Wat is een BHV-model?
Een BHV-model is de organisatorische blauwdruk waarmee een werkgever zijn bedrijfshulpverlening inricht. Voor een eenvoudig bedrijf met 1 vestiging is het model lineair: 1 BHV-plan, 1 BHV-coördinator, 1 oefenkalender, 1 register van opgeleide BHV'ers. Voor een multi-locatie bedrijf met 2 of meer vestigingen wordt het model gelaagd. Centraal staat de regie en harmonisatie; lokaal blijft de operationele uitvoering. De juiste verdeling van die twee lagen bepaalt of de organisatie inspectie-proof is en of de kosten beheersbaar blijven.
Het BHV-model is geen wettelijke term in de Arbowet; de structuur volgt uit NEN-EN 4000 en de bredere zorgplicht-bepalingen in het Arbobesluit hoofdstuk 3. Het komt voort uit de praktijk van werkgevers met meerdere vestigingen die merken dat een dubbele uitvoering van het standaard-BHV-model bij groei onhanteerbaar wordt. Een werkgever met 6 vestigingen die per locatie afzonderlijk een coördinator, opleider, oefen-organisator en documentbeheerder optuigt, raakt overbeladen op administratie en mist tegelijkertijd de samenhang tussen vestigingen. Een goed multi-locatie model lost dit op door beleid en regie te centraliseren, en uitvoering en accountability lokaal te laten.
Wanneer gebruikt u een multi-locatie model?
Een multi-locatie model wordt aanbevolen vanaf 2 vestigingen en wordt vrijwel onontkoombaar vanaf 4 vestigingen of een keten met sterk variërende locatie-omvang. De keuze hangt af van drie factoren die samen het kantelpunt bepalen.
Aantal vestigingen
Bij 2 vestigingen kan een werkgever nog werken met dubbele uitvoering van het standaard-BHV-model. De RI&E wordt twee keer gemaakt, het BHV-plan twee keer geschreven, de oefening twee keer georganiseerd. De coördinatie-overhead is overzienbaar. Vanaf 3 of meer vestigingen wordt de overhead disproportioneel: één centrale persoon die zes plannen onderhoudt is efficiënter dan zes losse plannen die elk een eigen onderhouden krijgen.
Variatie in risicoprofiel
Een keten van 5 identieke kantoorvestigingen vraagt minder centrale regie dan een keten met 1 hoofdkantoor, 2 magazijnen en 2 winkels. Hoe groter de variatie in risicoprofiel, des te belangrijker is de centrale rol die zorgt dat methodiek wordt geharmoniseerd terwijl invulling per vestiging kan verschillen. Voor een logistieke groep met regionale DC's en stadsdistributiehubs is een centraal model standaard.
Compliance-druk en governance-rapportage
Werkgevers met een actieve OR, een investeerder met ESG-rapportage of een sectorvereiste tot certificering hebben een sterkere prikkel voor centrale regie. De centrale coördinator levert dan periodiek een groepsoverzicht aan directie en OR, met groepscompliance-cijfers waarvan de directie zelf afhankelijk is. Voor familiebedrijven in MKB-segment is deze druk lager en kan een lichter model volstaan.
Centrale regie: rol van de holding
De centrale laag van het multi-locatie model bestaat uit beleid, methodiek, sjablonen en monitoring. Niet uit operationele inzet bij een incident, want die blijft lokaal. Vier verantwoordelijkheden zijn typisch centraal belegd.
Verantwoordelijkheid 1: groeps-BHV-beleid
Het groepsbeleid beschrijft de uitgangspunten van de werkgever voor BHV: minimumstandaarden, harmoniserings-principes, samenwerking met externe hulpdiensten op groepsniveau, en de verbinding met de bredere safety-strategie. Het beleid is op directieniveau ondertekend en wordt jaarlijks herzien. Voor de Arbeidsinspectie is het beleid op zichzelf geen vervanger van het lokale BHV-plan, maar het is wel de basis waarop de lokale plannen worden opgebouwd.
Verantwoordelijkheid 2: harmonisatie van methodiek
De centrale coördinator harmoniseert de RI&E-methodiek, het BHV-plan-sjabloon, het oefenverslag-format en de inspectie-bewijsmap-structuur. Door over alle locaties dezelfde methodiek te hanteren, wordt vergelijking mogelijk en kan de centrale rapportage zinvol worden ingevuld. Voor de RI&E-uitwerking, zie ons artikel RI&E voor je magazijn.
Verantwoordelijkheid 3: kwaliteitsbewaking
De centrale rol monitort of elke vestiging de minimumstandaarden haalt: BHV-ratio's volgens NEN-EN 4000, jaarlijkse oefening, geldige certificaten, gekeurde middelen. Bij significante afwijkingen wordt geëscaleerd naar de directie. De monitoring gebeurt typisch via een centraal compliance-platform met een dashboard waarop de status per locatie zichtbaar is.
Verantwoordelijkheid 4: escalatie en groepsleren
Significante incidenten op één locatie worden gedeeld over de groep zodat alle vestigingen kunnen leren. De centrale coördinator faciliteert dit, organiseert periodieke afstemmings-bijeenkomsten met lokale BHV-coördinatoren en zorgt dat verbeteringen op één locatie ook elders worden geïmplementeerd. Het effect van groepsleren wordt zichtbaar in lagere herhalings-frequentie van vergelijkbare incidenten.
Lokale uitvoering per vestiging
Naast de centrale laag blijft elke vestiging zelfstandig verantwoordelijk voor de operationele BHV-uitvoering. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert per vestiging; een holdingverklaring vervangt geen lokaal BHV-plan. Vier elementen zijn typisch lokaal belegd.
Lokaal element 1: het BHV-plan
Elk vestiging heeft een eigen schriftelijk BHV-plan met locatie-specifieke alarmprocedure, plattegrond, ploeg-rooster, BHV'ers-lijst en middelen-overzicht. Het plan volgt het centrale sjabloon maar wordt door de lokale BHV-coördinator ingevuld op basis van de eigen RI&E. Een sjabloon-onderdeel dat niet van toepassing is op de lokale situatie wordt expliciet weggelaten met een korte motivering.
Lokaal element 2: opgeleide BHV'ers
De BHV'ers per vestiging volgen lokaal hun basisopleiding en jaarlijkse herhaling. De certificaten worden lokaal beheerd en worden centraal alleen geregistreerd voor de groepsrapportage. Een BHV'er die structureel op meerdere locaties werkt, wordt schriftelijk vastgelegd op de primaire locatie en mag op grond van een lokatieoverstijgende afspraak ook elders meetellen.
Lokaal element 3: jaarlijkse oefening
Elke vestiging organiseert ten minste 1 oefening per jaar volgens NEN-EN 4000. Het oefenverslag wordt lokaal opgeslagen en centraal gerapporteerd. Voor cross-vestiging-oefeningen (groot DC met meerdere zones, of een combinatie van twee dichtbij gelegen vestigingen) kunnen oefeningen worden gecombineerd, mits beide vestigingen volledig betrokken zijn en het verslag voor beide locaties geldig is.
Lokaal element 4: aanwezige middelen
De fysieke middelen (AED, EHBO-koffer, blusdeken, vluchtbordjes, ontruimingsplattegronden, signalering, noodverlichting) zijn per locatie aanwezig en worden lokaal onderhouden. Voor de keuringsmomenten en NEN-normen gelden dezelfde eisen als voor een single-locatie bedrijf. Voor de uitwerking, zie ons artikel BHV-middelen voor je magazijn.
Governance en het BHV-charter
Het multi-locatie BHV-model wordt schriftelijk vastgelegd in een groeps-BHV-charter. Dit charter is het kader waarbinnen de centrale en lokale verantwoordelijkheden worden verdeeld en waaruit de lokale BHV-plannen voortkomen.
Inhoud van het BHV-charter
Een compleet groeps-BHV-charter bevat zes secties:
- Overkoepelend BHV-beleid van de holding. De principiële uitgangspunten voor BHV op groepsniveau, ondertekend door directie.
- Governance-structuur. Rol van directie, centrale coördinator, lokale coördinatoren, OR en groeps-OR; rapportage- en escalatielijnen.
- Minimumstandaarden per locatie. Welke eisen elke vestiging minimaal haalt, zoals NEN-EN 4000-ratio, oefenfrequentie, BHV-coördinator-rol, middelen-aanwezigheid.
- Escalatieprocedures. Wanneer wordt een lokaal incident geëscaleerd naar centraal, en welke triggers gelden voor directie-escalatie.
- Centraal dashboard en rapportagecyclus. Welke gegevens worden centraal verzameld, hoe vaak wordt gerapporteerd aan directie en OR.
- Ondertekening en herziening. Datum, ondertekenaars en herzieningsfrequentie (minimaal jaarlijks).
Rol van de OR
De Ondernemingsraad heeft op grond van WOR artikel 27 instemmingsrecht bij regelingen op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn. Het BHV-charter valt onder dit instemmingsrecht. Voor multi-locatie bedrijven met een groeps-OR wordt het charter aan de groeps-OR voorgelegd; bij decentrale OR's wordt het bij elke afzonderlijke OR ingebracht. Een charter zonder OR-instemming kan rechtsgeldig worden aangevochten en is bij een Arbeidsinspectie-controle een aandachtspunt.
Ratio BHV'ers per locatie
De ratio-norm uit NEN-EN 4000 wordt per vestiging toegepast. Een locatie met 30 werknemers en heftruckverkeer heeft volgens de norm minimaal 2 BHV'ers per werkperiode (1:25), plus 1 reserve. Voor een multi-locatie bedrijf betekent dit dat elke vestiging zijn eigen ratio-berekening kent, gebaseerd op het lokale risicoprofiel en de personeelsbezetting.
| Vestigingstype | Werknemers per ploeg | Ratio-norm | Aanwezig per ploeg | Opgeleid totaal |
|---|---|---|---|---|
| Klein magazijn (1 ploeg) | 15-25 | 1:25 | 1 BHV'er | 2-3 |
| MKB-magazijn (1 ploeg) | 25-50 | 1:25 | 2 BHV'ers | 3-5 |
| MKB-magazijn (2 ploegen) | 15-25 per ploeg | 1:25 | 1 BHV'er per ploeg | 4-6 |
| Regionaal DC (2-3 ploegen) | 30-50 per ploeg | 1:25 | 2 BHV'ers per ploeg | 8-12 |
| DC met gevaarlijke stoffen | 30-50 per ploeg | 1:15 | 3 BHV'ers per ploeg | 10-15 |
De totaal-tabel laat zien hoe snel de personeelsinzet schaalt. Een multi-locatie bedrijf met 5 MKB-magazijnen van elk 30 werknemers in 2 ploegen heeft in totaal 20 tot 30 opgeleide BHV'ers, plus 1 centrale coördinator. Voor een werkgever met 10 vestigingen verdubbelt dit aantal. Het BHV-budget is hierdoor een substantieel onderdeel van de salarisbegroting; voor de uitwerking van de vergoedingen, zie ons artikel BHV-vergoeding voor werknemers.
Escalatielijnen en cross-vestiging back-up
Een multi-locatie model voorziet in twee soorten escalatie. De eerste is operationeel bij een incident: van lokale BHV'er via lokale coördinator naar centrale coördinator naar directie. De tweede is structureel bij een tekort: cross-vestiging back-up van personeel.
Operationele escalatie bij een incident
Bij een incident voert de lokale BHV'er de eerste hulp uit en alarmeert de externe hulpdienst. De lokale coördinator wordt ingelicht binnen 15 minuten. Significante incidenten (ernstig letsel, brand, ontruiming) worden binnen 1 uur geëscaleerd naar de centrale coördinator. Bij dodelijke afloop, structurele schade of een ongeval dat onder de Arbo-meldplicht valt, wordt de directie binnen 4 uur ingelicht en wordt het Arbeidsinspectie-meldformulier ingevuld.
Structurele back-up bij personeelstekort
Een vestiging die door verlof, ziekte of opleiding tijdelijk onder de NEN-EN 4000-ratio dreigt te zakken, kan een BHV'er uit een andere vestiging tijdelijk inzetten. Drie voorwaarden gelden: de back-up-BHV'er is bekend met de locatie (rondleiding, kennis van vluchtwegen, AED-plaatsing), zijn aanwezigheid is schriftelijk vastgelegd voor de werkperiode, en de afgevende vestiging blijft binnen NEN-EN 4000-grenzen.
Praktijkvoorbeeld cross-vestiging back-up: Werkgever heeft 3 vestigingen. Vestiging A heeft 5 BHV'ers opgeleid, vestiging B heeft 4 BHV'ers, vestiging C heeft 3 BHV'ers. In juli is in vestiging B 1 BHV'er met zwangerschapsverlof en 1 op vakantie; daarmee zakt B onder de minimumratio. Een BHV'er uit A die in B een rondleiding heeft gehad, wordt tijdelijk uitgeleend voor 6 weken. Schriftelijk vastgelegd in een aanvulling op het BHV-plan van B, met handtekening van beide lokale coördinatoren en de centrale coördinator.
Documentatie en compliance-platform
Een multi-locatie BHV-model vraagt om een gestructureerde documentatie-aanpak. Per vestiging is een eigen bewijsmap noodzakelijk; centraal wordt de samenhang gerapporteerd via een dashboard. In 2026 is een digitaal compliance-platform de praktische standaard.
Lokale bewijsmap per vestiging
Elke vestiging heeft een eigen bewijsmap met de zes documenten die de Arbeidsinspectie tijdens een controle opvraagt: het BHV-plan, de BHV'ers-lijst, het laatste oefenverslag, de keuringsbewijzen van AED en EHBO-koffer, de RI&E met BHV-paragraaf en het personeelsregister. De bewijsmap is binnen 24 uur beschikbaar, digitaal of fysiek, en de versies zijn ondertekend en gedateerd.
Centraal dashboard
Het centrale dashboard toont per locatie de status van de vier pijlers: plan (laatste herziening en geldigheid), opleiding (aantal opgeleide BHV'ers en certificaat-vervaldata), oefening (laatste oefendatum en uitkomst), middelen (laatste keuringsdata). Een rood-oranje-groen-kleurcode signaleert direct welke vestiging actie vraagt. De maandelijkse rapportage gaat naar directie en OR.
Versiebeheer en audit-trail
Een digitaal platform met versiebeheer en audit-trail is in 2026 de praktische standaard. Een gedeelde mapstructuur met PDF's volstaat juridisch, maar levert geen automatische versiehistorie en geen tijdige reminders bij naderende vervaldata. Voor multi-locatie bedrijven met 5 of meer vestigingen levert een platform een terugverdientijd van 18-24 maanden op het moment dat de eerste Arbeidsinspectie-controle moeiteloos wordt doorlopen.
Kosten van een multi-locatie BHV-model in 2026
De kosten splitsen in twee delen: centraal en lokaal. De totaalkosten worden bepaald door het aantal vestigingen, het risicoprofiel per vestiging en de gekozen platform-oplossing.
Centrale kosten
De centrale coördinator is typisch 0,2 tot 0,4 FTE per 5 vestigingen. Bij een bruto jaarsalaris van 60.000 tot 90.000 euro voor een ervaren coördinator, plus werkgeverslasten, komen de centrale loonkosten uit op 25.000 tot 50.000 euro per jaar. Voor een centraal compliance-platform met dashboard liggen de jaarkosten in 2026 op 5.000 tot 12.000 euro voor een MKB-uitvoering.
Lokale kosten per vestiging
De lokale kosten zijn in lijn met een single-locatie BHV-uitvoering. Voor een MKB-vestiging met 25-50 werknemers in 2 ploegen komt de jaarbegroting uit op 4.000 tot 8.000 euro per vestiging: BHV-vergoedingen voor 4-6 BHV'ers, opleidingen en herhalingen, jaarlijkse oefening, EHBO- en AED-onderhoud, signalering. Voor een uitwerking per onderdeel, zie ons artikel BHV-kosten 2026.
Totaalbudget en schaaleffecten
Voor een groeiende werkgever met 5 vestigingen ligt het totaalbudget op 55.000 tot 100.000 euro per jaar. Bij 10 vestigingen wordt dit 100.000 tot 180.000 euro. Het schaaleffect zit in de centrale laag: de coördinator kan tot 10-12 vestigingen begeleiden voordat een tweede coördinator nodig is, en het platform schaalt zonder substantiële meerkosten. Lokale kosten schalen lineair met het aantal vestigingen.
Stappenplan: van losse vestigingen naar één model
Voor een werkgever die op dit moment 3 of meer vestigingen heeft met afzonderlijke, niet-geharmoniseerde BHV-organisaties, geldt een stappenplan dat in 4-6 maanden tot een werkend multi-locatie model leidt.
Maand 1: groeps-RI&E en gap-analyse
Begin met een groeps-RI&E-evaluatie waarin de risicoprofielen per vestiging in samenhang worden beoordeeld. Maak een gap-analyse die per locatie laat zien waar de BHV-organisatie afwijkt van NEN-EN 4000. Documenteer in welke vestiging welke onderdelen op orde zijn en welke ontbreken.
Maand 2: groeps-BHV-charter
Stel het groeps-BHV-charter op met de centrale coördinator (intern of extern). Leg de governance, escalatielijnen en minimumstandaarden schriftelijk vast. Voorleggen aan directie voor ondertekening en aan groeps-OR voor instemming volgens WOR artikel 27. Het charter wordt gepubliceerd op het interne platform.
Maand 3-4: lokale plannen harmoniseren
Per vestiging wordt het lokale BHV-plan herzien volgens het centrale sjabloon. De lokale coördinator vult in op basis van de lokale RI&E. Discrepanties tussen vestigingen (bijvoorbeeld verschillende ratio-keuzes bij vergelijkbare risico's) worden zichtbaar en geharmoniseerd.
Maand 5: opleidingen en oefening synchroniseren
Plan de basisopleidingen en herhalingen voor alle vestigingen in een gezamenlijke jaarkalender. Organiseer een eerste cross-vestiging tabletop-oefening met alle lokale coördinatoren en de centrale coördinator. Documenteer de uitkomsten in het oefenverslag-sjabloon.
Maand 6: dashboard live en directierapportage
Het centrale dashboard wordt geactiveerd, alle vestigingen leveren hun status aan en de eerste maandelijkse rapportage gaat naar directie en OR. Vanaf dit moment functioneert het multi-locatie model. De jaarlijkse herziening wordt gepland en het BHV-charter wordt over 12 maanden opnieuw geëvalueerd.
Veelgestelde vragen
Een BHV-model is de organisatorische blauwdruk waarmee een werkgever zijn bedrijfshulpverlening inricht. Voor een eenvoudig bedrijf met 1 vestiging is het model lineair: 1 BHV-plan, 1 BHV-coördinator, 1 oefenkalender. Voor een multi-locatie bedrijf met 2 of meer vestigingen wordt het model gelaagd: een centrale laag voor beleid en regie, lokale lagen voor uitvoering. Het model wordt schriftelijk vastgelegd in een BHV-charter en de afzonderlijke BHV-plannen, en voldoet aan Arbowet artikel 15 mits elke vestiging zelfstandig de vier pijlers (plan, opleiding, oefening, middelen) op orde heeft.
Een multi-locatie model wordt aanbevolen vanaf 2 vestigingen, en wordt vrijwel onontkoombaar vanaf 4 vestigingen of een keten met variërende locatie-omvang. Bij 2 vestigingen kan een werkgever nog werken met dubbele uitvoering van het standaard-BHV-model; vanaf 3 of meer vestigingen wordt de coördinatie-overhead zo groot dat een centrale regielaag efficiënter is. Voor multi-vestigingsbedrijven in de logistieke sector (regionale DC's, magazijnen op meerdere bedrijventerreinen) is het model standaard.
De centrale BHV-coördinator stelt het groepsbeleid op, harmoniseert de RI&E-methodiek over locaties heen, ontwerpt sjablonen voor BHV-plan en oefenverslag, monitort de naleving via een centraal dashboard en escaleert significante afwijkingen naar de directie. Hij of zij is doorgaans 0,2 tot 0,4 FTE per 5 vestigingen en wordt vaak gecombineerd met een bredere safety- of compliance-rol. De centrale coördinator is geen vervanger van de lokale BHV-coördinator per vestiging maar versterkt het netwerk van lokale uitvoerders.
Nee. De Arbeidsinspectie controleert per vestiging, niet per holding. Een centraal beleids- of charterdocument vervangt geen lokaal BHV-plan; elke vestiging moet zijn eigen schriftelijke plan kunnen overleggen, met locatie-specifieke alarmprocedure, ploeg-rooster, BHV'ers-lijst en middelen-overzicht. De holdingverklaring kan wel als bovenliggend kader dienen en helpt de samenhang aan te tonen, maar is op zichzelf onvoldoende. Een Arbeidsinspecteur die op locatie staat, vraagt het lokale plan op.
Ja, mits voldaan aan drie voorwaarden. Eerst moet de BHV'er bekend zijn met de locatie (rondleiding, kennis van vluchtwegen, AED-plaatsing). Daarnaast moet zijn aanwezigheid in vestiging B schriftelijk zijn vastgelegd voor die werkperiode. En de ratio-norm in vestiging A mag niet onder NEN-EN 4000 zakken door de tijdelijke afwezigheid. Cross-vestiging back-up wordt vooral gebruikt bij verlof, ziekte of een gepland tekort op één locatie. Het is geen oplossing voor structureel onderbezette vestigingen.
Een groeps-BHV-charter bevat zes hoofdsecties: het overkoepelende BHV-beleid van de holding, de governance-structuur (rol van directie, centrale coördinator, lokale coördinatoren, OR), de minimumstandaarden per locatie, escalatieprocedures, het centrale dashboard en de rapportagecyclus, en een ondertekening door directie en groeps-OR. Het charter is geen vervanger van het lokale BHV-plan, maar het kader waarbinnen de lokale plannen worden opgesteld. Een actuele versie wordt jaarlijks herzien en bij elke uitbreiding of fusie geactualiseerd.
De kosten splitsen in centraal en lokaal. Centraal: 25.000 tot 50.000 euro per jaar voor een part-time coördinator (0,2 tot 0,4 FTE) plus 5.000 tot 12.000 euro voor een centraal compliance-platform met dashboard. Lokaal per vestiging: 4.000 tot 8.000 euro per jaar voor BHV-vergoedingen, opleidingen, oefening en middelen-onderhoud. Voor een bedrijf met 5 vestigingen en gemiddeld 25 werknemers per vestiging komt het totaalbudget uit op 55.000 tot 100.000 euro per jaar. Voor een uitwerking per onderdeel, zie ons artikel BHV-kosten.
Het charter wordt minimaal jaarlijks herzien, gelijktijdig met de groeps-RI&E-evaluatie. Een directe herziening is verplicht bij elke uitbreiding (nieuwe vestiging, fusie, overname), bij wezenlijke beleidswijzigingen, of na een ernstig incident waarbij de groepsstructuur betrokken was. De herziening wordt gedocumenteerd met datum, samenvatting van wijzigingen en handtekening van directie en OR. Een charter ouder dan 18 maanden wordt door de Arbeidsinspectie als onvolledig aangemerkt.