Wat houdt het rookverbod op de werkplek in
Het rookverbod op de werkplek betekent dat er in een gesloten werkruimte niet mag worden gerookt, zodat werknemers niet ongewild meeroken. In een magazijn geldt dat voor de gehele hal, de kantoren, de kantine, de laadperrons onder overkapping en alle andere ruimtes waar mensen werken.
Het doel is bescherming van de gezondheid. Meeroken is schadelijk en niemand hoeft op zijn werk te worden blootgesteld aan tabaksrook van collega's. De Rijksoverheid beschrijft het recht op een rookvrije werkplek expliciet. Het verbod is daarmee een recht van de werknemer en een plicht van de werkgever.
Naast de gezondheidskant speelt in een magazijn nog een tweede belang: brandveiligheid. Op een plek vol karton, folie, pallets en soms gevaarlijke stoffen is open vuur een reeel risico. Het rookverbod dient in een magazijn dus twee doelen tegelijk.
Welke wet regelt het rookverbod in het magazijn
De juridische basis is de Tabaks- en rookwarenwet. Die wet geeft werknemers sinds 1 januari 2004 het recht op een rookvrije werkplek en legt de bijbehorende verplichting bij de werkgever.
Concreet moet de werkgever drie dingen doen: het rookverbod instellen, het duidelijk aanduiden en het handhaven. Instellen doe je door het op te nemen in de huisregels, aanduiden door pictogrammen te plaatsen en handhaven door medewerkers aan te spreken die zich niet aan het verbod houden.
Het toezicht ligt bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De NVWA controleert of werkgevers hun verplichting nakomen en kan bij overtreding een boete opleggen.
Zijn rookruimtes in het magazijn nog toegestaan
Nee. Waar bedrijven vroeger een afgesloten rookruimte mochten inrichten, is dat sinds 1 januari 2022 verboden. Het verbod op rookruimtes is toen uitgebreid naar de werkplek, zodat er binnen een bedrijf geen aparte ruimte meer mag zijn om te roken.
Een bestaande rookruimte in een magazijn of kantoor moet dus buiten gebruik zijn gesteld. Wie wil roken, doet dat voortaan buiten. Voor werkgevers is dit een belangrijk punt om te controleren, want een nog ingerichte rookruimte is bij een NVWA-controle direct een overtreding.
Wie is verantwoordelijk voor het rookverbod
De verantwoordelijkheid ligt onmiskenbaar bij de werkgever. Hij moet het verbod instellen, aanduiden en handhaven, en hij is degene die bij een overtreding wordt beboet. De individuele roker krijgt geen boete van de NVWA; de sanctie richt zich op de werkgever van de locatie waar wordt gerookt.
Dat maakt aantoonbaar beleid belangrijk. Een werkgever die kan laten zien dat hij het verbod duidelijk heeft ingesteld, zichtbaar heeft aangeduid en actief handhaaft, staat er bij een controle veel sterker voor dan een werkgever die het onderwerp op zijn beloop laat.
Geldt het rookverbod ook voor de e-sigaret
In de praktijk wel. De elektronische sigaret valt onder de Tabaks- en rookwarenwet en het dampen ervan geeft in een gesloten werkruimte hinder en mogelijke gezondheidsklachten voor omstanders. De meeste werkgevers behandelen de e-sigaret daarom hetzelfde als een gewone sigaret.
Neem dit expliciet op in het rookbeleid. Door de e-sigaret met zoveel woorden te noemen, voorkom je discussie op de werkvloer over de vraag of dampen binnen wel of niet is toegestaan. Duidelijkheid vooraf werkt beter dan een conflict achteraf.
Roken, gevaarlijke stoffen en brandgevaar in het magazijn
Een magazijn is bij uitstek een omgeving waar open vuur niet thuishoort. De combinatie van karton, folie, houten pallets en soms gevaarlijke stoffen zorgt voor een hoge vuurlast. Een gloeiende peuk of een vonk kan daar een brand veroorzaken die zich in minuten verspreidt.
Het risico neemt verder toe bij de opslag van gevaarlijke stoffen en accu's. Denk aan gasflessen, brandbare vloeistoffen en lithium-ion-accu's, die bij een beginnende brand snel escaleren. Het rookverbod ondersteunt hier direct de bredere brandveiligheid van het pand.
Ook op het bedrijfsterrein blijft oplettendheid nodig. Een rookzone hoort op veilige afstand van laad- en losplekken, opslag van gevaarlijke stoffen en de in- en uitgangen te liggen.
Hoe handhaaft de NVWA het rookverbod
De NVWA houdt toezicht op de naleving van de Tabaks- en rookwarenwet. Inspecteurs kunnen een bedrijf bezoeken en controleren of het rookverbod is ingesteld, zichtbaar is aangeduid en wordt gehandhaafd. Ook een melding van een werknemer of bezoeker kan aanleiding zijn voor een controle.
Constateert de NVWA een overtreding, dan kan zij een bestuurlijke boete opleggen aan de werkgever. De hoogte hangt af van de omstandigheden en of er sprake is van herhaling. Een werkgever die zijn beleid op orde heeft en dat kan aantonen, verkleint dit risico aanzienlijk.
Een sluitend rookbeleid opstellen
Een goed rookbeleid is kort, duidelijk en zichtbaar. Het beschrijft waar niet mag worden gerookt, dat dit ook geldt voor de e-sigaret, waar een eventuele rookzone buiten ligt en wat er gebeurt bij overtreding. Door het op te nemen in de huisregels en de RI&E maak je het onderdeel van het bredere veiligheidsbeleid.
Communiceer het beleid actief bij indiensttreding en herhaal het periodiek. Nieuwe medewerkers, uitzendkrachten en bezoekers moeten weten wat de regels zijn voordat ze de hal in gaan.
Aanduiden, communiceren en handhaven
Plaats pictogrammen bij alle ingangen en op logische plekken in het magazijn. Een verbod dat niet zichtbaar is, is bij een controle lastig te onderbouwen. Zorg dat de aanduiding overeenkomt met wat in de huisregels staat.
Spreek medewerkers aan die zich niet aan het verbod houden en leg herhaalde overtredingen vast. Handhaving hoeft niet hard te zijn, maar moet wel consequent zijn; een verbod dat niet wordt gehandhaafd, verwatert snel.
Leg de aanpak vast zodat je bij een NVWA-controle kunt laten zien dat je aan je verplichting voldoet. Een korte notitie met beleid, plattegrond van pictogrammen en een logboek van aanspreekmomenten is voldoende.
Roken buiten: rookzones op het bedrijfsterrein
Roken mag buiten, maar niet zomaar overal. Een aangewezen rookzone hoort op veilige afstand van de in- en uitgangen te liggen, zodat rook niet naar binnen trekt en niemand er doorheen hoeft te lopen. Houd ook afstand tot opslag van gevaarlijke stoffen en laad- en losplekken.
Voorzie de rookzone van een deugdelijke asbak of peukenpaal, zodat gloeiende peuken niet op de grond belanden. Zo voorkom je dat het buiten roken alsnog een brandrisico wordt op het terrein.
Checklist rookverbod magazijn
Loop deze punten na om te controleren of jouw rookbeleid sluitend en aantoonbaar is.
| Onderdeel | Wat controleer je |
|---|---|
| Beleid | Rookverbod opgenomen in huisregels en RI&E |
| Rookruimte | Geen ingerichte rookruimte binnen (sinds 2022 verboden) |
| Aanduiding | Pictogrammen bij alle ingangen en in het magazijn |
| E-sigaret | Expliciet meegenomen in het beleid |
| Rookzone | Buiten, op veilige afstand van ingangen en opslag |
| Communicatie | Beleid bekend bij vaste medewerkers, uitzendkrachten en bezoekers |
| Handhaving | Aanspreken en vastleggen van overtredingen |
Combineer het rookverbod met je brandpreventie. Wie een rookzone op veilige afstand inricht, pictogrammen plaatst en het onderwerp meeneemt in de RI&E, dekt in een keer zowel de Tabaks- en rookwarenwet als een deel van de brandveiligheid af.
Veelgestelde vragen
Ja. Sinds 1 januari 2004 heeft elke werknemer in Nederland recht op een rookvrije werkplek. De werkgever is verplicht dat recht te garanderen door het rookverbod in te stellen, duidelijk aan te duiden en te handhaven. Een magazijn is een werkplek en valt daarmee volledig onder deze verplichting. Het maakt niet uit of er wel of geen klanten of bezoekers komen; het gaat om de bescherming van de werknemers tegen meeroken.
Het rookverbod op de werkplek is geregeld in de Tabaks- en rookwarenwet, de wet die in Nederland de regels rond tabak en aanverwante producten vastlegt. Deze wet geeft werknemers het recht op een rookvrije werkplek en legt de verplichting bij de werkgever. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de NVWA, houdt toezicht op de naleving en kan handhavend optreden.
Nee. Sinds 1 januari 2022 is het verbod op rookruimtes uitgebreid naar de werkplek, waardoor aparte rookruimtes binnen bedrijven niet meer zijn toegestaan. Een bestaande rookruimte moet dus buiten gebruik zijn gesteld. Werknemers die willen roken, doen dat buiten op een eventueel aangewezen rookzone op het bedrijfsterrein, op veilige afstand van ingangen en opslag.
De boete gaat naar de werkgever, niet naar de individuele roker. De werkgever is namelijk verantwoordelijk voor het instellen, aanduiden en handhaven van het rookverbod. Als de NVWA constateert dat er in strijd met het verbod wordt gerookt en de werkgever onvoldoende heeft gedaan om dit te voorkomen, legt de NVWA een bestuurlijke boete op aan de werkgever. Aantoonbaar beleid en handhaving zijn daarom belangrijk.
In de praktijk wel. De e-sigaret valt onder de Tabaks- en rookwarenwet en het dampen ervan geeft in een gesloten werkruimte hinder en mogelijke gezondheidsklachten voor omstanders. De meeste werkgevers behandelen de e-sigaret daarom hetzelfde als een gewone sigaret en verbieden het gebruik binnen. Neem dit expliciet op in het rookbeleid, zodat er geen discussie ontstaat over wat wel en niet mag.
Een magazijn bevat veel brandbaar materiaal: karton, folie, houten pallets en soms gevaarlijke stoffen of lithium-ion-accu's. Een brandende sigaret, een gloeiende peuk of een vonk kan in die omgeving een brand veroorzaken die zich razendsnel verspreidt. Daarom is roken in een magazijn niet alleen vanuit de Tabaks- en rookwarenwet verboden, maar ook vanuit brandveiligheid en de opslagregels voor gevaarlijke stoffen sterk af te raden buiten aangewezen veilige zones.
Leg het rookbeleid schriftelijk vast in de huisregels en verwijs ernaar in de RI&E. Duid het verbod zichtbaar aan met pictogrammen bij ingangen en in het magazijn. Wijs eventueel een rookzone buiten aan en communiceer waar die is. Spreek medewerkers aan die zich niet aan het verbod houden en leg herhaalde overtredingen vast. Deze combinatie van beleid, aanduiding, communicatie en handhaving laat bij een controle zien dat de werkgever aan zijn verplichting voldoet.