Waarom een keuring uit twee stappen bestaat
Een NEN 3140-keuring is geen enkele handeling maar een combinatie van twee onderdelen: een visuele inspectie en een meting. Die twee vullen elkaar aan en zijn allebei nodig om een arbeidsmiddel veilig te verklaren.
De reden is simpel. Een deel van de gebreken zie je met het blote oog, zoals een gerafelde kabel of een gebarsten behuizing. Een ander deel is onzichtbaar, zoals een onderbroken aardleiding of een isolatie die zijn weerstand heeft verloren. Alleen door beide te onderzoeken krijg je een compleet beeld.
In dit artikel leggen we uit wat elke stap precies controleert, in welke volgorde ze horen en waarom een keuring die maar de helft doet geen geldig bewijs oplevert. Zo weet je wat je van een keurmeester mag verwachten. De keuring is onderdeel van de bredere NEN 3140-keuring van arbeidsmiddelen.
Wat de visuele inspectie controleert
De visuele inspectie is de beoordeling met het blote oog van de zichtbare staat van het arbeidsmiddel. De keurmeester bekijkt het apparaat, de kabel en de aansluiting op tekenen van schade of slijtage.
Concreet gaat het om zaken als beschadigde of gerafelde snoeren, gebroken of gebarsten behuizingen, losse of ontbrekende trekontlasting bij de stekker, verkleuring door oververhitting en ontbrekende afschermingen. Ook de aanwezigheid van een geldige keuringssticker en de leesbaarheid van de typeaanduiding horen erbij.
De visuele inspectie is vaak de eerste zeef. Een apparaat met een duidelijk beschadigde kabel wordt direct afgekeurd, nog voordat er een meting aan te pas komt. Juist omdat veel gevaren zich aan de buitenkant tonen, is deze stap allesbehalve een formaliteit.
Wat de meting controleert
De meting onderzoekt met meetapparatuur de elektrische eigenschappen die je niet kunt zien. Hier komt de vakinhoudelijke kern van de keuring naar voren.
De gebruikelijke metingen zijn de continuïteit van de aardleiding, de isolatieweerstand en, afhankelijk van de beschermingsklasse van het apparaat, de aanraakstroom of de vervangende lekstroom. Een klasse I-apparaat leunt op de aardleiding als beveiliging, dus daar is de aardcontinuïteit cruciaal. Bij een klasse II-apparaat draait het juist om de isolatie.
De meetwaarden zeggen iets wat het oog niet kan zien. Een aardleiding kan er intact uitzien maar inwendig onderbroken zijn, en een isolatie kan onzichtbaar zijn aangetast door vocht of veroudering. De meting maakt die verborgen gebreken zichtbaar in cijfers, die vervolgens in het rapport worden vastgelegd.
Het verschil in één overzicht
De twee stappen verschillen in wat ze onderzoeken en hoe. Onderstaande tabel zet het naast elkaar.
| Aspect | Visuele inspectie | Meting |
|---|---|---|
| Onderzoekt | Zichtbare staat en beschadigingen | Elektrische eigenschappen |
| Middel | Het blote oog en handmatige controle | Gekalibreerde meetapparatuur |
| Voorbeelden | Kabel, stekker, behuizing, trekontlasting | Aardleiding, isolatieweerstand, lekstroom |
| Vindt | Mechanische schade en slijtage | Verborgen elektrische gebreken |
| Resultaat | Goed- of afkeur op zicht | Meetwaarden in getallen |
De kern is dat de twee elkaar niet vervangen maar aanvullen. Een apparaat kan er onberispelijk uitzien en toch een onderbroken aardleiding hebben, en andersom kan een apparaat met een gehavende behuizing meettechnisch nog binnen de grenzen vallen. Alleen samen geven ze uitsluitsel.
De volgorde van visueel en meten
In de praktijk gaat de visuele inspectie voor de meting uit. Dat heeft een logische reden: een zichtbaar onveilig apparaat wil je niet aan een meetopstelling koppelen.
De keurmeester begint dus met kijken. Wordt er een duidelijk gebrek gevonden, dan volgt afkeur en is meten overbodig. Is de visuele inspectie in orde, dan volgt de meting om de onzichtbare eigenschappen te toetsen. Pas als beide stappen zijn doorlopen en beoordeeld, kan het apparaat worden goedgekeurd.
Die volgorde bepaalt ook de veiligheid van de keurmeester zelf. Volgens de bepalingen rond veilig werken aan elektrische installaties, vastgelegd in het Arbobesluit, mag alleen een vakbekwaam persoon deze handelingen verrichten. De visuele inspectie vooraf voorkomt dat er aan een evident gevaarlijk apparaat wordt gemeten.
Wie de keuring mag uitvoeren
Beide stappen mogen alleen door een vakbekwaam persoon worden uitgevoerd. Dat is in de terminologie van NEN 3140 iemand met voldoende kennis en ervaring om elektrische gevaren te herkennen en te beoordelen.
De werkgever wijst deze persoon aan. Dat kan een interne medewerker zijn die daarvoor is opgeleid, of een externe keurmeester. Wat precies onder vakbekwaamheid valt, werken we uit in ons artikel over de NEN 3140 vakbekwaam persoon. Zonder die vakbekwaamheid is de keuring niet geldig, hoe zorgvuldig hij verder ook is uitgevoerd.
De normen zelf worden beheerd en gepubliceerd door NEN, het Nederlands Normalisatie-instituut. Daar vind je de meest actuele versie van NEN 3140 en de bijbehorende eisen, want normen worden periodiek herzien.
Wat er in het rapport hoort
Een keuring is pas compleet als de uitkomst is vastgelegd. Het keuringsrapport is het bewijsstuk dat je bij een controle laat zien.
In het rapport horen per arbeidsmiddel de resultaten van de visuele inspectie en de gemeten waarden, samen met de gebruikte meetapparatuur, de datum en de naam van de keurmeester. Zonder die meetwaarden is een rapport onvolledig: het laat dan niet zien dat de onzichtbare eigenschappen zijn getoetst. Een uitgewerkt voorbeeld staat in ons artikel over het NEN 3140 rapport.
Hoe vaak beide stappen terugkomen
De visuele inspectie en de meting horen bij elke keuringsronde. Het is dus niet zo dat je het ene jaar visueel keurt en het andere jaar meet: beide stappen komen samen terug bij elke keuring.
Hoe vaak die keuring plaatsvindt, leid je af uit de RI&E en het gebruik van het arbeidsmiddel. Zwaar belaste of mobiele apparatuur in een magazijn vraagt eerder een korter interval dan een vaste opstelling in een kantoorruimte. De precieze bepaling van dat interval bespreken we in ons artikel over de NEN 3140 keuringsfrequentie.
Naast de periodieke keuring is er de dagelijkse gebruikerscontrole. Die korte blik op zichtbare schade voor gebruik is verstandig, maar staat los van de formele keuring en vervangt die niet.
Veelgemaakte fouten
De grootste fout is denken dat een keuring op het oog volstaat. Een leverancier die snel langsloopt, een sticker plakt en geen meetwaarden vastlegt, levert geen geldige NEN 3140-keuring op.
Een tweede valkuil is een rapport zonder meetwaarden. Als er alleen "goedgekeurd" op staat zonder cijfers, kun je bij een controle niet aantonen dat de onzichtbare eigenschappen zijn getoetst. Een derde fout is het verwarren van NEN 3140 met de keuring van de vaste installatie volgens NEN 1010; die twee gaan over verschillende dingen, zoals we uitleggen bij het verschil tussen NEN 1010 en NEN 3140.
Vraag bij een keuring altijd om een rapport met meetwaarden per apparaat. Staat er alleen een goedkeuringssticker en geen cijfers, dan is er waarschijnlijk niet gemeten en heb je geen sluitend bewijs in handen.
Wat dit betekent voor je magazijn
In een magazijn staan al snel tientallen elektrische arbeidsmiddelen: acculaders, handgereedschap, verlengsnoeren, krimpfolie-apparaten en meer. Elk daarvan valt onder de NEN 3140-keuring en dus onder beide stappen.
Wie de keuring uitbesteedt, wil zeker weten dat er niet alleen wordt gekeken maar ook gemeten. Bij een controle door de Nederlandse Arbeidsinspectie of een vraag van de verzekeraar telt alleen wat je met een compleet rapport kunt aantonen. Een goedkeuring zonder meetwaarden houdt dan geen stand.
Het praktische risico zit in de onzichtbare gebreken. Juist een acculader of verlengsnoer dat er nog prima uitziet, kan een onderbroken aardleiding hebben. Zonder meting blijft dat onopgemerkt tot het misgaat.
Zo helpt Envora hierbij
Envora brengt met een compliance scan alle elektrische arbeidsmiddelen in je magazijn in kaart en zorgt dat ze volgens NEN 3140 worden gekeurd, met zowel de visuele inspectie als de meting.
De uitkomsten leggen we per apparaat vast in een centraal register, inclusief meetwaarden en keuringsdatum. Zo heb je bij een controle direct een sluitend dossier en verloopt geen enkele keuring ongemerkt, omdat het systeem automatisch waarschuwt wanneer een keuringsdatum nadert.
Veelgestelde vragen
De visuele inspectie beoordeelt met het blote oog de zichtbare staat van een arbeidsmiddel: beschadigde kabels, gebroken behuizingen, losse trekontlasting en verkleuring door oververhitting. De meting gebruikt meetapparatuur om de eigenschappen te controleren die je niet kunt zien, zoals de aardleidingweerstand en de isolatieweerstand. De visuele inspectie kijkt naar de buitenkant, de meting naar het elektrische binnenwerk. Beide zijn nodig voor een geldige keuring.
Nee. Een keuring die uitsluitend uit een visuele inspectie bestaat is onvolledig. NEN 3140 schrijft naast de visuele inspectie ook een meting voor, omdat gevaren als een onderbroken aardleiding of een te lage isolatieweerstand niet zichtbaar zijn. Zonder meting kun je niet aantonen dat het arbeidsmiddel elektrisch veilig is en vormt de keuring geen sluitend bewijs bij een controle.
De gebruikelijke metingen zijn de continuïteit van de aardleiding, de isolatieweerstand en, afhankelijk van de klasse van het apparaat, de aanraakstroom of vervangende lekstroom. Welke metingen precies nodig zijn hangt af van de beschermingsklasse van het arbeidsmiddel. De meetwaarden worden vastgelegd in het keuringsrapport, samen met de gebruikte meetapparatuur.
Beide stappen mogen alleen worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon in de zin van NEN 3140. Dat is iemand met voldoende kennis en ervaring om elektrische gevaren te herkennen en te beoordelen. De werkgever wijst deze persoon aan, in de praktijk vaak een interne of externe keurmeester. Zonder vakbekwaamheid is de keuring niet geldig.
Een gebruiker kan voor elk gebruik een korte controle op zichtbare schade doen, en dat is verstandig. Dat vervangt echter niet de formele visuele inspectie binnen de NEN 3140-keuring, die door een vakbekwaam persoon wordt uitgevoerd en samen met de meting wordt vastgelegd. De dagelijkse gebruikerscontrole en de periodieke keuring zijn twee verschillende dingen.
De frequentie leid je af uit de RI&E en het gebruik van het arbeidsmiddel. In een magazijn komt de keuring vaak op een jaarlijkse cyclus uit, maar zwaarder belaste of mobiele apparatuur kan een korter interval vragen. Beide stappen horen bij elke keuringsronde: het is niet zo dat je het ene jaar visueel keurt en het andere jaar meet.