Waarom brandduur de kern van noodverlichting is
Noodverlichting heeft maar één taak: mensen veilig naar buiten brengen als de gewone verlichting uitvalt. Of die taak lukt, hangt niet alleen af van de vraag of de lampen aangaan, maar vooral van hoe lang ze aan blijven. Een noodverlichting die na tien minuten dooft terwijl de ontruiming nog loopt, biedt schijnveiligheid.
Die tijd noemen we de brandduur, ook wel de autonomietijd. Het is de meest onderschatte eigenschap van een noodverlichtingsinstallatie, omdat je hem niet ziet bij een snelle blik. De lamp brandt of brandt niet, maar hoe lang hij dat volhoudt op de accu blijkt pas als het erop aankomt.
In dit artikel leest u wat de brandduur precies is, welke norm de minimale tijd bepaalt, wanneer een uur niet genoeg is en hoe u aantoonbaar houdt dat uw installatie die tijd nog echt haalt.
Wat brandduur of autonomietijd betekent
De brandduur is de tijd dat een noodverlichtingsarmatuur zelfstandig blijft branden nadat de netspanning is weggevallen. Op dat moment schakelt het armatuur over op de ingebouwde of centrale accu en teert het op de daarin opgeslagen energie. Zodra die energie op is, dooft de verlichting.
De term autonomietijd zegt eigenlijk hetzelfde, maar dan vanuit de techniek: hoe lang is het armatuur autonoom, dus onafhankelijk van het net. Op datasheets van fabrikanten en in normen komt u meestal autonomietijd tegen, in de dagelijkse praktijk spreekt men van brandduur.
Belangrijk is het onderscheid tussen brandduur en lichtopbrengst. Hoeveel licht een armatuur geeft is een aparte eis, los van hoe lang het dat licht volhoudt. Beide moeten kloppen. Meer over de lichttechnische kant leest u in het overzicht van de NEN-normen voor noodverlichting.
NEN-EN 1838: één uur als ondergrens
De brandduur van noodverlichting is niet vrijblijvend. NEN-EN 1838 is de norm die de lichttechnische eisen aan noodverlichting vastlegt, inclusief de minimale tijd dat de verlichting beschikbaar moet blijven. Voor de meeste werksituaties komt die ondergrens neer op één uur.
Dat uur is geen streefwaarde maar een minimum. De installatie moet die zestig minuten halen op de accu, dus volledig zonder netspanning. Een armatuur dat vers uit de doos ruim een uur brandt maar na drie jaar nog maar veertig minuten levert, voldoet formeel niet meer aan de eis.
De juridische verplichting om überhaupt deugdelijke noodverlichting te hebben, staat in het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 3.7. De Arbowet eist dat noodverlichting aanwezig en werkzaam is waar de veiligheid van werknemers dat vraagt, en NEN-EN 1838 vult in wat werkzaam concreet betekent.
Wanneer een uur niet genoeg is
Een uur is de ondergrens voor gewone situaties, maar niet altijd voldoende. De vraag is steeds hoeveel tijd nodig is om iedereen veilig buiten te krijgen en de situatie onder controle te brengen. Waar dat langer duurt, hoort de brandduur mee te groeien.
Denk aan panden met een lange en complexe vluchtroute, aan locaties met veel bezoekers of beperkt zelfredzame mensen, en aan situaties waarin de stroomstoring kan samenvallen met een ander incident. In die gevallen kan uit de risicobeoordeling van het gebouw een brandduur van twee uur of meer volgen.
Ook de aard van de werkzaamheden speelt mee. Bij processen die niet abrupt gestopt kunnen worden zonder gevaar, moet er licht zijn om die processen veilig af te bouwen. De risico-inventarisatie van uw bedrijf is de plek waar dit hoort te worden afgewogen, zie het artikel over de RI&E voor je magazijn.
Hoe u de benodigde brandduur bepaalt
De benodigde brandduur volgt niet uit een tabel maar uit een redenering over uw eigen pand. Het startpunt is de ontruimingstijd: hoe lang duurt het voordat de laatste persoon veilig buiten is, uitgaande van de drukste bezetting. Die tijd bepaalt u het best met een realistische ontruimingsoefening.
Bij die ontruimingstijd telt u een marge op voor onverwachte omstandigheden, zoals een geblokkeerde route of iemand die hulp nodig heeft. De uitkomst vergelijkt u met de ondergrens van een uur. Komt de benodigde tijd daaronder, dan geldt nog steeds het uur als minimum. Komt hij erboven, dan is dat uw eis.
Een oefening laat bovendien zien of de noodverlichting op de juiste plekken hangt en of de vluchtroute in het donker echt te volgen is. De uitkomsten koppelt u aan uw ontruimingsplan, zodat de brandduur, de route en het plan op elkaar aansluiten.
De duurtest bewijst de brandduur
Weten dat een armatuur brandt is iets anders dan weten hoe lang het brandt. Daarom kent het testregime voor noodverlichting twee soorten testen. De functietest is kort en controleert alleen of de lamp op de accu aangaat. De duurtest is de test die de brandduur echt bewijst.
Bij een duurtest laat u het armatuur de volledige brandduur op de accu branden, voor de meeste situaties dus een uur. Blijft het die tijd volledig branden, dan is de brandduur op orde. Dooft het eerder, dan is de accu versleten of onderbemeten en voldoet de installatie niet meer.
Waarom de duurtest gespreid hoort te gebeuren
Na een duurtest is de accu leeg en moet hij opladen voordat het armatuur weer volledige noodverlichting kan bieden. Test u alle armaturen tegelijk, dan is het pand een periode kwetsbaar voor een stroomstoring. Goede systemen spreiden de duurtesten daarom over de installatie.
Bij een handmatig regime bewaakt iemand die spreiding zelf. Een centraal bewaakt of zelftestend systeem regelt de planning automatisch en legt vast wanneer welk armatuur voor het laatst een geslaagde duurtest had. Hoe die automatische aanpak werkt, leest u in het artikel over de noodverlichting zelftest.
Waarom de brandduur ongemerkt daalt
De brandduur is geen vaste eigenschap die u eenmalig vaststelt en daarna vergeet. Hij daalt in de loop van de tijd, en dat is precies wat de brandduur zo verraderlijk maakt. De oorzaak zit vrijwel altijd in de accu.
Een accu verliest capaciteit door het aantal laad- en ontlaadcycli, door zijn leeftijd en vooral door warmte. Een armatuur dat hoog in een magazijn hangt, waar het onder het dak warmer is, veroudert sneller dan een armatuur in een gekoelde ruimte. Na drie tot vier jaar is een merkbaar verlies normaal.
Het gevaarlijke is dat dit verlies onzichtbaar blijft zolang u alleen naar de lamp kijkt. De lamp brandt nog, de indicatie-led staat op groen, en toch haalt het armatuur de brandduur niet meer. Alleen een duurtest maakt dat verschil zichtbaar.
Brandduur in een groot magazijn
In een magazijn of distributiecentrum krijgt de brandduur een extra dimensie. De afstanden zijn groot, de gangpaden lang en de vluchtroute loopt vaak door hoge stellingzones naar uitgangen die niet altijd in zicht liggen. Een uur brandduur is hier geen ruime marge maar een reële noodzaak.
Bovendien hangen er al snel tientallen tot honderden armaturen, elk met een eigen accu die op een eigen tempo veroudert. De kans dat er ergens één de brandduur niet meer haalt, groeit met het aantal punten en met de leeftijd van de installatie. Steekproeven volstaan dan niet.
Daar komt bij dat een magazijn regelmatig van indeling verandert. Een nieuwe stellingrij of een verplaatste uitgang verandert de vluchtroute en daarmee de vraag welke armaturen de brandduur moeten leveren. Neem de noodverlichting daarom mee in uw keuringskalender en bij elke herinrichting.
De brandduur aantoonbaar maken
Een brandduur die klopt maar die u niet kunt aantonen, telt bij een controle niet mee. NEN-EN 50172 vraagt om een logboek waarin de testen, de resultaten, de gebreken en de reparaties staan. Voor de brandduur betekent dat: elke duurtest met datum, armatuur en uitkomst vastgelegd.
Bij een centraal bewaakt systeem is dat logboek digitaal en exporteert u met een druk op de knop een rapportage. Bij losse armaturen zonder centrale bewaking legt u de duurtesten en de opvolging van storingen zelf vast. In beide gevallen is het de historie die de brandduur bewijst, niet de momentopname.
Bij een controle door de Nederlandse Arbeidsinspectie is dit logboek een van de eerste stukken waar naar wordt gevraagd. Een geslaagde duurtest van recente datum is het antwoord op de vraag of de noodverlichting de brandduur nog haalt.
Zo houdt Envora uw noodverlichting op orde
Voor een magazijn met veel armaturen is de brandduur geen kwestie van één keer meten, maar van blijven bewaken. Envora neemt de noodverlichting mee in de bredere aanpak van alle verplichte keuringen, zodat de duurtest, de registratie en de opvolging van storingen niet los van elkaar zweven.
In het portaal ziet u per armatuur wanneer de laatste geslaagde duurtest was en welke punten aandacht vragen. Een verlopen of mislukte test wordt zichtbaar voordat het bij een controle een probleem wordt, en de historie staat inspectie-proof op één plek klaar.
Zo wordt de brandduur van een onzichtbare eigenschap een aantoonbaar gegeven, samen met de rest van uw noodvoorzieningen zoals de AED en de EHBO-middelen.
Veelgestelde vragen
Voor de meeste werksituaties geldt een minimale brandduur van een uur. Dit volgt uit NEN-EN 1838, de norm voor de lichttechnische eisen aan noodverlichting. Het uur moet de installatie halen op de accu, dus zonder netspanning. In situaties met een langere ontruimingstijd of een verhoogd risico kan uit de risicobeoordeling van het gebouw een langere brandduur volgen.
Dat is hetzelfde. Brandduur is de gangbare Nederlandse term, autonomietijd is de term die vaker in normen en op datasheets van armaturen staat. Beide beschrijven hoe lang een noodverlichtingsarmatuur zelfstandig op de eigen accu blijft functioneren nadat de netspanning is weggevallen.
Een uur geeft ruimte om een gebouw veilig te ontruimen en de situatie te beoordelen, ook als de stroomstoring samenvalt met een incident. In grote of complexe panden kost ontruimen meer tijd dan mensen denken, zeker met bezoekers of beperkt zelfredzame personen. Het uur is een ondergrens, geen streefwaarde: waar de situatie erom vraagt, mag en moet de brandduur hoger liggen.
Met een duurtest. Daarbij laat u het armatuur de volledige brandduur op de accu branden en controleert u of het die tijd echt vol brandt. Een functietest, waarbij het armatuur kort op de accu schakelt, is daarvoor niet voldoende, omdat die alleen aantoont dat de lamp brandt en niet hoe lang. De duurtest hoort in de praktijk jaarlijks te gebeuren.
De accu in een noodverlichtingsarmatuur veroudert. De capaciteit neemt af door het aantal laad- en ontlaadcycli, door de leeftijd en vooral door warmte. Een armatuur dat na installatie ruim een uur brandde, kan na enkele jaren nog maar twintig tot dertig minuten leveren. De lamp brandt dan nog wel, maar de brandduur is onvoldoende geworden.
De verplichte brandduur van minimaal een uur geldt voor de noodverlichting van vluchtroutes en voor anti-paniekverlichting in open ruimten. De hoeveelheid licht die vereist is verschilt per functie, maar de tijd dat de verlichting beschikbaar moet blijven is in beginsel gelijk. Voor werkplekken met een bijzonder risico gelden aanvullende eisen.
Ja. Bij een controle, vaak na een incident, wordt gevraagd of de noodverlichting deugdelijk is en of dat aantoonbaar is. Een installatie die op papier voldoet maar waarvan de duurtest ontbreekt of is mislukt, is lastig te verdedigen. Het logboek met geslaagde duurtesten is daarom het bewijs dat de brandduur op orde is.
Beperkt. Een deel van de brandduur zit in de accu, dus tijdig vervangen van de accu herstelt de oorspronkelijke tijd. Een langere brandduur dan waarvoor het armatuur is ontworpen vraagt meestal andere of extra armaturen. Bij twijfel over de benodigde brandduur is een beoordeling door een deskundige verstandig, zeker na een verbouwing of functiewijziging van het pand.