die vooral controleert op uitval en defecten.

Het gangbare interval is maandelijks. Een maand is kort genoeg om een defecte armatuur op tijd te ontdekken en lang genoeg om de test praktisch uitvoerbaar te houden. Bij een installatie met veel armaturen loont het om een vaste ronde en een vaste dag aan te houden.

De test hoeft niet lang te duren. Het doel is niet de accu leeg te trekken, maar te zien dat de omschakeling naar noodstroom werkt en dat er geen armaturen donker blijven. Een donker blijvende armatuur wijst op een defecte lamp, een lege accu of een onderbroken verbinding.

De jaarlijkse duurtest

De tweede pijler is de duurtest, ook wel autonomietest genoemd. Die controleert niet of de verlichting aangaat, maar of ze de vereiste tijd blijft branden. De installatie draait daarbij de volledige autonomietijd op de eigen voeding, zonder de netspanning.

Die tijd is meestal minimaal 1 uur, afhankelijk van de situatie in het gebouw. Hoe lang noodverlichting precies moet branden en waarvan dat afhangt, leest u in het artikel over de brandduur van noodverlichting. De duurtest laat zien of de accu's die tijd na jaren gebruik nog halen.

Juist hier zit de waarde van de test. Een accu die veroudert, geeft nog wel spanning en laat de armatuur bij de functietest gewoon aangaan, maar houdt het geen uur meer vol. Alleen de duurtest legt dat bloot, en daarom hoort die minstens een keer per jaar te gebeuren.

Verlichte vluchtroute in een magazijn tijdens een duurtest van de noodverlichting

Wat u per test vastlegt

Een test die niet is vastgelegd, telt niet. Per controle noteert u een aantal vaste gegevens, zodat de registratie later een compleet beeld geeft. Dat begint met de datum en het soort test, functietest of duurtest.

Daarna legt u vast wat er is getest en wat de uitkomst was. Bij een afwijking noteert u welke armatuur of welk onderdeel niet voldeed en welke herstelactie daarop volgde, zoals het vervangen van een accu of een lamp. Ten slotte tekent de uitvoerende af, zodat herleidbaar is wie de test deed.

Een afwijking hoort een gesloten kringloop te krijgen

Een geconstateerd defect is pas afgehandeld als het herstel ook is genoteerd en de herstelde armatuur opnieuw is getest. In het logboek staat dan de constatering, de actie en de hertest achter elkaar. Zo blijft geen enkele afwijking als los eindje hangen.

Die gesloten kringloop is precies wat een controleur zoekt. Niet de afwezigheid van defecten telt, want die horen bij een installatie, maar de vraag of elk defect zichtbaar is opgelost. Een logboek dat afwijkingen laat zien met daarachter de herstelactie, is geloofwaardiger dan een logboek zonder enige melding.

Wat er verder in het logboek hoort

Naast de losse tests bevat het logboek een vast deel dat de installatie beschrijft. Dat is een overzicht van de aanwezige armaturen en pictogrammen, hun plaats in het gebouw en het type voeding, centraal of decentraal. Zo weet iedereen wat er getest hoort te worden.

Ook wijzigingen aan de installatie horen in het logboek. Een verbouwing, een nieuwe stelling die een vluchtroute verlegt of een uitbreiding van de hal verandert waar noodverlichting nodig is. Wie die wijzigingen bijhoudt, voorkomt dat de installatie stilletjes achterloopt op de indeling van het pand.

Tot slot horen de rapporten van de periodieke keuring van de noodverlichting bij het dossier. De maandelijkse tests en de jaarlijkse keuring vullen elkaar aan: de tests bewaken de dagelijkse werking, de keuring beoordeelt de installatie als geheel.

Papier of digitaal

De norm schrijft geen vorm voor. Een papieren map bij de meterkast voldoet, net als een digitaal logboek of een beheerplatform. Belangrijk is alleen dat de vereiste gegevens per test worden vastgelegd en dat de historie bewaard blijft en terug te vinden is.

In de praktijk heeft een digitaal logboek voordelen. Het raakt niet zoek, het is vanaf meerdere plekken in te zien en het kan herinneren aan een naderende test. Bij een installatie met zelftestende armaturen kunnen de resultaten zelfs automatisch worden geregistreerd, wat vergeten of onvolledige invoer voorkomt.

Hoe zelftestende armaturen werken en wat ze wel en niet uit handen nemen, leest u in het artikel over noodverlichting met zelftest. Ook een systeem met zelftest ontslaat u niet van de plicht de resultaten te bewaren en afwijkingen op te volgen.

Medewerkers voeren een maandelijkse functietest van de noodverlichting uit en tekenen af in het logboek

Het logboek bij een controle of incident

Bij een controle op de arbeidsomstandigheden of de brandveiligheid is het logboek het eerste wat gevraagd wordt. De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt niet alleen of er noodverlichting hangt, maar of aantoonbaar is dat die wordt getest en onderhouden.

Na een incident weegt het dossier nog zwaarder. Als bij een ontruiming blijkt dat een vluchtroute donker bleef, is de vraag meteen of de installatie werd getest en of een eerdere afwijking was hersteld. Een compleet logboek laat zien dat u uw plicht bent nagekomen; een leeg logboek laat het tegendeel vermoeden.

Het loont daarom om de noodverlichting op te nemen in de bredere keuringskalender van het magazijn, naast de andere verplichte controles. Zo valt een naderende test op voordat de termijn verloopt en blijft het logboek vanzelf actueel.

Zo helpt Envora hierbij

Een logboek bijhouden is een kwestie van elke test op tijd doen en de uitkomst vastleggen op een plek waar u hem terugvindt. Envora brengt die keten samen op één platform, zodat de tests, de resultaten en de herstelacties bij elkaar staan in plaats van verspreid over losse mappen en mailtjes.

In het portaal ziet u wanneer de volgende functietest of duurtest van de noodverlichting nodig is, wat de vorige test opleverde en welke armaturen aandacht vragen. Een naderende test valt op voordat de termijn verloopt, zodat het logboek aantoonbaar bijblijft.

Daarmee staat het dossier van de noodverlichting inspectie-proof klaar naast de andere verplichte keuringen in uw magazijn, van AED en brandblussers tot de elektrische installatie. Bij een controle heeft u de historie direct paraat, zonder te zoeken.

Veelgestelde vragen

Ja. NEN-EN 50172 schrijft voor dat de tests en het onderhoud van noodverlichting worden vastgelegd in een logboek. De norm zelf is geen wet, maar geeft de erkende invulling van de wettelijke plicht uit het Arbobesluit om noodverlichting in goede staat te houden. Bij een controle is het logboek het bewijs dat u die plicht nakomt.

Het gangbare regime uit NEN-EN 50172 is een maandelijkse functietest en een jaarlijkse duurtest. Bij de functietest controleert u of elke armatuur bij een gesimuleerde spanningsuitval aangaat. Bij de duurtest laat u de installatie de volledige autonomietijd branden, meestal minimaal 1 uur, om te zien of de accu's die tijd nog halen.

De functietest is kort en controleert alleen of de noodverlichting inschakelt bij uitval van de netspanning. De duurtest is lang en controleert of de installatie de vereiste tijd blijft branden op de eigen energievoorziening. Een armatuur die wel aangaat maar na tien minuten dooft, komt alleen bij de duurtest aan het licht.

Per test noteert u de datum, wat is getest, de uitkomst en welke herstelactie is ondernomen bij een afwijking. Daarnaast bevat het logboek een overzicht van de installatie, de plaats van de armaturen en de wijzigingen die in de loop van de tijd zijn aangebracht. Zo is de hele geschiedenis van de installatie terug te vinden.

Ja. NEN-EN 50172 schrijft geen papieren vorm voor. Een digitaal logboek of een beheerplatform voldoet net zo goed, zolang de vereiste gegevens per test worden vastgelegd en de historie bewaard blijft. Systemen die zelf testen kunnen de resultaten automatisch registreren, wat de kans op vergeten of onvolledige registratie verkleint.

De maandelijkse functietest is doorgaans eenvoudig en kan door een aangewezen medewerker of BHV'er worden gedaan, mits die de procedure kent. De jaarlijkse duurtest en het onderhoud horen bij een deskundige, vaak in combinatie met de periodieke keuring. Wie de test doet, tekent af in het logboek, zodat herleidbaar is wie welke controle heeft uitgevoerd.

Dan kunt u niet aantonen dat de noodverlichting is getest en werkt, ook al hangt de installatie er. De Nederlandse Arbeidsinspectie en verzekeraars beoordelen niet alleen of er noodverlichting is, maar of die aantoonbaar wordt onderhouden. Een ontbrekend of onvolledig logboek is een tekortkoming, zeker na een incident waarbij de werking ter discussie staat.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora