NEN 3140-keuring achter? Plan een compliance scan en zet alle arbeidsmiddelen op één dossier. NEN 3140 op orde? · Keuring, certificaat-register en QR-stickers in één bundel Hoe het werkt →

NEN 3140 keuring van elektrisch handgereedschap in het magazijn

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 7 juli 2026 · Leestijd 8 minuten
Relevant voor

Elektrisch handgereedschap zoals boormachines, accuschroevendraaiers en slijptollen valt onder de NEN 3140-keuring van arbeidsmiddelen. Juist handgereedschap loopt veel schade op, omdat het valt, meebeweegt en in een ruwe omgeving wordt gebruikt. De keuring bestaat uit een visuele inspectie en een meting, en mag alleen door een vakbekwaam persoon worden uitgevoerd. In een magazijn komt de keuring vaak op een jaarlijkse cyclus uit, omdat handgereedschap intensief en mobiel is. De gebruiker doet daarnaast voor elk gebruik een korte controle op zichtbare schade.

Envora — magazijn-compliance in beeld

In het kort

Wat handgereedschap onder NEN 3140 is

Elektrisch handgereedschap is al het draagbare gereedschap dat op elektriciteit werkt en met de hand wordt bediend. Denk aan boormachines, slijptollen, accuschroevendraaiers, soldeerbouten, heteluchtpistolen en handzagen. In een magazijn hoort daar ook gereedschap voor onderhoud aan stellingen, verpakkingslijnen en materieel bij.

Al dit gereedschap is een arbeidsmiddel en valt daarmee onder de NEN 3140-keuring van elektrische arbeidsmiddelen. De keuring is onderdeel van de bredere verplichting om arbeidsmiddelen veilig te houden, die we uitwerken in ons artikel over de NEN 3140 keuring van arbeidsmiddelen.

Het onderscheid met vaste installaties is belangrijk. Een vaste elektrische installatie wordt minder vaak gekeurd, omdat hij op zijn plek blijft en nauwelijks beweegt. Handgereedschap beweegt juist voortdurend mee, valt regelmatig en staat bloot aan stof, vocht en trillingen. Daardoor gelden voor handgereedschap in de praktijk kortere keuringsintervallen.

Elektrisch handgereedschap dat onder de NEN 3140-keuring in een magazijn valt

Waarom handgereedschap extra risico geeft

Handgereedschap is de categorie arbeidsmiddelen die het meest te verduren krijgt. Het wordt opgepakt, neergegooid, meegesleept en in wisselende omstandigheden gebruikt. Die ruwe behandeling maakt het gevoelig voor schade die je niet altijd meteen ziet.

Het snoer is de zwakke plek. Het wordt geknikt, over randen getrokken en soms als handvat gebruikt om het gereedschap op te tillen. Daardoor raakt de aders binnenin beschadigd terwijl de buitenmantel er nog heel uitziet. Een onderbroken aardleiding of een aangetaste isolatie is van buitenaf niet zichtbaar.

Juist omdat de gebruiker het gereedschap vasthoudt tijdens het werk, is een elektrisch gebrek hier extra gevaarlijk. Bij een vaste machine sta je op afstand, bij een boormachine houd je de foutbron letterlijk in je hand. Dat verklaart waarom de keuring van handgereedschap zo serieus wordt genomen.

Welk gereedschap gekeurd moet worden

De vuistregel is eenvoudig: alles wat op netspanning werkt en verplaatsbaar is, valt onder de keuring. Dat omvat het handgereedschap zelf, maar ook de bijbehorende snoeren, verlengsnoeren en haspels die in een magazijn veel worden gebruikt.

Ook gereedschap dat maar af en toe wordt gebruikt telt mee. Een slijptol die een paar keer per jaar uit de kast komt, is bij dat gebruik net zo goed een risico als dagelijks gereedschap. Sterker nog, zelden gebruikt gereedschap wordt vaker vergeten in de keuringsronde, terwijl de schade van eerdere valpartijen er nog in zit.

Wat er precies onder valt en wat niet, hangt af van de aansluiting en het gebruik. Een compleet overzicht van de reikwijdte en de bijbehorende frequenties staat in ons artikel over de NEN 3140 keuringsfrequentie.

Klasse I en klasse II gereedschap

Voor de keuring maakt het uit tot welke beschermingsklasse het gereedschap behoort. NEN 3140 onderscheidt vooral klasse I en klasse II, en die twee vragen een andere meting.

Klasse I-gereedschap heeft een aardleiding als beveiliging. Bij een defect voert die aarde de foutstroom veilig af. Voor dit gereedschap is de continuiteit van de aardleiding het kritische meetpunt: is de aarde onderbroken, dan valt de beveiliging weg. Klasse II-gereedschap heeft geen aardleiding maar dubbele of versterkte isolatie, herkenbaar aan het symbool met twee vierkanten in elkaar.

Bij klasse II draait de meting om de isolatieweerstand, want de isolatie is hier de enige beschermingslaag. De keurmeester kiest de meting dus op basis van de klasse. Wie dat onderscheid niet maakt, meet het verkeerde en verklaart gereedschap ten onrechte veilig.

Wat de keuring controleert

De keuring van handgereedschap bestaat uit dezelfde twee stappen als elke NEN 3140-keuring: een visuele inspectie en een meting. Samen geven ze een volledig beeld van de veiligheid.

De visuele inspectie beoordeelt de zichtbare staat. De keurmeester bekijkt het snoer op knikken en beschadigingen, de stekker op scheuren en verbrande contacten, de behuizing op barsten en de trekontlasting op stevigheid. Ook verkleuring door oververhitting en ontbrekende afschermingen horen erbij.

De meting onderzoekt daarna wat het oog niet ziet. Afhankelijk van de klasse meet de keurmeester de aardcontinuiteit, de isolatieweerstand en zo nodig de lekstroom. De meetwaarden worden vastgelegd, zodat achteraf controleerbaar is dat het gereedschap binnen de grenzen viel. Hoe die twee stappen zich verhouden, lees je in ons artikel over de visuele inspectie versus meting.

Hoe vaak handgereedschap gekeurd wordt

NEN 3140 schrijft geen vast interval voor. De norm laat de werkgever de frequentie bepalen op basis van een risicobeoordeling per arbeidsmiddel. Vier factoren wegen daarin mee: de gebruiksintensiteit, de omgeving, de kwetsbaarheid van het gereedschap en de aanwezigheid van andere risico's.

Voor handgereedschap in een magazijn komen die factoren vaak samen in het nadeel. Het gereedschap wordt intensief gebruikt, in een stoffige en drukke omgeving, en is kwetsbaar door zijn mobiele aard. Daardoor komt de keuring van handgereedschap in de praktijk vaak op een jaarlijkse cyclus uit.

Dat is een richtlijn, geen wet. Zwaarder of ruwer belast gereedschap kan een korter interval vragen, terwijl licht en zorgvuldig gebruikt gereedschap iets langer mee kan. De onderbouwing van de gekozen frequentie leg je vast in de RI&E van je magazijn, zodat de keus navolgbaar is.

De dagelijkse gebruikerscontrole

De periodieke keuring is niet het enige controlemoment. Voor elk gebruik hoort de gebruiker zelf een korte controle op zichtbare schade te doen. Dat is geen formele keuring, maar een verstandige gewoonte die veel ongevallen voorkomt.

Die controle stelt niet veel voor: kijk naar het snoer, de stekker en de behuizing voordat je het gereedschap inschakelt. Zie je een beschadigd snoer of een gebarsten behuizing, gebruik het gereedschap dan niet en meld het. Zo vang je schade op die tussen twee keuringen door is ontstaan.

Het onderscheid is belangrijk: de gebruikerscontrole en de periodieke keuring zijn twee verschillende dingen. De eerste is dagelijks en door de gebruiker, de tweede is periodiek en door een vakbekwaam persoon. Ze vervangen elkaar niet maar vullen elkaar aan.

Accugereedschap en laders

Accugereedschap neemt in magazijnen toe, en dat verandert de keuringsvraag. Het gereedschap zelf werkt op laagspanning uit de accu en vormt een beperkter elektrisch risico. De acculader is een ander verhaal.

De lader wordt op netspanning aangesloten en is dus een volwaardig elektrisch arbeidsmiddel dat onder de keuring valt. Laders staan bovendien vaak permanent ingeplugd, warmen op en worden zelden verplaatst, waardoor snoer en behuizing ongemerkt verouderen. Neem laders daarom expliciet op in de keuringsronde.

Let daarnaast op de opslag en het laden van de accu's zelf, zeker bij lithium-ion. Dat raakt aan de bredere brandveiligheid van laadplekken, een onderwerp dat verder gaat dan de NEN 3140-keuring maar er in de praktijk dicht tegenaan ligt.

Registratie en keuringsbewijs

Een keuring telt pas als het resultaat is vastgelegd. Elk gekeurd stuk gereedschap krijgt een keuringsbewijs, in de praktijk een sticker met een uniek nummer en de keuringsdatum, gekoppeld aan een registratie met de meetwaarden.

Die registratie is het bewijsstuk bij een controle. De inspectie of de verzekeraar wil kunnen zien dat het gereedschap op tijd en volledig is gekeurd, en wat de uitkomst was. Zonder registratie is een uitgevoerde keuring achteraf niet aantoonbaar en telt hij feitelijk niet mee.

Voor een magazijn met tientallen stuks gereedschap wordt dat handmatig al snel onoverzichtelijk. Een centraal register dat per stuk de status, de datum en het volgende keuringsmoment bijhoudt, voorkomt dat gereedschap door de mazen valt.

Gekeurd handgereedschap met keuringssticker en registratie in het magazijn

Veelgemaakte fouten

De eerste fout is verlengsnoeren en laders overslaan. De aandacht gaat naar de boormachines en slijptollen, terwijl juist snoeren, haspels en laders veel schade oplopen en makkelijk worden vergeten.

Een tweede fout is de verkeerde meting bij de verkeerde klasse. Wie klasse II-gereedschap op aardcontinuiteit meet in plaats van op isolatieweerstand, toetst het verkeerde en verklaart het gereedschap ten onrechte veilig.

De derde fout is vertrouwen op de keuring alleen en de dagelijkse controle laten versloffen. Tussen twee keuringen kan een snoer beschadigd raken door een enkele valpartij. Zonder gebruikerscontrole blijft dat onopgemerkt tot de volgende keuring, en dat is te laat. Afgekeurd gereedschap dat blijft rondslingeren is een vierde klassieker: haal het direct uit gebruik.

Zo helpt Envora hierbij

Elektrische arbeidsmiddelen zijn een van de negen wettelijke verplichtingen die Envora voor magazijnen en distributiecentra bewaakt. We zorgen dat de keuring van gereedschap, snoeren en laders op tijd gebeurt en aantoonbaar is.

In het Envora-portaal staat per stuk gereedschap de keuringsstatus, de datum en het volgende keuringsmoment, gekoppeld aan het keuringsbewijs. Je ziet in een oogopslag welk gereedschap nog gekeurd moet worden en welk gereedschap is afgekeurd. Bij een controle laat je met een paar klikken zien dat je elektrische arbeidsmiddelen in orde zijn, zonder te zoeken in losse mappen en stickers.

Veelgestelde vragen

Ja. Elektrisch handgereedschap is een arbeidsmiddel en valt onder de NEN 3140-keuring van elektrische arbeidsmiddelen. Dat geldt voor boormachines, slijptollen, accuschroevendraaiers, soldeerbouten en vergelijkbaar gereedschap dat op het werk wordt gebruikt. Omdat handgereedschap intensief wordt gebruikt en makkelijk beschadigt, is de periodieke keuring juist voor deze categorie belangrijk.

NEN 3140 schrijft geen vast interval voor, maar laat de werkgever de frequentie bepalen op basis van een risicobeoordeling. Voor handgereedschap in een magazijn komt dat door de intensieve en mobiele inzet vaak op een jaarlijkse keuring uit. Zwaarder of ruwer belast gereedschap kan een korter interval vragen. De onderbouwing van de frequentie leg je vast in de RI&E.

De keuring bestaat uit twee delen. De visuele inspectie beoordeelt zichtbare schade aan snoer, stekker, behuizing en trekontlasting. De meting controleert met apparatuur de eigenschappen die je niet kunt zien, zoals de continuiteit van de aardleiding bij klasse I-gereedschap en de isolatieweerstand. Alleen samen tonen de twee stappen aan dat het gereedschap elektrisch veilig is.

Klasse I-gereedschap heeft een aardleiding als beveiliging: bij een defect voert de aarde de foutstroom af. Klasse II-gereedschap heeft geen aardleiding maar dubbele of versterkte isolatie, herkenbaar aan het symbool met twee vierkanten. Bij de keuring is voor klasse I de aardcontinuiteit cruciaal, terwijl bij klasse II de isolatieweerstand centraal staat.

Het accugereedschap zelf werkt op laagspanning en vormt een beperkter risico, maar de bijbehorende acculader is een elektrisch arbeidsmiddel dat op netspanning wordt aangesloten en wel onder de keuring valt. Laders staan vaak permanent ingeplugd en warmen op, waardoor snoer en behuizing slijten. Neem laders daarom expliciet mee in de keuringsronde.

De keuring mag alleen door een vakbekwaam persoon worden uitgevoerd: iemand met voldoende kennis en ervaring om elektrische gevaren te herkennen en te beoordelen. Dat kan een opgeleide interne medewerker zijn of een externe keurmeester. De dagelijkse controle op zichtbare schade mag en moet de gebruiker zelf doen, maar die vervangt de formele keuring niet.

Afgekeurd gereedschap haal je direct uit gebruik, zodat niemand het per ongeluk toch pakt. Markeer het duidelijk of sla het apart op. Daarna laat je het repareren en opnieuw keuren, of je voert het af. Leg de afkeur en de vervolgactie vast, zodat bij een controle zichtbaar is dat er is ingegrepen.

Ja. De RI&E bepaalt op basis van gebruik en omgeving hoe vaak het gereedschap gekeurd moet worden. De keuring voert die frequentie vervolgens uit en levert het bewijs. De RI&E is dus de basis waarop het keuringsregime rust, en de keuringsresultaten voeden op hun beurt de actualisatie van de RI&E.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora