Wat zijn noodverlichting pictogrammen
Noodverlichting pictogrammen zijn de groene borden met witte symbolen die in elk magazijn de vluchtroute aanwijzen, de nooduitgang markeren en de plaats van eerste-hulp- en blusmiddelen aanduiden. Ze zijn een wettelijk verplicht onderdeel van de noodverlichtings-installatie en moeten ook bij stroomuitval leesbaar blijven. Het verschil met gewone bewegwijzering is dat een noodverlichtings-pictogram altijd verlicht is en gekoppeld is aan een nood-stroomvoorziening.
In een MKB-magazijn van 1.500 m2 hangen gemiddeld 18-25 pictogram-armaturen, verdeeld over de vluchtroutes, de hoofd- en zij-uitgangen, de interne deuren tussen zones en de plekken waar EHBO-materiaal of brandblussers hangen. De combinatie van het juiste type pictogram, de juiste afmeting voor de zichtafstand en een correcte plaatsing maakt het verschil tussen een installatie die door een inspectie komt en een installatie die direct een waarschuwing oplevert.
Wettelijk kader: drie normen die samenwerken
De wettelijke basis voor noodverlichting pictogrammen ligt in het Arbobesluit artikel 3.7, dat werkgevers verplicht om vluchtwegen herkenbaar en bereikbaar te houden, en in het Bouwbesluit dat per gebouwtype eisen stelt aan noodverlichting en bordverwijzing. Deze wetteksten verwijzen naar drie geharmoniseerde normen die samen de uitvoering bepalen.
NEN-EN 1838 bepaalt de verlichtingseisen: helderheid, gelijkmatigheid, brandduur en de minimale verlichtingssterkte op het pictogram zelf en in de vluchtroute. NEN 3011 is de historische Nederlandse pictogram-set met groene symbolen voor veiligheidsaanduidingen. ISO 7010 is sinds 2014 de internationaal geharmoniseerde set die NEN 3011 grotendeels heeft vervangen voor nieuw geplaatste borden. De drie normen worden uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut en zijn via NEN te raadplegen.
ISO 7010 versus NEN 3011: welk symbool gebruikt u nu
De grootste praktische wijziging in de afgelopen tien jaar is de overgang van NEN 3011 naar ISO 7010. Voor nieuwbouw, een complete renovatie of uitbreiding van de noodverlichtings-installatie zijn in 2026 alleen ISO 7010-symbolen toegestaan. Bestaande borden volgens NEN 3011 mogen blijven hangen tot het moment dat ze worden vervangen of dat de installatie wordt uitgebreid. Bij een gemengde situatie binnen een pand wordt vaak voor uniformiteit gekozen voor volledige overstap naar ISO 7010.
De belangrijkste ISO 7010-codes in een magazijn zijn E001 (nooduitgang links), E002 (nooduitgang rechts), E003 (eerste-hulp), E007 (verzamelplaats) en E013 (richtingspijl naar nooduitgang). Daarnaast F-codes voor brandbestrijdings-aanduidingen, zoals F001 (brandblusser-locatie) en F002 (brandslanghaspel-locatie). Het verschil met NEN 3011 zit vooral in de details van de rennende figuur en in de manier waarop de pijl wordt geintegreerd; bij ISO 7010 is de pijl altijd duidelijk gescheiden van het symbool.
Verplichte pictogrammen in een magazijn
Per locatietype binnen een magazijn gelden vaste pictogram-verplichtingen. De Arbeidsinspectie kijkt bij een controle als eerste of deze basis-set aanwezig is en correct geplaatst. Een gemiste basis-pictogram is een directe constatering, ongeacht hoe de rest van de installatie eruitziet.
| Locatie | Verplicht pictogram | ISO 7010-code | Plaatsing |
|---|---|---|---|
| Nooduitgang naar buiten | Nooduitgang met richting | E001 of E002 | Boven de deur, met richtingsbevestiging |
| Interne nooduitgang (deur tussen zones) | Nooduitgang | E001/E002 | Boven of naast de deur |
| Koerswijziging in vluchtroute | Richtingspijl naar nooduitgang | E013 | Op of vlak voor de hoek |
| EHBO-post | Eerste-hulp | E003 | Boven of naast de kast/post |
| Verzamelplaats buiten | Verzamelplaats | E007 | Aan paal of muur op verzamelplek |
| Brandblusser | Brandblusser-locatie | F001 | Boven of vlak boven de blusser |
| Brandslanghaspel | Brandslanghaspel-locatie | F002 | Boven of vlak boven de haspel |
Een vaak vergeten categorie is de interne nooduitgang: een deur tussen twee magazijnzones die in een evacuatiescenario gebruikt wordt als doorgang. Ook deze deur heeft een nooduitgang-pictogram nodig, vaak met richtingsbevestiging aan beide zijden van de deur. Zie ook ons artikel over vluchtwegen in een magazijn voor de bredere context.
Afmetingen en zichtafstand
NEN-EN 1838 koppelt de pictogramhoogte aan de maximale kijkafstand. De vuistregel is eenvoudig en altijd dezelfde, ongeacht het symbool: voor een intern verlicht pictogram (lichtbron achter het bord) is de maximale kijkafstand 200 keer de pictogramhoogte. Voor een extern verlicht pictogram (lichtbron voor of naast het bord) is dat 100 keer de pictogramhoogte.
| Pictogramhoogte | Max. kijkafstand intern verlicht | Max. kijkafstand extern verlicht | Typische toepassing |
|---|---|---|---|
| 100 mm | 20 meter | 10 meter | Kleine ruimtes, kantoren |
| 150 mm | 30 meter | 15 meter | Korte magazijngangen |
| 200 mm | 40 meter | 20 meter | Standaard magazijngangen |
| 300 mm | 60 meter | 30 meter | Lange hoofdgangen, hoge hallen |
| 400 mm | 80 meter | 40 meter | XXL-distributiecentrum |
De pictogramhoogte verwijst naar de hoogte van de groen-witte symbool-tegel, niet naar de gehele armatuur. Voor een gemiddeld MKB-magazijn met gangen van 20-30 meter komt 200 mm in de praktijk uit als standaardmaat voor intern verlichte armaturen, gecombineerd met 300 mm voor de hoofdtrace.
Plaatsingsregels per locatie
De plaatsingshoogte is in NEN-EN 1838 gespecificeerd op 2,0 tot 2,5 meter boven de vloer, gemeten van de onderkant van het pictogram. Hangt het bord lager, dan ontstaat blokkering door personen of inventaris. Hangt het bord hoger, dan valt het buiten de natuurlijke ooglijn in een paniek-situatie en wordt het over het hoofd gezien.
Bij elke koerswijziging in een vluchtroute is een richtinggevende pictogram (E013-pijl gecombineerd met E001/E002 of als losse pijl-armatuur) verplicht. Daarnaast in lange rechte gangen elke 20-25 meter een richtingsbevestiging, zodat een gebruiker geen twijfel krijgt over de juiste richting. Bij splitsingen of kruisingen geldt: vanuit elke aankomstrichting moet de juiste vluchtrichting met een blik te zien zijn, zonder rond te hoeven kijken.
Transparant versus doorschijnend pictogram
Er bestaan twee fysieke uitvoeringen: een transparant doorschijnend bord met de lichtbron erachter (intern verlicht) of een ondoorschijnend bord met de lichtbron ervoor of erboven (extern verlicht). Beide zijn toegestaan, mits gecertificeerd volgens NEN-EN 1838.
Een veelgemaakte fout in MKB-magazijnen: een transparant pictogram opgehangen aan de gewone verlichtingscircuit, zonder accu-back-up of centrale UPS. Bij stroomuitval valt het bord uit en is het pictogram onleesbaar; het is dan formeel geen noodverlichting. Controleer altijd of het pictogram is aangesloten op de noodverlichtings-installatie en of er een typeplaatje met certificering en minimaal 60 minuten brandduur op de armatuur zit.
Verlichtingseisen NEN-EN 1838
Naast de afmeting en plaatsing stelt NEN-EN 1838 vier verlichtings-eisen aan het pictogram zelf. De luminantie van het witte symbool moet minimaal 500 cd/m2 zijn, de luminantie van het groene veld minimaal 50 cd/m2. De verhouding tussen wit en groen mag niet groter zijn dan 15:1 (anders wordt het symbool oogverblindend in een donkere omgeving). De gelijkmatigheid van de helderheid binnen een pictogram mag een ratio van 10:1 niet overschrijden.
De brandduur in noodbedrijf is minimaal 60 minuten voor standaard-vluchtroutes. Voor industriele omgevingen waar evacuatie langer duurt (hoog-bouw, grote distributiecentra, productiehallen met meerdere zones) wordt vaak 90 of 180 minuten aangehouden, afhankelijk van de specifieke risicoanalyse in de RI&E en de Bouwbesluit-classificatie.
Wat de Arbeidsinspectie controleert
Bij een controle op vluchtwegen en noodverlichting hanteert de Nederlandse Arbeidsinspectie een vaste lijst van vijf controle-items. Een tekort op een van deze items leidt tot een waarschuwing; meerdere tekortkomingen of een onveilige situatie leiden tot een boete op grond van Arbobesluit artikel 3.7.
De inspecteur loopt eerst alle vluchtroutes na en kijkt op elke hoek of er een richtingspijl hangt. Vervolgens controleert hij of de pictogrammen vanuit elke aankomstrichting met een blik zichtbaar zijn en of de pictogramhoogte voldoet aan de zichtafstand. Dan volgt een steekproef-test: de hoofdvoeding wordt onderbroken en de inspecteur controleert of alle pictogrammen onmiddellijk omschakelen naar noodbedrijf. Tot slot wordt het logboek van het laatste jaar gecontroleerd op uitgevoerde maandelijkse en jaarlijkse testen.
De drie meest voorkomende afkeurpunten in MKB-magazijnen in 2025-2026 waren een ontbrekend richtingspictogram bij een koerswijziging, een transparant pictogram zonder noodverlichting erachter en een te kleine pictogramhoogte voor de werkelijke kijkafstand. Zie voor de bredere context onze artikelen over noodverlichting keuring en een controle door de Arbeidsinspectie in een magazijn.
Vier veelgemaakte fouten bij pictogram-keuze en -plaatsing
De vier valkuilen hieronder komen in vrijwel elk MKB-magazijn voor en zijn relatief eenvoudig te corrigeren. Het herkennen voorkomt een afkeurmelding bij de eerstvolgende keuring en geeft direct een hogere veiligheidsmarge in een werkelijke evacuatie.
Pictogramhoogte gekozen op het oog
Veel installateurs hangen standaard 200 mm-pictogrammen op, ongeacht de gangslengte. In hoge magazijnhallen met gangen van 40 meter of meer is dat te klein. Reken altijd de werkelijke maximale kijkafstand uit en kies de pictogramhoogte op basis van de regel "200 keer de pictogramhoogte intern verlicht".
Geen pictogram boven interne nooduitgangen
Deuren tussen magazijnzones die in een evacuatiescenario gebruikt worden, krijgen vaak geen pictogram omdat ze geen buitendeur zijn. De Arbeidsinspectie verwacht ook hier een vluchtroute-pictogram. Loop alle deuren in het pand na en bepaal per deur of die in een evacuatie gebruikt wordt; zo ja, plaats een pictogram.
Mengsel van ISO 7010 en NEN 3011 binnen een pand
Bij gefaseerde renovatie ontstaat vaak een mengsel: nieuwe ISO 7010-borden op de hoofdroute en oude NEN 3011-borden op zijroutes. Dit is niet verboden zolang elk individueel bord nog conform is, maar veroorzaakt verwarring in een paniek-situatie. Plan een uniforme conversie naar ISO 7010 in.
Pictogrammen aangesloten op gewone verlichting
Bij verbouwingen worden pictogram-armaturen soms ten onrechte aangesloten op het gewone verlichtingscircuit in plaats van op de noodverlichtings-installatie. Bij stroomuitval valt het bord uit en is het formeel geen noodverlichting. Vraag de installateur om per pictogram-armatuur aan te tonen op welke groep en welke nood-stroomvoorziening hij is aangesloten.
Veelgestelde vragen
Drie normen werken samen. NEN-EN 1838 bepaalt de verlichtingseisen (helderheid, brandduur, gelijkmatigheid). NEN 3011 was tot 2014 de Nederlandse pictogram-set, maar is sindsdien grotendeels vervangen door ISO 7010, die internationaal geharmoniseerde symbolen voorschrijft. Voor nieuwbouw of een complete renovatie van de noodverlichting in 2026 zijn alleen ISO 7010-pictogrammen toegestaan. Bestaande NEN 3011-borden mogen blijven hangen tot de eerstvolgende uitbreiding of vervanging.
De minimale pictogramhoogte hangt af van de maximale kijkafstand. Voor een eigen verlichte (interne) pictogram geldt: maximale kijkafstand = 200 x pictogramhoogte. Voor een extern verlicht bord: maximale kijkafstand = 100 x pictogramhoogte. In de praktijk: 100 mm hoog is bruikbaar tot 20 meter (intern verlicht) of 10 meter (extern), 200 mm tot 40 of 20 meter, en 300 mm tot 60 of 30 meter.
NEN 3011 was de oude Nederlandse pictogram-set met groene rennende-figuur-symbolen die per richting iets afweken. ISO 7010 is de internationaal geharmoniseerde set waarbij alle landen dezelfde symbolen gebruiken (de bekende E001-E020 codes). ISO 7010 vervangt sinds 2014 NEN 3011 voor nieuw geplaatste borden. ISO 7010-symbolen zijn in alle EU-landen herkenbaar, ook voor anderstalige medewerkers en bezoekers.
Bij elke koerswijziging (hoek, splitsing, kruising) een richtinggevend pictogram. Daarnaast in lange rechte gangen elke 20-25 meter een richtingsbevestiging zodat een gebruiker geen twijfel krijgt. Bij de nooduitgang zelf altijd het eindbord met de nooduitgang-pictogram (E002 of E001). Bij interne nooduitgangen (deuren tussen zones) ook een pictogram boven of naast de deur.
Ja, mits er een gecertificeerde noodverlichtingsarmatuur achter zit met minimaal 60 minuten noodbrandduur volgens NEN-EN 1838. Een transparant pictogram zonder noodverlichting erachter is geen noodverlichting; bij stroomuitval is het bord onleesbaar en daarmee niet conform. Een veelgemaakte fout is een transparant bord aansluiten op de gewone verlichting in plaats van de centrale batterij-installatie.
Volgens NEN-EN 1838 minimaal 60 minuten in vluchtroutes. Voor industrie- en magazijngebouwen waar evacuatie langer kan duren, wordt vaak 90 of 180 minuten aangehouden, afhankelijk van het Bouwbesluit en de specifieke risicoanalyse. De brandduur wordt gemeten met een belaste accu of centrale UPS-installatie, niet met een vol opgeladen batterij in laboratoriumcondities.
Per pictogram-armatuur ligt de aanschafprijs in 2026 op 65-180 euro voor LED-armaturen met decentrale accu, of 35-95 euro per armatuur bij een centrale batterij-installatie. Plus installatiekosten van 45-90 euro per armatuur bij vervanging in een bestaande situatie. Voor een MKB-magazijn van 1.500 m2 met circa 18-25 pictogram-armaturen ligt de totale investering tussen 2.500 en 6.000 euro inclusief installatie.
De Nederlandse Arbeidsinspectie kan op grond van Arbobesluit artikel 3.7 en het Bouwbesluit een waarschuwing of boete geven. De richtbedragen liggen in 2026 op 340-13.500 euro per overtreding. Vaker komen we tegen dat bij brand de gemeentelijke brandweer een gebruiksverbod uitvaardigt totdat de bordverwijzing op orde is. Dat kan een magazijn dagen tot weken stilleggen.